Vijay Iyer – een gesprek met de pianist





© Craig Marsden - ECM Records




We konden ons voorstellen dat bijna alles was gezegd over het klassieke trio van piano/bas/drums. Maar het Vijay Iyer Trio is net dat ietsje anders. Er was een muzikant nodig die zo inventief en begaafd was als Vijay Iyer om de formule in twijfel te trekken. En een ritmesectie op de top van hun kunnen.



De cover van het album “Uneasy” is al een behoorlijk symbool op zich: een Vrijheidsbeeld ver weg en in het donker. Zijn de afgelopen jaren bijzonder moeilijk voor u geweest ?

Inderdaad, het is een hel geweest in die jaren. Natuurlijk, wat er gebeurde, kwam doordat al deze stromingen er al waren, dus het was geen toeval dat ons kiessysteem deze genocide teweegbracht, dit blanke suprematistische regime. We wisten al dat het bestond en het was slechts het resultaat van wat we konden vrezen. En vooral het laatste jaar was het ergste van het ergste toen het allemaal tegelijk gebeurde. Het was op zijn zachtst gezegd een "uneasy" tijd.


U koos als titel dat woord “uneasy”. In het Nederlands zou je kunnen denken dat "niet gemakkelijk" een opening laat, een beetje hoop. Is dit in jouw hoofd ook het geval ?

In het Engels betekent dit woord “onstabiel, onzeker en onaangenaam”, al deze dingen tegelijkertijd. Voor mij is het een moment om alle mogelijkheden te overwegen, met een sprankeltje hoop. Afgelopen zomer bijvoorbeeld, precies een jaar geleden, na de dood van een Afro-Amerikaan, was er een opstand waarvan we getuige waren. De krachten van hoop doken op, mensen die vochten voor hun toekomst, in een poging een positieve gedeelde toekomst te brengen. Het is een constructieve inspanning die men optimisme zou kunnen noemen. Het was een boodschap voor mij dat deze beweging meer inhield dan de feiten te dulden, dat de levenskracht nog steeds sterk was.

In je nieuw trio merken we een soort symbool van Amerikaanse diversiteit: : Tyshawn Sorey is Afro-Amerikaan, Linda Oh is Australische met Aziatische roots, je bent van Indische origine. Hoe vormde je dit trio ?

Het is slechts één van de effecten van het deel uitmaken van de muziekgemeenschap. We luisteren naar elkaar, we spelen samen. Ik ken Tyshawn Sorey al twintig jaar, we hebben samen verschillende opnames gemaakt, we hebben over de hele wereld samen op het podium gestaan, we hebben veel met elkaar gepraat, we hebben samen dingen gemaakt, hij maakt deel uit van mijn familie, dus het is gemakkelijk voor mij om me voor te stellen dat ik meer muziek met hem zou maken. Linda ontmoette ik halverwege de jaren 2000, rond 2007-2008 toen ze een student was aan de Manhattan School of Music en we maakten tien jaar geleden deel uit van projecten van andere muzikanten tot in 2011. Daarna hebben we in een verschillende context opgetreden.

Tyshawn, Linda en ik waren geregeld op zomerkampen in Canada, waar we samen lesgaven, studeerden en speelden in deze specifieke context. De dynamiek die in dit trio ontstond, bracht ons ertoe om in 2019 echt als trio verder te gaan nadat we het podium hadden gedeeld in andere projecten. Er was meer aan dit trio dan alleen een pianist die speelde met een ritmesectie, het leek ons iets speciaals, er was iets opwindends, een echt inventief gevoel dat ons ertoe bracht om op te nemen.

Toen je ervoor koos om Geri Allen's "Drummer's Song" op te nemen, had je dan in gedachten om Tyshawn in dit nummer op de voorgrond te plaatsen ?

Alle drie hebben wij verschillende ervaringen met de muziek van Geri Allen. Ik kende haar goed en na haar dood speelde ik vaak haar muziek. Bij Linda was het net hetzelfde. Ik heb naar dit nummer geluisterd toen het dertig jaar geleden uitkwam. Ik leerde het nadat ze ons verliet omdat ik werd geroepen om in verschillende tributes voor Geri te spelen. Ik ben al heel lang fan van haar muziek en ze werd een vriendin tot het einde van haar leven. Het is een nummer dat me opwindt en vooral de ritmesectie. Toen we het opnamen, herinner ik me dat Tyshawn verschillende benaderingen van het nummer probeerde, er opnieuw naar luisterde en dan iets anders probeerde tot de opname op het album dit uniek geluid kreeg. Als je luistert naar het origineel uit 1970 met Tani Tabbal op drums, hoor je een drumspel dat men "lineair drummen" noemt en dat niet erg polyfoon is. Ik hield echt van die zoete nostalgische esthetiek.


Veel van je composities op dit album schreef je lang geleden.

Het is een mix van verschillende zaken. Er zijn er twee voor dit album geschreven, een paar oudere werden meer gearrangeerd voor het album. Het is echt het geluid van de band dat ik wilde benadrukken, wat we ook gingen spelen, maar dat geluid moest in elk nummer aanwezig zijn. We hadden geen tijd om na te denken over nieuwe muziek. Het is een trio waarbij de muzikanten meer naar voren komen dan de thema's, een beetje zoals de trio's van de jaren '50/'60, vooral in de jaren zestig op de Blue Note-albums of de albums van het begin van ECM met een verkennend spel dat een muziekstuk overspande.

Is het in die geest dat je “Night & Day” hernam ?

De versie van “Night & Day” is afgeleid van degene die Joe Henderson in 1964 maakte op "Inner Urge", het was een echte uitdaging om zijn unieke en speciale pad te volgen. Dit album bevat vier nummers van acht tot negen minuten lang. Het is een manier om je tijd te nemen, en de mogelijkheden van ieder van ons op een nummer in te schatten. Ze noemden dit "a blowing session". Dat was wat ik in gedachten had toen ik dit repertoire koos, om samen plezier te hebben en de nummers uit te rekken.

Je muzikaal parcours is verrassend gediversifieerd: solo’s, duo’s, met strijkers, akoestisch, elektrisch… Ben je nog altijd op zoek naar je eigen weg, of ben je vooral nieuwsgierig van aard ?

Ik zie mezelf vooral als pianist/componist, in de lijn van andere componisten. Ik ben beïnvloed door tientallen en tientallen andere componisten. Het gaat niet alleen om spelen, maar om creëren, in bepaalde situaties, voor specifieke ensembles, dit gebeurt vaak in samenwerking. Elk format brengt iets nieuws, elke gelegenheid brengt iets nieuws in mijn muzikale taal, alle ontmoetingen, de momenten van contact, we hebben allemaal, geloof ik, deze nieuwsgierigheid, deze intentie, dit verlangen, deze wens om in contact te komen met anderen. Dit is wat we horen in de muziek op dit album, dit verlangen om samen te creëren.

In het begin van je carrière werd je vooral geïnspireerd door Steve Coleman. Wat trok je zo aan in zijn muziek ?

Ik was drieëntwintig, misschien jonger, toen ik met hem in contact kwam. Het was iemand die mijn pad bepaalde: in het begin van de jaren negentig was ik van plan om wetenschapper te worden. Muziek was gewoon een hobby. En door het contact met Steve Coleman, met hem spelen en met hem toeren, realiseerde ik me dat ik een artiest kon zijn, muziek kon maken. Hij was mijn voorbeeld in zijn discipline, in zijn manier van een ongelooflijk creatieve musicus te zijn, van het heel hoog leggen van de lat als improvisator, van het veranderen van de dynamiek van muziek voor kleine groepen.

Dit alles gebeurde bij hem met spontaniteit, opgewondenheid en nauwkeurigheid. Hij blijft ook zoeken terwijl hij vertrouwt op de traditie, hij is een soort levende monnik geworden. De focus op ritme, ritmische progressies vereisen veel discipline en studie. En dan ook, hij gaf me de ruimte om mezelf te zijn in zijn groep, ik voelde me soms een buitenbeentje (lacht), hij was een fan van Cecil Taylor, van het Art Ensemble of Chicago en niet veel mensen uit zijn entourage wisten dit.

Hij wist ook dat ik de muziek van Thelonious Monk had bestudeerd: er waren momenten dat de muzikanten tijdens een optreden stopten met spelen en hij en ik teruggingen naar "Round Midnight" midden in een set. Vanaf die tijd leerde ik veel over het runnen van een band. Je kwam op het podium zonder setlist en hij begon te spelen en je zat midden in iets waar je je oren moest gebruiken om te volgen wat er gaande was. Dat is wat wij tegenwoordig doen als we een set spelen, onze oren gebruiken om onze weg te vinden, en dat ben ik aan Steve Coleman verschuldigd.

Wat Linda, Tyshawn en ik gemeen hebben in onze muziek, is dat het een uitdaging is bij elk stuk, zelfs het eenvoudigste, het is vooral merkbaar op de twee covers, maar ook op "Children of Flin "of "Retrofit".


© Craig Marsden - ECM Records


Tekst © Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling : Jos Demol)  -  foto’s © Geert Vandepoele / Craig Marsden ECM Records

Een samenwerking JazzMania / Jazz’halo


BESTEL HIER

Lees HIER de recensie van Georges Tonla Briquet


In case you LIKE us, please click here:


Check out Jazz'halo radio: click on this logo please



our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

 

Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst