Nötile, een akoestisch blaaskwartet...






© Bertrand Gaudillère




Begin 2025 had dit gemengde Franse blazerskwartet me overtuigd met de release van een eerste EP. In juni van dit jaar bevestigde hun eerste album „Ricochets“ de originaliteit van het project en al het goede dat ik van hun muziek vond, die voornamelijk met lage koperblazers wordt gespeeld. Het idee om meer te weten te komen over Nötile drong zich al snel op en er werd contact gelegd met Léo Ouillon.


Op dit album speelt hij bassaxofoon en componeert hij… Ik vroeg hem eerst wat „Nötile“ betekende.

Léo Ouillon : Normaal gesproken schrijf je het als ‘nautilus’ en het is een klein schelpdier, een weekdier. Wat ik erg leuk vond, was dat het verwijst naar de onderwaterwereld, naar ontdekkingsreizen, naar Jules Verne, naar de Nautilus, en dit kleine weekdier heeft, als ik het me goed herinner, vier kieuwen! Dat aantal sprak ons goed aan, aangezien we met vier muzikanten zijn. Het is ook moeilijk om een bandnaam te vinden, maar door het op deze manier te schrijven, met een ‘o’ en een trema, kregen we een unieke naam.

Ik begrijp nu beter waarom de kleur blauw overal te zien is: tasjes, kleding…

Léo Ouillon : Ja, inderdaad, die kleur benadrukt het waterachtige aspect en was ook al aanwezig toen we onze muziek schreven, maar nu voegen we groen toe aan onze kleding. En deze ‘nieuwe’ visuele stijl laat ook onze interesse voor de natuur zien. We spelen zeer organische muziek met onze instrumenten (trompet, bugel, trombone, basklarinet en Bes klarinet, bassaxofoon – nvdr) en in onze muziek vertellen we verhalen over avonturen, plaatsen, bekende mensen of anderen die we bewonderen. Maar kort samengevat: er is de zee, dan zijn er de bomen en de verhalen…

De samenstelling van de groep is ongebruikelijk. Hoe is de groep ontstaan?

Léo Ouillon : Allereerst is er de artistieke drang om samen te spelen. Met Simon Girard (trombone) maken we al heel lang muziek, met name in Buck, en ik kende Agnès Ino (basklarinet en Bes) wel, maar we hadden nog nooit samen gespeeld. Zij had op de muziekschool gezeten met Emmanuelle Legros (trompet en bugel), die prachtige muziek componeert voor haar andere band, Tatanka. Samen hadden ze het idee om een nieuw project op te zetten, dus het was het juiste moment om deze band met deze klankkleuren op te richten.


Emmanuelle Legros © Jean-Claude Sarrasin


En het is opmerkelijk dat er vrijwel uitsluitend lage instrumenten worden gebruikt…

Léo Ouillon : Vroeger speelde ik baritonsax, maar ik vond de klank van de bassaxofoon geweldig: qua frequentiebereik is het heel effectief. Soms gebruiken we de lage tonen ook op een ongebruikelijke manier, om ‘conflicten’ tussen instrumenten te voorkomen. We proberen af te wisselen en te verrassen.

De titel van het album „Ricochets“ past goed bij jullie muziek, bij die klanken die tegen elkaar botsen…

Léo Ouillon : Dat is aardig. We wilden uitdrukken dat deze twaalf nummers verhalen vertellen, een soort portretten van mensen en plaatsen. We springen van het ene verhaal naar het andere. Dat was onze gedachte. Misschien hadden we dat op de hoes wat beter moeten uitleggen. Maar het is waar dat je dingen altijd kunt verbeteren! (lacht) Maar we hebben ons vooral op de muziek gericht.

Ik vind het leuk hoe jullie jezelf omschrijven als „akoestisch blaaskwartet“…

Léo Ouillon : Ik vind dat dit klopt. Sinds een paar maanden werken we samen met een agent die voor ons optredens regelt, en hij was het die ons vroeg om die omschrijving aan te passen. Voorheen was het ‘allround blaaskwartet’, nu is het preciezer. Want we zijn in de eerste plaats een jazzband, maar er zit ook een sterk kamermuziekachtig aspect aan. Wat vind jij ervan?

Inderdaad, ik heb daar trouwens een vraag over: op „Plic”, waar ik de term „hedendaagse kamermuziek” had genoteerd…

Léo Ouillon : Het is een van de vele composities van Emmanuelle en naast dit muzikale aspect heeft het een nogal vrije kant en geluiden die aan de kindertijd doen denken. Een heel kinderlijke melodie die zich ontwikkelt in de richting van het figuratieve. De regen en de regenbui worden in andere passages gesymboliseerd.

De nummers zijn geschreven, maar er zijn ook improvisaties…

Léo Ouillon : Er zit toch veel improvisatie in alle nummers. Alleen ‘Mily’ bevat geen improvisatie. Dat is repetitieve muziek die doet denken aan Philip Glass.

‘Barouf Catimini Blues’ daarentegen is heel anders. Het doet denken aan New Orleans, aan Louis Armstrong…

Léo Ouillon : Precies. Wat ik zo interessant vind aan dit kwartet, is dat we heel wat verschillende stijlen kunnen verkennen, maar dat er toch een rode draad aanwezig is dankzij de klank van de groep, de klanktexturen. We schakelen van de ene stijl naar de andere, maar het blijft altijd onze eigen sound. En ik ben ook geïnteresseerd in en geïnspireerd door urban music, hiphop en dergelijke, en ik componeer graag ‘dance muziek’. Op de eerste EP stond een nummer in die stijl. En op ‘Ricochets’ komen tal van stijlen aan bod, zelfs een wals.


Nötile © Élisabeth Dreneau


En wat gebeurt er in „12 Rue Pascal“ (dat is de titel van een nummer)?

Léo Ouillon : (lacht) Heel wat dingen! Het is een dynamisch nummer, dat draait om beweging. Het gaat over verhuizen, over alle opwinding rond een nieuw levensproject. We proberen dat met muzieknoten te vertellen. En dit is dus mijn nieuwe adres! (lacht)

Je had het net over de wals. Er is dat stuk, „Une valse lente“, als eerbetoon aan Charlie Chaplin. De filmmaker, de muzikant of allebei?

Léo Ouillon : Het is een compositie van Emmanuelle en ze wilde beiden eren, ook al is Charlie Chaplin als muzikant minder bekend. Ik denk dat hij het grootste deel van de muziek voor zijn films zelf heeft gecomponeerd en zij is een groot bewonderaar van zijn werk.

In dezelfde filmische stijl is er ook „Au Revoir Détective“, dat elementen van een „begrafenismars“ bevat…

Léo Ouillon : Dit nummer is geschreven door Simon en hij vertelde ons dat hij zich voorstelde dat we samen met hem in een klein, rokerig en heel mysterieus café zaten. Het is juist dat raadselachtige aspect dat hij wilde beschrijven. Toen hij dit nummer schreef, had hij het beeld voor ogen van een detective die op die plek een dikke sigaar rookte.

Ik vind alle nummers leuk, maar ik moet toegeven dat ik een zwak heb voor „Les grandes marées“…

Léo Ouillon : Het leuke aan dit nummer van Emmanuelle is dat er verschillende versies van zijn. We spelen het al een tijdje en de versie die op het album staat, met zang en percussie, verschilt sterk van die uit het begin. Verschillende instrumenten zijn in de loop der tijd van ‘plaats veranderd’. Het is mooi dat een nummer meerdere levens kan hebben. En het vertelt over een denkbeeldige reis naar Bretagne. Ik vind dit nummer ook erg mooi.

Je had het over de stemmen, daar zijn er een paar van. Nog een manier om de groep verder te ontwikkelen?

Léo Ouillon : We beseffen dat we met de toevoeging van zangstemmen deuren openen naar nummers waar we heel veel zin in hebben. Nieuwe klankkleuren, en tijdens concerten is er ook een directere band met het publiek. We zijn nog niet begonnen met het schrijven van nieuwe nummers, maar we hebben er wel heel veel zin in. Niet per se om teksten te zingen, maar het feit dat we met twee nummers, met vocalen, deze weg hebben ingeslagen, zorgt ervoor dat we er meer van willen.

Ik denk dat we een korte samenvatting hebben gegeven van de wereld van Nötile, maar aangezien Simon en jij ook in Buck spelen (hun laatste album, getiteld „Animal Boisé”, is erg goed), kunnen we deze meer opzwepende, „wilde” band dan beschouwen als een goede uitlaatklep? (lacht)

Léo Ouillon : Laten we zeggen dat de twee groepen met elkaar verbonden zijn via een kunstenaarswereld en dat ze blaasinstrumenten gebruiken (ter herinnering: Buck bestaat uit vier koperblazers, gitaar en drums – nvdr). Maar het is een ander aspect van muzikale verkenning dat ook de verbeelding prikkelt. Nötile neigt door zijn samenstelling meer naar het intieme, poëtische, zachte, maar ook stralende en vrolijke, terwijl Buck een veel meer naar de rock overhelt, vooral door de gitaren, de versterkers en de effecten, waardoor we de muziek naar een rauwere, wildere kant sturen. Maar het is geweldig en heel verrijkend om in twee zo verschillende bands te spelen, en met deze muzikanten. Bands die toch met elkaar verbonden zijn, een beetje als neven! En het is logisch dat ze deel uitmaken van hetzelfde kunstenaarscollectief.

Is Mangouste niet alleen een label, maar ook een collectief?

Léo Ouillon : In het begin was het een collectief van muzikanten dat onder de naam „Compagnie Mangouste“ actief was. Aangezien we zelf de tournees organiseerden en de albums produceerden, lag de oprichting van het platenlabel „Mangouste Records“ voor de hand. En we zouden het geweldig vinden om met beide bands in België te komen optreden.

Dat zou inderdaad een prachtige affiche zijn!

Tekst © Claudy Jalet (vrije vertaling: Jos Demol)
In samenwerking met JazzMania


Nötile – Ricochets
Mangouste / InOuïe Distribution

BANDCAMP

Lees hier de recensie


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications



Luchthavenvervoer zonder stress


Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Louise Stubbe

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst