
Op initiatief van l’Open Music Jazz Club (Comines) en La Halle du Bouillon Blanc (Sensenruth), twee even actieve als gezellige jazzclubs, heeft Matthieu Saglio ons schitterende optredens in kwartetbezetting kunnen bieden.
Yves Tassin sprak de cellist in Bouillon, de dag na een van die optredens.
Laten we je wat beter leren kennen… Waar kom je vandaan?
Matthieu Saglio : Ik kom uit een heel klein dorpje in Bretagne, op dertig kilometer van Rennes.
Zijn jullie allemaal artiesten in de familie?
Matthieu Saglio : (hij lacht) We zijn met vier broers en een zus, en ik ben de oudste. Onze zus is de enige ‘normale’ persoon, ze is architect. (lacht) Dan is er Camille, een contratenor die veel verschillende muziekstijlen combineert. We hebben net een album opgenomen (‘Al alba’, uitgebracht bij ACT Music – lees HIER de JazzMania recensie - nvdr) en we toeren momenteel veel met z'n tweeën. Dan zijn er nog de tweeling: Gabriel, die ook zanger en klarinettist is en diverse projecten heeft, met name met Afrikaanse muzikanten, en ten slotte Etienne, die goochelaar is en deel uitmaakt van de beweging ‘Magie Nouvelle’. En de paden van al deze mensen kruisen elkaar af en toe. (glimlach)
Je begint je muzikale loopbaan in Rennes, aan het conservatorium. Je speelt cello, een instrument dat vooral in de klassieke muziek wordt gebruikt…
Matthieu Saglio : Ja, inderdaad. Maar het is een instrument dat zich ook steeds meer openstelt voor allerlei andere dingen… Maar ja, de opleiding bleef erg klassiek. Daarna ben ik een opleiding tot landbouwingenieur gaan volgen, waardoor ik niet veel tijd meer over had voor muziek. Ik had het geluk dat ik een leraar Engels had die ook jazzpianist was.
Ik had begrepen dat je niet zo van het academisme hield…
Matthieu Saglio : Ja, ik wilde graag andere dingen doen met de cello. Ik heb veel respect voor orkestmusici, hun talent en het vaak indrukwekkende samenspel, maar persoonlijk heb ik daar nooit van gehouden. Een filharmonisch orkest is een plek waar ik me niet op mijn gemak voel.
Het is dus allemaal begonnen met die leraar Engels?
Matthieu Saglio : We speelden gewoon voor de lol: een beetje jazz, wat bossa nova. Maar dat waren de eerste stapjes. Ik heb mijn ingenieursstudie voortgezet in Nancy, waar we met een paar vrienden een jazzband hebben opgericht. De repetitiedag was de belangrijkste dag van de week geworden! (zijn ogen glinsteren…)

Alles verandert: met je diploma landbouwingenieur vestig je je in Spanje, in Valencia, waar je dankzij gitarist Ricardo Esteve de flamenco ontdekt.
Matthieu Saglio : Ja, mijn vrouw en ik zijn daar definitief gaan wonen. Samen met Ricardo Esteve hebben we een band opgericht, Jerez-Texas, waar ook drummer Jesús Gimeno deel van uitmaakte (vijf albums uitgebracht – nvdr). We kregen steeds meer optredens… Ik stond met één been in de muziek en met het andere als landbouwingenieur… Ik moest een keuze maken…
Klassieke muziek, flamenco, jazz… Je hebt niet echt een specifieke muzikale voorkeur...
Matthieu Saglio : Je kunt niet zeggen dat ik een jazzmuzikant ben… Daar sta ik op! Je moet bescheiden blijven. Ik kom muzikanten tegen die echt grootheden zijn in hun vakgebied, daar ben ik ver van verwijderd.
Wat mij interesseert, is het vermengen van genres. We hadden het er gisteravond allebei over (na zijn concert – nvdr), ik denk dat ik een soortgelijk pad volg als dat van Quentin Dujardin, een vriend van mij (met wie hij speelt in het project Resonance – nvdr). Na het conservatorium reisde hij met zijn gitaar doorheen Spanje, Madagaskar… Hij integreerde flamenco in zijn spel en mengde vervolgens zijn muziek met jazz, wereldmuziek… Al deze fusies zijn echter vaak het resultaat van ontmoetingen en contacten met andere muzikanten. Het is niet zomaar: “Hé, laten we samen een project starten.”
Gisteren begon je het soloconcert met een stuk dat heel sterk leek op een cellosuite van Johann Sebastian Bach…
Matthieu Saglio : Ja, dat komt deels door mijn klassieke opleiding. Ik vind het leuk om mijn soloconcerten met dit stuk te beginnen. Ook bij concerten met het kwartet begin ik op deze manier. Zo kunnen we ons allemaal op het podium installeren. Het is voor mij heel belangrijk om te voelen dat ze daar om me heen staan, schouder aan schouder. En na dit korte stuk – amper drie minuten – barst het los in alle kleuren… Boem!

Wie waren de muzikanten eigenlijk waar je naar luisterde?
Matthieu Saglio : Thuis luisterden mijn ouders veel naar klassieke muziek. Ik ben dus echt opgegroeid in die sfeer. Maar zelf luisterde ik naar van alles en nog wat, niet zozeer naar klassieke muziek. Jazz, wereldmuziek, en toen ik in Spanje ging wonen, vooral veel flamenco. Ik luisterde niet per se naar dezelfde dingen als mijn vrienden. Ik heb heel weinig kennis van popmuziek en rock in het algemeen. Tegenwoordig ontdek ik dankzij mijn kinderen rap… Daar zitten ook echt interessante dingen tussen.
Met al die projecten heb je een behoorlijk netwerk uitgebouwd… Dat heeft geleid tot het befaamde „El Camino des los Vientos“, een album dat iets meer dan vijf jaar geleden bij ACT Music verscheen (zie de recensie). Kunnen we stellen dat dit een referentiealbum is, je visitekaartje?
Matthieu Saglio : Er zijn al heel wat albums aan voorafgegaan, en andere boeiende projecten. Ik denk aan NES met Nesrine en David Gadea, met wie ik veel heb getoerd, maar inderdaad, dit album was doorslaggevend. Het idee was om zoveel mogelijk muzikanten rond mijn cello uit te nodigen. Het ging erom op maat te componeren voor al die mensen die ik op mijn album wilde hebben. Voor sommigen leek me dat beter haalbaar omdat ik al met hen had gespeeld, of omdat het vrienden waren. Voor anderen, zoals bijvoorbeeld Nils Petter Molvaer of Nguyên Lê, was ik gewoon vol bewondering; ik luisterde al lang naar hen zonder ze te kennen… Ik dacht dat als ze niet zouden reageren, we wel een andere oplossing zouden vinden. Het was magisch om te zien dat ik contact met hen kon opnemen en dat ze bereid waren om mee te werken aan het album… Je zei “referentie”, ja. Ik zou het een “hoeksteen” in mijn carrière noemen. Het is een album dat tegelijkertijd heel persoonlijk is en openstaat voor allerlei andere dingen.
En bovendien is je eerste album uitgebracht bij ACT Music, een prestigieus platenlabel...
Matthieu Saglio : Ja, „Ahlam“ van NES was ook al eerder bij ACT Music uitgebracht.
Wat dat betreft vraag ik me het volgende af: als je, zoals jij, zoveel projecten opzet, heb je dan de behoefte of de drang om er regelmatig naar terug te keren? Er is natuurlijk NES, maar ook Resonance en Jerez-Texas…
Matthieu Saglio : Neen, daar heb ik nooit zin in! Het zijn mooie projecten, we zien elkaar weer, er is veel respect. Maar ik heb nooit zin om terug te gaan. Ik vind het belangrijk dat er vooruitgang is. Ook al weet ik niet waar dat me naartoe zal leiden. Er moet ontwikkeling zijn in een artistieke carrière. Hetzelfde geldt voor mijn leven in het algemeen: ik denk er nooit aan om terug te gaan, in een huis te wonen waar ik vroeger woonde, terug te keren naar een tijd waarin we jonger waren, waarin de kinderen klein waren. Nee, ik geniet van elk moment. Morgen zullen de kinderen groter zijn, wonen we misschien ergens anders... In de muziek is het net zo. Er is zoveel te doen, nieuwe projecten om te koesteren. Dat het eindigt, is op zich geen slechte zaak. Aan de andere kant kunnen we elkaar weer tegenkomen, andere projecten opzetten. Ik vind het ook belangrijk om respect en bewondering te blijven koesteren voor de muzikanten met wie je hebt gewerkt en met wie je nog zult werken.

Heb je dan al heel wat ideeën voor de toekomst?
Matthieu Saglio : Neen, niet echt veel ideeën… Maar er valt zoveel te bouwen, daar zou ik eigenlijk meerdere levens voor nodig hebben. (glimlach)
We zullen ons dus op dit kwartet concentreren…
Matthieu Saglio : Het kwartet bestaat al een hele tijd. We hebben het nooit op plaat opgenomen, zoals je gisteren hebt kunnen horen, maar er zijn altijd samenwerkingen geweest. De oorsprong ligt in de tijd van „El Camino de los Vientos“. Er waren elf gastmuzikanten op dat album, die elk op één of twee nummers speelden. De vraag rees: hoe kunnen we dit repertoire ten gehore brengen?
Toen viel alles op zijn plaats. Ik kende violist Léo Ullmann heel goed, we hadden een soort klik tussen onze snaren, er was de klankkleur van onze instrumenten. Léo is een virtuoos, hij kan zich aan alles aanpassen, aan improvisatie. Net als ik staat hij open voor andere dingen. Voor de drums en percussie droomde ik ervan om samen te werken met Steve Shehan, die ik al een tijdje kende. Hij maakte een tijdje deel uit van het kwartet. Voor het vierde instrument twijfelde ik eerst tussen een gitaar of een piano. Een instrument dat zowel de harmonische als de ritmische partijen kan dragen. Iemand die veelzijdig is. Ik had Christian Belhomme op het oog… de pianist van Steve, aan wie ik had gevraagd of hij het niet erg zou vinden als ik contact met hem opnam. Zo is het kwartet ontstaan, heel natuurlijk, met David Gadea die Steve vervangt.
Met dit kwartet heb je „Voices“ opgenomen, een album waarop verschillende zangeressen en zangers met uiteenlopende achtergronden te horen zijn. Heb je erover nagedacht om nog iemand aan je kwartet toe te voegen? Een zanger die alle zangpartijen had kunnen verzorgen...
Matthieu Saglio : Het project met mijn broer Camille is een beetje zo. Hij is een buitengewone, veelzijdige zanger. Hij kan als contratenor zingen, alsof het klassieke muziek is. En even later zingt hij in mbala, alsof hij een Afrikaanse zanger is. Hij kan je net zo goed meenemen naar India als dat hij ‘Les Gitans’ van Mano Solo voor je zingt. Hij is ongelooflijk. Bovendien is hij heel strak, wat essentieel is als we met z'n tweeën spelen met een sampler. Want je moet uiterst nauwkeurig zijn zodra de machine eenmaal draait. Hij heeft al een paar keer met het kwartet gespeeld. Net als de Senegalese zanger Abdoulaye N’Diaye of Isabel Julve, een Spaanse flamencozangeres. Er zijn verschillende bezettingen mogelijk. Maar als je moet reizen en met een groep op tournee gaat, wordt het natuurlijk ingewikkelder. Uiteindelijk hou ik ook van de kwartetbezetting, er gebeurt zoveel! En als je gastmuzikanten toevoegt, voeg je kleur toe... Dat is ook mooi.

Je bent nu iets meer dan twintig jaar professioneel muzikant. Kun je me zweren dat je nog nooit spijt hebt gehad dat je geen landbouwingenieur bent geworden?
Matthieu Saglio : (hij lacht) Ja, dat kan ik je zeker beloven! Je wist het antwoord al, nietwaar? Als ik terugdenk naar het concert van gisteren, kan ik je zeggen dat ik een diep gevoel van geluk ervaar. Ik sta midden tussen deze geweldige muzikanten, tussen de percussionist en de piano, met Léo iets verder naar voren... Ik heb het gevoel dat ik een moment van uiterst puur geluk beleef, in een prachtige zaal, met een warm publiek en vrijwilligers. Het is een moment van sereniteit... Het is tijdloos!
Ik had ook gelukkig kunnen zijn als boer. Dat was mijn passie. Ik droomde ervan om me als boer te vestigen. Ik zou het geweldig hebben gevonden! Toen mijn vrouw en ik op zoek waren naar werk, hadden we bijna een boerderij in de buurt van Toulouse overgenomen. We hadden een heel ander leven kunnen hebben. We hebben het er soms nog over. Maar nee, ik heb nergens spijt van.
Tekst © Yves Tassin (vrije vertaling : Jos Demol) – foto’s © France Paquay
In samenwerking met JazzMania
In case you LIKE us, please click here:





Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst