Wolfert Brederode




Aanleiding voor zijn nieuwste cd ‘Ruins and Remains’ (ECM) was Wolfert Brederode’s passie voor geschiedenis maar de opnamen nadien draaiden tenslotte uit op een veel persoonlijker verhaal. Een gesprek over strijkkwartetten in jazz, overkill door solo’s en literatuur.



ECM Records - releasedatum 23 september 2022




Publiek van een man

Hoe komt een jazzpianist terecht bij een onderwerp als het einde van de Eerste Wereldoorlog?

Mijn interesse hiervoor vloeit voort uit mijn studies geschiedenis. Op die manier kwam het idee om op 11 november 2018 een concert te geven precies honderd jaar na de wapenstilstand. Dat was opgezet als een eenmalige gebeurtenis maar met een eventuele opname nadien. Naar aanloop hiervan wijzigde de inhoud naar een heel persoonlijk gegeven dat tevens een universele betekenis kreeg door de Covid-crisis. Het gaat dus over eigen verlies en het terug rechtkrabbelen na tegenslagen.

Belangrijk om hierbij te vermelden is dat het een heus “work in progress” is want live veranderen er constant een aantal elementen. We hebben dit repertoire reeds enkele malen gespeeld en er duiken telkens nieuwe wendingen op. Dat is het improviserende aspect van dit werk. Centraal blijven wel de twee thema’s ‘Ruins’ en ‘Remains’ die op een bepaald moment samenkomen.

U koos niet toevallig drummer Joost Lijbaart en het Matangi Quartet als medespelers.

In Joost heb ik het volste vertrouwen na jaren samenwerking. Voor deze cd gaf ik hem volledig carte blanche. Het kwartet kreeg wel partituren in handen maar ook daar waren afwijkingen mogelijk. Zij zijn het trouwens gewoon om in de meest diverse omstandigheden en het grootst verscheiden materiaal te spelen. Dat gaat dan van Beethoven stukken tot zelfs werken met dj’s. Niet elk kwartet kan dit. Meestal blijven het bij dergelijke stijloefeningen aparte werelden met wat afzonderlijke solo’s en dat wilde ik zeker vermijden.


De opnamen hadden plaats in de Sendesaal van Bremen...

Een bijzonder auditorium met een fantastische akoestiek. Het was een van de eerste zalen met draaibare geluidspanelen die zo een invloed hebben op het geluid. We gebruikten geen koptelefoons en zaten ver uit elkaar met de strijkers in het midden. Heel apart was dat Eicher zich niet in een “recording booth” bevond maar aanwezig was in de zaal. We hadden dus een publiek van een man maar dat was dan wel de grote meneer van het label.


Geen overkill

Stilistisch volgt u eenzelfde lijn als in uw vorige albums...

Ik hou er nu eenmaal van om veel ruimte te laten. De reden is dat ik de luisteraar niet wil overbluffen met teveel informatie. Dat is soms het probleem in jazz, “overkill” door te lange solo’s. Dit album is wellicht het meest extreme in mijn stijl.

U bent een jazzpianist maar meer dan regelmatig klinken klassieke accenten door...

Ik begon bij klassiek en pas op mijn vijftiende verzeilde ik in jazz. Toen ik mij inschreef aan het conservatorium was mijn kennis beperkt tot zowat tien standards, zeer weinig dus (glimlacht). Het was aanvankelijk hard studeren om een uitgebreider repertoire onder de knie te krijgen. Maar de klassieke achtergrond blijft natuurlijk doorsijpelen. Daarnaast was het werk van iemand als Arvo Pärt eveneens zeer belangrijk voor mij.

Regelmatig kiest u nog voor andere vluchtwegen zoals de bijdrage op ‘Carnet Imaginaire’ van het trio Guillermo Celano-Marcos Baggiani-Joachim Badenhorst terwijl u voor ‘Common Fields’ zelfs een bocht maakt van 180°...

Die opname van ‘Carnet Imaginaire’ was inderdaad een wilde zet. Ik wilde eens uit mijn comfortzone treden en binnendringen in de Argentijnse wereld. Aanvankelijk was dat bedoeld voor een enkel concert maar er volgden nog optredens nadien met uiteindelijk die cd als resultaat. ‘Common Fields’ is een ander verhaal. Ik componeerde in opdracht de soundtrack voor een dansvoorstelling die uiteindelijk niet doorging maar de muziek was er. Het is zowel een zeer ritmisch als een minimalistisch stuk, weer totaal iets anders voor Wolfert Brederode.


U bent een fervent lezer. Welke waren uw recente ontdekkingen?

Op gebied van literatuur is het tegenwoordig wat warrig. Ik heb wel genoten van Matt Haig zijn ‘The Midnight Library’. Van ‘Mijn Lieve Gunsteling’ door Marieke Lucas Reineveld was ik vooral geïmponeerd door de openingszin die een halve pagina in beslag neemt. Wie ik eveneens apprecieer, is Philippe Claudel. Zijn werk baadt steeds in eenzelfde atmosfeer zoals een muzikant die zijn eigen stijl heeft. En in Vlaanderen vind ik Dimitri Verhulst nog altijd een sterk taalvirtuoos.

Tekst © Georges Tonla Briquet  -  foto’s © Tessa Veldhorst/Peter van Breukelen
Met dank aan collega Jean-Claude Vantroyen (Le Soir) en Catherine Nuyt (Outhere)


www.ecmrecords.com

Live:

Brussels Jazz Festival, januari 2023 (Flagey)



In case you LIKE us, please click here:



our partners:

Clemens Communications

 


 


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Erik Carrette
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst