Wanneer het klikt tussen twee gitaristen...





"Great Expectations" en "Ruby": Julien Tassin en Lorenzo di Maio brengen deze maand elk een nieuw album uit. Dit is de gelegenheid voor een gesprek, een gesprek in plaats van een interview, met Jean-Claude Vantroyen (Le Soir) en Jean-Pierre Goffin (L’Avenir, JazzMania).




© JazzMania




Jean-Claude Vantroyen: Hoe is het idee voor jullie respectievelijke albums ontstaan?

Lorenzo di Maio: Het idee was om iets met veel sonoriteit om me heen te hebben; dat was al zo bij het vorige album met het strijkkwartet, maar het is iets flexibeler met de piano, wat de muziek een grote harmonische aanwezigheid geeft.

Julien Tassin: Nic en Dré en ik hadden al twee albums als trio gemaakt, en ik wilde al heel lang een trompettist in de groep: elektrische gitaar en trompet zijn heel verschillende instrumenten, maar de trompet klinkt als een stem voor mij. Omdat ik een beetje componeer als zouden het liederen zijn, vond ik het idee van de trompet die de rol van een stem vertolkt wel leuk.

Jean-Claude Vantroyen: Lorenzo, jouw composities klinken ook als liedjes...

Lorenzo di Maio: Qua vorm en harmonie heeft het iets weg van chanson of popsongs. Dat is niet helemaal de esthetiek die ik verdedig met dit kwartet, maar dit idee speelt bij het schrijven.

Jean-Claude Vantroyen: Jullie geven jullie album allebei een titel die niet als liedje terug te vinden is op de plaat: "Ruby" en "Great Expectations”. Waarom deze titels?

Lorenzo di Maio: Het woord ‘Ruby’ vond ik mooi klinken, en we zijn ook van plan om als band verder te gaan, en dan hebben we meteen de naam van de band; het heeft geen specifieke betekenis behalve dat het verwijst naar iets kostbaars en zeldzaams.

Julien Tassin: Er dienden verschillende dingen als inspiratie voor deze titel. Ten eerste was er het feit dat het de bedoeling was dat een andere trompettist zou spelen, Ron Miles, maar hij is overleden. Ik wilde doorgaan omdat de muziek er was, het was belangrijk voor me en ik wilde dat het project zou eindigen als een eerbetoon aan Ron. Maar het heeft ook te maken met de verwachtingen die je van het leven hebt, verwachtingen die niet altijd uitkomen en waar je mee om moet gaan. Dat is altijd een beetje mijn filosofie geweest, maar hier is het echt duidelijk. Er was een uitgeschreven deel waar ik me zijn geluid voorstelde en dan een tweede deel dat ergens anders heen gaat waarbij ik me voorstelde - het was een beetje symbolisch - dat hij wegging en dat we hem het beste wensten. Ik hoefde hem alleen maar te vertellen dat ik deze muziek had gemaakt en hem te vragen wat hij ervan vond. Ik kende hem niet, maar Nic was degene die naar zijn muziek luisterde. Ik was op zoek naar iemand die tegelijkertijd deze jazz- en bluescultuur in zich droeg.

Lorenzo di Maio: Ik vind het best knap dat het helemaal niet in de lijn ligt van wat Ron Miles zou hebben gedaan. Hij kwam met zijn eigen achtergrond en het werkt goed.

Julien Tassin: Ja, het werkt goed, en het is ook een beetje beangstigend omdat je niet weet hoe een trompettist die gewoon is om in een akoestische context te spelen, zal reageren als je nogal hard de elektrische gitaar in de achtergrond speelt.

Lorenzo di Maio: Ik kan me de omvang van de versterker voorstellen! (lacht)

Jean-Claude Vantroyen: En jij, Lorenzo, twee keyboards: om je meer groove te geven? Meer diepte?

Lorenzo di Maio: Meer kleur. En ook, toen ik aan het schrijven was, bleef ik baslijnen horen die ik op de synth had horen spelen omwille van de textuur en de lengte van het geluid. Het is mogelijk om dat met een elektrische bas of een contrabas te spelen, maar het zou niet hetzelfde effect hebben gehad, denk ik. Ik heb het echt voor de moog bedacht. En de andere synths kwamen er spontaner en werden uitgewerkt met de andere muzikanten. Oorspronkelijk dacht ik dat het meer elektrisch zou klinken met een Rhodes, maar uiteindelijk hebben we de akoestische piano behouden, die een briljantheid en naturel heeft die ik mooi vond.

Jean-Claude Vantroyen: En je hebt Wajdi zelfs alleen op akoestische piano laten spelen in de inleiding van een nummer.

Lorenzo di Maio: Ja, ik wilde een mooie intro voor de track die volgt. Toen we de studio in gingen, was er eigenlijk niet veel waar we zeker van waren, omdat het een vrij nieuwe groep was; Maar uiteindelijk bleek alles van zelf te komen.

Jean-Pierre Goffin: Hoe gaan jullie om met het aantal harmonische instrumenten in het project?

Lorenzo di Maio: De muziek is uitgeschreven, ook voor de synths en de baslijnen. Als gevolg daarvan is de meest vrije muzikant waarschijnlijk Wajdi en daar bouwen we omheen, maar we hebben nooit een probleem met te veel harmonische informatie, het is behoorlijk verspreid.

Jean-Pierre Goffin: Jullie hebben een verschillende aanpak bij het opnemen, de ene in de studio, de andere live. Was dit vanaf het begin gepland?

Julien Tassin: Eigenlijk hadden we al twee studioalbums opgenomen, waar ik best tevreden over was - maar het is muziek die er baat bij heeft om live te worden ervaren - en besliste dat de volgende niet in de studio zou opgenomen worden. In de studio stel je jezelf veel vragen, maar hier hadden we twee dagen om de muziek door te nemen en te spelen. Dus het is heel fris en daar hou ik van. Bovendien is spelen voor een publiek anders, er is een andere energie.


Julien Tassin © Didier Wagner


Jean-Pierre Goffin: Is het eerlijk om te zeggen dat je je ruige, rauwe kant beter naar voren brengt live?

Julien Tassin: Ik denk dat die kant er nog steeds is, maar er is meer ruimte voor spontaniteit. In de studio wil je kalibreren, je hebt de neiging om hetzelfde nummer tien keer te spelen terwijl dat niet nodig is. Vaak is de eerste insteek de juiste, en bovendien is het de bedoeling dat we muziek maken die spontaan is. Om al die redenen hebben we ervoor gekozen om live te spelen, en ik denk dat als er nog een album komt, het waarschijnlijk ook live zal zijn, of dat er in ieder geval mensen aanwezig zullen zijn.

Jean-Claude Vantroyen: Hoe reageerde jij daarop, Lorenzo, jij die het album in de studio maakte?

Lorenzo di Maio: Ik had het idee om die plaat te arrangeren; bovendien was de band erg nieuw: toen we de studio in gingen, hadden we nog maar één concert gespeeld plus een paar repetities. Maar live shows maken ook deel uit van mijn fantasie, en ik stel me voor dat ik ze op een dag zal doen.

Jean-Claude Vantroyen: Jean-Pierre had het over Juliens ruige kant, ik wil het graag over jullie romantische kant hebben...

Lorenzo di Maio: Het is iets wat ik steeds meer tot uiting breng. Ik was er eerder wat terughoudend in, maar uiteindelijk is het iets wat me aanspreekt.

Jean-Claude Vantroyen: Wat "explosies" niet uitsluit, zoals bij romantiek...

Lorenzo di Maio: Het zit in de manier waarop ik speel, ik ga niet in een bepaalde richting, ik probeer de assen in mijn muziek naar voren te brengen met invloeden uit verschillende klankwerelden, en er is ook de elektrische kant.

Julien Tassin: Het is een deel van de geschiedenis van ons instrument, dat ook connotaties met rock heeft, elektriciteit leent zich daarvoor uitstekend.

Jean-Claude Vantroyen: Jullie hebben allebei een rockachtergrond, waarbij Lorenzo iets meer pop georiënteerd is.

Lorenzo di Maio: We kennen allemaal periodes van op onderzoek uitgaan, maar uiteindelijk neemt de natuur het over en moet je ermee leven. Wat mij betreft, als ik aan gitaristen denk, zijn het niet de jazzgitaristen die het eerst in me opkomen: Freddy King, B.B. King, Jimi Hendrix, ze maken allemaal deel uit van het pantheon van gitaristen. En jazzgitaristen komen wat later.

Julien Tassin: Het is een beetje zoals Lorenzo: het was niet de jazz die me naar de gitaar bracht, het was eerder de gitaar die zich aan de jazz aanpaste. De gitaar is een integraal onderdeel van het ontstaan van blues en rock, maar dat is niet echt het geval met jazz.

Lorenzo di Maio: In ieder geval heeft de elektriciteit ervoor gezorgd dat de gitaar een solo-instrument is geworden in de jazz, met Charlie Christian, Benny Green, etc…

Jean-Pierre Goffin: De invloeden die je noemt in de laatste LARSEN zijn verbazingwekkend: Luciano Cillio, Richard Dawson, Mark Hollis, Six Organs Of Admittance…

Julien Tassin: We worden niet alleen door jazz geïnspireerd om muziek te schrijven. Dit zijn dingen die me raken. Ik heb die albums gekozen omdat ik er de afgelopen jaren naar heb geluisterd. Het zijn vooral albums die de manier waarop ik schrijf hebben beïnvloed.

Jean-Pierre Goffin: Er zitten een aantal minimalisten in je keuzes, maar ook wat rauwer materiaal…

Julien Tassin: Ja, ik denk dat de rode draad het minimalisme in het schrijven is, een muziek die veel ruimte laat voor suggestie en interpretatie. Er is ook dat hybride aspect: van de vier albums die ik heb gekozen, kan je niet echt één stijl, één label erop plakken.

Jean-Pierre Goffin: Er is één album, School Of The Flowers, waarvan je zegt dat je er al zes maanden naar luistert...

Julien Tassin: Ik luister er elke dag naar. Dat deden we vroeger als we een album kochten; nu is dat zeldzamer.

Lorenzo di Maio: Het is een goede zaak. Ik doe het nu nog steeds met oude platen: Pat Metheny uit de beginjaren, het eerste trio met Jaco Pastorius, Bill Frisell met "Blues Dreams" waar hij met Ron Miles speelt, het raakt me elke keer weer, ik heb dat soort referentieplaten. Het gaat niet alleen om de muziek, het gaat om de reis.

Julien Tassin: Als ik een album krijg dat zo'n gevoel oproept, zelfs als ik de fysieke versie niet heb, ga ik ernaar luisteren omdat ik het gevoel heb dat er iets is om in te duiken. Als ik er dan veel naar heb geluisterd, koop ik het. We hebben niet meer altijd de gewoonte om een album in de platenwinkel te kopen en soms moet je het van ver weg bestellen en is het echt duur... We aarzelen dan en beslissen om het te kopen als de artiest langskomt.


Lorenzo di Maio © Didier Wagner


Jean-Pierre Goffin: Wat vind je van de terugkeer van vinyl releases?

Lorenzo di Maio: Ik heb niet echt een mening. Ik vind het een prachtig object, het heeft een cachet qua geluid dat niet per se geschikt was voor de muziek die ik hier promoot; ik denk dat ik graag het album met het strijkkwartet in dit format had uitgebracht, maar de lengte van de plaat liet dat niet toe.

Julien Tassin: Omdat mensen een beetje een fetisj hebben voor dit object, stelt het artiesten in staat om wat meer te verkopen. Het zorgt er ook voor dat fysieke muziek, die helemaal verdwenen was, weer in ere wordt hersteld. Toen ik een tiener was, was vinyl passé, je kon geen naald meer vinden en mensen lachten je in je gezicht uit als je er een ging zoeken. Ik weet nog dat ik als tiener in Charleroi een platenwinkel binnenging en dat ze me dan zeiden: nee, nu is alles uitverkocht. Vandaag ben ik in absolute zin niet echt een fan van vinyl, want de cd klinkt geweldig.

Jean-Claude Vantroyen: En vinyl is een kwartier per kant, je moet de hele tijd opstaan…

Jean-Pierre Goffin: Dat vind ik er juist leuk aan. Ik heb de indruk dat ik bij een lp meer aandacht heb voor hetgeen waar ik naar luister. Met een cd ben ik tegelijkertijd met iets anders bezig. Ik voel me meer betrokken als ik een lp opleg…

Lorenzo di Maio: Ik denk ook dat als je muziek met een bepaald geluid ontdekt, het moeilijk is om het daarna anders te horen. Je hebt de kleur van de mix, het vinyl klinkt anders. Het is alsof je oude VHS-tapes in 4k bekijkt.

Lorenzo di Maio: Julien, ik heb naar je album geluisterd en ik vroeg me af in hoeverre de tracks met elkaar verbonden zijn als cycli. Soms zijn er taferelen, dan geïmproviseerde stukken die je naar een tweede tableau brengen en je komt niet noodzakelijk terug naar het eerste. Ik vroeg me af in hoeverre dit verband hield met je solo-ervaringen, met de muziek waar je het over had.

Julien Tassin: Dat is een interessante vraag. Toen ik de eerste solo opnam, 'Momentum', had ik suites geschreven voor sologitaar en ik wilde dat met de groep brengen. In het vorige trio zaten al een of twee van dat soort stukken met verschillende delen die zich niet noodzakelijk herhalen, niet zoals bij liedjes, maar met een verhaal dat naar iets ander leidt.

Lorenzo di Maio: Dat vind ik leuk omdat het betekent dat improvisatie een andere rol in de muziek krijgt omdat het je naar het tweede deel leidt. Ik stel me voor dat het je van de ene avond op de andere meeneemt naar een tweede deel dat anders kan zijn.

Julien Tassin: Het hangt allemaal af van de interacties en het is belangrijk voor mij om dat open te laten.

Jean-Claude Vantroyen: Het album is goed doordacht, tot aan de titels toe: je begint met "Birth suite" en eindigt met "Forward", richting de toekomst met veerkracht in het midden. Is dat opzettelijk?

Julien Tassin: Het kwam als vanzelf. In dezelfde periode overleed Ron Miles en stond mijn moeder op het punt ons te verlaten. Het was een moeilijke tijd, ik twijfelde zelfs om deze tournee te doen omdat het haar laatste dagen waren. Zo kwam alles samen voor het album, op een logische manier. Het verhaal schreef zichzelf. En de volgorde van de nummers is dezelfde als op het live album, behalve dat we meer nummers op het concert speelden.

Jean-Claude Vantroyen: En Lorenzo, hoe heb je de nummers gekozen? Het is meer een popalbum…

Lorenzo di Maio: De keuze van de nummers hangt af van de esthetiek van de band, maar er is geen direct verband tussen de nummers.

Julien Tassin: Maar je hebt wel een idee van het concept als je schrijft?

Lorenzo di Maio: Ja, voor mij is er een herkenbare kleur. Het is geen filmmuziek, maar ik zie het op een visuele manier, met sferen en stemmingen.

Jean-Pierre Goffin: We hebben het over een fotografische kant…

Lorenzo di Maio: Ja, dat aspect is er, een beetje ansichtkaartachtig, heel visueel.

Julien Tassin: En ik krijg ook de indruk dat je niet per se gitaarplaten wilt maken, maar muzikale platen.

Lorenzo di Maio: Ik weet niet eens zeker of ik er wel één heb gemaakt waarin de gitaar centraal staat. Het is mijn muziek, misschien heb ik de leadzang, ik weet het niet eens zeker. Ik geef mijn instrument een andere plaats, ik vertolk de verschillende kleuren, ik heb niet één enkel geluid op de hele plaat, dat is misschien nieuw.

Julien Tassin: Wissel je van gitaar op de plaat?

Lorenzo di Maio: Nee, maar ik veranderde mijn versterker afhankelijk van het nummer, omdat ik soms een specifiek geluid in gedachten had. Het is een luxe in de studio om te kunnen veranderen. Ik zie muziek graag als een geheel en niet als een plaat van een gitarist. Ik schrijf de muziek en daarna bespreken we bijna alles samen. Het is de bedoeling dat iedereen zich het repertoire eigen maakt alsof het zijn eigen repertoire is. Ik heb deze muzikanten gekozen omdat ik hun muzikaliteit waardeer.

Jean-Claude Vantroyen: De drums zijn meer jazz met Dré en meer rock met Pierre…

Lorenzo di Maio: Ik wilde de muziek een strakker randje geven.

Jean-Pierre Goffin: Er staan geen inleidende teksten op de covers, wat soms de stemmingen van de muzikanten weergeeft. Is het jullie bedoeling om de muziek voor zichzelf te laten spreken?

Lorenzo di Maio: Ik voelde niet de behoefte om een concept te verdedigen of iets uit te leggen.

Julien Tassin: Daar ben ik het mee eens, de muziek spreekt al voor zichzelf, de titels laten ruimte voor reflectie. En als mensen meer willen weten, dan is daar dit soort interviews voor.

Interview © Jean-Claude Vantroyen en Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling: Jos Demol)  -  foto’s © Didier Wagner / D.R.
Een samenwerking JazzMania / Jazz’halo



Lorenzo Di Maio - Ruby
Igloo Records

Recensie Jazz'halo


Julien Tassin - Great Expectations
Igloo Records / W.E.R.F.

Recensie Jazz'halo


In case you LIKE us, please click here:




Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet


our partners:

Clemens Communications


 


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18/02/1947 – 02/11/2023)
foto © Marie Gilon


Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Jacques Prouvost
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst