
© Julien Mignot
Fluitiste en componiste Sylvaine Hélary, die sinds januari 2025 aan het hoofd staat van het Franse l’Orchestre National de Jazz (ONJ), heeft ervoor gekozen haar eerste compositie voor het ONJ op te dragen aan Carla Bley. In dit interview vertelt ze ons meer over dit project.
Sylvaine Hélary, je bent geen onbekende in België: men heeft je o.a. samen met Jozef Dumoulin gehoord op „Beginners Guide to Flying and Diving”…
Ja, het was geweldig om met Jozef Dumoulin samen te werken, ik vond het fantastisch, maar we hebben niet veel gespeeld. Dat is jammer.
Lynn Cassiers heeft ook meegewerkt aan een van jullie projecten…
Ja, en we gaan samen het volgende programma van het ONJ schrijven. Het heet ‘L’écho des Oiseaux’ en is losjes geïnspireerd op een Noorse roman, ‘Les Oiseaux’ van Tarjei Vesaas. Lynn Cassiers gaat de teksten, liedjes en misschien ook melodieën schrijven, en ik ga de muziek componeren. In het orkest zal ook Bo Van der Werf meespelen, aan Belgische kant.
Daarnaast is er Pentadox, een geweldige band waarmee ik nog behoorlijk vaak op tournee ga. En lang geleden speelde ik bij ‘Orange Kazoo’, met Mélanie De Biasio als zangeres in die groep. We hadden ook een band die ‘Martine à La Plage’ heette; we waren in residentie in Brussel in de Halle aux Grains en we hebben in Magasin 4 gespeeld. Ik heb ook met Michel Massot gespeeld.
Bij het ONJ worden er masterclasses georganiseerd waar we prominente figuren uitnodigen om te komen vertellen over hun manier van componeren; dit jaar hadden we o.a. Fabrizio Cassol, bij wie ik enkele jaren geleden het geluk had een stage te volgen… ‘Aka Moon’ heeft me lange tijd geïnspireerd en dat is nog steeds zo; het klopt dat ik een vrij sterke band heb met de Belgische scene …

© Daniel Vass ECM Records
Je eerste album als nieuwe directrice van het ONJ komt nu uit. Waarom juist Carla Bley?
Ik wilde graag een eerste programma samenstellen dat niet per se om mijn eigen composities zou draaien, omdat ik vond dat het al een hele prestatie was om aan het hoofd van het ONJ te komen en ik de voorkeur gaf aan iets dat wat meer verbindend en universeler was.
En al snel kwam de naam van Carla Bley naar voren, omdat ze me al heel lang begeleidt. Het was trouwens Rémi Sciuto, die de arrangementen heeft geschreven, die mij ongeveer 30 jaar geleden met haar had laten kennismaken, tijdens de ensemble-sessies aan het Conservatoire Supérieur de Paris. Dus ik vond het een goed idee om zowel voort te bouwen op dat erfgoed, deze buitengewone vrouwelijke figuur, als om Rémi Sciuto opdrachten te geven voor de arrangementen, ook al heb ik er zelf één geschreven.
Het betekende ook dat een iconische figuur uit de jazzwereld weer tot leven werd gewekt...
Ik vond dat dit tegelijkertijd op heel veel vragen een antwoord gaf. Hoewel haar naam deel uitmaakt van de jazzgeschiedenis, is Carla Bley niet zo bekend. Er zijn heel wat muzikanten die haar hits wel een beetje kennen, maar niet zo veel van haar oeuvre afweten, en dan heb ik het nog niet eens over het grote publiek, dat haar nauwelijks kent. Toch is het muziek die voor heel veel mensen toegankelijk is, op allerlei verschillende manieren: jazz die een beetje buiten de gebaande paden ligt en raakvlakken had met klassieke muziek, en soms zelfs met pop of rock, met heel veel originele klankkleuren die je niet per se terugvond in wat ik ‘klassieke jazz’ of ‘mainstream jazz’ zou noemen. Je kunt niet zeggen dat ze trendy jazz speelde: ze liet zich niet beperken door stijlen of grenzen, ze ging echt haar eigen gang. Het is waar dat dit me erg aanspreekt, omdat ik zelf ook een beetje van alles doe.
Weet je nog hoe je haar hebt ontdekt?
Ongeveer dertig jaar geleden was het via Rémi Sciuto; hij had me de dubbel-lp van ‘Escalator over the Hill’ gegeven en ik vond dat het waanzinnig was om zo’n werk te schrijven: die vrijheid, de manier waarop het nogal rebels is, er zit ook humor in; tegelijkertijd is het heel vakkundig en veeleisend, terwijl het toch een beetje ‘nonchalant’ overkomt; ze straalt ook bescheidenheid uit op het podium. Ik heb veel video’s bekeken: ze is enerzijds vrij daadkrachtig in haar manier van dirigeren, je voelt dat ze weet waar ze heen wil, waar ze haar orkest naartoe wil leiden, en tegelijkertijd dringt ze zich niet voortdurend op de voorgrond, ze is niet de eerste die zich op de piano stort om solo’s te spelen, ze straalt een zekere bescheidenheid uit.
Er zit ook veel fantasie in deze composities, wat je in het album goed tot uiting brengt door alle kleuren die je eraan toevoegt: kwam het idee van het strijkkwartet meteen bij je op?
Neen, het kwam beetje bij beetje. Samen met Rémi hebben we alle albums beluisterd en een soort selectie gemaakt van de nummers die we geweldig vonden, maar dat waren er misschien wel veertig! Dus daarna hebben we het wat uitgedund, en het klopt dat we echt een zwak hadden voor ‘End of Vienna’ van het album ‘Fancy Chamber Music’ – een album dat ze samen met klassieke muzikanten heeft gemaakt, met een strijktrio en ook een vibrafoon… We dachten dat als we een blazersorkest zouden samenstellen met een ritmesectie die een beetje leek op wat zij deed, we misschien een beetje zouden verbleken; we moesten oppassen dat het niet als een eerbetoon zou klinken. We vonden het leuk dat we onze eigen sound hadden, en dat het toevoegen van een strijkkwartet ook andere beperkingen met zich meebracht bij het componeren, andere uitdagingen op het podium, en daardoor kregen we een beetje onze eigen orkestklank die zich enigszins onderscheidt van haar sound, ook al zijn er tal van elementen die verwijzen naar haar grote orkest: er is het koperkwintet en de blazerslijn voor de houtblazers; we blijven binnen dat geluid, maar tegelijkertijd voegen de strijkers iets anders toe en ik vond dat het ons in staat stelde een verbinding te leggen met een andere klankkleur.

ONJ © © Julien Mignot
Veel instrumenten hebben namelijk een klankkleur die nogal afwijkt van die van het klassieke instrument: ik denk bijvoorbeeld aan de trompet of de trombone, en dan is er ook nog de muzikale zaag…
Rémi bespeelt de zaag. Hij is ermee vertrouwd, want hij maakt ook veel muziek voor circus- en koorddansvoorstellingen; het klinkt goed voor dat soort dingen, en bovendien vond ik dat hij de humor goed had opgepikt: vanaf het begin stelde hij voor om een intro van een nummer op de ocarina te spelen – we zouden dan allemaal ocarina’s hebben – en dat vond ik echt superleuk.
Het gaat om een dubbelalbum dat live is opgenomen: was dat een bewuste keuze?
In eerste instantie was er de wens dat het al meteen heel levendig zou klinken wanneer we het zouden spelen; het is muziek die aan intensiteit wint als ze voor publiek wordt gespeeld. Ik zie het concert graag als een ervaring en niet als muziek die veel productie vereist. Het is muziek die ook van het moment is… Ik heb ook aan iedereen in het orkest die dat kon gevraagd om staand te spelen, want in het orkest van Carla speelden ze eigenlijk allemaal de hele tijd staand en ik dacht dat het onmogelijk was om deze muziek te spelen terwijl we allemaal zittend achter onze muziekstandaards zaten: ik was bang dat het een beetje op een museum zou lijken, het Musée Grévin.
Er zijn passages die uit de compositie springen; ik denk bijvoorbeeld aan de onuitspreekbare titel „Utviklingssgang”…
Precies! Er zijn dus nummers die we helemaal volgens de originele partituur hebben gespeeld; bij ‘End of Vienna’ hebben we bijvoorbeeld niets veranderd: het nummer staat zo goed op zichzelf dat we het vooral niet wilden verpesten door het opnieuw te arrangeren.
Aan de andere kant zijn er nummers waar Rémi echt aan de orkestratie heeft gewerkt, zoals bij ‘Wrong Key Donkey’, waar we heel dicht bij de originele versie blijven, maar er toch een beetje herorkestratie in zit, en dan zijn er weer nummers die we echt opnieuw hebben geïnterpreteerd: bij ‘Utviklingssgang’ is er de hele inleiding die we „Préludvi“ hebben genoemd, een compositie van Rémi die is bedacht als een ouverture. Verderop in het nummer herken je inderdaad de melodie, maar hij heeft er dingen aan toegevoegd; het is een manier van arrangeren waarbij je trouw blijft aan het origineel, maar er toch je eigen stempel op drukt.
In de hele slotreeks van het ‘Major’-blok, vertelde Rémi me dat hij graag die reeks wilde spelen die ze vaak tijdens concerten speelde, maar hij vond dat zijn compositie ‘Hypothèse’ heel goed aan het begin zou passen, omdat die goed zou aansluiten bij ‘Religious Experience’. Je merkt dat Rémi veel naar Carla Bley heeft geluisterd en ik vond het leuk dat hij er ook dingen aan toevoegde die typisch voor hem zijn, dus er zijn inderdaad dingen die je herkent, maar dan met een iets eigenzinnige invalshoek
Remi Sciuto © Julien Mignot
Rémi is iemand die jullie vast al lang kenden, aangezien jullie hem zo’n prominente rol in het project hebben gegeven...
Ah ja, hij is al heel lang een vriend en bovendien iemand die zelfs als instrumentalist indruk op me maakt; hij is een multi-instrumentalist. Ik weet dat hij zichzelf niet graag op de voorgrond plaatst; hij is nogal bescheiden. Ik had ook bekendere arrangeurs kunnen inschakelen, maar ik wilde echt graag dat hij het zou doen; hij was degene die me met Carla heeft laten kennismaken en hij heeft keihard aan dit project gewerkt. Als je teams samenstelt voor een project, is het niet genoeg om alleen maar bekende artiesten te kiezen omdat ze bekend zijn: voor mij gaat het er echt om dat het ook gewoon om delen en vriendschap draait, dat het genereus is. Ik ben er diep van overtuigd dat het orkest heel hecht is, heel blij om elkaar elke keer weer te zien, en ik denk dat het ook een succes is omdat we daardoor de muziek op een oprechte en eerlijke manier kunnen overbrengen.
Tekst © Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling : Jos Demol) - foto’s © Julien Mignot / Daniel Vass - ECM Records
Een samenwerking met JazzMania

In case you LIKE us, please click here:




Luchthavenvervoer zonder stress
Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Louise Stubbe
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst