Sullivan Fortner: zoals hij is...






© Youri Lenquette




Met “Leave That In There” brengt Sullivan Fortner zijn meest persoonlijke album uit en bevestigt hij zijn status als een van de meest getalenteerde pianisten en componisten van zijn generatie.


Kun je zeggen dat New Orleans centraal staat in je project?

Ik heb daar eigenlijk nog nooit zo over nagedacht. Het album, de muziek zelf, gaat niet echt alleen maar over New Orleans en zijn muziek. Er zitten veel verwijzingen in, maar het is een beetje als een persoonlijk dagboek: het gaat over hoe ik ben opgegroeid, mijn leven, de scholen waar ik naartoe ben gegaan, de leraren die ik heb gehad, en alle muzikale invloeden die ik tot nu toe heb gehad.

Kan je de titel van het project „Leave That In There“ toelichten?

Het is een beetje zoals een van die zinnen die ik als kind vaak hoorde: ‚Blijf daar vanaf!’, dat soort zinnen. Ik denk dat het voortkomt uit een gesprek met mijn vriendin over jazz en over wat een goede jazzplaat maakt, en wat geen goede jazzplaat maakt. En we realiseerden ons dat we het beu waren om jazzplaten te maken op de manier die we op school hadden geleerd: je moet bijvoorbeeld in elk nummer op een jazzplaat een solo spelen… Het moet lijken op alle andere jazzplaten die ervoor zijn uitgekomen, wil het een jazzplaat zijn. En dan denk ik bij mezelf: als ik eerlijk nadenk over wie ik ben als muzikant, dan ben ik niet echt alleen maar een jazzmuzikant. Eigenlijk is mijn hele leven beïnvloed door andere muziekgenres die niet alleen maar jazz waren. En ik probeerde mezelf in dat jazzhokje te persen, terwijl mijn invloeden juist uit gospel, hiphop, R&B, klassieke muziek, soul en al die verschillende genres kwamen. En ik dacht bij mezelf: waarom zou ik geen album maken waarin ik al die invloeden samenbreng en zeg: oké, dit is echt wie je bent. En ik dacht: ‘Leave That In There’: laat me mijn invloeden, al mijn emoties erin verwerken. Het goede, het slechte, het lelijke, het mooie, alles, stop het erin en laten we zien wat er gebeurt.

Daarom wijkt de opzet van het album sterk af van die van een jazzalbum. Alle nummers zijn erg kort, als korte herinneringen? Is dat wat jullie met deze muziek proberen te bereiken?

Hm, dat heb ik niet geprobeerd; ik had eerlijk gezegd niet eens nagedacht over de lengte van de nummers. Want ik denk dat er op muzikaal vlak een rode draad door het hele album loopt. Dus in plaats van te denken dat het dertien korte stukjes zijn, zie ik het als één lang muziekstuk met 13 verschillende delen. Zo heb ik me het album voorgesteld.

Je hebt er een grote verscheidenheid aan geluiden in verwerkt: akoestische klanken zoals piano, orgel en Fender Rhodes, elektronische klanken... Dit is muziek van nu, geen muziek van vroeger. Was dat het doel van het album?

Ons doel was simpelweg om eerlijk te zijn over wie we waren en waar we op dat moment stonden toen we de opnames maakten. Kayvon Gordon was bezig met ‘battle drums’, dus ik zei tegen hem dat hij die op het album moest zetten. Tyrone Allen II experimenteerde thuis veel met elektronica en synthesizers. Ik dacht: laten we dat allemaal samenvoegen. Het was dus een eerlijke weergave van wie we waren, de geluiden waarmee we bezig waren. Bovendien was het een nieuw trio dat een jaar of twee geleden was ontstaan. We hebben gewoon opgenomen om te zien wat er zou gebeuren. Het was dus allemaal heel spontaan en we hebben gebruikgemaakt van het materiaal dat in de studio aanwezig was. We hebben de studio gebruikt als onderdeel van de orkestratie, in plaats van als een correctiemiddel, wat vaak gebeurt bij jazzopnames.

Wat waren de invloeden van het trio?

We werden allemaal beïnvloed door mensen als Sun Ra, mensen die synthesizers en keyboards gebruiken, Herbie Hancock, Robert Glasper, Chick Corea, al die mensen die synthesizers en andere percussie-instrumenten gebruiken, en Randy Brecker ook – mensen die deze klanken inzetten als orkestratie, niet alleen als effecten. Dat was wat we voor ogen hadden.

Je hebt het over het geluid; dat is heel bijzonder in jullie muziek, vooral de percussie in het eerste nummer. Heeft Kayvon zijn drumstel aangepast?

Ik denk niet dat hij een speciaal drumstel heeft gekocht, om eerlijk te zijn. Ik denk dat hij gewoon een ‘studiodrumstel’ heeft gebruikt. Maar dat is ‘ontstemd’ en er zijn in de studio effecten aan toegevoegd. Daardoor lijkt het alsof het een ander drumstel is, maar het was eigenlijk gewoon een drumstel.


© Youri Lenquette


In „Hymn for Linda” gebruik je, geloof ik, een mannenkoor. Is dat een verwijzing naar je jeugd, naar de kerk?

Dat mannenkoor, zoals je het noemt, bestond eigenlijk alleen uit mijzelf: al mijn stemmen lagen de ene boven de andere… behalve één noot die iets te laag was, omdat ik die niet kon laten klinken. Dus heb ik mijn vriend Jack DeBoe, de coproducent van het album, gevraagd om me te helpen die lage noot te zingen. Maar alle andere stemmen zing ik zelf. En het is een verwijzing naar de mensen uit mijn jeugd, naar mijn familie die zingt. Het is ook een verwijzing naar de albums waar ik naar heb leren luisteren. Mensen als Take Six, wie nog meer? The Clark Sisters, de gospelkwartetten, ook The Spinners, Earth, Wind & Fire, Stevie Wonder.

Je gebruikt tijdens de opnames ook veel verschillende toetsinstrumenten: Fender Rhodes, akoestische piano, Hammondorgel... Hoe gaat dat op het podium? Hoe krijg je dat allemaal voor elkaar op het podium?

Ik denk dat het zo zal gaan: we zullen het moeten doen met de instrumenten die op het podium beschikbaar zijn. Sommige zalen zullen geen orgel hebben, maar misschien wel een Fender Rhodes… Maar we hebben deze nummers de afgelopen jaren als een volledig akoestisch trio gespeeld. Dat is bijna hetzelfde. We kunnen dit repertoire met een pianotrio spelen, net zoals we het met een elektronische set kunnen spelen. Het gaat niet om de instrumenten, maar om het materiaal.

Wat betekent de titel „T295“?

T staat voor Tyrone, onze contrabassist. En 295 verwijst naar de snelweg die door de regio Washington DC loopt, waar Tyrone vandaan komt. Hij speelt een prachtige solo.

Er zijn ook twee verschillende versies van hetzelfde nummer, “A Poignant Time”...

Ik wilde voor het album een soort afsluiting van het boek creëren, met een andere versie, misschien iets sneller. De andere versie heeft een organische dub, met een organische solo. En dit nummer is een beetje bijzonder, omdat het een soort thema was voor dit trio. Ik heb dit nummer speciaal voor deze jongens geschreven. En we hebben het gespeeld tijdens alle concerten die we hebben gegeven sinds ik het heb geschreven.

Interview © Jean-Pierre Goffin, 2026 (vrije vertaling : Jos Demol) - foto’s © Youri Lenquette
In samenwerking met JazzMania


Sullivan Fortner Trio
Leave That in There
Artwork Records

CONCERT:
Grand Manège in Namen op donderdag 29 oktober 2026 om 20.00 uur.


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications



Luchthavenvervoer zonder stress


Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Louise Stubbe

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst