Stéphane Mercier: het avontuur gaat verder!






Jazz Station Big Band © Lola Coryn




Een groot orkest in stand houden is bijna een huzarenstukje, maar de Jazz Station Big Band slaagt daar al vele jaren in. “Urban Waters” is hun nieuwe album. Stéphane Mercier, de gepassioneerde artistiek directeur van het project, vertelt ons erover met het enthousiasme dat hem kenmerkt.


Vertel ons eerst eens hoe de Jazz Station Big Band is ontstaan...

Vlak na de oprichting van Jazz Station, twintig jaar geleden, vroeg Michel Paré of het mogelijk was om een bigband van de club op te richten en daar regelmatig op te treden, zoals dat ook gebeurt in New York, in de Village Vanguard, of in andere clubs waar geregeld concerten worden gegeven.

Zo is het ontstaan. Michel verzamelde 14 muzikanten om zich heen, naar het voorbeeld van de band van Dave Holland, die één instrument minder per sectie had, waardoor de bigband lichter was en er naast de piano ook een gitaar aan toegevoegd kon worden.  

Na 10 jaar trouwe dienst besloot Michel iets anders te gaan doen. Ik was van plan om ooit een bigband onder mijn eigen naam op te richten, en nu bestaat die! Ik speel er al tien jaar in, dus ik kan net zo goed de artistieke leiding op me nemen.

En is Jazz Station nog steeds jullie repetitieruimte?

Ja, we beschouwen het als een maandelijkse residentie: het stelt ons niet alleen in staat om te experimenteren met onze composities en arrangementen en om dingen uit te proberen, maar ook om ons te lanceren, voor sommigen onder ons: we moedigen de leden van de groep aan om te proberen om voor Big Band te schrijven, steeds meer leden van de groep beginnen ermee, en zo ontdekken ze onvermoede talenten.

Anderzijds hebben we externe gasten die met ons komen spelen, zoals Ivan Paduart, Kenny Werner, Grégoire Maret, Bruno Castellucci, Phil Abraham... Ik vergeet er nog een paar... Peter Hertmans komt binnenkort, we hebben net een album opgenomen voor David Linx, dat in 2027 op het label Igloo zal verschijnen.

   
© Jeanschoubs


Met 14 muzikanten moet iedereen een opmerkelijke mate van beschikbaarheid hebben…

Ja, er is een betrokkenheid, een investering: we vragen ons af waarom we het doen, en dan is het antwoord vaak hetzelfde: we doen het voor de muziek, omdat we jazzmuzikanten zijn, en dat is onze passie.

Wat ook uitzonderlijk is, is dat vrijwel alle nummers op de laatste plaat, en zelfs op de vorige platen, composities zijn van de muzikanten van het orkest. Je begint toch met “Witch Hunt” van Wayne Shorter, is dat een soort eerbetoon?

De keuze voor het openingsnummer van het album is vooral omdat er in dit arrangement zoveel diversiteit zit dankzij het genie van Drew Zaremba, een oud-leerling van mij van meer dan 15 jaar geleden, een Amerikaan die inmiddels is teruggekeerd naar de Verenigde Staten. Hij is een geweldige arrangeur en erg succesvol in de VS. Toen hij dit arrangement voor ons schreef, was dit speciaal voor ons, voor een bezetting van 14 muzikanten, dus het is echt op maat gemaakt, maar het arrangement is zo rijk en heeft zoveel verschillende sferen dat het precies weergeeft wat onze bigband te bieden heeft, en daarom openen we hiermee het album.

En gezien het overlijden van Wayne Shorter een paar jaar geleden, een muzikant die veel indruk op ons heeft gemaakt, draagt het arrangement tegelijkertijd zijn compositie, maar dan met een volledig origineel arrangement.

De andere nummers zijn daarentegen composities van de bandleden of van muzikanten die ooit deel uitmaakten van de band. Er is een prachtige compositie van Eve Beuvens, “Father's Day”…

Eve Beuvens is een incidentele maar regelmatige invaller, we doen vaak een beroep op haar. Samen met de groep werkt ze ook aan een toekomstig albumproject. Ze levert dus beetje bij beetje composities aan, en dat maakt misschien, neen zeker, deel uit van dit project met haar.

Wat we ook doen, één keer per jaar, zijn residenties buiten, dat wil zeggen dat we ons twee of drie dagen afzonderen met een deadline en onze composities meenemen, en dan repeteren we intensief gedurende twee of drie dagen achter elkaar. We hebben nu een creatief contract, waardoor we intensieve residenties kunnen doen. En dat stelt mensen als Nathan Surquin, Daniel Stokart of Boris Schmidt ook in staat om voor Big Band te gaan schrijven, ze durven zich eraan te wagen. We willen deze stimulans voor componisten-arrangeurs in België dus voortzetten: er waren Michel Herr en Arnould Massart hier in de regio Wallonië-Brussel, maar hoe zit het met het heden en de toekomst? We moeten het vuur echt brandend houden, en dat betekent dat we hier in België een niche hebben van absoluut geweldige jonge mensen, die steeds meer tot bloei komt, en we willen ook dat dit wordt vastgelegd, dat het op plaat wordt gezet.

   
© Jeanschoubs


En daarvoor is er een label…

Step by Records, zo zijn we er zeker van dat onze producties uitkomen, dat er dingen gebeuren. We laten zien dat de cultuur leeft, we produceren, we zijn er, en niemand zal ons ervan weerhouden muziek te maken. Ik vind het ook opvallend dat Brussel en Wallonië-Brussel een magneet worden voor veel muzikanten die van elders komen.

Er zijn inderdaad heel wat buitenlandse muzikanten die zich in Brussel vestigen…

Ja, er heerst een inclusieve mentaliteit in België. Ten eerste liggen we centraal zeer gunstig, maar we hebben ook een geschiedenis van culturele vermenging, dus om een Belg te definiëren, is er al een grote diversiteit, en dat is het echt: we zijn open van geest, we verwelkomen buitenlanders, en daarom strijden we ook in de wereld van de cultuur.

Ik wil het ook hebben over twee van je composities, namelijk “Joe's Serenity” en “Danny Whizz-Bang”. In het eerste nummer verwijs je naar een bepaalde muzikant…

Ja, dat is Joe Henderson, hij heeft een nummer geschreven dat ‘Serenity’ heet. Ik heb dezelfde toonsoort en dezelfde akkoorden gebruikt, maar dan langzamer, en daar heb ik een afbakening in aangebracht.

En ‘Danny Whizz-Bang’ is een personage uit de serie ‘Peaky Blinders’: het is een compositie die me doet glimlachen, in die zin dat het een beetje filmisch is, er zit een soort vreugde en schoolse vechtlust in die je ook terugvindt in ‘Peaky Blinders’, het is erg beeldend, ik heb dat als titel genomen.


© Lola Coryn


De diversiteit in de composities komt voort uit de verschillende gevoeligheden van de componisten...

Wat ik zo geweldig vind aan een bigband, is dat je elkaar leert kennen en dat nieuwe leden zich meestal goed integreren. We hebben nog nooit iemand weggestuurd! Als er iemand vertrekt, komen de vervangers met wie we de meeste affiniteit hebben in de groep, dat gaat heel gemakkelijk. Het is dat soort respect voor elkaar, het respect voor het verschil, dat een van de grote bijzonderheden van jazz is: in tegenstelling tot klassieke muziek proberen we niet te klinken als de grote meesters, we proberen onze eigen stem te vinden, we respecteren en bewonderen onze buurman aan de muziekstandaard, maar we bewonderen hem ook om zijn verschillen, en dat komt ongetwijfeld tot uiting in de composities, en natuurlijk als we een album maken met originele composities, wordt dat een lappendeken, en dat is echt wat we hebben.

De volgorde van de nummers is uiterst belangrijk, want om de lappendeken te laten slagen, moeten ze op een manier worden geplaatst die esthetisch aangenaam is voor het oor. We hebben er twee, drie, vier pogingen voor nodig voordat we dat bereiken, dat is de playlist, die moet slagen.

Ik heb een soort co-artistiek directeur, François Decamps, die er vanaf het begin bij is, en een geweldige arrangeur en muzikant is, en die nu het album mixt. Hij is mijn rechterhand als het gaat om het nemen van beslissingen en het vragen van advies en een second opinion, want als je het aan 14 mensen vraagt, raak je de weg kwijt.

Tekst © Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling : Jos Demol)  -  foto’s © Jeanschoubs / Lola Coryn 
Een samenwerking met JazzMania


BANDCAMP

Lees HIER de recensie


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications





Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst