Stéphane Galland : zonder grenzen...





© Aurélie Elich



Release van “Kanda” met Louise van den Heuvel en Lúcia Pires, “Rhythm Hunters Extended” en een primeur. Maar waar houdt Stéphane Galland op?


De laatste tijd komen er steeds meer projecten bij: Stéphane Galland heeft duidelijk geen gebrek aan ideeën?

Het is waar dat dit een probleem kan zijn, want er zijn zoveel dingen die ik graag doe en wil doen, en ook daadwerkelijk doe, dat ik soms denk: als ik minder ideeën of minder mogelijkheden had, zou het misschien makkelijker zijn, maar ik heb er geen spijt van, want de projecten zijn super motiverend en super spannend.

Dus zodra er een project ontstaat en bijvoorbeeld via een cd in omloop komt, wil je dat ook echt realiseren…

Ja, want het zijn projecten die op vrij lange termijn worden uitgevoerd. Ik geloof dat ik nog nooit projecten op mijn naam heb gehad die heel snel zijn gerealiseerd. Het zijn altijd ritmische of andere aspecten die behoorlijk wat rijping nodig hebben, iets vloeiend, iets natuurlijks, en dus, aangezien ik stemmen verken die niet altijd voor de hand liggen, kost dat natuurlijk tijd. Ook het aspect van overdracht is voor mij erg belangrijk; daarom werk ik graag met jonge muzikanten die hier ook van kunnen profiteren in hun opleiding. Het zoeken naar mensen die al volledig ontwikkeld zijn, zou misschien minder tijd kosten, maar het zou misschien ook minder bevredigend zijn.

      
© Jeanschoubs


Louise van den Heuvel kennen we al van de Rhythm Hunters, maar Lúcia Pires nog niet. Hoe hebben jullie elkaar ontmoet en wat trok je aan in haar muziek?

Het is eigenlijk een beetje zoals Louise van den Heuvel, of zoals alle Rhythm Hunters of zoals The Mystery of Kem daarvoor, het zijn allemaal jonge conservatoriumstudenten die ik ontmoet in het kader van mijn lessen en die een bijzondere interesse hebben voor de ritmische benadering; voor mij zijn het vooral mensen die gevoelig zijn voor ritme en daar talent voor hebben, die persoonlijkheid hebben. Lúcia Pires zat in mijn ritmecursus en ze was bijzonder ijverig en geïnteresseerd. Ik voelde dat ze een bijzondere persoonlijkheid was met een bijzonder talent had.

Hoe presenteer je hen de muziek die je hebt voorbereid?

Het begon een beetje zoals bij andere groepen waar ik composities of fragmenten van composities met ritmische elementen meebracht die echt moesten worden uitgewerkt en geïntegreerd. Toen het project concreet werd, wilde ik eens kijken wat er zou gebeuren als we met z'n drieën zouden componeren, als iedereen zijn eigen ideeën zou inbrengen, en zo hebben we het grootste deel van het repertoire opgebouwd. Vanaf het begin stond vast dat er een rolverdeling zou zijn binnen de groep.


© Robert Hansenne


Dat valt inderdaad op in het album: jij speelt drums, het ritmische instrument, maar in sommige nummers wordt die rol overgenomen door de fluit of de bas...

Het kwam heel natuurlijk tijdens het spelen van de nummers, deze vrij veelzijdige manier om de instrumenten in de muziek te integreren, het was helemaal niet vooraf bedacht. Maar Lúcia is erg geïnteresseerd in ritme, ze speelt bijvoorbeeld graag percussie en met de Ewi, het elektronische instrument, speelt ze ook graag baslijnen, dus ze heeft die ritmische kant: eigenlijk zou ze graag drummen, dus het kwam een beetje vanzelf.

Ik had geen beperkingen of grenzen, ik vroeg me af wat er gebeurt als je met z'n drieën improviseert, als je met z'n drieën ideeën zoekt... En er zijn dingen ontstaan zonder dat dat de bedoeling was. Er is een moment waarop het kwartje vrij snel valt voor de opname, we hebben niet enorm veel takes gedaan.

Ik zie albums graag als een album en niet als een opgenomen concert: er zijn dus nummers waar ik er voor gekozen heb om ze deel per deel op te nemen, zodat we ons op dat deel konden concentreren en als we daar tevreden over waren, gingen we verder met het volgende deel, en daarna hebben we alles gemonteerd. Ik vind het vaak frustrerend in de jazz dat je albums moet maken voordat je op tournee gaat, omdat het zo gebaseerd is op improvisatie en op elkaars reacties, dat je vaak een album maakt en dan 10, 15, 20 concerten geeft en de muziek ongelooflijk wordt. Dan vinden we dat het jammer is dat het niet zo op het album staat. Maar als we echt vanuit de studio denken in termen van een album, kunnen we dingen verfijnen die we live nooit zouden kunnen doen, en dus is er een kwaliteit die eigen is aan de studio.

Werkt Aka Moon ook in deze geest?

Niet echt, want telkens als we een nieuw project hadden, namen we dat eerst op en daarna gingen we toeren. Er is één uitzondering, namelijk “In Real Time”, dat we opnamen terwijl we al veel hadden getoerd, in het kader van een dansvoorstelling met Anne-Theresa De Keersmaeker. Ik heb altijd erg van dit album gehouden, juist omdat we er echt klaar voor waren toen we het opnamen.


© Jeanschoubs


In het boekje bij het album heb je elk nummer zowel op muzikaal als op spiritueel vlak uitgelegd, met veel filosofische verwijzingen. Vind je dat nodig?

Neen, maar ik weet dat het voor veel mensen soms helpt om muziek te begrijpen die te abstract lijkt of te ver afstaat van wat ze gewend zijn te beluisteren.  Soms geven een paar woorden uitleg hen toegang tot die muziek, en dat is een beetje wat ik doe.

Daarnaast is er het feit dat mensen luisteren op platforms waar niets te lezen valt en waar geen uitleg wordt gegeven. Ik weet dat ik een beetje heimwee heb naar de cd of de vinylplaat van vroeger, toen je in je woonkamer ging zitten, het object oplegde, op “play” drukte en tijdens het luisteren ook de teksten kon lezen. Ook voor mensen die meer geïnteresseerd zijn in het technische aspect, kunnen er aanwijzingen zijn. Ik vond bijvoorbeeld dat “Neurones Miroirs” een tekst verdiende.

De muziek, met name op “Neurones Miroirs”, heeft een vrij snel ritme, maar klinkt toch heel natuurlijk…

Er zijn veel ritmische uitdagingen, sommige nummers zijn in het begin erg complex, vooral “Neurones Miroirs”, vooral voor Louise en Lúcia, omdat ik het heb gecomponeerd en dus tijdens het componeren de tijd had om al heel wat dingen te integreren: de drums zijn nogal vrij, ze volgen eigenlijk ofwel de bas, ofwel de melodie, of een beetje beide, maar het was een grote uitdaging. Sommige nummers vergden toch veel werk om ze vloeiend te laten verlopen. Maar wat betreft het afwisselen van akoestische en elektronische passages, dat ging vrij natuurlijk.

Het feit dat dit zo natuurlijk verloopt, kan ervoor zorgen dat de nummers tijdens concerten langer worden en andere richtingen inslaan…

Ja, natuurlijk, want er is veel ruimte voor improvisatie. Maar de arrangementen en de opbouw van de nummers liggen toch vrij vast. Dus als er een deel ‘a’ is dat echt akoestisch is en een deel ‘b’ dat echt elektronisch is, kan het zijn dat de ontwikkelingen elke keer totaal anders zijn: er is een vrij strikt en rigoureus schema dat we respecteren, maar daarbinnen is alles toegestaan.


© Jeanschoubs


In feite voldoet het volledig aan de basisprincipes van jazz…

Absoluut, en dat is altijd wat ik zoek. Vaak blokkeert het bij meer hedendaagse of complexere composities heel wat dingen, waardoor het uiteindelijk erg geschreven muziek wordt en er niet veel ruimte meer is voor improvisatie. We hebben veel samengewerkt en blijven dat doen, zodat op een gegeven moment alles echt geïntegreerd is, zodat het vanzelfsprekend wordt, bijna als een standaard: neem bijvoorbeeld “Giant Steps”. De eerste keer dat een muzikant dit thema leert en erop moet improviseren, is dat een hele klus en klinkt het helemaal niet goed, omdat het erg complex is.

Hoe ziet 2026 eruit voor Stéphane Galland?

Er staan geweldige dingen op het programma. Eerst is er de Jazz Lab-tournee met Kanda in januari en februari, een vijftiental concerten.

Dan is er ook nog 'Rhythm Hunters Extended', een nieuwe versie met tien leden: we gaan onder meer spelen in de Handelsbeurs in Gent, in Bergen en in Charleroi in het Paleis voor Schone Kunsten, met ook masterclasses.

Er zullen ook ‘double bills’ zijn, waarbij we eerst met Kanda spelen en daarna met de ‘Rhythm Hunters Extended’. We gaan ook naar Turkije, de Canarische Eilanden en Zwitserland met de 'Rhythm Hunters'.

Vanaf maart gaan we op tournee met een gloednieuw project, The Gallands and Selah Sue: een project waar ik erg trots op ben, omdat het weer een samenwerking is tussen drie mensen die zich volledig hebben ingezet en elk hun eigen, verschillende universum inbrengen: het was echt een uitdaging om deze drie werelden goed te combineren. De mastering is nu klaar, je bent de eerste die het hoort. Ik ben echt heel erg trots op dit album, dat uitkomt voor het eerste concert in Leuven, en daarna hebben we een tournee gepland met heel wat data tot half oktober. Het is altijd een probleem om te weten hoe je dat allemaal moet regelen, maar goed, dat is een luxeprobleem. 
Kortom, wie Stéphane Galland in 2026 niet ziet, doet dat met opzet!

Tekst © Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling : Jos Demol)  -  foto’s © Aurélie Elich / Jeanschoubs / Robert Hansenne
In samenwerking met JazzMania



CHALLENGE

Lees HIER de recensie van Georges Tonla Briquet


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications





Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst