Steve Swallow: wanneer de zwaluw in de winter zingt…






© W. Patrck Hinely - ECM Records




Als je Steve Swallow ontmoet, vertel je de geschiedenis van de elektrische bas. Zijn nieuwe album „Winter Songs“, uitgegeven door ECM, is een klein juweeltje van verfijning en verbondenheid.


“Winter Songs” is jullie eerste eigen album sinds “Loneliness Road”, tien jaar geleden. Waarom heb je zo lang gewacht met een nieuw album?

Ik denk dat er meerdere antwoorden zijn. Een reden is dat ik erg traag ben, voorzichtig, bewust voorzichtig. Een ander antwoord is dat ik een paar jaar geleden ben gestopt met muziek maken en dat ik er in 2023 weer mee ben begonnen. Ik denk dat er een gevoel van urgentie leefde toen ik weer met muziek begon, en een verlangen om sneller te werken dan ik gewoonlijk doe. Daarom is ‘Winter Songs’ heel snel tot stand gekomen. Normaal gesproken kost het me meerdere jaren om materiaal te verzamelen en te schrijven, maar in dit geval is het in een paar maanden geschreven, misschien vijf of zes maanden.

Wat was het uitgangspunt van dit nieuwe project?

Mijn behoefte om weer met muziek aan de slag te gaan werd versneld door het overlijden van mijn partner van vele jaren, Carla Bley. Ik heb nog nooit zo’n grote behoefte aan muziek gehad als nu. Het raakt me dat muziek zo’n enorme kracht is en dat ze in een behoefte kan voorzien wanneer die er is.

Je kent de muzikanten met wie je hebt opgenomen heel goed. Is het belangrijk om een familie uit te nodigen?

Ja, dat klopt. En het zijn goede vrienden van me. Maar vreemd genoeg hebben ze zichzelf uitgenodigd. Toen ik aan het album werkte, begon ik hun stemmen te horen; ik begon melodieën te horen die niet alleen voor de tenorsaxofoon bedoeld waren, maar specifiek voor Chris Cheek. Hij kwam erbij en voegde zich in het proces in. En geleidelijk aan deden alle anderen dat ook. Dus al vrij snel, tijdens het schrijven van de muziek, was ik het aan het schrijven voor juist deze muzikanten.


© ECM Records


En hoe verliep het compositieproces? Ik kan me niet voorstellen dat je met je bas componeert, maar ik zie een piano vlak achter je staan. Is dat het antwoord?

Dat is het antwoord, ja. Ik componeer niet op de bas. En dat heb ik ook nooit gedaan. Maar mijn werkwijze is om mijn tijd te verdelen tussen de piano en de schrijftafel. Als ik achter de piano zit, speel ik niet vaak. Ik zit daar gewoon en kijk. En eigenlijk heb ik gemerkt dat als ik gewoon speel, op een wat afwezige manier, me dat helemaal niets oplevert. Het enige wat ik dan doe, is dingen spelen die ik al ken. Voor mij is dat heel belangrijk. Het componeren zelf moet juist een ontdekkingsreis zijn naar dingen die ik nog niet ken.

En dan de release, midden in de zomer, van een album met de titel „Winter Songs“…

(lacht) Daar zou je Manfred Eicher eens naar moeten vragen, want de uitgavestructuur was echt zijn zaak. En ik moet zeggen dat hij het, zoals ik hem ken, misschien wel als een grapje zou hebben gezien. Dat zou me helemaal niet verbazen. En ik vind het grappig. Ik vind het leuk.

Waarom ‘winterliedjes’? Welnu, omdat ik die nummers vrijwel uitsluitend in de winter heb geschreven. Ik ben half oktober 2023 begonnen en in april 2024 was alles klaar. Het verbaasde mij toen ik me realiseerde dat ik het project zo snel had afgerond. Zoals ik al eerder zei, kostte het me voorheen veel meer tijd om muziek te schrijven.

Deze muziek kwam tot stand onder wat voor mij een beetje een druk was. Het was alles wat ik kon doen om mijn potlood snel genoeg te laten bewegen zodat alles snel kon worden afgerond. En zodra de eerste tekenen van de winter zich aandienden, begon ik muzikanten te bellen om hen te laten weten dat ik aan hen had gedacht en dat ik hun steun nodig had. En zo ging het verder. Maar de nummers waren voor mij het verhaal van die winter.

Je hebt geen titels aan de liedjes gegeven, maar wel nummers. Was dat jouw idee?

Neen, dat was aanvankelijk niet mijn idee. Ik heb er een tijdje naar gezocht en mee geworsteld. Ik heb er altijd van gehouden om mijn nummers een titel te geven. Voor mij zijn titels op zichzelf kleine liedjes, heel kleine liedjes. En ik geniet enorm van dat proces. Maar ik heb wekenlang geprobeerd om deze negen nummers titels te geven. En dat lukte me helemaal niet. Er was ook een verzoek van ECM, van Manfred, die me vroeg of ze titels konden krijgen. Ik begon een beetje druk te voelen en maakte me wat zorgen over het resultaat. Het was geen beslissing die ik meteen nam. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik er geen titels aan kon geven.

Ik moet zeggen dat ik de aandacht wilde vestigen op het feit dat deze nummers met elkaar verbonden waren. Ik denk dat een van de dingen die ik zo waardeer aan het schrijven van deze nummers in een korte periode, is dat ze sterk met elkaar verweven zijn. Tijdens het schrijfproces heb ik dit aspect van de muziek benut in plaats van ertegenin te gaan. Meestal, als ik even pauzeer om een nummer te schrijven, ben ik vastbesloten om het in de stijl te maken van de nummers die ik eerder had geschreven. Het idee is dat elk nummer op zichzelf staat en uniek is. Maar in dit geval, toen ik merkte dat de melodie van het eerste nummer terug wilde komen in het vierde nummer, heb ik dat toegestaan en heb ik die terugkeer omarmd. Door ze alleen met een nummer te benoemen, wil ik de luisteraars uitnodigen om naar het geheel te luisteren. Ik realiseerde me dat ik te maken had met een probleem dat vandaag de dag erg belangrijk is, in een tijd waarin we muziek in steeds kleinere stukjes tot ons nemen en ervoor kiezen om slechts één nummer te beluisteren. Ik heb echt nodig dat de luisteraars 42 minuten op één plek, op één moment, doorbrengen om dit album te kunnen begrijpen.


© ECM Records


En hoe verliep de opname in de studio? Hebben jullie alles in één take opgenomen, of zijn er verschillende versies van elk nummer?

Ik geef toe dat het aanvankelijk mijn bedoeling was om de nummers precies in de volgorde op te nemen waarin ze waren geschreven. Maar na de opnames kreeg ik zin om de volgorde op een klein puntje aan te passen. Het is dus bijna volledig de volgorde waarin de nummers zijn geschreven, maar niet helemaal.

De opnamemethode was echter vrij eenvoudig. We hadden twee dagen in de studio, en elke dag speelden we alle nummers achter elkaar. Ik wilde dus dat de muzikanten een gevoel kregen voor het hele proces. De eerste nummers weerspiegelen de sfeer van de ochtend, en de volgende nummers die van de middag, naarmate de dag vordert. Daarna had ik een lange periode om de opnames te selecteren. Dat is altijd erg moeilijk, en het is emotioneel zwaar om sommige van je ‘kinderen’ af te wijzen en andere te behouden. Dat is niet natuurlijk.

Nummer 7 is het enige nummer op het album met een bassolo…

Ja, inderdaad.


Chris Cheek, Gil Goldstein, Adam Nussbaum, Steve Swallow, Mike Rodriguez, Steve Cardenas © Collection privée – ECM Records


Is het een kenmerk van je karakter om andere muzikanten in de schijnwerpers te zetten? Was dat je keuze, je persoonlijke keuze voor dit album?

Ik denk dat dat in zekere zin wel zo is. Maar ik denk dat het dieper ligt. Ik ben bassist, en ik denk dat toen ik op mijn dertiende of veertiende besloot om bassist te worden, die keuze een weerspiegeling was van een bepaald karakter. Bassisten staan achterin de band en voelen zich daar op hun gemak. En de rol van de bas in de muziek weerspiegelt dat. Mijn helden op dit instrument staan niet in de eerste plaats bekend als solisten. Percy Heath is mijn grote voorbeeld, en Percy was echt terughoudend als het op solo’s aankwam. En ook ik stond huiverig tegenover het spelen van een solo in welk nummer van het album dan ook, maar ik besefte dat het gek zou zijn om een heel album op te nemen zonder ook maar één solo te spelen. Dus heb ik een solo gespeeld in nummer 7. En ik ben blij dat ik dat gedaan heb.

Weet je nog wanneer en waarom je van de contrabas op de elektrische bas bent overgestapt?

Ja, ik herinner het me nog alsof het gisteren was. Het was een mijlpaal in mijn leven. Ik was 29 of 30 jaar oud toen ik de elektrische bas ontdekte. En het was echt een ontdekking. Ik pakte gewoon een bas en raakte hem aan. En er gebeurde iets elektrisch. Mijn vingers lieten me weten dat ze iets hadden gevonden waar ze intens van hielden. Ik had mijn weg naar Damascus gevonden. Ik wist dat er op dat moment een ingrijpende verandering had plaatsgevonden in de richting van mijn leven. Een onmiskenbare verandering. Ik vond het heerlijk om elektrische bas te spelen. Ik bevond me in een heel vreemde situatie, want de jazzgemeenschap had een hekel aan de elektrische bas, en ik ook… Ik wist dat er moeilijke momenten zouden komen. Maar ik had geen andere keuze dan door te gaan. Iets in de sfeer van het instrument sprak me aan. Het is een keuze die ik nooit in twijfel heb getrokken. Het was zo’n ontroerende en onmiskenbare keuze dat er niets anders op zat dan door te gaan.


©  Wolfgang Gonaus - ECM Records


Mijn laatste vraag: wat als je geen muzikant was geweest?

Ik weet zeker dat veel muzikanten hetzelfde zeggen als ik nu ga zeggen. Het is voor mij eigenlijk onmogelijk om me voor te stellen wat ik anders zou kunnen zijn. Ik ben zeker niet geschikt om iets anders te doen. Ik heb mijn hele leven aan muziek gewijd en ik ben van plan om op deze weg door te gaan. Ik heb op mijn negentiende gekozen om muzikant te worden. Ik zat op de universiteit en studeerde voor docent Latijnse literatuur. Ik zag mezelf al op mijn gemak aan jongeren lesgeven in een dode taal. Als ik daar nu aan terugdenk, kan ik me niet voorstellen dat ik dat echt dacht. Ik ben heel blij dat de stem van de muziek met de dag sterker wordt, totdat ze onmiskenbaar is. Ik ben gestopt met mijn studie en naar New York City gegaan om muzikant te worden. Ik ben zo dankbaar dat de muziek me daarheen heeft geleid. En tegenwoordig ben ik zo dankbaar dat de muziek me door mijn mooie jaren heen heeft gesteund.

Tekst © Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling : Jos Demol) - foto’s © ECM Records
Een samenwerking met JazzMania



ECM Records

Lees hier de recensie van Georges Tonla Briquet


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications



Luchthavenvervoer zonder stress


Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst