Riccardo Del Fra, herinneringen aan Chet…




 
Riccardo & Chet © Jacky Lepage




Riccardo Del Fra, die jarenlang de contrabassist van Chet Baker was en onlosmakelijk met hem verbonden is, vertelt ons vol emotie en enthousiasme over de boxset die bij „Frémeaux et associés“ is uitgekomen en die zijn twee tribute albums aan de trompettist – „A Sip of Your Touch“ en „My Chet My Song“ – bevat, evenals zijn zeer persoonlijke album „Moving People“.


Hoe kwam je op het idee om deze driedelige compilatie uit te brengen?

Ik zal niet verbergen dat dit niet mijn idee was. Patrick Frémeaux, de baas van het label Frémeaux & Associés, brengt zoals je weet cd’s uit, maar hij verzorgt ook de toespraken van de president van de Republiek, interviews met Michel Onfray of Edgar Morin, de biografie van Martial Solal, en brengt zeer oude jazzopnames uit.

Ik ken hem al heel lang, maar ik had hem nog nooit ontmoet. Ik had echter al wel zijn boeken en andere werken gelezen, want ik ben ook een fervent lezer. En hij belde me op en zei: "Ik ben Patrick Frémaux en ik heb net gesproken met Éric Debègue van Cristal Records, die je platen verzorgt, en ik dacht erover om een boxset samen te stellen met albums uit je carrière."

Meestal is het de muzikant die naar de producer toe stapt, maar hier was het net andersom. Ik zei natuurlijk dat ik dat heel leuk vond. Hij had het idee om een eerbetoon aan Chet Baker te maken, en ik antwoordde hem dat ik al een tribute aan Chet had opgenomen: laten we die bundelen en er nog een album aan toevoegen dat ik bij Cristal Records heb, ‘Moving People’. Ik toer nog steeds met deze groep, en bovendien is het thema helaas erg actueel, want we hebben het over immigratie, oorlog, hoop en empathie, en dus zei hij meteen ja. Ik stelde de titel ‘Songs for Chet, Songs for Now’ voor.

Chet, het blijft een must…

Natuurlijk heeft Chet een enorme indruk op me gemaakt, zoals je je wel kunt voorstellen. Ik had een job in Italië; ik was op mijn zeventiende bij het televisieorkest gaan spelen, dat waren mijn eerste optredens. Daarna ontmoette ik Chet; ik had nooit gedacht dat ik zou vertrekken en alles achter zou laten, maar ik ontmoette mijn eerste vrouw in Parijs, werd verliefd, begon heen en weer te reizen, en voilà. Het is in ieder geval een deel van mijn carrière en mijn leven dat in deze boxset wordt weergegeven.

“The Sip of Your Touch” verscheen enkele maanden na het overlijden van Chet Baker; het is bovenal een album vol emoties, waarop je voor duetten hebt gekozen…

Ja, ik zal niet verbergen dat Chet zeer veel voor me heeft betekend. Hij heeft met heel veel mensen gespeeld in Europa, in België, Nederland, Duitsland, Amerika, Italië… Maar als ik mijn notitieboekjes doorblader en ook de biografieën over Chet lees, zie ik dat ik overal bij ben geweest. Samen met Michel Graillier hadden we meer dan 200 concerten in clubs of op tournees geteld in één jaar! Dus Chet was toch wel de vonk, als je wilt.

Heb je tot aan zijn overlijden met hem gespeeld?

Ik had in februari van dat jaar, 1988, met hem gespeeld, en in mei stierf hij. Maar toen ik in februari met hem speelde, verkeerde hij al in een zekere nood, omdat Diane Vavra niet meer kon omgaan met alles wat hij doormaakte. Het was heel moeilijk. Ze was teruggegaan naar Californië. Soms raakte Chet ook een beetje de kluts kwijt, omdat hij moeilijke combinaties maakte… Ze kon het niet meer bijhouden. Ze had een pauze nodig.

Maar Chet was in zijn eentje verloren, niet altijd goed omringd. Ik heb hem een keer gezien, dat was in februari, toen hij een deur voor een raam aanzag. Nu ga ik niet praten over wat er in Amsterdam is gebeurd, want ik was er niet bij. Maar wat ik wel weet, is dat het geen dealer was die hem eruit duwde, en ook geen zelfmoord vanaf een tweede verdieping in Nederland: als iemand er een einde aan wil maken, gaat hij eerder naar de zesde of zevende verdieping. Of iemand die weet hoe hij bepaalde poeders moet gebruiken, doet het op een slimmere en minder pijnlijke manier. Dus nee, het is gewoon een stom ongeluk, denk ik.

     
© Robert Hansenne


Een moeilijke periode voor jou…

Ik heb me een tijdje heel slecht gevoeld. Maar ik vermande me: ik moest verder. En voor de plaat, aangezien we vaak zonder drums speelden, nodigde ik gewoon mensen uit die toch een band met Chet hadden, die echt gevoel hadden voor het spelen van zijn muziek, die ik ofwel zou arrangeren, ofwel bijna ongewijzigd zou spelen, als eerbetoon aan hem.

Dus heb ik Art Farmer gevraagd, met wie ik had gespeeld toen ik jong was in Italië en daarna in Frankrijk. Art Farmer had Chet vervangen in het kwartet van Gerry Mulligan. Ik belde Dave Liebman, ook al had hij niets met Chet te maken, we waren toch vaak bij zijn concerten, we luisterden naar zijn muziek, en hij kwam naar onze concerten. En zo heb ik hem leren kennen, en daarna zijn we goede vrienden geworden. En ik wilde ook dat er een poort naar een zekere moderniteit zou zijn. Rachel Gould had met Chet opgenomen, ik had met haar gespeeld, dus ik was blij haar erbij te betrekken. Michel Graillier natuurlijk! Enrico Pieranunzi, met hem had ik Chet voor het eerst ontmoet in Italië. Chet vroeg me om hem te volgen na die opname. Dus, heb ik dat allemaal bij elkaar gebracht, en ik dacht: we doen duo's, en we hebben het gedaan onder diverse omstandigheden... ik hoef het je waarschijnlijk niet uit te leggen...

Hoe bedoel je ?

Echt, het was ‘direct to track’, zoals ze zeggen, dat wil zeggen dat er geen ruimte was voor nabewerking. We waren in een bioscoopzaal buiten Parijs. Het was een studio waar ik o.a. ook met Barney Wilen had opgenomen. Deze voormalige bioscoop had een vrij sterke nagalm. Wat het geluid van deze plaat betreft, zou ik het vandaag de dag iets anders aanpakken, maar ik hecht juist veel waarde aan deze plaat omdat ze, zoals je al zei, is ontstaan uit emotie en een sterke inspiratie voor een oprecht eerbetoon, en tegelijkertijd het omslaan van een bladzijde. Dat was het.

Vele jaren later vroeg het festival Jazz in Marciac me om een eerbetoon aan Chet te brengen, maar ze legden me Roy Hargrove als solist op..., tussen aanhalingstekens, en natuurlijk heb ik geen nee gezegd.

Roy Hargrove is niet helemaal hetzelfde, maar tegelijkertijd dacht ik bij mezelf: oké, Roy Hargrove. Er was het symfonieorkest van Toulouse. Ik schreef al voor klassieke ensembles, ik schrijf ook veel voor de film, zoals je wellicht weet, trouwens, voor een Belg die Lucas Belvaux heet, we hebben verschillende films samen gemaakt, en dus heb ik behoorlijk wat ervaring met het schrijven voor orkest. Ik zei meteen ja, maar ik had geen zin om een Hollywood-achtige plaat te maken. Ik wilde mijn verhaal met Chet vertellen en dus de gekozen nummers een persoonlijk tintje geven, en ik kreeg carte blanche.

Zoals…

Zo is ‚Love for Sale‘ bijvoorbeeld ‚Love for Sale Wayne’s Whistle‘ geworden; het nummer verandert. In ‚But Not For Me, Oklahoma Kid‘ staat in de tekst ‚they’re writing songs of love, but not for me‘, maar ik zei: ja, we schrijven ook liefdesliedjes voor jou, en dus, als je naar het einde van dit nummer luistert, stel ik me iemand voor die opstijgt en over de uitgestrekte Amerikaanse vlaktes vliegt, en ik wilde dat visualiseren, die brutale vrijheid, ergens, ‘But Not For Me, Oklahoma Kid’.


© Nicole Woischwill


Je hebt deze titel gekozen voor Airelle Besson…

Airelle Besson was toen een jonge oud-studente van het conservatorium waar ik lesgaf. We hebben in heel wat landen opgetreden, en een Duitse agent vertelde me dat hij een orkest kende dat erg bekend staat voor zijn filmmuziek. Veel Amerikanen maken in Europa gebruik van dit orkest, vooral als je ‘The Inglorious Bastards’ kent, of tal van andere Amerikaanse films; ze staan in ieder geval vrij open voor andere muziek, en ik heb dit album ‘My Chet, My Song’ mede geproduceerd.

Vanwaar die titel ?

De titel is een beetje vreemd, ik weet het, maar ik wilde benadrukken dat het mijn verhaal met Chet was; het was niet alleen een eerbetoon aan Chet, het was mijn lied, en daarom zijn de nummers precies zoals je ze ziet, die ik na Marciac een beetje heb aangepast voor het album. Als je naar ‘My Funny Valentine’ hebt geluisterd, hoor je dat ik het herschreven heb in een wat meer eigentijdse stijl, misschien, vrij sober, en tegelijkertijd een beetje tragisch, door gebruik te maken van dat eerste interval. De hele compositie aan het begin is gebaseerd op dat interval dat verschuift, niet tonaal, en daarna keren we terug naar de toonsoort. Ik heb ook majeurklanken toegevoegd om een soort optimisme of hoop te geven in deze tragedie.

En in deze versie speel je het thema op de contrabas...

Heel sober, ja heel... Het ligt meer aan de begeleiding. De begeleiding is rijk, maar de zang is, ik zou zeggen, echt Arte Povera.

En dan is er het derde album, dat nogal afwijkt van de eerste twee. We hebben hier te maken met een meer eigentijdse deconstructie, met een thema dat je na aan het hart ligt: migratie…

Wel, je moet weten dat ik in mijn jeugd, deels om aan de eisen van mijn vader te voldoen, maar ook uit persoonlijke interesse, tegelijkertijd sociologie studeerde in Rome en aan het conservatorium. Ik heb mijn studie niet afgemaakt, maar ik heb sociologie met enige belangstelling bestudeerd, bijvoorbeeld vanwege de antropologie. En dus zou ik zeggen dat het heel natuurlijk was dat dit op een gegeven moment ook in de muziek zou terugkomen.

Vooral toen er een ‘synchroniciteit’ was: de verantwoordelijken van het kasteel van Genshagen, in de regio Berlijn, stelden me voor om een creatie te maken ter ere van de verjaardag van de Weimar-driehoek. Het was Roland Dumas, destijds minister onder Mitterrand, die deze driehoek had opgericht met zijn Poolse en Duitse collega's, om de vriendschap tussen de drie volkeren, namelijk Duitsland, Frankrijk en Polen, te vieren. En het was deze plek, het kasteel van Genshagen, die de locatie werd voor veel culturele activiteiten, en tegelijkertijd voor diplomatie.

We zouden in Duitsland, Frankrijk en Polen gaan spelen: ik heb audities gehouden en ik heb gekozen voor een Poolse drummer die in Berlijn woonde, de Poolse trompettist Tomasz Dabrowski, een zeer jonge Duitse saxofonist Jan Prax, die vandaag de dag een Europese rijzende ster is, de Franse pianist Carl-Henri Morisset die ik zelf van het conservatorium heb meegenomen, en ikzelf op de contrabas…

Zo had ik Duitsland, Frankrijk en Polen. We hebben zeven jaar lang getoerd, in zeven verschillende Europese landen, ik was dolgelukkig. En toen was er het toeval, mijn geluksvogelkant: ik speelde in Berlijn met deze groep, en in het publiek zat iemand die bij het Parlement in Rome werkte, en hij zei me dat we volgend jaar naar Rome moesten komen, omdat het de verjaardag van de Verdragen van Rome was, het werd echt Europees, en dus speelde ik met deze groep in de zaal van het Parlement in Rome, voor een heel bijzonder publiek; het was voor iedereen toegankelijk, maar toch was het heel bijzonder, en zo werd deze groep, zonder dat ik dat wilde, iets dat standhield, en die vandaag de dag nog steeds bestaat; over tien dagen spelen we in Parijs, om de boxset te presenteren.

Ik ben erg blij dat ik deze plaat heb gemaakt. Ook al is het thema zeer actueel, helaas denk ik dat het altijd actueel zal blijven, omdat de situatie, de menselijke conditie, toch problematisch is voor alles wat met vrede en geluk te maken heeft, maar op dit moment is het bijzonder tragisch.


© Christian Ducasse


“Moving People” bevat veel gastmusici...

Kurt Rosenwinkel op gitaar, of Jason Brown op drums, dat hangt een beetje af van de beschikbaarheid, maar er is een soort familie ontstaan, zou ik zeggen, rond deze thema’s en rond deze film, en ik ben blij dat dit kan doorgaan, ook al is het maar op bescheiden schaal, want helaas heb ik momenteel geen booking agent meer, dus er komen veel optredens op mijn pad, omdat mensen mij benaderen, en ik heb geen tijd om een booking agent te zoeken. Ik heb het geluk dat ik veel verschillende activiteiten heb, maar laten we zeggen dat we natuurlijk minder optreden dan vroeger.

Ik wil dit interview graag afsluiten met een plaat die niet in deze nieuwe boxset zit, maar die nog steeds een van mijn favorieten is: die opname in Ronnie Scott’s in Londen met Chet en Michel Graillier. Heb je nog herinneringen aan dat concert?

Absoluut! Nu, ik moet eerlijk zijn, ik ben niet zo tevreden over het geluid van de contrabas, omdat ze veel versterkers hebben gebruikt en ik er niet bij was tijdens het masteren. Het geluid van de contrabas is naar mijn smaak iets te elektrisch. Maar afgezien daarvan is er iets speciaals tussen ons drieën.

Enerzijds weet ik dat Chet over mij heeft gesproken; hij zei heel vleiende dingen over mij tijdens het interview na het concert. Michel speelde geweldig. Als ik bijvoorbeeld ‘Love For Sale’ terug beluister, denk ik: wauw! Ik ben een metronoom, zeg! Zonder drums, en met al die stiltes, hou ik het tempo vast.

Ter plaatse was het vreemd, want Van Morrison en Elvis Costello deden mee aan het concert. Ze hebben er een video van gemaakt, waarschijnlijk zodat de producers een breder publiek konden bereiken. Maar tegelijkertijd begreep ik niet helemaal wat Van Morrison deed. Nu begrijp ik het beter. Maar Elvis Costello was oprecht geraakt door de wereld van Chet. Hij had zich dus op een heel aantrekkelijke manier in de muziek ingeleefd, met “The Very Thought of You”. Ik vind het geweldig hoe hij dat zingt.
Het algemene gevoel… het is waar dat er iets tussen ons is gebeurd. Ik begrijp dat jullie ook iets bijzonders voelden in de video en in de muziek. Het klopt dat het een heel ontroerende opname is…

Er is er nog een die ik zelf bijzonder mooi vind. Ik weet niet of jullie die kennen. Het is “Chet Baker sings again”, met standards waarin Chet zingt en speelt: er zit emotie in, ik herinner me het gevoel tijdens de sessie nog. Het was een groot succes in Japan en Europa, uitgebracht op Timeless.

Interview © Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling : Jos Demol) - foto’s © Robert Hansenne / Jacky Lepage / Christian Ducasse / Nicole Woischwill
In samenwerking met JazzMania





Riccardo Del Fra
Songs For Chet, Songs for Now
Frémeaux & Associés / Cristal

 


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications



Luchthavenvervoer zonder stress


Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst