
Een ontmoeting met de zangeres uit Marseille ter gelegenheid van de release van een album / een eerbetoon ...
Verwijst de titel van het album, “Song for Abbey”, naar het enige nummer op het album dat niet door Abbey wordt gezongen, maar door u samen met Archie Shepp...
Marion Rampal : Het kan daarnaar verwijzen, maar het is ook een poëtische keuze, want Song in het enkelvoud is ook het lied, het is het gebaar, het is ook een lofzang. Het is dus eigenlijk het geheel van Abbey Lincoln's gebaar.
Je hebt gekozen voor nummers die niet uit de beginjaren van Abbey Lincoln komen, de nummers uit de jaren 90 en het begin van de jaren 2000...
Marion Rampal : Er staan verschillende nummers op die van hetzelfde album komen, “Abbey Sings Abbey”. Waarom deze keuze? Ten eerste gaat het om de keuze van de plaat, want er staan 11 nummers op, maar we hebben er nog 4 of 5 extra opgenomen die over een paar maanden uitkomen, waaronder een aantal covers, zoals ‘God Bless the Child’, ook een nummer van Oscar Brown Jr., en ‘First Song’, dat ze samen met Charlie Haden had gezongen. Op het podium verwijzen we zelfs naar de beginjaren van Abbey Lincoln: we spelen ‘Driver Man’, het nummer van Max Roach, maar dan instrumentaal, omdat ik me niet in staat voelde om dit nummer te interpreteren, neer te zetten, te belichamen.
We spelen ook een ballad die ze veel heeft gezongen op haar eerste albums, ‘Tender as a Rose’, die ze later opnieuw heeft opgenomen en die verwijst naar geweld tegen vrouwen. Ik geloof dat “Abbey Sings Abbey”, het album dat je noemde, al met haar beroemde producer Jean-Philippe Allard, een soort best-of van nummers was die ze de laatste jaren had geschreven. En ik wilde me toch concentreren op Abbey Lincoln, auteur-componist, echt songwriter, dat was ook de bedoeling van dit werk, “Song for Abbey”, dat zijn de nummers die ik het meest heb beluisterd, haar platen uit de jaren 90, 2000, net zoals ik ook luisterde naar de zangers en zangeressen uit die tijd, uit de Angelsaksische folk- of popscene.

Je had het over het belichamen van Abbey Lincoln. Ik heb het gevoel dat je jezelf blijft, je voelt de intonaties van Abbey Lincoln niet. Het is moeilijk om de stem van een jazzicoon te overtreffen...
Marion Rampal : Het was eigenlijk moeilijk qua denken, qua houding. Dat wil zeggen dat er onvermijdelijk valkuilen waren. Ze heeft me in mijn jonge jaren sterk beïnvloed, ik kreeg vaak te horen dat ik haar stem had, terwijl mijn stem helemaal niet op die van haar lijkt. Maar in ieder geval qua houding en intonatie. Ik denk dus dat deze plaat de juiste stap voor mij was, omdat ik mijn esthetiek, met name mijn vocale esthetiek, iets meer had ontwikkeld.
Ik heb de nummers van Abbey Lincoln dus benaderd zoals ik Schubert, Leonard Cohen of Kurt Weill zing. Voor mij was het echt een interpretatief werk. En dus bleek het makkelijker dan verwacht. Het bleek in ieder geval veel interessanter, vooral omdat het zo rijk was. En het blijft een buitengewoon rijke ervaring op het podium. Want het zijn niet mijn melodieën, maar ik heb me veel van de nummers eigen gemaakt. We hebben ze een beetje gedestructureerd en geherstructureerd.
Soms heb ik redactionele keuzes gemaakt: ik zing minder woorden, ik zing minder coupletten. Samen met mijn muzikaal directeur hebben we geprobeerd om de nummers van Abbey toch in onze eigen esthetische wereld op te nemen... Maar dat is misschien niet zo ver verwijderd van de laatste platen van Abbey Lincoln, die samenwerkte met artiesten die uit de jazz kwamen, maar ook een beetje op de grens. Er zijn veel gitaren, vooral op “Abbey Sings Abbey”: het is een gitarist die Bob Dylan begeleidde, Larry Campbell, die met haar speelt, en die geen jazzmuzikant is. Ik vind dat die grens al aanwezig was in de muziek van Abbey Lincoln
Het album beginnen met ‘Learning How To Listen’ is al een boodschap aan toekomstige luisteraars van het album, denk ik...
Marion Rampal : Het is niet echt een keuze die je kunt reduceren. Ja, want er is ook ‘The Music Is The Magic’. Er zijn verschillende nummers in het werk van Abbey Lincoln die verwijzen naar het mysterieuze van muziek. Ik had het geluk haar producer, Jean-Philippe Allard, te ontmoeten en met hem te praten over haar creatieve proces. Ze leek iemand te zijn die vrij solitair was in haar schrijven. Ze bracht uren door aan de piano, schrijvend en liedjes componerend. Dus in plaats van de jazzdiva van de burgerrechtenstrijd te bezingen, wilde ik echt haar stem laten horen, haar poëtische stem. Wat heeft ze achtergelaten aan woorden, aan interpretaties van de wereld en de kunst in onze wereld, in ons universum?
En het is waar dat dit nummer voor mij op de eerste plaats komt. Er is een heel lange inleiding, een recitatief eigenlijk, dat ik a capella zing. En daarna volgt echt het kader van een jazzstandard. Dat is ook zo mooi: we gaan niet alleen een eerbetoon brengen, we gaan echt het geschreven werk interpreteren van een persoon, een zwarte Amerikaanse vrouw geboren in 1930. Door mijn werk met Archie Shepp en mensen als Amina Claudine Myers heb ik ontdekt dat er toch mensen waren die prachtige dingen schreven, heel mooie liedjes. Archie schrijft als eerste heel, heel mooie liedjes. Dus ik denk dat het gewoon goed was om ook mijn steentje bij te dragen.

Het is bijna redactiewerk...
Marion Rampal : Daarnaast is er inderdaad ook redactiewerk, zoals “wat gaan we zingen? Wat is er tegenwoordig goed om te zingen in de jazz? “ Ik wilde toch een jazzplaat maken, omdat ik het een beetje beu was dat men me de vraag stelde: “Ben je nog steeds een jazzzangeres?” Want ik had daar geen probleem mee.
Dus ja, het was ook mijn versie geven van wat de mooie jazzliedjes van de laatste jaren van de 20e eeuw waren.
In dit verband werd haar in een interview uit het begin van de jaren 90 gevraagd: “Wat voor soort zangeres bent u?” Ze antwoordde: “Mijn muziek is de magie van een geheime wereld”. Ze ontweek de vraag op een bepaalde manier een beetje, maar het verklaart wel de titel van het nummer “Music is the Magic”...
Marion Rampal : Ja, en het laat ook goed zien hoe ze haar hele leven lang commerciële logica heeft getrotseerd. Dat is iets wat ze altijd behoorlijk heeft afgewezen, omdat ze niet wilde dat haar werk of wat ze zingt het onderwerp zou worden van commerciële belangen. Ik heb veel respect voor die felle houding van haar, die bijna een vorm van verzet was tegen alles wat er in de jazz van de jaren 70-80 gebeurde.
En ze heeft het echt moeilijk gehad. Er was een moment waarop ze echt in een moeilijke fase van haar carrière zat, maar dat kwam omdat ze een sterk karakter had en moeite had om te onderhandelen en zich te schikken naar de eisen van de industrie.
Er is een liedje met Archie Shepp...
Marion Rampal : Ja, met Archie Shepp. We hadden een beetje verwacht dat Archie op het album zou staan. Op slechts één nummer, maar hij zingt. Er is geen nummer met saxofoon. Het is een nummer dat hij samen met mij heeft gecomponeerd.
Jullie hebben nog steeds een zeer hechte band, artistiek gezien...
Marion Rampal : Ja, we werken veel aan het idee om samen met Archie te zingen. We doen dat steeds vaker, met name met onze gemeenschappelijke vriend, pianist Pierre-François Blanchard. We geven niet echt meer concerten, omdat hij nu ook in een andere fase van zijn leven zit. Hij is toch al een bejaarde man, hij is 88 jaar. Ik wilde hem heel graag een nieuw lied voorstellen. Hij is een van de laatste van zijn generatie. Hij heeft Abbey gekend, hij heeft Max Roach gekend...
Bill Frisell speelt op een track, ‘Skylark’…
Marion Rampal : Het is niet mijn idee, maar we hadden het er al lang over. We hadden het geluk elkaar op festivals tegen te komen met Archie. We hadden ook op dezelfde avond gespeeld met mijn kwartet en de groep ”Harmony" van Bill Frisell met Petra Haden. Het idee kwam van Matthis Pascaud, met wie we het repertoire hebben herschreven. Ik denk dat het een van zijn favoriete gitaristen is. Het was ook bedoeld als knipoog naar die scene die zich op het snijvlak bevindt van jazz, improvisatie en meer folkmuziek. En het is waar dat Bill Frisell een van de meesters op dit gebied is.

Je hebt ook ‘God Bless The Child’ gekozen...
Marion Rampal : Ja. We hebben ook ‘God Bless the Child’ opgenomen, want wanneer Abbey dit nummer zingt, heeft ze een heel slimme manier om een klein woordje, een klein voornaamwoord te veranderen: ze maakt het lied vrouwelijker en zingt ‘God bless the Child that's got her own’. Zo maakt ze het verhaal vrouwelijker en dat verandert de betekenis toch behoorlijk.
En ‘Mister Tambourine Man’ is ook een nummer dat erg aanspreekt. In een veel zachtere, langere versie dan die van Dylan...
Marion Rampal : Het is ook een eerbetoon aan Bob Dylan. Abbey heeft dit nummer gezongen en ik denk dat het niet dezelfde dingen zijn die ons in dit zeer mysterieuze nummer amuseren. De Tambourine Man kan de dealer zijn, hij kan de verleider zijn. Voor mij is het het personage dat je tegenkomt aan het einde van een nachtmerrie of een existentiële crisis of inspiratie; en dan vraag je hem: "Maak me wakker, ik zal je volgen. Als je me de sleutel tot inspiratie geeft, zal ik je tot het einde van de wereld volgen.” Zo hoor ik het tenminste... Ik zing graag Dylan. Het was belangrijk om met Dylan af te sluiten. Het is ongetwijfeld ook een opening naar het vervolg... Elke keer moet het laatste nummer van een album het volgende oproepen... Of in ieder geval een belofte van iets.
Interview © Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling : Jos Demol) - foto’s © Sylvain Gripoix
In samenwerking met JazzMania

Marion Rampal - Song for Abbey
BANDCAMP
In case you LIKE us, please click here:





Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst