Ontmoeting met Samuel Blaser




© Alex Troesch

 
Zopas verscheen een 100% Zwitserse nieuwe opname van Samuel Blaser, Daniel Humair en Heiri Känzig. We hadden een gesprek met de trombonist die tezelfdertijd ook "18 monologues élastiques", een solo die prachtig gefilmd werd in de oude DDR studio's in Berlijn.


Hoe kiest men, op negenjarige leeftijd al, voor de trombone?

Volgens mijn ouders koos ik al als tweejarige voor de trombone, maar volgde ik les vanaf. Het moet dus al in mijn kindertijd een obsessie geweest zijn. Ik zag zeker de fanfares in de straat voorbij marcheren en werd zo aangetrokken door dit instrument, zijn helderheid, zijn 'coulisse' of uitschuifbare buis, ... Maar ik zie aan mijn tweejarig zoontje, welke passie je kan hebben voor dit instrument. Als hij naar mij kijkt, heeft hij duidelijk zin om erop te spelen en de 'coulisse' te bewegen. Het is echter een 'wacky' en spectaculair instrument dat deel uitmaakt van de koperfamilie en sinds zijn creatie nauwelijks veranderingen onderging. Er was de baroktrombone, 'sacqueboute' genaamd - wat wil zeggen: trekken-duwen. Mijn Zwitserse prof bespeelde het en het is zeer gelijkaardig. Alleen is de conische beker kleiner en het mondstuk plat. De klank is fluweelzacht en staat zeer ver van de Wagneriaanse trombone.


Hoe verliep je muzikale parcours tot op heden?

Ik kreeg muzikale vorming vanaf mijn zevende en les trombone toen ik negen werd. Na tien jaar ging ik naar Parijs om er te studeren bij Geoffroy de Masure. Het was een intense periode. Dagelijks speelde ik acht à tien uren trombone. Daarna behaalde ik een beurs om gedurende drie tot vier jaren in de VS te gaan studeren. Toen ik naar Europa terugkeerde vestigde ik mij in Berlijn. Ik woon er nu al bijna twaalf jaar.


Door welke trombonisten werd je beïnvloed?

De eerste was J.J. Johnson, daarna Curtis Fuller, op cassettes die ik van mijn prof van La Chaux-de-Fonds kreeg… Op een daarvan stond muziek van Albert Mangelsdorff. Ik vond het echt bizar! Heden is hij een van mijn belangrijkste invloeden.


En dan is er Kid Ory die erg aanwezig is op je nieuwe plaat, we gaan er straks dieper op in... En mensen als Jack Teagarden ?

Als je naar J.J. Johnson luistert, trek je lijnen naar andere trombonisten en Jack Teagarden maakt daar deel van uit. Het is pas later dat ik hem bestudeerde, nu nog steeds, wellicht meer dan J.J. Johnson zelfs, alhoewel ik J.J. blijf een warm hart toedragen. Teagarden, dat is de perfecte elegantie... Maar er zijn zoveel goede trombonisten.

 


© Alex Troesch

 
Je albums bevatten zeer veel sporen van de traditie, verdraaid en verwerkt, aanleiding tot improviseren...

Inderdaad. Ik hou ervan om thematisch te werken. Een project geeft mij een doel, ruimte om opzoekingen te verrichten.De blues is altijd aanwezig geweest in mijn projecten. Met dit project ontdekte ik stijlen die ik niet eerder hoorde of boeken die ik niet gelezen had. Nadien zag ik het nut niet van een hommage aan een componist of aan een stijl, en het klakkeloos hernemen van de zaken. Ik hou ervan een beetje "crunch" toe te voegen, de muziek opnieuw te lezen met mijn vocabulaire, op een zo persoonlijk mogelijke manier.


Monteverdi, Machaut, de blues, de New Orleans, de hedendaagse muziek, alles interesseert je.

Vooral alles uit de jaren 50/60 : bebop, hard bop, cool, het is vooral daar dat mijn bronnen liggen. Het is de basis van mijn beïnvloed zijn : Art Blakey, Dave Brubeck… Toen ik naar New York verhuisde, ontdekte ik dat je de jazz op een andere wijze kon aanpakken. Daar moderniseerde ik mijn stijl, meer "arty".


De drummer neemt een vooraanstaande plaats in bij je muziek: je werkte samen met Paul Motian, Gerry Hemingway, Jeff Ballard… Verwijst dit naar je relatie met de marching bands?

Waarschijnlijk, maar ook het feit dat ik met een oudere broer opgroeide die drumde zodat ik hem veel beluisterde. De drums zijn inderdaad heel belangrijk voor mij.

 


Samuel Blaser - Citadelic Gent, 4 juni 2017 © Geert Vandepoele

 
Laat ons het even hebben over je solo project "18 Monologues Elastiques" (https://www.18monologueselastiques.com) dat gefilmd werd in de voormalige DDR-radiostudio Funkhaus in Berlijn: welke indruk maakte deze magische plaats waar je solo speelde?

Je moet er van profiteren nu het nog kan want er zijn plannen om het te verbouwen in een loft. Het heeft zeer veel veranderd van eigenaar en de laatste is vooral geïnteresseerd om het om te vormen tot logement i.p.v. het te behouden voor muzikale doeleinden. Het is enorm. Je hebt er nog altijd een 'Milch Bar', typisch voor de landen in het Oostblok. Intact ! We namen 's nachts op omdat de huurkosten hoog waren. De secretaresse verleende ons toegang buiten de uren, wat nogal bizar was... Het werd een mooi project dat tijd kreeg om te rijpen.


Aan het begin van de film vraag je je af 'of je project zal verkopen'. Dit is humoristisch bedoeld. Wat hoop je te bereiken met dit soort projecten?

Het is een volledig persoonlijke demarche. Ik benaderde de geluidstechnicus en vroeg hem: "Wat gaan we doen?". We hebben lang gediscussieerd en uiteindelijk liet hij me weten dat hij deze magische plek met zijn geluidsarme zalen kende. Het zijn de studio's waar Daniel Barenboim zijn platen opnam. Het zijn zeer geschikte locaties voor sonore exploraties. De cameraman kwam er pas later bij toen we vonden dat de beelden van deze plaats moesten bewaard blijven.


Het beeld brengt ook zaken mee: men denkt iemand te horen die over keitjes stapt en op het beeld ontdek je dat dit inderdaad klopt. Heb je voor elk stuk eigen geluiden gezocht?

Het is werkelijk een sonore zoektocht in een zeer bizarre omgeving.


Er is ook de medewerking van de drie "getuigen" die hun emoties overbrengen.

Dat is een idee van de cameraman, een heel sterk moment. We vonden het allen uitstekend. Het is heel abstracte muziek en drie personen geven de richting aan. We hebben er lang over gedaan om de beste vorm voor dit project te vinden: een plaat was niet echt het goede formaat, een boek ook niet, ik heb gedichten geschreven, ik deed beroep op kunstschilders, en uiteindelijk hebben we de idee voor een film behouden. Je kan beeld/geluid/tekst verbinden in een elastisch project. "18 Monologues Elastiques" is ook een knipoog naar Blaise Cendrars, die geboren is twee straten van waar ik woonde in mijn geboortestad, en die "Poèmes élastiques" schreef. Ik vond dit zo'n treffende beschrijving van mijn muziek dat ik het 'elastische' van hem pikte. De tekst in de film is ook een beetje geïnspireerd door zijn gedichten. Ze bevatten dikwijls woorden die met  elkaar geen verband hebben, een beetje zoals de klanken.


Je praat over de trombone als een grappig en 'wacky' instrument: zit deze solouitstap een beetje in dezelfde sfeer? Is het de extraverte zijde van de trombonist?

Ja, dat klopt. Het merendeel van de trombonisten die ik ken zijn een beetje extravert. Het zijn leukerds, fijnproevers en ze zitten vol humor. Uitzondering was John Fedthock, mijn prof in de VS, die was mager en ernstig.

 

 
Daarna verschijnt het album "1291", allusie op het ontstaan van de Zwitserse Confederatie. Je ontmoet er Daniel Humair, die we niemand meer hoeven voor te stellen, en de bij ons minder bekende contrabassist Heiri Känzig. Kan je hem even voorstellen?

De contrabassist is van Zürich, geboren in de VS, ik ken hem al zeer lang. Hij speelt met pianist Thierry Lang en al zo'n tien jaar maakt hij deel uit van het Vienna Art Orchestra. Je vindt hem terug op veel platen, o.a. met Chico Freeman die ook in Zwitserland woont. Daniel Humair en ik wilden een trio vormen en toen we een contrabassist zochten - er doken veel verschillende namen op - suggereerde Daniel Heiri.


Het thema van het ontstaan van de Zwitserse Confederatie is voorwendsel voor een mengeling van wonderlijke thema's.

Het startte met discussies met Daniel, we kwamen terug bij Kid Ory, « Les Oignons », thema's die ik geleerd heb met de trombonist van Sydney Bechet. Daniel is van Genève, Heiri van Zürich et ik van La Chaux-de-Fonds, drie verschillende delen van Zwitserland, we vonden dat dit geleek op drie Zwitserse cantons, we wilden mooie Zwitserse melodieën vinden, een melodie uit de 16e eeuw, en een nog grotere knipoog met de nationale hymne. De gregoriaanse gezangen vond ik op YouTube. Al deze invloeden vormen een klank. Het mag gelijken op een vorm van patchwork.


Het eerste stuk, "Original Dixieland One Step" komt van de eerste jazzopname door de Original Dixieland Jass Band, leuk idee !

Ik hou er van zaken te zoeken die bizar lijken. Veel trombonisten voeren acrobatieën uit die steeds minder goed klinken op de trombone. Ik daarentegen wil gaan naar de bron van het instrument. Uiteindelijk is dit veel moderner. Het is een beetje hetzelfde dat Gerry Hemingway met Ray Anderson en Mark Helias doen, alleen doen zij dit al dertig jaar lang. Het is een muziek waar ik meer en meer naartoe wil groeien. Dikwijls werd mijn muziek als intellectueel bestempeld en ik was het daar echt nooit mee eens: ik poog het een beetje te verwringen, maar de traditie blijft voor mij heel belangrijk, evelans de melodie.


De densiteit van de stukken, als miniaturen, laat inderdaad de melodie zeer sterk naar voor komen.

Ik ben het daar roerend mee eens. Misschien gaan we tijdens concerten wel meer richting improvisatie. Het was aanvankelijk mijn bedoeling om lange stukken te maken, maar ik verkies om beknopte zaken te maken die je nieuwsgierig maken naar meer én die op de radio kunnen gespeeld worden. 


Is het belangrijk dat ze op de radio te horen zijn?

Het is leuk om meer mensen de mogelijkheid te geven ze te beluisteren.


Hij maakte het schilderij dat jullie voor dit album gebruiken.

Jawel. Dit werk hangt binnenkort bij mij in het salon.

 


© Alex Troesch

 
Tot slot, sinds kort maak je deel uit van een Belgisch project: Kan je wat meer vertellen over je bijdrage aan "Freetet" van Manu Hermia ?

Reeds lang kruisen we elkaars wegen, Manu en ik. Hij had me al lang gezegd graag een project samen te creëren, en voilà, het is er eindelijk van gekomen. En wat meer is, het klikt uitstekend met Jean-Paul Estiévenart. Ik vind het schitterend dat hij autodidact is. We amuseren ons zeer goed samen, ook met João, Manolo, ... In januari, voor de lockdown, namen we een plaat op. We hebben er in drie dagen in een studio tien keer hetzelfde stuk opgenomen. Ik vermoed dat Manu materiaal heeft om een album te vullen.

Interview © Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling: Jos Demol)
Foto's © Alex Troesch (Z/W) en Geert Vandepoele (kleur)

Een samenwerking Jazz’halo / Jazz@round


In case you LIKE us, please click here:


Check out Jazz'halo radio: click on this logo please



our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

 

Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
José Bedeur
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst