Manu Katché: "Ik ga voor een soort multi-stijl"

Manu Katché verkent nieuwe richtingen met The Scope




Manu Katché (60) realiseert met The Scope zijn meest persoonlijke album, een reflectie van de vele stromingen die hij absorbeert en hem eigen maakt met als credo het melodieuze en de stem. The Scope mixt diverse invloeden, van jazz over soul tot slam en electro, heel breed en organisch, en als extra features straffe gasten uit de Afrikaanse, de Parijse urban scene en zelfs folk-pop. De muziek bevalt of niet, wat ook de stijl mag zijn. Daar tekent Manu Katché voor en mag je beleven op Dinant Jazz Festival.



Manu Katche met Eric Legnini en Kyle Eastwood op Dinant Jazz 2012 © Jos L. Knaepen



Je was in 2010 peter van Dinant Jazz Nights, wat is je daarvan bijgebleven?

De Noorse jazzscene had ik vanuit met mijn samenwerking op ECM uitgenodigd: Tore Brunborg en Jan Garbarek. Anderzijds was er de Frans/Belgische connectie: Eric Legnini met Frank Agulhon en Stéphane Belmondo met David Linx (hommage aan Claude Nougaro-nvdr). Maar ik herinner me vooral de Amerikaanse saxofonist David Sanborn die me naast zijn vaste drummer Steve Gadd uitnodigde op het podium. Dat was een fijne herinnering.

Hoe blik je terug op die ECM periode en de relatie met Manfred Eicher?

Met Manfred verstond ik me zeer goed op muzikaal vlak. Er was vanaf het begin wederzijds vertrouwen. We hadden geen contract, een woord is een woord bij Manfred, vooral dat waardeerde ik. Manfred ontdekte me via een album met Robbie Robertson, de gitarist van The Band. Hij vond dat ik een nieuwe impuls kon betekenen voor Jan Garbarek. Na een ontmoeting van Garbarek met Manfred en mij in Parijs ontstond de eerste ECM-samenwerking met Garbarek op het album I Took Up The Runes in 1990. Na vier eigen albums en een laatste Touchstone (For Manu) in 2014 moest ik ervaren dat ECM me toch ontgoochelde en weinig toekomst bood. ECM brengt niet alleen enorm veel platen uit, bovendien gaat de aandacht vooral naar de grote namen, Keith Jarrett, Jan Garbarek, Arvo Pärt. Omdat ik geen contract had kon ik snel een ander label aanspreken. Zo bracht ik op het label ACT een best of van liveconcerten uit in 2014. En er was interesse van ACT om een studio-album op te nemen. Eigenaardig genoeg viel de demo van Unstatic blijkbaar niet in goede aarde bij Siggi Loch en dan heb ik besloten het zelf onder eigen label Anteprima uit te brengen.

The Scope, je nieuwe nu tiende eigen album, bevestigt je brede visie en het gevoel voor stemmen…

Ik heb ooit op ECM een vocaliste gehad, Kami Lyle (Third Round - ECM 2010-nvdr). Eerder dan drummers spreken vocalisten me aan. Al wat melodisch is triggert mijn verbeelding. Van jongs af luisterde ik vooral naar soulmuziek: Donny Hathaway, Stevie Wonder, Marvin Gaye… Ik wil geen zanger worden maar ik gebruik graag mijn stem als een instrument, zij het met wat effecten. Die sonoriteit bevalt me en bereik je niet met eender ander instrument.

Met The Scope zocht ik die nieuwe richting, heel breed en heel divers, al blijft de drums de link en komen de gastvocalisten er bovenop.

Ik ben niet zo maar een drummer of sideman. Ik heb ook mijn eigenheid. Ik hou van chanson, de structuur van een song. Voor mij maakt het niet uit of het jazz of soul of pop is, de muziek bevalt of niet, wat ook de stijl mag zijn. Bepaalde artiesten kiezen voor een duidelijke stijl en richting, maar ik was en ben betrokken bij zoveel uiteenlopende stijlen en artiesten. Ik ga uiteindelijk voor een soort multi-stijl.

In het kwartet van de The Scope zijn er twee vertrouwde muzikanten: bassist Jérome Regard en gitarist Patrick Manouguian naast een nieuwkomer: pianist Elvin Galland…wie is hij?

Hij is een Belg. We hebben elkaar ontmoet toen ik met Unstatic toerde en hij met het idee kwam om een remix te maken van mijn album. Ik ben zelf niet zo thuis in de wereld van electro en Elvin (alias Jim Henderson-nvdr) kwam daarbij als gelegen. Voor The Scope schreef ik zelf de nummers en ging aan de slag met Elvin tot het mengen van de stukken. Toen bleek dat het lastig is als je elkaar als muzikant onvoldoende kent, vertrekt van een andere culturele en muzikale achtergrond. Het eerste resultaat beviel me niet en we zijn echt van nul herbegonnen om tot een coherent geheel te komen. Elvin heeft die ervaring van de hedendaagse scene met al die elektronica en machines. Dat wilde ik integreren in mijn muziek. Maar dan echt dat het strookt met wat ik ben.


© Jos L. Knaepen


Vocale features als een nieuw element…

Inderdaad. De Senegalees Faada Freddy die Vice zingt op The Scope ken ik al van de Afrikaanse periode met Youssou N'Dour. Ik hou van dat land, al voel ik me geen Afrikaan, ik ben geboren en opgegroeid in Parijs. Maar ik hou van de Afrikaanse sound en vooral van de kora. Dat maakt ook mee de sfeer uit van het album. In Keep Connexion vind je een kora in de gitaarsolo geschreven door Kandia Kouyate.

Jazzy Bazz is wat anders. Hij behoort tot de Parijse slammers en weet heel goed die urban sfeer op te roepen. Hij is een jonge geniale gast die ook aan Reggiani refereert. In zijn Paris Me Manque zit hij helemaal op mijn golflengte, het Parijs van toen en zoals het nu is.

Mijn derde vocale gast is de Amerikaanse folkzangeres Janatha Brook die ik leerde kennen bij mijn samenwerking met onder andere Joni Mitchell. Ze reageerde enthousiast en brengt een prachtige ballad Let Love Rule. Zij zal in het najaar optreden in Parijs en dan treffen we elkaar.

In Dinant zijn ze er niet live bij. Van Faada Freddy en Jazzy Bazz bestaan video-opnames en die vertonen we wat een extra dimensie aan de interactie geeft op het podium. Ik denk ook aan iemand als eventuele vervanging.

Le Scope is energie, groove en nodigt uit tot dansen. Is dit je meest persoonlijke album ooit?

Al wat in mij muzikaal leeft is in dit album terug te vinden: het gebruik van mijn stem, het vocale, de drums op het voorplan maar altijd discreet, het integreren van machines, electronics in een organische mix met grooves en een positieve vibe. De nummers zijn heel divers, ludiek, sympathiek, positief. Inderdaad, je mag stellen dat The Scope mijn meest persoonlijke album is.

Welke zijn je actuele invloeden?

Als ik componeer en naar een album toe werk, dan schakel ik alle invloeden van muziek uit. Maar anders volg ik de scene. En wie me zoal opviel is Anderson Paak en ook Mac Miller. Ik volg ook NPR Tiny Desk, een hele muzikale beweging van jonge muzikanten rond dertig jaar en jazz, met een icoon als Louis Cole.

Er wordt beweerd dat jazz dood is, maar ik vind dat jazz zich aan het vernieuwen is. Wat er gebeurt in jazz is dat alles zich mengt en dit vanuit verschillende genres. Iemand als Louis Cole weet dat heel goed te verwerken, bebop, hardbop, bigband, sampling, scat, het is een echte mengelmoes. De huidige muzikale trend die erg gemixt is, daar hou ik erg van, en dat vind je dus ook in The Scope.

The Scope heeft een intrigerende hoes..

Je zou denken aan een computereffect, maar het is een fotografische flashmontage van lagen die zijdelings mijn profiel zowel organisch als elektronisch weergeven, gerealiseerd door de modefotograaf Arno Lam. Een Afrikaans profiel dat subtiel naar de rode draad in het album verwijst.

Wat houdt je nog bezig naast je muzikale passie?

In november van dit jaar komt er een vervolg op mijn Road Book (Cherche Midi 2013-nvdr) bij Uitgeverij Grasset. Dit keer gaat het vooral over de samenwerking met Franse artiesten, en wil ik dieper ingaan op mijn rol als muzikant, drummer en mijn carrière, maar ook hoe de huidige muzikale scene tegenover vroeger zich heeft ontwikkeld.

Tot slot nog het Dinant Jazz Festival: naast je voorstelling van The Scope treed je op in de band van Alex Tassel…een uniek concert!

Alex Tassel is zelfs te horen op mijn album The Scope, hij speelt bugel op de nummers Paris Me Manque en Let Love Rule. We spelen al jaren samen en ik was ook gast op albums van hem. Hij behoort tot de talentvolle jonge Europese trompettisten maar is een eerder discrete persoonlijkheid dan bijvoorbeeld Ibrahim Maalouf. Hij heeft een rijkelijke sound en weet zich altijd goed omringd.

Tekst © Bernard Lefèvre (juni 2019) - foto’s Jos L. Knaepen




Dinant Jazz Festival

Tickets en info: www.dinantjazz.com

Zaterdag 27 juli – 20u – Alex Tassel feat. Manu Katché

Alex Tassel (bugel), Manu Katché (drums), Jason Rebello (piano), Igor Gehenot (piano), Reggie Washington (bas), Pierrick Pedron (sax)

Zondag 28 juli – 20u – Manu Katché – The Scope

Manu Katché (drums), Patrick  Manouguian (gitaar), Jérome Regard (bas), Elvin Galland (piano)



Manu Katché, RTBF radio, juni 2019 © Christina Ruyssen


our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée

 

Special thanks to our photographers:

Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen
Olivier Verhelst