
© Joris Verstraeten
Manou Gallo zien en horen spelen op bas en percussie is een feest. Op de meest natuurlijke wijze slapt zij de vettigste grooves op haar 5-string, terwijl ze dansend haar eigen nummers staat te zingen.
In haar groep omringde zij zich destijds al met een aantal begenadigde muzikanten, waaronder Amir Gwirtzman, drummer-gitarist Bilou Doneux (Zap Mama, No Vibrato, Chris Mentens, Heptone Colours), percussionist Michel Seba (Eddy Louiss, Toots Thielemans, Erik Truffaz, Slang...), drummer-toetsenist Patrick Dorcean (Zap Mama, Moiano, Daniel Romeo, Marc Lelangue, Cargo Mas...), Marie Daulne (stichter en vandaag nog steeds front-lady bij Zap Mama), Sabine Kabongo (Zap Mama, Joe Zawinul...), dj Grazzhoppa (DJ Grazzhoppa’s DJ Big Band, Aka Moon, Marc Ribot, Blade, Mo & Grazz, Black Lives...), Renata Kamara en bassisten Benoît Vanderstraeten (Jacques Pirotton, Guy Cabay, Polo Loveri...) en Otti Vander Werf (Mâäk, Octurn, Kris Defoort, Pierre Van Dormael, Greetings from Mercury, Daan...), om er maar enkelen te noemen.

Opzwepende, Afrikaanse ritmes, met hun typische oneven maatsoorten, en Afrikaanse gezangen overheersen op Manou Gallo’s albums “Dida” (2004), “Manou Gallo” (2006), “Lowlin” (2009), “Afro Groove Queen” (2018), “Aliso vol.1-ep” (2021) en “Afro Bass Fusion” (2023), waarvan de muziek in het ontmoetingsgebied tussen Zap Mama, Foofango, Manu Dibango, Keziah Jones en Fela Kuti ligt, met hier en daar een vleugje hiphop.

Moeiteloos en op de meest natuurlijke wijze componeert Manou Gallo bovendien het merendeel van haar nummers zelf.
Ze stond inmiddels met haar diverse groepen op een aantal belangrijke podia, waaronder Ronnie Scott’s Jazz Club (Londen) het Dunya Festival (Rotterdam), het Afro-Pfingsten Festival (Winterthur-CH), Drammen (N), het Tropicana Festival (Bregenz-CH), de Gentse Feesten (B), Womex (Sevilla-SP), het African Festival (Stockholm-SV), de MIDEM (Cannes-F), Couleur Café (B), het Montreux Jazz Festival (CH), het Nice Jazz Festival (F), “Francofolies de Montréal (CDN)”, “Loto-Québec Stage (CDN)... de lijst is eindeloos!
Ik geloof in helderziendheid…
Manou Gallo : Als kind voelde ik mij altijd aangetrokken tot wat ze bij ons de talking drums (“Atombra” in het Dida, de taal van de Djiboi) noemen, zware trommels, bestemd voor ceremonieën en rituelen. In feite mogen vrouwen ze niet bespelen. Toch kon ik het op een dag niet laten. Tijdens een begrafenisritueel in Bada, het oudste deel van Divo, kwam de drummer niet opdagen. Ik ging op een kruk staan om bij het vel van de trommel te geraken en begon er als een bezetene op te slaan. De hele buurt stond mij met ongeloof aan te staren. Ik was pas acht jaar oud, maar voor heel wat dorpelingen was mijn lot hiermee wel definitief bezegeld: ik was een heks, zoveel was duidelijk! Sindsdien is er geen dag meer voorbij gegaan zonder dat ik de trommels heb bespeeld.
Het verhaal van Manou Gallo is daar, in Divo, een kleine stad in het centrum van het westelijke gedeelte van Ivoorkust, ontstaan.
Kom jij uit een muzikale familie?
Manou Gallo : Helemaal niet. Ik ben werkelijk de enige, in heel mijn familie, die muziek maakt. Ik geloof in bepaalde krachten, die niet altijd wetenschappelijk te verklaren zijn. Uitgerekend op mijn geboortedag overleed mijn overgrootmoeder. Alvorens haar ogen voor altijd te sluiten, zo werd mij verteld, heeft ze mij nog gezegend. Ik ben er vast van overtuigd dat zij mij toen de energie heeft gegeven, die mij acht jaar later als vanzelf naar die bewuste atombra zou drijven. Ik heb er nooit op leren spelen. Toch hadden de toehoorders de indruk dat ik het instrument door en door kende. Het was alsof ik de kracht van mijn voorouders in mijn vingertoppen kon voelen. Mijn grootmoeder, die mij grotendeels heeft opgevoed, zei me na afloop dat ze meteen begrepen had dat ik het ver zou schoppen in de muziek. Haar moeder zaliger had haar immers vlak voor haar dood verteld dat zij in een droom mijn muzikale gave had voorspeld. Ik geloof in helderziendheid. Als ik vandaag op bezoek ben in mijn geboortedorp, kent iedereen mij nog altijd als de atombra-speelster.
Manou N’Guessan Gallo werd op 31 augustus 1972 in Divo (Ivoorkust), de baarmoeder van het Djiboi-volk, geboren. Vanaf haar prille jeugd leefde zij bijzonder eigenzinnig. Ze hielp met het verbouwen van de velden. Naar school ging ze niet: haar grootmoeder, die haar heeft grootgebracht als haar eigen dochter, leerde haar alles over tradities, respect en waarden. De mensen, die haar toen hebben gekend, herinneren zich Manou nog steeds als het jongensachtige meisje met de korte broek, grote, lachende ogen, hoofd vol luizen, klimmend in de mangobomen en spelend in de steegjes van Divo.
Terwijl ze bij de schoolpoort zat te wachten op haar vriendjes en vriendinnetjes, zat ze voortdurend met handen en voeten allerhande ritmes te slaan op grond en benen. Op andere momenten trok ze constant van de ene naar de andere achtertuin, zingend en dansend met haar vriendinnetjes en trommelend op ijzeren dozen. Ritmes zijn m.a.w. altijd al haar obsessie geweest.

© Perrin Oubrie
Manou Gallo : Elke zomer worden in Ivoorkust zgn. “Vacances-cultures” (culturele vakanties) georganiseerd, waar deelnemers uit alle delen van het land samenkomen met de bedoeling een soort van artistieke competitiesfeer te creëren onder jonge mensen. Op mijn twaalfde nam ik voor de eerste keer deel aan een show n.a.v. dit evenement. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik Divo verliet. De show, waar ook een aantal leeftijdsgenootjes aan deelnamen, was geïnspireerd op mijn levensverhaal en beschreef de lotgevallen van een kleine heks, die op een dag werd gezegend met de kracht om te drummen.
Het gebeuren staat nog altijd gegrift in het geheugen van de mensen uit Divo en omstreken. Zelfs de burgemeester van het stadje nodigt Manou Gallo nog altijd geregeld uit als hij speciale gasten ontvangt. Met haar charisma en haar energie brengt ze telkens weer het volledige publiek in vervoering.
Wanneer speelde je voor de eerste keer in een muziekgroep?
Manou Gallo : Woya is de naam van de allereerste groep waar ik deel van uitmaakte. De band, die moderne, dynamische versies van traditionele Afrikaanse liederen speelde, was enorm bekend in de hele West-Afrikaanse regio. De zoon van de burgemeester was er de manager van. De muzikanten kwamen voornamelijk uit Abidjan.
In 1985 werd ik uitgenodigd om Woya te vervoegen. Ik werd meteen die kleine, dertienjarige, die het concert opende op de “talking drums” en ik ontdekte plots een heleboel instrumenten, die ik nog nooit van dichtbij had gezien: een drumstel, een gitaar en, vooral, een elektrische bas, waar ik al gauw op begon te spelen. Ik zag het instrument als een soort van veredeld percussietuig, waar ik met de rechterhand melodische ritmes op kon spelen. Zonder het echt te beseffen, heb ik toen mezelf bas leren spelen, geregeld bijgestuurd door Marcelin Yacé Galo, de frontman van Woya, die mijn spirituele vader werd. Hij heeft me bijvoorbeeld harmonieën en akkoorden leren spelen op de bas Ik beschouw hem nog altijd als een van de grootste muzikanten, die ik ooit heb gekend.
Van 1985 tot ’89 toerden wij intensief (Burkina Faso, Mali, Nigeria, Togo, Benin,...) en namen wij 4 cd’s op. Toen de band in 1990 werd opgedoekt, ben ik Marcelin gevolgd in Abidjan. Daar leerde ik pas echt op m’n eigen benen staan. Ik kende er echt niemand. Van Marcelin kreeg ik toen mijn eerste bas (een Japanse imitatie-Fender) en leerde ik muziek opnemen in zijn studio. Ik had immers slechts één doel voor ogen: een volwaardig musicus worden. Alles in m’n leven stond bijgevolg in het teken van de ritmes en de muziek.
In 1993 werd Manou door Marcelin naar de pan-Afrikaanse stad Ki-Yi-Mbock gestuurd om er haar artistieke vaardigheden bij te schaven. Ze sloot er zich aan bij een theatergroep, leerde er dansen, begon er djembe te spelen en nam er deel aan de opnames van een nieuwe cd, geproducet door Ray Lema.
Ze ontmoette er ook geregeld Michel De Bock, tourmanager en lichttechnicus van Zap Mama, die ze in 1992 had leren kennen n.a.v. haar optreden met Woya tijdens het MASA-evenement (Marché des Arts du Spectacle d’Abidjan). Michel was zodanig onder de indruk van haar talent dat hij haar voorstelde aan Marie Daulne, oprichtster en leidster van Zap Mama, op het moment dat ze toevallig op zoek was naar een vaste bassist voor haar nieuwe formule, die niet langer gebaseerd was op louter a capella gezangen.
Op 2 januari 1997 verliet Manou Gallo Ki-Yi-Mbock en de volgende ochtend landde zij op Zaventem, bij Brussel, met enkel haar bas en haar djembe bij zich…
Manou Gallo : Pas op: ik heb er nooit van gedroomd om naar Europa te komen. Ik heb ook altijd lak gehad aan mensen, die mij een carrière wilden aanbieden omwille van mijn uiterlijk. Ik wil gewaardeerd worden omwille van wat ik doe, niet omwille van hoe ik eruitzie. Wat dat betreft, heb ik mij altijd kunnen spiegelen aan Marcelin, die van zijn muziek moest leven en die mij geleerd heeft hoe ik in de eerste plaats moest geloven in wat ik deed. Hij heeft me vooral geleerd wat het betekent om te investeren in jezelf door hard te werken, zonder dat je daar meteen de vruchten van plukt.
Mijn aankomst in Brussel betekende voor mij een enorme schok. Het sneeuwde en ik had het bijzonder koud tijdens het oefenen. Dit had ik nog nooit meegemaakt. Ik klampte mij vast aan mijn bas en bleef voortdurend in de buurt van de verwarming zitten. Toch gaf ik de moed niet op, ook al was het toen nog lang niet zeker of Marie Daulne mij wel zou aanwerven: zij had nl. net voordien haar oog laten vallen op een andere bassist. Ik kende de muziek van Zap Mama en tijdens de trials, die uiteindelijk drie volledige dagen in beslag namen, gaf ik het beste van mezelf. Ik speelde op mijn bas, zong, sloeg op m’n djembe en danste de hele tijd.
Wat me in Brussel snel opviel, was de openheid van geest en de ontzettend rijke mix van culturen. Ondanks de koude, voelde ik me er meteen thuis. Ik heb er toen ook niet alleen de muzikanten leren kennen, met wie ik later mijn eigen groep zou oprichten, maar ook mensen als Daniel Romeo en Nicolas Thys, die mij zouden helpen in het bijschaven van mijn bastechniek.
Marie Daulnes keuze viel als vanzelfsprekend op Manou Gallo, die zichzelf met haar eerste loon, bij wijze van posthuum nieuwjaarscadeau, een nieuwe elektrische bas schonk…
Manou Gallo : Tijdens dat magische jaar 1997 leerde ik in Brussel ook Bilou Doneux kennen, toen nog Zap Mama’s drummer. Ik wist toen in de verste verte nog niet dat hij ooit mijn voornaamste muzikale partner zou worden in mijn groep. Bilou is een bijzonder veelzijdig muzikant met een gigantisch talent. Hij zingt, speelt drums, percussie, gitaar, bas en wat nog allemaal. Geen enkele stijl is hem vreemd: van klassiek tot jazz, van rock tot samba, van funk tot merengue, van rumba tot soekoes... hij schudt het allemaal uit z’n mouw.

Met Zap Mama schuimde Manou de podia van de hele wereld af. Op de hoesfoto van “A Ma Zone”, de cd die in 1999 door Zap Mama werd uitgebracht, en waar zij als bassiste aan meewerkte, staat ze uiterst links afgebeeld.
Hetzelfde jaar nam ze ook als enige meisje deel aan een aantal concerten van “Les Tambours de Brazza”. Al snel werd echter duidelijk dat Manou meer wilde dan alleen maar side-woman zijn in allerhande projecten.
Ook Marie Daulne had dat begrepen en op een gegeven moment liet ze Manou verstaan dat ze haar niet zou tegenhouden als ze ooit haar eigen weg zou gaan, hetgeen een jaar of twee geleden tenslotte ook gebeurd is…
Manou Gallo : In de muziek, en in de kunst in het algemeen, heb je een sterke persoonlijkheid nodig om er te geraken. Ik doe mijn eigen ding en weiger toegevingen te doen. Dat botst vaak, maar op termijn levert het resultaat op. Dat heeft niets te maken met een groot ego. Tussen muzikanten moet er constant een samenhorigheidsgevoel heersen. Ego’s horen niet thuis in een muziekgroep. Naar de muziekindustrie toe, daarentegen, moet je erop toezien dat je niet teveel concessies doet, die je muzikale persoonlijkheid zouden kunnen schaden. Ook tijdens het leerproces, dat in feite een heel leven duurt, is het van belang dat je je eigen identiteit nooit verloochent. Ik heb het geluk gehad telkens met mentors te maken te hebben, die daar zeer goed rekening mee hielden. Op die manier wordt je instrument, als een soort van verlengde van je lichaam, de stem, waarmee je jezelf muzikaal uitdrukt en met je publiek communiceert.
...en op een dag heb je je eigen band opgericht…
Manou Gallo : ...ook al heb ik dat nooit als doel voor ogen gehad. De groep is bijna toevallig ontstaan op aandringen van iemand, die mij ooit heeft zien spelen bij Zap Mama, jaren geleden tijdens een festival in Nederland. Jij hebt trouwens in de Athanor in Brussel en in het Tavernier-café in Elsene een paar van onze allereerste concerten bijgewoond, toen Cédric Raymond nog toetsen en bas speelde bij ons.
Mijn enige obsessie was echter, en is nog steeds, muziek maken en spelen, van ’s ochtends tot ’s avonds. Zo wil ik ook oud worden: al musicerend, componerend, arrangerend en producerend.
...bij voorkeur op oneven maatsoorten...
Manou Gallo : De 6/8 maat omvat een volledig ritmisch universum en bevat een zee aan informatie. Alles is afhankelijk van waar je de eerste tijd plaatst. Tijdens het spelen denk ik daar nooit over na, want dan raak ik mijn tel kwijt. In het begin verliepen de repetities daardoor wel wat rommelig, maar ik heb het geluk met bijzonder goede muzikanten te werken, die inmiddels weten hoe ik functioneer.
Acht stille Jaren… fast forward naar 2018…
Manou Gallo : Na het verschijnen van “Lowlin” heb ik een achttal jaren stil gelegen. Je moet weten dat ik als gevolg van een verwaarloosde oorontsteking tijdens mijn kinderjaren ernstige gehoorschade heb opgelopen. Twee grondige heelkundige ingrepen in België hebben het restletsel uiteindelijk “beperkt” tot 80% doofheid in het linker- en hyperacusis (overgevoeligheid) in het rechteroor. In 2009 werd de pijn echter zo ondraaglijk, dat ik er even tussenuit moest. Ik heb toen ook mijn toenmalige manager moeten verlaten.
Ondanks de pijn en de daarmee gepaard gaande onzekerheid over mijn toekomst, ben ik echter niet bij de pakken blijven zitten. Ik stond voor de keuze : doorgaan als vocaliste in de world music of mij meer gaan toeleggen op een carrière als bassiste. Ik ben toen intensief beginnen oefenen op mijn instrument. Gedurende al die jaren heb ik bijna dagelijks al mijn oefeningen opgenomen en zelfs gefilmd! Ondertussen schreef ik muziek voor theater- en dansverenigingen om rond te komen.

© Joris Verstraeten
Een nieuwe start…
Manou Gallo : Op 2 januari 2017 kreeg ik van wijlen Christian Syren (manager van o.a. Sakif Keita, nvdr) te horen dat Bootsy Collins (Parliament, The J.B.’s, Praxis...,. n.v.d.r.) een duimpje had gepost onder een van mijn video’s, die al bijna een jaar op sociale media circuleerde! Op minder dan 1 week tijd hadden al meer dan een miljoen mensen het filmpje bekeken! Christian is er toen in geslaagd Bootsy te contacteren en toen ik terugkwam uit Afrika, stuurde ik hem een berichtje. Nog geen uur later belde Bootsy mij op! Ik kon het niet geloven en dacht aanvankelijk dat het misschien om een grap ging, maar hij bevestigde mij dat hij wel degelijk Bootsy Collins was. Hij was trouwens bezig met opnames in de studio en heeft mij meteen een paar tracks gestuurd met het verzoek om er mijn eigen baslijnen op te spelen!
Ik wist meteen dat ik opnieuw vertrokken was en dat ik niet langer mocht wachten met de opname van een nieuw album. In mijn eentje ben ik er verwoed aan beginnen werken : eindelijk zag ik mijn carrière als volwaardig en onafhankelijk muzikant pijlsnel de hoogte in gaan! Ik omringde mij met bassisten, zoals de onvolprezen Benoît Vanderstraeten, die stukken beter speelt dan ik, om samen te werken en mijn eigen vaardigheden te vervolmaken. Toen ik hem zei dat ik zoals hij wilde spelen, antwoordde hij dat ik veel beter mijn eigen, typische stijl zou ontwikkelen. Gelukkig heb ik die raad opgevolgd : dagelijks ettelijke uren oefenen op de bas, op zoek naar perfectie! Een nieuw album was het resultaat ("Afro Groove Queen", n.v.d.r.).
Het Franse Blue Line Records bood mij een contract aan.
COVID... alweer pech!
Manou Gallo : Ik had net getekend bij Blue Line en plots werd de wereld getroffen door COVID. Alles stortte in elkaar. Geen concerten meer, geen Couleur Café meer, platenverkoop omlaag, de stekker uit het stopcontact...
Maar jou kennende, weet ik dat je niet hebt opgegeven : je hebt bijvoorbeeld volop de tijd gehad om te componeren...
Manou Gallo : Precies!! En thuis video’s opnemen, zoals heel wat artiesten, die zich, zoals ik, niet hebben laten ontmoedigen.
Inmiddels was Bootsy Collins mijn mentor geworden in de Verenigde Staten. Voor hem ben ik “de Koningin van de Afrikaanse bas en de groove”, al heb ik mij lang afgevraagd waarom. Ondertussen denk ik het begrepen te hebben : die fameuze 6/8 maatsoort, typerend voor heel wat Afrikaanse muziek, waar ook Victor Wooten op oefent. Als percussioniste, geboren in Afrika, ben ik daarmee opgegroeid. De bas is voor mij een veredeld percussie-instrument met muzieknoten! En dat heeft ook Christian McBride meteen gemerkt!
Christian McBride, met wie je het nummer “Emotions” hebt opgenomen!
Manou Gallo : Exact. Bootsy had Christian McBride over mij verteld en van het ene kwam het andere! Het nummer is verschenen op mijn recentste album (“Afro Bass Fusion”, n.v.d.r.). Het heeft mij een sterke band met de Verenigde Staten opgeleverd. Nu heeft Buckethead mij ook al uitgenodigd voor zijn eerstkomend album, samen met Victor Wooten!”

© Wouter Jansen
...en nu hebben ook de organisatoren van BassFest in Rotterdam Manou Gallo ontdekt en uitgenodigd...
Manou Gallo : Ja, maar pas op : ik ben er niet naartoe gegaan met de intentie om kunstjes te demonstreren! Ik wilde gewoon de aandacht vestigen op mijn muzikale concept, de diversiteit aan kleuren en sferen, die ik ermee oproep en, vooral ook, op mijn muzikanten, die ik respecteer en op wie ik trots ben. Tegelijkertijd wilde ik ook hulde brengen aan mijn muzikale voorbeelden : Manu Dibango, Fela Anikulapo Kuti, Ernesto Djédjé... en ik heb het gevoel dat het publiek dat begrepen heeft.
...een publiek, dat voor 90% bestond uit muzikanten en persmensen, wachtend op je eerste valse noot... al bij al toch wel een ondankbare opdracht....
Manou Gallo : Een immense uitdaging!! Ik zat daar echt met een gigantisch ei. Gelukkig werd ik bijzonder goed ondersteund door mijn muzikanten en het team dat mij omringde, zelfs toen plots bleek dat de loop-stations, die onontbeerlijk zijn voor heel wat nummers, het lieten afweten! Twee uur heeft het geduurd vooraleer het probleem, amper één uur voor het concert, kon worden opgelost! Zoniet hadden we het volledige repertoire moeten aanpassen. Ik wist dat ik hiervoor sowieso op mijn muzikanten kon rekenen, want wij zijn op alles voorbereid!
Het siert je dat je je muzikanten de kans geeft om af en toe vrij te soleren...
Manou Gallo : Zo hoort het ook in mijn concept! Bij ons is het er vooral om te doen om onze passie voor muziek met elkaar te delen en het publiek te geven waar het recht op heeft : een afgewerkte show, die vreugde, positieve emoties, warmte en dansbaarheid uitstraalt.

V.L.N.R.: sanza (likembe of kalimba), cas-cas-kashaka-shaker en kalebas
Toekomstplannen?
Manou Gallo : Met een solo-project gebruik makend van loop-stations en boeiende visuals, plan ik concerten in (jazz)clubs en toneelzalen. Het is de bedoeling dat het publiek ondergedompeld wordt in een Afrikaanse sfeer, waarbij ik begin op traditionele instrumenten, zoals de sanza (likembe of kalimba), de cas-cas-kashaka-shaker en de kalebas, en gaandeweg overschakel op bas, om uiteindelijk in duo met een drummer verder te gaan.
In oktober 2027 zou ook mijn nieuwste album klaar moeten zijn.

© Wouter Jansen
Twee belangrijke voetnoten...
De 6e track op “Afro Bass Fusion”, Manou Gallo’s recentste album, heet “Mario-Ma Lettre a Yacé”, opgedragen aan Marcelin Yacé, haar adoptievader, een van de dodelijke slachtoffers van de Ivoriaanse Burgeroorlog, die op 19 september 2002 in Abidjan uitbrak onder leiding van een groep rebelse militairen (MPC) en gekenmerkt werd door etnische spanningen, geweld en mensenrechtenschendingen door zowel opstandelingen als overheidsmilities. Tot op heden is er nog steeds geen onderzoek gestart naar de moorden. Met “Mario-Ma Lettre a Yacé” klaagt Manou Gallo, “gewapend” met haar stem, instrument en muziek, het stilzwijgen van de Ivoriaanse machthebbers aan.
Interview © Jempi Samyn - foto’s BassFest Rotterdam 8.11.2025 © Joris Verstraeten/ Wouter Jansen/ Perrin Oubrie

“Rising Tide”, het album dat de band Mokoomba uit Zimbabwe in 2012 uitbracht, werd geproducet door Manou Gallo, die er ook bas op speelt.
Line-up concert @ BassFest in Rotterdam, 8.1.2025 :
Ruben Hernandez (Cuba) : trompet
Ruben Valle (Cuba) : tenorsax
Andrés Fernández (Cuba) : trombone
Philippe Reul (België) : toetsen
Joel Rabesolo (Madagascar) : gitaar
Matteo De Vito (Italië) : drums
Manou Gallo (Ivoorkust) : bas, vocals
Manou Gallo speelt op een 5-snarige Windmill bas, gebouwd door Adrian Maruszczyk
Meer info over Manou Gallo : https://www.manougallo.com/
In case you LIKE us, please click here:





Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst