Maarten Voortman Quintet - Epilogue



Op Werelddierendag werd in de Amsterdamse Roode Bioscoop het debuutalbum van het Maarten Voortman Kwintet gepresenteerd. Een schijfje, verpakt in een milieuvriendelijk kartonnen doosje met een afbeelding van een muur in een mediterrane omgeving met getekende rozen van een onwerkelijk groot formaat. Het album bestaat uit zeven diverse kernachtige composities van de door de bebop geïnspireerde pianist/ bandleider.

De interviewer van Jazz’halo benadert de persoon achter de muziek. Hij treft hem enkele dagen  later op afspraak in grand café de Jaren aan de Amsterdamse Doelenstraat. De twee strijken er neer op een bankje met uitzicht op de Amstel.




“Ik heb in 2016 mijn master afgerond en ik heb toen besloten om voor mijn eindexamen al mijn stukken zelf te schrijven. Ik heb altijd een band voor me gezien. Soloartiest zijn die wordt ondersteund door andere musici geniet niet mijn voorkeur. Het is niet interessant om naar te luisteren en kijken en het is niet leuk om in te spelen, dat is veel te druk.

Voor mijn eindexamen heb ik gekozen voor een trio en daar speelde ik mijn bebop repertoire. Toen al stond vast dat ik vervolgens met een kwintet zou spelen. Ik hou van afwisseling en laat ook anderen soleren. Begeleiden is ook heel leuk. Het was mijn plan om binnen een jaar na mijn examen de studio in te gaan en er werden twee data vastgelegd. Ik plande een datum en liet het aan het toeval over of mijn bandleden zouden kunnen. Helaas bleek vervolgens dat het hele kwintet van mijn eindexamen niet beschikbaar was. Ik heb toen in de periode naar de opnames toe mijn eerste stukken geschreven en in een soort van jamsessie, repetities geregeld en mensen gevraagd met mij te spelen en mijn stukken te proberen. Ik heb heel lang met het idee gespeeld een trompettist in mijn band op te nemen, maar ik heb uiteindelijk toch gekozen voor saxofonisten Matthias van der Brande en Mo van der Does.

Ik had inmiddels mijn slagwerker Ruud Voesten al. Ik heb erg veel met hem gespeeld en vind hem een waanzinnige sideman, denkt goed mee. is betrokken. En bassist Hendrik Mueller ken ik ook van het conservatorium. Ik waardeer zijn kijk op de muziek en zijn positiviteit.

De eerste repetitie met Mo en Matthias was een gok. Zij kenden elkaar al vanuit een Bigband en waren aan elkaar gewaagd. Het was meteen raak. Mo en Matthias denken echt mee met de arrangementen. In de zomer van 2017 hebben we wat sessies en concerten gedaan. We zijn gaan opnemen en vervolgens wilde ik laten mixen. Ik belde Chris Weeda en die wilde wel, maar hij had pas vijf maanden later gelegenheid. Vervolgens wilde ik het gaan masteren en dat duurde ook nog eens  twee maanden.”


Dat verklaart wel de enorme tijdspanne tussen opnamen en release.

“Ja, ik zou het nu wel heel anders doen. Ook met de optredens. Ik heb de podia pas onlangs benaderd. Dat is te laat. Je moet het moment van de release gebruiken voor een releasetour. Ik was daar met dit album nog niet aan toe. Ik wist niet hoe het werkt.”


En daar ben je op het conservatorium ook niet in gecoacht?

“Er zijn wel vakken waarin de zakelijke kant wordt belicht, maar muziekstudenten willen eigenlijk alleen maar muziek maken. Deze vakken zijn aan dovemansoren gericht. Het is een vak naast andere vakken. Ik vind dat jammer. Je zou als conservatorium eigenlijk een overkoepelende visie moeten hebben. Compositielessen zouden moeten aansluiten op lessen over het product zelf. Maar anderzijds is het onmogelijk om aan het conservatorium te starten met een kant en klare sound en een panklaar product. Je moet als muzikant ook leren waar je uit gaat putten. Dus ik begrijp de worsteling binnen de conservatoria wel over de juiste aanpak.

Ik moet het nu dus zelf uitzoeken. Je hebt een dagtaak aan het mailen van de podia, bellen, nog een keer mailen. Het resultaat is schraal."


Laten we het over je album hebben

“Er staan twee stukken op de plaat die nog niet af zijn. Our Majesty en The Hare. Ik heb die stukken misschien wel tien keer herschreven. Ik had een idee en ging er van uit dat het idee goed was. Een reeks akkoorden en een mooie groove. Het is lastiger om daar vervolgens een goed stuk uit te knijpen. Ik heb daar gelukkig allemaal leuke technieken voor ontdekt.

Zo gebruik ik programma’s om het materiaal mee te kunnen manipuleren. Ik voer melodische ideeën in notenschrift in en daarna bepaal ik wat ik er mee doe.  Je kunt de hele frase spiegelen of intervallen spiegelen. Dat kun je beluisteren en zo krijg je vaak hele bizarre muziek. Bijna tachtig procent is onzin, maar twintig procent kan echt fascineren. Het komt ergens uit mij. Het is een bepaalde ritmiek of vorm die ik ken en heb gebruikt. Die hoor je dan op een vreemde manier terug.

Zo kun je op basis van je idee thematisch componeren en je materiaal uitbreiden, zonder dat je er steeds nieuwe ideeën bij hoeft te halen. Ik denk dat het heel belangrijk is voor iedere componist om eigen ideeën uit te kunnen breiden, van buiten te leren kennen en ideeën te vergroten in plaats van ze lukraak te verzinnen. Als je als componist door het leven wil, zal je manieren moeten vinden om je ideeën uit te breiden en op waarde te kunnen schatten.”


Hoe doe je dat live?

“Op het podium komt een heel ander aspect van het bandleider zijn aan bod. Het schrijven is dan achter de rug. Dan kom je als speler naar voren. Daar komt een hele andere ervaring om de hoek kijken. Daar heb je goede en slechte ideeën en dat is gekoppeld aan het “in het moment zijn.” Je hebt een focus en je wil iets bouwen. Sommige dingen werken niet omdat ze niet worden opgepikt. Als ik tijdens een stuk van ritme wissel kan Ruud het meteen oppakken. Als hij dat niet doet kan ik het loslaten en iets anders gaan doen wat wel raakt, of ik kan het heel consequent door blijven spelen totdat hij het heeft opgepikt. Dan is er een spanning. Dat is een hele andere focus en ervaring dan wanneer je als componist aan het werk bent. Live zijn de marges veel ruimer.

Ik vind heel veel muziek op de plaat moeilijk om naar te luisteren. Een stuk met hele lange solo’s  vind ik al vrij snel muzikale egotripperij. Ik vind het lastig om een complete plaat volledig te waarderen. Als een plaat heel heftig is -en dat heb ik met mijn allergrootste helden- dan weet ik gewoon niet wanneer ik het moet opzetten. In de auto heb je geen goede speakers. Thuis moet je er echt voor gaan zitten en dan krijg je hele heftige muziek om je oren.”


Dat soort muziek is geschikter voor in de concertzaal.

“We hebben op de plaat heel bewust compacte solo’s gespeeld omdat je het dynamisch kleiner kunt houden. Als je live speelt, met het publiek erbij, de energie en het beeld, kun je dynamisch veel meer uitpakken en dan krijg je veel meer ruimte om de muziek los te laten.
Ik heb een jaar de tijd gehad om aan de stukken en de sound te wennen. Ik kom uit de bebop. Daar heb je akkoorden, daar kun je kort uitstappen, maar het is een ander soort energie. Het gaat om timing -en dat zeg ik met respect, want Bud Powell is mijn grootste held- maar in mijn muziek waarin je minder akkoorden hebt, andere maatsoorten, een andere vorm van interactie, dan moet je je eigen mogelijkheden gaan ontwikkelen. Live kun je een stuk helemaal kapot spelen, je kunt heel hard en lelijk spelen, andere akkoorden, andere mogelijkheden.”


De plaat, Epilogue. Wat is het idee erachter?

“Ik heb geen idee. Ik heb een bepaalde manier van schrijven gehanteerd die ik op dat moment leuk en interessant vond als componist. Ik heb materiaal gemanipuleerd, ideeën uitgeprobeerd en op waarde geschat. Ik kende de band, ik heb mijn achtergrond als beboppianist, ik heb mijn melodische voorkeur. En ik wilde graag  memorabele melodieën schrijven.”


Dat wat blijft hangen.

“Toen ik de stukken min of meer af had bemerkte ik dat. Wij voeren ze uit, dus in zoverre heb je een homogeen geluid, maar het zijn allemaal verschillende stukken. Ik heb zeven stukken geschreven en wij hebben ze gespeeld. Losse verhalen. Het past niet bij mij om zo’n plaat “Stories” te noemen. Daarom ben ik gaan associëren met “verhalen” en kwam ik uit bij het woord “epiloog”. Eigenlijk heel logisch, want ik wilde een periode afsluiten. Ik had mijn master gehaald en was in Amsterdam gaan wonen. Een nieuw begin en daarop volgt een nieuwe episode.”


Logisch dus, daarom geen vergezochte titels?

“Er is een titel op het album ver gezocht. Tijdens het schrijven ervan had ik een beeld in mijn hoofd van de Apollomissie en dat een van de astronauten de camera omdraaide. Niet gericht naar de maan, maar naar de aarde en dat was voor iedereen de eerste keer dat ze deze planeet zagen. “ Dat beeld zet dingen letterlijk in perspectief en dat is het overvieweffect genoemd. Dat vond ik een mooi gegeven. Ik had een paar mooie akkoorden, en vervolgens bedacht ik dat het nummer maar “The overvieweffect moest heten.”
Ik liet het horen aan een vriend en die vond de titel te hoogdravend. Vervolgens heb ik het maar El Pistolero genoemd. Daarna werd het een heel ander stuk. Het kreeg plotseling Spaanse klanken.”


Je hebt al je ideeën uiteindelijk op plaat gezet. Ben je er nu tevreden mee?

“Ik ben tevreden met het product dat er nu ligt. Zou ik het nu anders doen? JA! Zou ik het nu anders spelen? Zeker! En ik hoop dat ik over een jaar weer ben gegroeid als ik een andere plaat opneem. Maar je moet toch ergens een keer een komma zetten, anders kun je nooit iets opnemen. Kun je alles weggooien. Ik ken geen muzikant die een jaar later zegt dat hij dezelfde plaat op dezelfde wijze zou opnemen. Omstandigheden veranderen. Bij de stukken had ik verhalende indrukken. Ik wilde het heel abstract houden. Ik vond het belangrijk dat mensen hun eigen verhaal erbij zouden verzinnen.”


Het album is beperkt qua omvang. Zeven nummers, met een gemiddelde lengte van vijf minuten.

“Wat betreft de duur: de vibe in de studio was niet te heftig. Niet te uitgebreid, we speelden korte solo’s. En wat betreft het aantal nummers kan ik zeggen dat mijn output als componist niet al te groot is. We’re out of food heb ik afgemaakt en afgerond op de eerste speeldag. Ik had het dus net geschreven toen we het de dag erna in de studio speelden. Ik zei tegen de jongens: “Doe maar wat, speel er maar wat omheen.” En dat hebben ze geweldig gedaan.

Na het ontmoeten van zoveel inspirerende muzikanten in Amsterdam, was het mijn droom met hen samen te werken en een eigen kwintet te leiden. Ik wilde dat mijn eerste plaat met hen spontaan en fris werd, en heb toen gekozen zonder enige zelfcensuur te componeren. Het gevolg was dat de kaders van de muziek niet direct duidelijk waren, maar dankzij mijn achtergrond in traditionele jazzvormen kwam een melodische benadering als vanzelf aan het licht.”

Tekst © Robin Arends  -  foto's © Maarten Voortman



Epilogue - Maarten Voortman Quintet

Mo van der Does (altsax)
Matthias van den Brande (sopraansax, tenorsax)
Ruud Voesten (slagwerk)
Hendrik Mueller (contrabas)
Maarten Voortman (piano)



our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée

 

Special thanks to our photographers:

Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen
Olivier Verhelst