Louise Knobil, buiten de lijntjes...






© Pierre Daendliker




Louise Knobil, onuitputtelijk, een soort UFO in een geformatteerde muziekwereld, een echte ontdekking die je absoluut moet beluisteren.


Wat is je muzikale achtergrond?

Ik kom eerder uit de alternatieve muziekscene, een wat atypisch muzikaal parcours. Ik begon op mijn 18e elektrische bas te spelen in een band. We waren allemaal punks, meiden, en we toerden door heel Zwitserland, vaak in alternatieve zalen. De zangeres schreef de teksten, ze was volledig autodidact en fantasierijk. We schreven ook veel samen. Ik denk dat niemand van ons filters had. We hebben gewoon een eigen fantasiewereld gecreëerd zonder al te veel invloed van de buitenwereld. En ik voelde me daar heel comfortabel bij.

Daarna heb ik als bassist en contrabassist heel wat zangers en zangeressen begeleid op tournee. Ik luisterde naar veel platen en liet me door veel dingen inspireren zonder daar per se helemaal in door te gaan. De mensen met wie ik speelde luisterden niet per se naar Franse chansons, maar schreven toch teksten in het Frans. Daardoor besefte ik op dat moment onbewust dat ik het recht had om te schrijven wat er in mijn hoofd omging, zonder me te hoeven inhouden, zonder per se hoogdravende metaforen te moeten gebruiken of een bepaalde stijl te moeten imiteren.

Welke invloeden?

Iemand die mij behoorlijk beïnvloed heeft, is Milla Pluton, een vrij obscure referentie, iemand uit Genève, die gewoon veel meer openlijk geëngageerde teksten schrijft dan ik, maar gewoon zoals zij ze hoort, zonder zich verder vragen te stellen. En die soort openhartigheid heeft mij enorm geraakt. Ik denk dat ik daar iets meer inspiratie uit put, met een beetje meer poëzie en dubbelzinnigheid.

Dat heeft meer te maken met de teksten. Zijn er in Lausanne en Genève jazzscholen zoals we die in Frankrijk en België hebben, die de stijl van een muzikant een beetje kneden…

Ja, ik heb de hogeschool voor jazz in Lausanne doorlopen. Ik heb een bachelor en een master in jazz, in jazzcontrabas. Dus ik heb echt op school de hele jazztraditie, de standards en de geschiedenis geleerd. Ik ben echt begonnen met het spelen van deze muziek, ze te begrijpen en er gepassioneerd over te raken. Ik luister alleen nog maar naar jazz. Ik luister uiteindelijk maar heel weinig naar andere muziek.


Stemmen in jazz?

Ik luister vooral naar instrumentale jazz. En ik zou zeggen dat ik erg beïnvloed ben door mijn ontdekking van Charles Mingus, die me diep geraakt heeft, omdat hij contrabassist is. Hij speelt twee noten en je weet meteen dat hij het is. Bovendien is hij vooral een geweldige componist en arrangeur. Ik vond het geweldig dat hij zowel in de band kon spelen als de band kon laten swingen met zijn contrabas; ik vind zijn composities uitzonderlijk, en zijn arrangementen nog meer. Ik denk dat hij me een beetje heeft doen beseffen dat jazz niet alleen maar, tussen aanhalingstekens, het heel goed spelen van de standards is.

Ik zou zeggen dat de school me goed heeft gedaan voor wat betreft basiskennis, maar me veel schade heeft berokkend op het gebied van creativiteit. Maar dat is uiteindelijk het grote klassieke probleem van scholen.

Andere invloeden ? 

Esperanza Spalding, die wat meer van deze tijd is, om ongeveer dezelfde redenen, in die zin dat ze alles kan, ze is een genie. Ze zingt, componeert, arrangeert, schrijft, speelt contrabas en elektrische bas. En ook zij heeft me doen beseffen dat ik met mijn kennis van jazz echt alles mag doen wat ik wil.

Contrabas spelen en zingen is best ingewikkeld: hoe krijg je dat voor elkaar?

Eigenlijk denk ik dat het mijn kleine, tussen aanhalingstekens, ‘nerd’-kantje is wat jazz en ritme betreft. In die zin dat ik het leuk vind om mezelf dat soort uitdagingen te stellen. Ik heb veel gewerkt met samengestelde maatsoorten. Ik heb zo'n beetje alle dingen gedaan die moeilijk lijken. Ik heb er veel plezier aan beleefd om daar tijdens mijn studie aan te werken.

Wat ik eigenlijk zo leuk vind aan de contrabas en de stem tegelijkertijd, is het contrapunt: ik vind het leuk om een stuk te componeren dat ik alleen met een melodie en een baslijn kan spelen en waarbij je begrijpt wat er gebeurt. En wat ik zo geweldig vind aan mijn twee monofone instrumenten, de contrabas en de stem, is dat ik wel goede melodieën moet hebben.


© Pierre Daendliker


Hoe is de samenwerking met je twee partners, basklarinet en drums, tot stand gekomen?

Ik heb ze op de jazzschool ontmoet, we kwamen elkaar tegen, maar zaten niet in hetzelfde jaar. We deden wat we ‘sessies’ noemden, in die zin dat we een zaal huurden en dan een paar vrienden uitnodigden om te komen spelen. Soms waren zij dat. Soms waren zij het niet. Maar gaandeweg klikte het met deze twee het beste.

Wat betreft het verhaal van het trio zonder harmonie, ik heb eigenlijk al eerder dingen met een piano geëxperimenteerd. Maar toen ik naar opnames van die concerten luisterde, realiseerde ik me dat het een zangeres was die zichzelf begeleidde op de contrabas, terwijl ik meer contrabassist ben en daarna zangeres. En toen dacht ik: eigenlijk is die pianiste geweldig. Ik denk niet dat het probleem bij de muzikante ligt, maar bij de piano. In die zin dat ik de akkoorden niet letterlijk onder de melodie hoefde te horen. En ik wilde echt het contrapunt tussen contrabas en zang benadrukken. Dus heb ik de piano gewoon weggelaten!

En de basklarinet heeft een vrij breed geluidsspectrum...

Een absoluut hallucinante klankbreedte, die reikt van het register van de contrabas tot het register van mijn stem, dat toch vrij hoog kan zijn. Daardoor kan ik er echt plezier aan beleven om haar ofwel een bas functie te geven, ofwel een verbindende functie tussen beide, ofwel een stem versterkende functie. Ze heeft haar eigen artistieke universum, haar ideeën voor solo's en haar betrokkenheid bij het project. We zijn echt heel erg verbonden op muzikaal vlak, maar ook in het leven. Dat is ook wat ervoor zorgt dat het werkt.

De piano zou ongetwijfeld ook je vocale spectrum sterk hebben beperkt. Er zit al iets heel explosief in je manier van zingen, dat misschien niet goed zou hebben gepast bij een piano…

Dat klopt, ik ben het met je eens. En bovendien vind ik het trio vooral leuk omdat het echt de kans biedt om elke muzikant, man of vrouw, in de schijnwerpers te zetten, niet alleen vanwege zijn of haar rol in het orkest, maar ook gewoon vanwege zijn of haar persoonlijkheid. En dan heb ik het gevoel dat we nu bijna twee jaar samen concerten geven, 120 concerten... Ik heb ons zien groeien, elkaar leren kennen.


© Peter Pfister


En Chloé Marsigny is een beroemde basklarinettist, een mooie ontdekking…

Ja, Chloé Marsigny is echt een geweldige muzikante. En als leuk weetje: in februari werd haar basklarinet gestolen in de trein. Daardoor had ze voor dit concert nog geen nieuwe basklarinet gevonden en had iemand haar een oud exemplaar geleend. Op de cd speelt ze dus op een soort oud exemplaar! Ik heb geen verschil gemerkt, omdat ze zo goed is. Maar op deze cd speelt ze niet op haar eigen instrument.

Het is een instrument dat goed bij je teksten past door zijn ietwat spottende karakter…

Dat klopt. Dit instrument heeft eigenlijk echt iets clownesk. Het heeft veel humor. Als je naar Dizzy Gillespie en Sonny Rollins kijkt, krijg je de indruk dat ze de hele tijd aan het lachen zijn. Ik vind dat dit echt deel uitmaakt van de traditie, van de geschiedenis.

Wat de teksten betreft, bestrijk je een zeer breed spectrum. Het gaat van vrij eigenzinnige humor, ik zou het ‘huishoudelijke’ humor noemen, met pesto en wasmiddel, tot meer sentimentele pagina's. Wat heeft je geïnspireerd bij het schrijven?

Ik componeer alsof het mijn muzikale dagboek is, in die zin dat ik componeer op basis van dingen die mij overkomen of die anderen overkomen, waarvan ik getuige ben, in die zin dat als ik het stuk over de was neem, ik mijn was aan het opvouwen ben, ik terugkom van een tournee, ik moet nog steeds die was doen.

Ik vind het toch gek om te bedenken dat ik dit mijn hele leven zal blijven doen. Het is de eeuwige cyclus van de was. Het deed me tegelijkertijd denken aan de mythe van Sisyphus. Ik noteer dat in een klein notitieboekje of ik bewaar het in een hoekje van mijn hoofd. Van daaruit krijg ik ideeën voor teksten, ideeën voor stukjes melodie op de contrabas, ideeën voor akkoorden.

Op de plaat krijg je trouwens ook de indruk dat de teksten bijna geïmproviseerd zijn. Je hebt eerder een studioalbum uitgebracht, maar je voelt je duidelijk meer op je gemak tijdens liveoptredens…

Ja. Daarom wilde ik een livealbum uitbrengen, want persoonlijk zijn mijn favoriete jazzalbums ofwel live albums, ofwel albums uit de jaren 60 die in de geest van een concert zijn opgenomen. Als ik naar een goed oud jazzalbum wil luisteren en me wil laten meeslepen door solo's, geef ik de voorkeur aan live albums, ga ik rechtstreeks naar een concert of luister ik naar albums uit de jaren 60, toen de technologie nog niet zo geavanceerd was dat er veel gesjoemeld kon worden. Daarom denk ik dat de grote kracht van mijn project het live aspect is.


© Pierre Daendliker


Kun je drie live albums noemen die je geregeld beluistert of die echt indruk op je hebben gemaakt?

Ja, dan is er het eerste album waar ik aan denk, namelijk ‘Four and More’ van Miles Davis. Ja, hij moet absoluut alles supersnel spelen. En dan is er nog een heel andere stijl, namelijk ‘Sunday at the Village Vanguard’ van Bill Evans. Dat is totaal anders, maar ik weet niet, er gebeurt iets mystieks.

Ik dacht dat je iets van Mingus zou noemen...

Ik heb geen concert in gedachten, maar er is iets van Charles Mingus dat indruk op me heeft gemaakt, ik geloof dat het "Stockholm 62" is, waar ze een repetitie hebben gefilmd in een soort groot theater, maar dan leeg. Ze repeteren ”Meditation on Integration" met Eric Dolphy. En dan is er Dannie Richmond, zijn partner op drums. En dan zijn er nog zes muzikanten, geloof ik. Ik denk dat dit mijn favoriete versie aller tijden is van ‘Meditation on Integration’.

Je voelt je erg op je gemak in een live setting…

Ik ben tegen het idee dat muziek absoluut glad en perfect moet zijn. Niets mag uitsteken, omdat luistergewoontes zijn veranderd. Jazz is voor mij een van de weinige muziekstijlen die daarvan kan afwijken. Het is immers een muzieksoort die voortdurend evolueert en creatief is, en er bestaat niet echt een streaming industrie voor jazz. Als je toch blut bent, kun je net zo goed doen wat je leuk vindt. En ik vraag me af: waarom moeten albums per se tussen de 50 minuten en een uur duren? Vandaag de dag hebben we immers geen fysieke beperkingen meer. We zouden albums van drie uur kunnen uitbrengen als we dat zouden willen. Waarom doen we dat niet? Omdat het niet rendabel is. Als we afstand nemen van deze visie waarin we allemaal besmet zijn met een soort neoliberalisme, ikzelf voorop met sociale media, dan bedenk ik dat ik een verhaal wil vertellen op mijn eigen tempo, zoals ik dat wil.

Tekst © Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling : Jos Demol)  -  foto’s © Pierre Daendliker / Jacek Brun / Peter Pfister
Een samenwerking met JazzMania


BANDCAMP

LEES HIER DE RECENSIE


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications





Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst