Kokayi, Zeno de Rossi, Pasquale Mirra en Giovanni Maier over Siena Jazz

Over de voorbereidingen van de Siena Jazzworkshops en andere onderwerpen…





Giovanni Maier, Pasquale Mirra, Zeno di Rossi, Kokayi, Gregory Hutchinson, Rosanne Minafo, Robin Arends en Marek Romański




Robin Arends: Hoe bereiden jullie de workshops voor?

Kokayi: ik laat het meestal open, ik werk meestal met werk de oefeningen die mij zelf geholpen hebben, bijvoorbeeld: hoe je als vocalist te gedragen in een band en in de ensembles leer ik de studenten hoe ze zich moeten verhouden tot hun medebandleden. En ik gebruik dan ook nieuw materiaal. Ik heb werk van mijn pianist Drew gekocht om hier in te brengen en de studenten brengen hun eigen werk in. Zo kan ik horen hoe ze schrijven en hoe dat eventueel te verbeteren en welk advies ik ze kan geven om op een andere wijze te creëren. Zoals: hoe kun je secties kleiner krijgen, inzet van solo’s en hoe moet je omgaan met harmonie en de inzet van de melodie. Het belang van ritme en ruimte en boven alles: het belang van luisteren.

Marek Romański: Wat adviseert je over de rol van de zanger in een band?

Kokayi: Ik beschouw mezelf altijd als een instrument. Ik vergelijk bandsituaties met gesprekken. Waar ik niet van houd is van mensen die binnen komen en meteen uitgebreid beginnen te praten om vervolgens nooit meer te stoppen. Iedereen heeft een stem in een band. Ik ben niet een vocalist met een band, ik ben een zanger in een band en zodanig onderdeel van de band. En in die hoedanigheid moet ik luisteren en participeren op wat de rest doet. Het is een conversatie die we gelijktijdig voeren.

Zeno de Rossi: het is voor mij hetzelfde als voor Kokayi. Het eerste wat ik doe is de studenten op het hart te drukken dat luisteren het belangrijkste is in de muziek. Het is soms niet gemakkelijk, maar… als je niet luistert naar de ander, naar de ruimte om je heen, dan wordt het wel erg lastig. Dan ontstaat er afstand met de andere bandleden. Mijn aanpak wat betreft de voorbereidingen op de comboworkshops: ik breng wat muziek mee die mij boeit, of muziek die ik al eerder heb gespeeld. Sommige stukken die ik eerder heb uitgezocht gebruik ik uiteindelijk toch niet, omdat iedere deelnemer een verschillende aanpak/ervaring heeft en dan werken sommige stukken minder goed. Ik probeer altijd het midden te vinden tussen de nummers die ik heb gekozen en de nummers die de studenten kunnen spelen. In de vijf workshopdagen komen we er samen wel uit.


workshop met Pietro Tonolo


Marek Romański: Hoe kun je ervoor zorgen dat de studenten overleven in de muziekindustrie?

Giovanni Maier: Je neemt je persoonlijke ervaring mee. Ik denk dat het belangrijk is dat de studenten doen waar hun voorkeur naar uitgaat. Tegenwoordig denken studenten dat ze alles maar moeten kunnen. Wat belangrijker is, is dat ze hun persoonlijke voorkeuren meenemen in de muziek die ze uitvoeren.

Pasquale Mirra: Het is als het leven zelf. Je moet op zoek gaan naar je eigen stem. Muziek is de wijze waarop je je uitspreekt. Muziek is niet alleen de partituur, de noten, het is zo groot als het leven zelf. Muziek is overal: in de schilderijen, in de bergen in de vogels. Ik stel me voor dat je je eigen stem hierin moet leren vinden.

Marek Romański: U probeert de studenten hun eigen weg te vinden...

Pasquale Mirra: Ja. Toen ik jong was, werkte ik vooral aan mijn vaardigheden op het instrument, het vinden van de juiste noten, te spelen zoals een andere musicus. Naarmate je langer in het vak zit ontwikkel je andere kwaliteiten. Het vinden van je eigen stem is als het bereiden van een gerecht. Je kunt een gerecht maken dat al in de winkel is voorbereid, of je kunt geheel zelfstandig aan de slag gaan. En dan is het je eigen gerecht en niet dat van de andere musici. We zitten hier met ons zevenen en iedereen denkt anders, maar iedereen is in staat om mee te doen met dit gesprek omdat we de gave hebben om ons te ontwikkelen.

Zeno de Rossi: voor de studenten is het een geweldige situatie omdat ze met zoveel verschillende musici kunnen werken. En iedereen speelt zijn eigen stijl. En dat maakt dat iedereen ook zijn eigen manier van spelen leert ontwikkelen.

Kokayi: We leren de studenten dat ze experts zijn in hun eigen ding. Ze ontvangen veel informatie. Deze wereld bestaat uit heel veel adviseurs die weten hoe je het moet aanpakken. En dan is het belangrijk dat je juist zelf een keuze kunt maken. Jij bent de enige. Op school krijg je voortdurend te horen dat er maar een manier is waarop je iets kunt doen. Hier krijgen ze vanuit verschillende perspectieven verschillende opties mee. Je bent volledig vrij om te zijn wie je wil zijn.

Pasquale Mirra: Muziek is een universum waar je van alles in kunt stoppen en daar sta jij aan het roer. Het is wel zo dat je open minded moet zijn. Soms hoor ik: “van die stijl, of van die manier van spelen, daar houd ik niet van." Dat kun je niet zeggen als je het nog niet eerder geprobeerd hebt. Zo is het ook met eten. Als je iets nog niet eerder gegeten hebt kun je niet zeggen dat je het niet lust.

Zeno de Rossi: Het belangrijk om te weten wat de traditie ons heeft gebracht.

Robin Arends: Ik zou graag terug willen keren naar waar Zeno en Kokayi over spraken, leren luisteren. Hoe weet je dat je aanpak gelukt is? Hoe kun je inschatten dat iemand heeft leren luisteren?

Kokayi: je kunt het niet inschatten, maar wel het bewijs ervaren dat iemand je advies heeft opgevolgd door te kijken naar de manier waarop ze uitvoeren, bewegen en spelen op de bepaalde manier die je ze hebt geadviseerd. Het is als een gesprek. Als wij praten over wiskunde en jij praat over scheikunde, dan weet ik dat je niet geluisterd hebt.


Kokayi


Marek Romański: Kokayi, wat is jazz voor jou? Ik hoor verschillende elementen van hiphop, pop en R&B in je muziek, waar is jazz in je muziek?

Kokayi: jazz is onderdeel van mijn DNA. Ik denk niet in labels. Er zijn zoveel verschillende subsoorten: smook jazz, funk jazz, Cuban jazz, alternatieve jazz, free jazz, bebop. Er zijn zoveel gedachten in omloop over wat jazz is. Er zijn zoveel verschillende melodieën. Jazz is voor mij de aanwezigheid van ritme, van conversatie, syncopatie, er zijn zoveel elementen die deze muziek maken tot wat het is. En om de muziek te begrijpen moet je de mensen kennen die deze muziek hebben gemaakt, zoals Monk, Mingus, Dizzy, al die groten die een bijdrage hebben geleverd aan deze muziek. Iedereen brengt de muziek verder. Ik ben opgegroeid in de hiphop. En ik leer mijn studenten dat ik alles vanuit dat perspectief zie. Klassieke muziek is hiphop, jazz is hiphop. Als je iets maakt dat innovatief is en waar niet de hele samenleving iets van wil weten, dan heb je een aanknopingspunt. Toen jazz voor het eerst werd gecreëerd, werd dat gedaan door mensen in bepaalde omstandigheden en toen werd het jazz genoemd. En tegenwoordig heb je de jazzpolitie die zegt: ”dat is geen jazz”, terwijl jazz al bestond voordat de naam bestond.

Robin Arends: Het is gewoon muziek...

Kokayi: absoluut. Voor mij is het een cultuur. Er is een aspect in jazz die niets te maken heeft met muziek. Het is de attitude van de mensen die de jazz hebben gemaakt. Afro-Cubaanse muziek komt van een lange geschiedenis van Afrikaanse muziek, religieuze muziek. Het is een mix van verschillende culturen.

Robin Arends: Giovanni, hoe bereid jij je workshops voor?

Giovanni Maier: voor de combo bestaat de voorbereiding uit enkele composities van mij. Erg simpel melodieën zonder al teveel wisselingen. Alleen melodieën die makkelijk op verschillende grooves zijn te plaatsen. Ik werk met mensen waar ik nog niet eerder mee heb gewerkt. Ik zou mijn materiaal nog beter uit kunnen schrijven, maar ik denk dat het beter is om met eenvoudig materiaal te werken, zodat de studenten hun eigen geluid kunnen laten horen zodat eenieder zich er comfortabel mee voelt en op zijn best kan presteren tijdens de slotavond. Het moet geen wedstrijd worden.


Robin Arends en Marek Romański


Rosanna Minafò : jullie speelden in de master concerten voor het eerst samen. De uitvoering, het geluid en de interactie met het publiek was fantastisch. Hoe doe je dat?

Pasquale Mirra: spelen met mensen waar je nog niet eerder mee hebt gespeeld is een uitdaging. Maar, zoals Kokayi al stelde. Als je kan luisteren kun je converseren. Dat is wat we nu doen.

Zeno de Rossi: we delen de taal.

Pasquale Mirra: de maatschappij zou geweldig zijn als iedereen naar elkaar zou luisteren, maar er wordt vooral veel gepraat. Bij muziek leer je te luisteren voordat je gaat spreken. En als je luistert en je hebt ook iets te zeggen en dan heb ik het weer over eten. Je bereidt het gerecht zo, maar je kunt ook dat doen of dat ingrediënt gebruiken in plaats van dat andere ingrediënt….Het heeft ook met energie te maken. Als een concert goed verloopt (zoals wij gisteren tegen elkaar zeiden), zeggen dat je bent waar je wil zijn. Ik was na onze uitvoering volledig blij. Er was een goede energie. En ik denk dat er een circulaire energie is die van de muziek over gaat naar het publiek en weer terug naar de musicus. Als je in die cirkel verkeert, dan gaat het goed. Dan hoef je niet te zeggen: “ik wil deze muziek niet spelen, want daar houden de mensen niet van”, want er is eerst energie en daarna pas de muziek die daardoor is voortgebracht. Het publiek luistert naar de muziek en daar is weinig aan te begrijpen. Muziek is emoties, dat zit in je lijf. Het is vergelijkbaar als het ervaren van kunst. Waarom is kunst mooi? Ik kan het niet verklaren, maar wel ervaren.

Zeno de Rossi: op het podium moet je in het moment zijn en luisteren, want de muziek is…, het is als zoals Sonny Rollins zei: “je kunt niet aan muziek denken als je speelt.” Muziek is sneller dan jij. Je kan niet denken. Je moet in het moment zijn en luisteren naar de anderen. Focus niet op je zelf, maar op de muziek. Meer is er op dat moment niet. Je bent samen met een aantal andere mensen op dat podium muziek aan het maken.

Marek Romański: Wat is het recept voor de circulaire energie? Hoe leg je dat uit aan je studenten?

Pasquale Mirra: het is een mysterie. Als je bij de muziek blijft, met de anderen, dan blijft de energie bestaan. Als je alleen maar op het podium staat om te spelen.

Giovanni Maier: Als iedereen speelt voor de muziek werkt het. Als iemand uitsluitend voor zichzelf speelt, werkt het niet.

Kokayi: Iedereen moet zichzelf opofferen. Cijfer jezelf weg om open te kunnen staan. Het is een conversatie. Als ik me open stel voor jouw ideeën en gedachten dan kan ik je begrijpen en is de collectieve energie geweldig. Kijk naar hoe we gisteren samenspeelden. Ik heb nog niet eerder met deze jongens samengespeeld, maar voor mij was het een openbaring en het schept meteen een band die verder gaat dan de muziek. De conversatie begint al voordat je muziek gaat maken. Je maakt afspraken voor een repetitie. Je gaat praten. “hoe was je vlucht? Hoe ben je hier gekomen? Hoe was je dag? Waar kom je vandaan?" Dat is allemaal erg belangrijk.

Ik herken het onderscheid tussen een goed en een slecht ensemble hoe de mensen de oefenruimte binnen komen. Als ze de ruimte binnen komen, ze introduceren zichzelf en schudden handen, praten. Dan weet ik dat ze een goede muzikale conversatie hebben. Maar je hebt sommigen die komen naar binnen, pluggen in en beginnen te spelen. En dat is de persoon die niet met de klas gaat praten. Ze zijn er alleen maar om je te laten zien hoe goed ze kunnen spelen. Ik praat er niet eens mee. Ik laat het ze zelf uitzoeken. De kennismaking is voor mij van noodzakelijk belang.

Interview © Robin Arends, Marek Romański, Rosanna Minafo - foto’s © Rosanna Minafò


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications



Luchthavenvervoer zonder stress


Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst