Joe Lovano, meer de expressie dan de stijl




 

Lees de recensie (Georges Tonla Briquet) HIER



“Garden of Expression”, dat klinkt als een welgekomen meditatie. Joe Lovano spreekt over de evolutie in zijn spel die leidde tot de muziek van dit Trio Tapestry.


Naar aanleiding van de release van het eerste album van Trio Tapestry , vroegen velen zich af vanwaar de ommekeer kwam in de muziek van Joe Lovano.

Het is nochtans een voortzetting van een speelwijze die ik al geruime tijd tentoon spreid in mijn spel. Om nu met dit trio mijn eigen composities in dezelfde geest te kunnen spelen is echt het begin van een nieuwe manier om mij uit te drukken.

Volgens mij is het dezelfde logica als wat ik gedurende vele jaren met Paul Motian en Bill Frisell deed. Mijn debuut met Paul dateert al van 1981! Vooraleer als een trio verder te gaan speelden we eerst samen met Bill in een ander ensemble.

Iedere artiest die de kunst van het improviseren uitoefent vindt in de loop der jaren zijn eigen weg. Dat komt echter niet alleen. Het is het resultaat van een avontuur en voor mezelf op dit eigenste moment in mijn carrière, met mijn benadering van de muziek, is het vooral mijn speelwijze die veranderd is.

Onderweg moet je omgaan met verschillende zaken en nu is het vooral het aanvoelen van de geest van de muziek die voor mij belangrijk is, het trillen op de tonen, de onderlinge communicatie in het ensemble maar ook de communicatie met het publiek. Het is niet zo dat dit trio er zomaar gekomen is. Het is het resultaat van een lange studiereis en de ontwikkeling van de speelwijze die ik wil vertalen in mijn muziek.


Je realiseerde de solo-dvd “Genesis” op een visueel ontwerp gecreëerd door Ronzo Smith, met titels als “Prayer” en “Holy Spirits”, dit was reeds in de geest van dit trio.

Inderdaad! Het is de samenwerking met een goede vriend, Ronzo Smith, een moment waarvan ik zeer blij was het te kunnen capteren en het zit zeker in de lijn van waar ik vandaag mee bezig ben. Ik bespeel een hele reeks instrumenten die ik in de loop der jaren verzamelde, vooral de dudek die ik uit Turkije meebracht. Het is een soort meditatie, een dvd die niet officieel gereleaset werd, maar die ik aan veel vrienden gaf zodat ze ernaar konden luisteren.

Er staan foto’s op die Ronzo in de omgeving van Cleveland nam. Carmen Castaldi, Ronzo Smith en ik zijn samen opgegroeid. In 1971 gingen we samen naar Berklee College.
Ron is een fantastisch artiest en musicus. Hij speelt vibrafoon en was trouwens een van Gary Burton’s beste leerlingen. Hij maakte een mooi aantal solo’s op vibrafoon die je op Youtube terug kan vinden. Toch had hij niet de ambitie om een carrière uit te bouwen, of om ,aar New York te trekken. Hij is niet dat soort gast.

Carmen is van Boston vertrokken naar de West Coast, en kwam uiteindelijk terug naar Cleveland, waar we dikwijls samen musiceerden. Hij is te horen op mijn album “Viva Caruso !”. Carmen heeft dikwijls gigs gedeeld met Joey Baron.

Ik speelde ook geregeld met Joey Baron, o.a. met Dave Douglas. Net voor de pandemie speelden we in The Village Vanguard met Linda Oh en Lawrence Field. Daarna doken we de studio in voor een cd-opname die in mei 2021 zou moeten uitkomen op Dave’s label “Greenleaf”.

 


“Garden Of Expression” namen jullie op in het Auditorio Stelio Molo van de Zwitsers/Italiaanse radio in Lugano, een plaats die bij Manfred Eicher erg in de smaak valt.

Het is een recitalzaal, het voelt niet aan als een studio. Ik had er al opgenomen met Paul Motian en Bill Frisell, en ook met nog andere groepen. De radio in Lugano nodigt veel musici uit naar deze zaal. De avond voor de opname gaven we een concert met publiek en dat verliep uitstekend. Toen we ‘s anderendaags voor de opname arriveerden veranderden we de opstelling. In plaats van naar het publiek gericht te spelen stelden we ons zo op dat we met elkaar konden communiceren.

De klank is zo fantastisch dat je er een triple pianissimo of een triple forte kan spelen en de dynamiek van het stuk kan voelen. Ik denk dat het daarom is dat Manfred Eicher graag opneemt in deze ruimte met zijn pure sound en zeer hoge plafonds. Dit maakt een post-productie bijna onnodig. Je hebt er geen koptelefoon nodig omdat je de muziek letterlijk voelt.

Het feit dat we de dag te voren op dezelfde plaats een 90’ durende set speelden, gaf ons niet het gevoel dat we naar de studio gingen. Veel stukken op de plaat zijn eerste takes, soms een tweede. Het is dat die de muziek zijn organische kant geeft. Manfred is ook een meester in de post-productie, vooral om de dingen in een bepaalde volgorde te plaatsen. Hij is uiterst aandachtig tijdens de sessie, hij luistert constant. Het is een zegen om met hem te kunnen samenwerken.


In welke geest vormden jullie dit trio ?

Wat wij met het trio bereiken is vooral een manier van spelen. Wij creëren de muziek van binnenin. Het is niet zo dat we iets schrijven en het onophoudelijk herhalen. Elke compositie is gebaseerd op sensaties, de ruimte, en we proberen dit tot uiting te brengen. We onderzoeken de verschillende mogelijkheden.


Waar eindigt de compositie en waar begint de improvisatie ?

In “Garden of Expression" en ook op het eerste album, doen de composities, de melodieën en de harmonieën de composities klinken als liederen :  « West of the Moon », « Chapel Song », de verschillende stukken werden op zo’n manier samen gezet die Marilyn bepaalde harmonische sequenties en vormen doet gebruiken.

Mijn melodieën schreef ik op een wijze die mij in de mogelijkheid stelt om ze te ontwikkelen en erop te improviseren. Zoals toonreeksen zonder grenzen. Ik speel ze zoals ik ze aanvoel. Het is een manier om zich melodisch en harmonisch te uiten, dit is het momentum. En de ritmes die Carmen Castaldi speelt, leidt het manoeuvre niet en geeft ook zijn richting niet aan. Ik ben uitermate verheugd om al deze ideeën te kunnen ontwikkelen tijdens een opname.

Al de muziek die ik tijdens de tournee in 2019 componeerde was een voorbereiding op deze opname in Lugano in november 2019. Ik was veel on the road in 2019, tweemaal met het trio, maar in de zomer realiseerde ik ook nog een formidabele Europese tournee van zes à zeven weken met Diana Krall, met nog een extra drie weken in de herfst doorheen de Verenigde Staten. Spelen met Diane Krall was een fantastische swingervaring. Deze tournee heeft me echt geïnspireerd voor de opname met het trio. Zo speelden we bv. elke avond “East Of The Sun”. Mijn stuk “West Of The Moon” klinkt niet zoals “East Of The Sun” maar heeft het wel geïnspireerd. Op een avond keerde ik terug naar het hotel en schreef ik de titel neer. De volgende dagen kwam de melodie. Ik ben immens fier op dit nummer, de harmonieën en de flux van de compositie. Het is helemaal niet in de stijl van Diane Krall, maar op haar wijze van spelen, zij inspireerde mij. En ik ben ervan overtuigd dat alle grote musici boeien door hun manier van vertolken: Miles Davis, Sonny Rollins, Steve Lacy, Bill Evans… zij hebben een manier van spelen ontwikkeld, geen stijl. De stijl is zeggen: ik speel bebop, hard bop, free jazz, maar de manier van spelen is verschillend. Dat is het wat jazz aan de wereld gegeven heeft, een manier van uitdrukken, van creëren binnenin de muziek.

Bij jazz kan je gekende stukken vertolken, maar met je eigen speelwijze, en het muziekstuk wordt tijdloos. Het is hetgeen ik probeerde te verwezenlijken op mijn album “Bird Songs” met “Us Five”: “Donna Lee” brengen zoals het gecreëerd werd heeft veel tijd in beslag genomen, als een ballad met een stroom van ideeën, niet zoals ik ze oorspronkelijk aanleerde, m.a.w. zeer snel, maar met als doel om andere ideeën te vinden. Als improvisator probeerde ik zin te geven aan elke noot, elke noot anders te laten klinken, het is de ruimte die ik probeer te ontdekken en die geleid heeft tot dit “Trio Tapestry”


Weet je wat ik zo comfortabel vind als ik je interview, Joe, het is het feit dat ik niet veel vragen hoef te stellen.

(lacht) Vooral in deze momenten van eenzaamheid ! Geen tournees, mijn laatste gig dateert van maart 2020 in Keystone Corner die aanvankelijk een club was in San Francisco, en nu in Baltimore. Het is daar dat ik op 13 en 14 maart mijn laatste concerten gaf.


Op Twitter lanceerde je de oproep om de clubs te helpen die tijdens de pandemie moesten sluiten.

Ja, de “Jazz Standard” is voorgoed dicht. De “Birdland”, de “Village Vanguard”, de "Blue Note", zijn er nog altijd, maar er zijn geen live concerten meer. Ik heb veel ‘live streams’ gerealiseerd, een keer voor de "Blue Note” met een quartet dat in “The Joyous Encounter” noemde. Met Kenny Werner, Ben Street en Andrew Cyrille hebben we nieuwe composities gebracht waaraan ik toen werkte.

In september 2020 speelde ik in “Birdland” met “Us Five” en de twee drummers de muziek van mijn album dat een hommage was aan Charlie Parker.

Met de Argentijnse pianist Leo Genovese brachten we speciaal voor Japan een live stream, ook met de muziek van Charlie Parker.

Daarna vertolkte ik in de “Village Vanguard” in trio met Ben Street en Andrew Cyrille nieuwe composities die ik in die periode geschreven had. En binnenkort, 5 en 6 februari 2021, speel ik er opnieuw (zonder publiek) met Bill Frisell en Tyshawn Sorey. Als je de site “live stream” van de Village Vanguard vindt kan je het concert volgen.

Met Judi Silvano, mijn echtgenote, hebben we t.g.v. het Panama Festival, dat momenteel plaatsvindt, gemusiceerd vanuit onze studio in New York. Judi schildert terwijl ik op zes verschillende instrumenten speel: tenorsax, basklarinet, alto, percussie, gongs, …


Je houd ervan allerhande instrumenten aan te pakken. Op “Garden Of Expression” speel je tarogato. Kan je ons wat meer vertellen over dit instrument ?

De tarogato is een houten instrument uit de Hongaarse en Roemeense folklore. Het gelijkt op een klarinet maar het klinkt als een sopraansax. De vingerzetting van de linkerhand is deze van een saxofoon, deze van de rechterhand is dezelfde als van een klarinet “Albert system”, het  is in si mineur.

Er zijn een aantal gekende musici die het instrument bespeelden. Peter Brötzmann gebruikt het, maar hij schreeuwt met het instrument, hij bekomt er een zeer energiek geluid uit. Charles Lloyd heeft het instrument eveneens geëxploreerd. Ik heb mijn eerste tarogato sedert 2002 toen we een “Saxophone Summit” in Boedapest speelden met Dave Liebman en Michael Brecker. Dave had een vriend die na het concert aankwam met allerhande instrumenten: houtblazers, fluiten, en ook een tarogato die ik uitprobeerde en waarop ik terstond verliefd werd. Sindsdien ontdek ik almaar nieuwe mogelijkheden van dit instrument dat overigens erg goed past in de muziek die we met Trio Tapestry maken.


Hoever sta je nu met de exploratie van de aulochrome, deze uitvinding van François Louis die ook de rieten voor je saxofoons maakt ?

Ik geloof dat het instrument momenteel in België is met François Louis, een waar genie van klank en een goede vriend. Ik had het instrument vijf à zes jaren en heb er een aantal stukken mee opgenomen. De aulochrome bespelen met John Scofield was iets fabelachtig, het was toen pas dat ik de goede manier gevonden had om het instrument goed te laten klinken. In 2014 bracht ik de aulochrome terug naar Brussel, het jaar van de “Centenaire Adolphe Sax”. Ik heb er toen solo mee opgetreden in het superbe Muziekinstrumentenmuseum. Daarna liet ik het bij François, maar het zou geniaal zijn om het voor dit trio te kunnen bespelen. Ik mis het. Als je erop oefent dan neemt het je in beslag, je wordt bezeten door zijn sonoriteit, zijn capaciteit om te harmoniseren … Het is een magisch instrument en er bestaat er maar een van.

Wanneer zien we Trio Tapestry met het nieuwe repertoire ?

Begin maart was er een concert voorzien in Luxemburg, maar mijn agent denkt dat het zal verplaatst worden naar november. Ik ben trouwens alleen terug de concerten te hervatten als ik me veilig en comfortabel voel om te vliegen. Hier gaat de situatie van kwaad naar erger. Mijn familie leeft in Cleveland en ik zag ze niet meer sedert december 2019, en als ik mij op mijn gemak voel om mijn familie terug te ontmoeten, zal ik terug aan concerteren denken. Gelukkig leven Judi en mezelf hier in een schitterende wereld van muzikale creatie, al spelend, ons uitlevend, en dit is een zegen.

Interview © Jean-Pierre Goffin (vrij vertaald door Jos Demol)
Foto’s © Michel Laborde, Caterina di Perri en Bart Babinski / ECM Records

Een samenwerking Jazz’halo, citizenjazz & JazzAround

    


In case you LIKE us, please click here:


Check out Jazz'halo radio: click on this logo please



our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

 

Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
José Bedeur
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst