
Voormalig advocaat en politicus Jean-Jacques Vandenbroucke is erin geslaagd om, samen met zijn team, van de Open Music Jazz Club Komen een thuis te maken voor zowel musici en publiek. We hadden een gesprek met deze charismatische figuur.

Dag Jean-Jacques. Laat ons meteen een zevental decennia terug gaan in de tijd. Groeide je op in een muzikaal nest en wat zijn je vroegste muzikale herinneringen?
Mijn vader was onderwijzer, mijn moeder huisvrouw. We waren met zes kinderen. Mijn vader was niet echt een muzieklefhebber, maar mijn ouders hadden wel een aantal platen van Edith Piaf en Line Renaud. Het is natuurlijk een fantastische zangeres, maar als je jong bent was dit niet zo hip. Ze hadden ook een plaat van The Platters. Misschien hadden ze nog gedanst op “Only You”, een slow. Daarnaast hadden ze veel Frans chanson, o.a. Jacques Brel die ze ooit zagen optreden. Mijn vader was fan van Gilbert Bécaud die nu m.i. een beetje in de vergetelheid geraakt is. Van Guy Béart hadden ze ook platen, maar voor de rest was er van jazz geen sprake, en er was ook niet veel klassieke muziek.
Wanneer begon je concerten te organiseren en wat gaf de aanzet?
Ik speelde klarinet in de harmonie van mijn dorp (Waasten). Dit deed ik tot aan mijn dertiende à veertiende jaar. Ik was ook lid van een atletiekclub, en was ook bij de Scouts. Ik moest dus een keuze maken van mijn ouders. Ik liet de muziek vallen en ik heb mij jaren na elkaar opgewerkt bij de Scouts.
Ik was zeventien jaar oud en ik luisterde naar progressieve rock en The Rolling Stones, The Beatles, The Kinks, The Doors, … en vooral Led Zeppelin. En ik ging geregeld naar concerten. Ik had een schoolvriend, Xavier Vanandruel die mijn aandacht trok op iets subtielere muziek. En hij gaf mij de plaat "Jack Johnson" van Miles Davis, met o.a. John McLaughlin en Herbie Hancock, om te beluisteren. Dat was een soort fusion jazzrock. Daarna ontdekte ik ook Chick Corea. Aangezien ik fan was van Led Zeppelin lag dit niet zo heel ver van die jazz.
Xavier zette me aan om verder op ontdekkingstocht te gaan. We lazen regelmatig Jazz Hot, het magazine waar Boris Vian nog voor geschreven heeft. Op het moment dat je de recensies leest, krijg je zin om op exploratie te gaan. Mijn eerste plaat kocht ik in Rijsel: van Louis Armstrong met een ensemble van twintig musici.
Op het einde van mijn humaniora was er zoals toen gebruikelijk was een traditionele reis naar Italië gepland. Maar wij, het was na 1968, rebelleerden en wilden naar Londen gaan, want daar gebeurde het. En we haalden onze slag thuis en we zijn naar Ronnie Scott's Jazz Club geweest. Ik heb daar trompettist Charlie Shavers gezien. We woonden ook een concert met muziek van Béla Bartók bij in de Royal Albert Hall. Dat was niet zo’n evidente muziek. Dit wekte mijn interesse voor de klassieke muziek op. Nu hebben wij een abonnement bij L’Orchestre National de Lille.
Als achttienjarige ging ik naar de universiteit en i.p.v. muziek te spelen, organiseerde ik, samen met Xavier, een eerste concert. Het concert van het Arkham Trio (met gitarist Paolo Radoni, drummer Jean-Luc Manderlier, die later bij Magma speelde, en multi-instrumentalist Daniel Denis) ging door in de feestzaal van het Saint Henri College van Komen voor de leerlingen en leraars.
Op de universiteit van Namen volgde ik mijn twee kandidaturen en daarna de drie licenties in Leuven. In die tijd speelde muziek een belangrijke rol in het leven van de jeugd. Met vrienden heb ik concerten georganiseerd in Namen en in Leuven en in Komen (natuurlijk) : o.a. Ange, Dick Annegarn André Bialek, Freddie Fingers Lee, Johnnie and The Hurricanes, …
Toen ik 24 jaar oud was ging ik in de gemeentepolitiek. Ik was gemeenteraadslid van 1976 tot 1982 en later van 1982 tot 2012 schepen van financiën, cultuur, industrie en jeugd, gedurende 30 jaar, een zware portefeuille. En op vraag van een collega schepen, ex-burgemeester van Houthem en ook verantwoordelijke van het feestcomité van Houthem, Gérard Bartier, trad ik toe tot het feestcomité van Houthem.

Aanvankelijk organiseerde je blues concerten. Hoe ging je te werk?
In eerste instantie hebben we in 1986 met het feestcomité een Free Podium georganiseerd op de markt van Houthem. De muzikanten kwamen uit de streek van Ieper, Kortrijk, Wervik, Komen, Armentières, … Voor de eerste editie hadden we een publiek van een honderdtal mensen. Het is een beetje een eigenschap van Komen dat de mensen van drie kanten komen: Wallonië, Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Het eerste jaar hadden we ca. 150 mensen, en het derde jaar zat de markt propvol met zes à zevenhonderd mensen. Dus het was onmogelijk om nog op deze locatie verder te gaan.
De bakker, de beenhouwer, de café-uitbaters van het dorp en ook vrienden van Komen, Waasten, Ploegsteert, Comines-France … maakten deel uit van het comité en ze waren amateur van de blues. Blues is een gemakkelijker genre dan jazz. Dus de markt was te klein en we hebben eind juli, met de voetbalploeg van Houthem, een tent op hun voetbalplein geplaatst. We moesten wachten tot de voetbalcompetitie ten einde was. En van bij het eerste jaar, in 1990, tot het einde in 1997, organiseerden wij een blues festival met een mooie affiche. Zo stonden Robben Ford, Rufus Thomas, Albatros, The Night Hawks, Anson Funderburgh, Alvin Lee, … op ons podium.
Het was fantastisch om te organiseren. We werkten met drie mensen: Thierry Houcke, Christian Collie en mezelf. gedurende het jaar. We zochten naar sponsors, enz. … Een week voor en na het festival waren er ongeveer honderd vrijwilligers actief.
In 1998 stopten we ermee. Om twee redenen eigenlijk. Ten eerste: de interesse voor blues was tanend in die jaren. Veel blues groepen vallen in herhaling en het is voor veel mensen een verouderd genre en o.a. de New Wave kwam op.
Ten tweede: De publiciteit voor sigarettenmerken wordt verboden, zodat de sponsoring van L&M wegvalt. Daarnaast hadden we ook een grote steun van de Groep Interbrew. Van beide sponsors konden we rekenen op elk 300.000 BEF. Dat was drie tienden van het totale budget. We hadden artiesten van de USA, UK, … Maar met de slogan “Drink met mate” viel ook die steun weg.
Dus beslisten we te stoppen op het moment dat we nog 100.000 BEF in kas hadden. En we wilden een faillissement vermijden.
Ondertussen was ik, als schepen van cultuur, voorzitter van het cultureel centrum geworden. We beslisten op dat moment om een ‘Tournuit des Grands Ducs’ (een woordenspel) te organiseren, een soort kroegentocht, met muziek uit verschillende landen, die met de steun van het cultureel centrum in verschillende zalen uitgevoerd werd. Onze vzw was nog in stand-by, maar organiseerde niets meer, behalve gedurende deze ‘Tournuit des Grands Ducs’. Er waren zes bussen die rondreden 11 à 12 verschillende locaties. En onze vzw “Blues Rock Festival Houthem” – maar ik droeg een dubbel petje, enerzijds als voorzitter van het cultureel centrum en anderzijds als voorzitter van de vzw – participeerde in de organisatie met het cultureel centrum. We hadden ook nog ons potje van 100.000 BEF waarmee we elk jaar als vzw, voor ons plezier, één concert organiseerden in het cultureel centrum. Zo nodigden we o.a. Vaya Con Dios met Dani Klein, El Fish met Steven De Bruyn, Arno, Dave Holland, … uit. Het ging een beetje in alle richtingen, maar het was voor ons plezier. En het leuke was dat we geen beroep moesten op ons spaarpotje. We hadden dus succes, o.a. ook omdat we de steun van het cultureel centrum hadden.
Eind 2008 stopte ik als voorzitter van het cultureel centrum en eind 2011 gaf ik ook mijn politieke loopbaan op. Dat was meteen een opportuniteit om iets anders te doen. Twee dingen: Ik werd in 2012 stafhouder aan de balie van Doornik en in oktober 2012 stelt de buur van mijn advocatenkantoor, Mattéo Russo, me voor om bij hem jazzconcerten te organiseren. Het eerste concert was in oktober 2012 met het Steve Houben sextet met o.a. Arne Van Dongen, Jacques Pirotton, …
In datzelfde jaar beslis ik samen met de vrienden van de oude organisatie van de blues concerten, om een nieuwe naam aan te nemen. Het werd Open Music asbl i.p.v. Blues Rock Festival Houthem asbl. We hadden een bredere programmatie. In het begin zouden we een concert om de twee maanden organiseren. Daarna een concert per maand, en nu, na 15 jaar hebben we een vijftigtal concerten per jaar. In het begin gingen de concerten, naast in de bistro à vin, ook door in andere zalen in de regio. In totaal op acht verschillende plaatsen. We hadden altijd een goede medewerking van de uitbaters, en van het cultureel centrum, maar het bleef complex: de catering, de sound, … Op een zeker moment, in 2017, beslisten we een eigen zaal aan te kopen.

Zijn er musici uit die periode van blues concerten die je zijn bij gebleven?
Zeker. Heel veel. Maar de muzikant die de grootste indruk op mij maakte was gitarist Otis Grant (1950-2023). Rufus Thomas ook, maar dat was meer rhythm & blues en soul. The Nighthawks was ook een fameuze groep. En top of the bill van ons voorlaatste festival was de Alvin Lee Band, niet echt blues, maar meer rock. Zij hadden echter een goede plaat uit op een Oostenrijks label.
Over Alvin Lee heb ik een leuke anekdote. Ik had net mijn nieuwe BMW 7-reeks. De loges voor de musici waren in het cultureel centrum, op ongeveer honderdvijftig meter van de backstage van de festivaltent op Place du Pont-Neuf. Lee, stijf van de coke, stond erop dat hij met de BMW van het cultureel centrum naar de tent werd gebracht. En een groot deel van het publiek kwam hem buiten de tent begroeten. Hij kwam als een koning uit de wagen. Ik vroeg me af hoe hij, in zijn toestand, zou spelen. Welnu, veel journalisten die hem al meerdere keren gezien hadden, vonden dit een van zijn beste concerten.
Wie er ook een grote indruk op mij gemaakt heeft is Dr. Feelgood met Lee Brilleaux, een fantastische entertainer. Dat was eind juni 1991 op het voetbalplein van Houthem, in open lucht. Een risico in België. We hadden toen ook Michel Hatzigeorgiou met Marc Lelangue. Michel speelde toen nog blues. Veel jazzmen hebben blues gespeeld. Ook Patrick Deltenre speelde met Lelangue. Stéphane Galland speelde ook ooit in een blues band.

Vertel eens wat meer over het tot stand komen van de Open Music Jazz Club die eigendom is van de vzw…
Zoals ik al vermelde hebben we acht jaar over de regio gezworven om concerten te organiseren: Houthem, Neerwaasten, Ploegsteert, Waasten ook, in het brouwerijmuseum, … Maar het werd almaar moeilijker. We waren het een beetje beu om in die omstandigheden verder te werken. We hadden wel hulp van het cultureel centrum voor licht en geluid, maar niettemin, het bleef complex.
Mijn vrouw Marie-Paule (Dauchy – red.), die ook advocate is, en ik begonnen te overwegen om met pensioen te gaan. Ik had beslist om op zeventigjarige leeftijd te stoppen en mijn vrouw, die jonger is, zou er eveneens een punt achter zetten. We hebben samen veel passies, maar jazz is voor mij “A Way of Life”. We vonden dat het toch goed zou zijn een eigen club te hebben. We gingen op zoek naar een geschikte locatie: boerderijen, kastelen, cafés, een kapel in Cassel … vooral aan de Franse kant. We vonden dat er daar een speciaal cliënteel was voor de jazz. We hebben veel plaatsen bezocht.
En plots zegde mijn vrouw “er is daar een dancing/nightclub op de grote markt van Komen die al veertien jaar leeg staat”. Deze zaak was eigendom van de Brouwerij Bataille, die klant van ons kantoor was. Vincent Bataille was een vriend en een van mijn eerste cliënten. Ik belde hem op om te vragen welke plannen hij had voor het pand dat vol muizen en ratten zat, een probleem voor de buren.
Het idee was een coöperatieve te stichten voor een jazz club. Je laat je pand over aan de coöperatieve en je krijgt daarvoor aandelen. De club wordt zo de eigendom van de coöperatieve. Marie-Paule en ik legden meteen 200.000,00 euro op tafel. Er werd een objectieve expertise gemaakt om de prijs van het pand te bepalen. Het werd geschat op 90.000,00 euro. Vincent wilde slechts aandelen voor 40.000,00 euro, wat neerkomt op een cadeautje van 50.000,00 euro. Met natuurlijk de voorwaarde en de modaliteiten dat wij bij de opmaak van de verkoopakte, bij hem een brouwerscontract tekenden voor tien jaar. Wat niet meer dan normaal was.

In december 2017 was het Algemene vergadering van onze vzw. Er kwamen tachtig mensen naar de vergadering aan wie ik de plannen voorlegde en voorstelde om er een collectief iets van te maken. Aan het einde van de vergadering hadden we driehonderdduizend euro. De architecten, mijn schoonbroer Damien Van Massenhove en Gaël Le Fur, mijn beste vriend, beslisten voor dit project te werken en ervoor te worden betaald, maar hun honoraria zou terug naar de coöperatieve komen. Dat was een som van ca. 25.000,00 euro. Dus hadden we een schitterende start met aan het einde van de vergadering 325.000,00 euro. En op dat moment vroeg ik wie er nog wilde investeren. En in zes maanden hadden we 198.500,00 euro verzameld. Sommigen gaven tienduizend, duizend, … en een dame, die in invaliditeit was, en die altijd naar de concerten kwam kon 500,00 euro investeren, alhoewel we afgesproken niet onder de 1.000,00 euro te gaan.
Begin 2018 startten de werken. Bertrand Serroen, een jeugdvriend, nam de taak van werfleider op zich. Het was een intense periode, want naast de bouwwerken gingen wij door met het organiseren van concerten op de andere locaties. Na anderhalf jaar werken werd de club op 31 maart 2019 feestelijke geopend. De inauguratie ging door onder een tent op de grote markt in aanwezigheid van vier ministers, gedeputeerden, ... De politici deden veel beloften tijdens hun speech, maar na een jaar wachtten wij nog altijd op de eerste centen.
Maar ongeveer een jaar na de opening kwam de COVID periode. We hadden toen voor de Franse Gemeenschap een minister van cultuur, Alda Greoli, die er zich van bewust was om de mensen te helpen, ook in de cultuur. Ze was tevens een vriendin van Virginie Declercq, die in onze raad van beheer zit. De minister kwam naar de club en zag dat het een fantastisch communautair en collectief avontuur was. En ze zegde “misschien moeten we van COVID profiteren”, wat eigenlijk een vreemde uitspraak was,
En ik heb hier nog een anekdote. COVID begon februari 2020, dus er waren geen concerten meer. Juni 2020 ben ik op restaurant met Francis Gaquiere, een van de vrienden die 50.000,00 euro investeerden. Plots krijgen we een telefoontje van Aniko Ozoraï een journaliste die de lijst van de speciale COVID-subsidies al had ontvangen. En ze vraagt me of ik het goede nieuws al had vernomen. Open Music asbl zou 65.000,00 euro ontvangen. Ik viel uit de lucht en dacht dat ik het verkeerd begrepen had.
Het werd door dit bedrag comfortabeler om concerten te organiseren. We hadden het idee om in de zomer 2021 een klein festivalletje, Le Festival’tje, te organiseren in de tuin van de boerderij van Guy en Marie-Christine Deconinck in Waasten. Dus net voor de tweede sluiting in september. Het werden zeven concerten met 500 à 600 mensen. En… het regende de gehele dag. We hebben dus veel paraplu’s verkocht… Maar er was een gezellige sfeer omdat de mensen tevreden waren eindelijk weer iets te kunnen beleven. Op die 10de juli stonden o.a. Vetex International, Echoes Of Zoo, Tiny Legs Tim (voor de blues), Swingin’Partout (jazz manouche), … op het podium.
De administratie van Fédération Wallonie‑Bruxelles vond het een uitstekend idee omdat het geld van de subsidie terugvloeide naar de artiesten en ook ten gunste kwam van de mensen. In de club kenden we nog een moeilijke periode tussen september en december 2021, toen we twee concerten organiseerden met dezelfde artiest op dezelfde avond. Een concert van 45’, dan moest het publiek de zaal verlaten en werd alles ontsmet, om dan een tweede concert van 45’ te starten. Alles zonder bar, noch maaltijd. En op dat moment ontvingen we nog een supplementaire subsidie van 20.000,00 euro, omdat COVID zo moeilijk was voor ons. Die totale subsidie van 85.000,00 euro was echter ook een compensatie voor de magere subsidiëring sinds de start van de club in 2012.
Na COVID dienden we een subsidieaanvraag in (voor een periode van vijf jaar) en de minister beslist om 50.000,00 euro per jaar toe te kennen. Dat lijkt natuurlijk aanzienlijk, maar je mag niet vergeten dat we 51 concerten per jaar organiseren. We organiseren daarnaast ook Le Festival’tje en extra muros concerten tijdens de verschillende kermissen. In juli, als afsluiter van het seizoen, is er ook La balade de la bouche et des oreilles in de bossen van Ploegsteert. Achthonderd mensen maken een wandeling van 8 km met een vijftal stands waar ze naar muziek (jazz en blues) kunnen luisteren met een hapje en een drankje. Daarnaast is er ook nog jaarlijks vijf maal "café 5 philo", dat zijn debatten over de grote problematieken van onze maatschappij, want "jazz is a way of live”, een manier van denken ook. Er zijn repetities van jonge groepen in onze club. Er werden ook teasers gefilmd door Jean-Marie Vandelannoitte met de Braziliaanse band van trombonist Roberto de Oliveira (Lille), en Yokatta Brothers & An Diaz, de Argentijnse zangeres, …
We hebben ook een koor dat elke woensdag repeteert. Eind juni zingen we altijd met een professional (o.a. Marc Lelangue, Bai Kamara Jr., …). Er is ook nog Jazz For Kids voor de kleintjes. Voor een zesde keer nodigen we in de namiddag 85 studenten van onze middelbare scholen uit om de soundcheck en repetitie van de groep mee te maken in onze club. Zo ontdekken ze iets dat ze niet kennen. Muzikanten live aan het werk zien en horen is een speciale beleving.
Kortom, er zijn veel activiteiten.

Grosso modo produceren we een euro op twee. Een helft van ons zakencijfer komt van de subsidies van de Fédération Wallonie-Bruxelles, maar ook van het Fonds Lemay/Koning Boudewijnstichting, en de Nationale Loterij. De andere helft komt van de ticketverkoop, bar en restaurant. We krijgen ook nog subsidies voor de concerten met musici uit de Fédération Wallonie-Bruxelles. Dat betekent een financiële tussenkomst van de Federatie en ook van de provincie Henegouwen (Les Tournées Art et Vie).
Ik geef een voorbeeld. Ivan Paduart, die ook de peter van onze club is, komt met Patrick Deltenre spelen. De normale prijs voor een quartet is 2.000,00 euro. De provincie komt voor 240,00 euro tussen, en de Franse Gemeenschap voor 570,00 euro. Dus wij betalen slechts een beetje meer dan de helft van de reële prijs. Alle artiesten die erkend zijn door de Franse Gemeenschap profiteren van dit systeem. Zo blijft ook voor ons de balans kosten/inkomsten in evenwicht.
Zij betalen een gedeelte van onze algemene kosten. Zo betalen wij een huurgeld van 3.000,00 euro per maand aan de coöperatieve. De coöperatieve bestaat uit al die mecenassen die de bouw van de club mogelijk maakten. Die mensen zullen nooit de waarde van hun investering terug winnen, want de reële waarde van het pand is geen 523.500,00 euro maar, volgens een vriend die in de immobiliën werkt, 300.000,00 euro. Dat betekent dat iedereen een beetje op zijn investering zal verliezen. Maar wij hebben beloofd 1% netto rente te betalen. Dat bedrag staat op een speciale rekening. Naast het onroerend goed zijn ook de instrumenten, geluidsinstallatie, podiumlicht en keuken eigendom van de coöperatieve, en niet van de vzw. Vandaar het huurgeld.

Hoe is de samenwerking met de clubs in het noorden van Frankrijk en in het Waalse Gewest?
Dat werkt fantastisch.
En les Lundis d’Hortense?
Ik maak deel uit van de Raad van Beheer. Ik vertegenwoordig er, samen met Christine Rygaert (die verantwoordelijke is van Le Rideau Rouge in Lasne), de clubs uit Wallonië en Brussel. De rest van het bestuur bestaat uit beroepsmusici (Tom Bourgeois, Peter Hertmans, Pauline Leblond, Jean-Louis Rassinfosse, onder anderen …). We hebben een zeer goede samenwerking met Les Lundis d’Hortense. Zo maken wij deel uit van het circuit van de Jazz Tour.
Jazz Tour, dat is tegelijkertijd goed en niet goed. Op financieel gebied is het zeer interessant voor ons. Wij moeten slechts een klein gedeelte betalen, want zij worden gesteund door de Fédération Wallonie-Bruxelles en Les Tournées Art et Vie. Wij moeten geen dossier indienen, dat doen ze voor ons, en ze hebben speciale prijzen.
Ik geef een voorbeeld. Eric Legnini komt bij ons op 16 oktober 2026 in duo met Charles Loos. Voor ons is het financieel onmogelijk om Legnini in de club te krijgen. Maar met het feestprogramma voor 50 jaar Les Lundis d’Hortense, komt Legnini, uit erkentelijkheid, in 10 clubs spelen.
Wij organiseren ongeveer 6 à 8 concerten met Jazz Tour per jaar. Maar het systeem is een beetje pervers. En ook Kostia Pace van Jazz Station is het daarmee eens. Waarom? Het probleem is dat wij elk jaar acht concerten van de tien organiseren in de club. Op de duur komen steeds dezelfde musici terug.
Vooraleer Jazz Tour zijn keuze maakt beluisteren ze alle projecten. Zo zijn er gemiddeld een 160 inzendingen. Een groot werk want er wordt gevraagd om twee stukken per groep op te sturen. Dat maakt 320 te beluisteren stukken. Van de 160 wordt een eerste selectie gemaakt van veertig. In de tweede selectiefase maken de clubs zelf hun selectie. Daarvan worden er ten slotte tien weerhouden. En die tien maken de tournee. Dit is zeer interessant voor de muzikanten en ook voor de clubs.
Maar, samen met Kostia, - we zijn nog in de minderheid – streven we naar verandering. Het is nu het veertiende jaar dat Open Music de Jazz Tour ontvangt. Maar het zijn dikwijls dezelfde musici die terugkomen. In feite de beste… Normaal worden de projecten “blind” beluisterd. Maar als Ivan Paduart of Wajdi Riahi drie noten spelen herkennen we hen onmiddellijk. Dus, zo blind is het beluisteren uiteindelijk toch niet. Het zijn dus een beetje altijd dezelfde muzikanten met andere projecten die toeren. Er zijn natuurlijk uitzonderingen.
Natuurlijk wordt het gesteund door de Fédération Wallonie-Bruxelles en is het evident dat het geld terug gaat naar die artiesten van deze regio. Maar ik denk dat er een ander systeem mogelijk is. Het zou goed zijn dat misschien de helft van die tien concerten draait zoals in het verleden. Maar voor de andere helft moeten we akkoorden vinden voor een uitwisseling met groepen uit Vlaanderen, Normandië, Bretagne, Parijs (want dat is niet zo ver), … en misschien Kent (UK). Fédération Wallonie-Bruxelles steunt de artiesten die uit die streken komen voor 50%. Met dien verstande dat er telkens er een groep uit die streken bij ons komt, er een artiest uit onze regio naar ginder moet uitgenodigd worden.
Dit zou veel interessanter zijn voor de diversiteit van de jazz. Want jazz in Vlaanderen is niet dezelfde als in Wallonië en Brussel. In Brussel en Wallonië is het klassieker. Dan kan ik nog eens Too Noisy Fish, Black Flower, Compro Oro, De Beren Gieren, … in de club uitnodigen. Als ik naar de vergadering in Brussel ga stel ik vast dat ze die groepen niet goed kennen. En Brugge, Gent, … dat is niet ver van bij ons. Vandaar dat Kostia en ik vragen om de criteria om de groepen te selecteren te herzien. Als je een systeem van uitwisseling hebt is er toch geen probleem. En het is een mogelijkheid om onze artiesten ook over de grens bekendheid te geven.
Er is ooit een samenwerking geweest tussen JazzLab Vlaanderen en Les Lundis d’Hortense. Op een zeker moment werd er overeen gekomen dat we twee groepen naar Vlaanderen stuurden en dat zij twee groepen in Wallonië zouden laten optreden. Zo ontdekten we o.a. Dans Dans, Hendrik Lazure en SCHNTZL, … Ik hoop dat dit terug kan doorgaan.

Met Noord-Frankrijk hebben we een zeer lange samenwerking. Dit dateert al uit de tijd van het blues festival, toen we een colloquium organiseerden. Ik was toen voorzitter van het cultureel centrum en we nodigden alle organisaties uit die met blues bezig waren: uit Vlaanderen (Handzame, Peer, Beernem, …), Wallonië (Écaussinnes, Tamines, …) en Noord-Frankrijk (Jazz en Nord).
Het was dus een grote ronde tafel met al die mensen. Zo raakte ik bevriend met Frédéric Maréchal, die nu de Botanique in Brussel leidt. Hij organiseerde vroeger het blues festival van Louvain-la-Neuve. We waren in die tijd met vier grote festivals in Wallonië: Comines (Houthem), Écaussinnes, Tamines en Louvain-la-Neuve. Het colloquium was interessant om andere mensen te leren kennen. Naast Frédéric leerde ik ook Patrick Dallongeville, een journalist die in veel gespecialiseerde tijdschriften schreef (o.a. paris-move.com), tekenaar en een ware blues encyclopedie. Samen met hem publiceerden we het tijdschrift Blues Border. Ik was verantwoordelijke uitgever en Patrick schreef. Patrick Dallongeville maakt ook deel uit van Jazz en Nord waarvan hij intussen de voorzitter is geworden. We begonnen samen concerten te organiseren aan weerskanten van de grens. Vanaf 2015 werden al onze concerten gepubliceerd in de brochure van Jazz en Nord (15.000 exemplaren). Zeer interessant voor ons dus. Dus vanaf die fameuze ronde tafel in de jaren ’90 zijn we blijven samenwerken.
Je bent ook actief in het Tournai Jazz festival. Het programma van dit jaar, de veertiende editie al, ziet veelbelovend uit. Veel variatie. Vertel er eens wat meer over...
In ben in de Raad van Beheer van Tournai Jazz festival, trouwens ook in die van Jazz en Nord. Het is altijd een kwestie van reciprociteit. Patrick Dallongeville zit ook in ons bestuur. Het is interessant aanwezig te zijn in al die organisaties. Je krijgt er veel contacten door en er is ook de mogelijkheid om zaken te veranderen.
Tournai Jazz Festival is ontstaan uit een service club, Kiwani’s. De voorzitter van het festival, Geoffrey Bernard is een goede vriend en een fantastische, dynamische mens. Geoffrey vroeg mij in het bestuur omdat hij het interessant vond voor het imago van de samenwerking Doornik-Komen. Ik vertegenwoordig de club van de regio en hij het festival. Een goed idee en leuk voor de promotie ervan. Voor hem was het ook mooi meegenomen dat ons publiek ook naar het festival komt.
Samen beslisten we om het programma aan te passen. Minder vedetten en meer diversiteit. We beslisten om met een publiekstrekker te werken en daarrond meer avontuurlijker groepen te programmeren. We hebben nu meer variatie. Zo komt dit jaar de electro van The Herbaliser Band, vedetten als Luz Casal, Selah Sue & The Gallands, Yael Naïm, … En voor de rest ook lokale orkesten, zoals de fanfare o.l.v. klarinettist Charles Michiels die professor is aan de conservatoria van Brussel en Tournai. Ze doen ook een project met Laurent Dehors. Laurent komt met zijn trio en hij zal met de fanfare een origineel project presenteren. Daarnaast zijn er ook tentoonstellingen, en randanimatie.
Zijn er nog musici die je zeer graag in de club zou uitnodigen?
Magma, maar op de grote markt ! Jammer genoeg is Michel Portal recentelijk overleden. Er staan zoveel artiesten op mijn lijstje… natuurlijk is Brad Mehldau te hoog gegrepen !, maar er zijn zoveel interessante artiesten in Europa. Ik hou veel van de groepen uit Scandinavië, en ook uit Frankrijk Bojan Z, Anne Paceo, Emile Parisien, Pierre Legrand, Sixun, Joëlle Léandre, Tigran Hamasyan, Yaron Herman enz… en uit België AKA MOON nog eens… dat zal wel lukken. Ze houden van clubs met een ziel.
Interview © Jos Demol - foto's © Jean-Marie Delannoitte
In case you LIKE us, please click here:





Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst