#IWD2026: Kateryna Kravchenko: een vriendelijk antwoord in moeilijke tijden



Disclaimer: In deze tekst wordt rusland (evenals verwante termen zoals “russische invasie” en andere) met kleine letters geschreven. Dit volgt op het besluit van september 2023 van de Nationale Commissie voor Taalnormen van Oekraïne, die oordeelde dat een dergelijke spelling in niet-officiële of informele teksten geen schending vormt van de Oekraïense taalnormen. Dit weerspiegelt de voortdurende heroïsche strijd van het Oekraïense volk tegen agressie, een openbare oproep van vicepremier Iryna Vereshchuk en steunbetuigingen van vooraanstaande taalkundige instellingen van de Nationale Academie van Wetenschappen van Oekraïne. Hoewel deze regel niet van toepassing is in het Nederlands, hanteren we dezelfde kleine letters in het Nederlands als een bewust symbolisch gebaar van respect en in de bredere context van de strijd van Oekraïne voor soevereiniteit.







Vanaf haar vroegste jeugd brandde de Oekraïense zangeres en componiste Kateryna Kravchenko van een vurige passie voor jazz.


Ze doorliep de komisch ingewikkelde, soms absurde fasen van het post-Sovjetmuziekonderwijs – eerst in Balta, daarna in Odessa – voordat ze naar Duitsland vertrok, een land dat zich even koppig en weerbarstig toonde. Leren door te doen – dat is wat ze de leidraad van haar leven noemt, en het blijkt juist in turbulente tijden de meest effectieve strategie te zijn, wanneer verre verhuizingen verweven waren met isolatie, en isolatie in één adem veranderde in de staat van beleg die Oekraïne overspoelde.

Haar eerste album, Stories, dat in 2020 uitkwam, is een pure belichaming van dat natuurlijke eclecticisme dat voortkomt uit een menselijke nieuwsgierigheid naar beproevingen en tests. Verschillende talen, contrasterende vormen, een waakzame, bijna tedere aandacht voor elk afzonderlijk woord – deze kwaliteiten zouden later steeds weer terugkomen in haar volgende werken, als een stille, aanhoudende signatuur.

Na de Revolutie van Waardigheid, en vooral vanaf de eerste dagen van de grootschalige russische invasie, begon het Oekraïense zelfbewustzijn in de artistieke wereld een snelle, verbazingwekkende expansie – in genres, in thema's en in de keuze van het materiaal dat vraagt om bewerkt en gevormd te worden. Terwijl Hyphen Dash, oh deer!, СТАСІК en anderen zich uitdrukken via een wonderbaarlijk zwaar, resonerend geluid, sloot Kateryna Kravchenko zich aan bij degenen die vertrouwen op de kracht van doordachte metaforen en op de zachte, maar eigentijdse herinterpretatie van authenticiteit.

Misschien is de meest treffende omschrijving van haar kunstenaarschap en haar essentie wel dat oude bijbelse spreekwoord: “Een zacht antwoord keert de toorn af, maar een hard woord wekt de woede op.” Later componeerde ze een suite geïnspireerd door Maria Prymachenko – de Oekraïense ‘vertelster’ van kleuren – en richtte ze samen met de Luxemburgse vibrafonist Arthur Clees het Kravchenko/Clees Duo op. Samen weven ze delicate en doorschijnende klankwebben uit improvisatie, poëzie en de stemmen van Vasyl Stus, Sarah Chauncey Woolsey, Hermann Hesse, Juan Ramón Jiménez, Robert Creeley en vele anderen. De thema's die in deze teksten weerklinken zijn rauw en pijnlijk – eenzaamheid, ballingschap, verliezen die niettemin fragiele sprankjes hoop op wedergeboorte bevatten – maar ze worden met zo'n uitzonderlijke zorg, met zo'n harmonieuze ambiguïteit verteld, dat je luistert en voelt: hier wil niemand iemand kwetsen met een overbodig woord.

Onze gesprekken met Kateryna gaan vaak over het alledaagse, en dit gesprek is daarop geen uitzondering. Want om de muziek echt te horen, moet je het pad zien dat iemand heeft bewandeld, welke gedachten haar onderweg hebben begeleid en waar ze vandaag naar streeft. En het gesprek blijkt even oprecht te zijn als haar muziek zelf – zonder maskers, zonder overmatige bescherming.




Laten we beginnen bij het begin. Wat vond je belangrijk in je jeugd? Ik herinner me je nog uit de tijd dat je met Oleksii Petukhov speelde – wedstrijden, concerten... Hoe vond je dat?

Misschien begin ik iets eerder om uit te leggen hoe ik op dit punt ben gekomen. Ik ben geboren in een klein stadje waar eigenlijk niets was, behalve een muziekschool. Daar werd academische zang en klassieke piano onderwezen. Niemand had ooit van jazz gehoord.

Toen kwam er een nieuwe leraar. Hij had koorleiding gestudeerd, maar woonde in een studentenhuis met ‘pop singers’, zoals ze toen werden genoemd. Van hen leerde hij wat jazzterminologie. Het was nog steeds Sovjetjazz: Melodies of Jazz van Volodymyr Symonenko [Oekraïense jazzpianist en musicoloog – red.] – dat wil zeggen, een soort ‘bijbel’ van de eerste jazzboeken. Maar hij was het die mij de wereld van de jazz heeft laten zien. YouTube was net gestart en hij liet me een paar opnames zien die me gewoonweg overweldigden. Daarvoor had ik alleen radio en televisie – en plotseling ging er een hele nieuwe wereld voor me open. Zo zag ik Ella Fitzgerald voor het eerst. Ik was 12 of 13. En het was een echte ontdekking: ‘Hoe kan zoiets in deze wereld bestaan?’ Ik werd zo verliefd op deze muziek dat ik alleen nog maar naar jazz luisterde. Ik wilde alleen jazz zingen, net als Ella, en al haar solo's kennen. Een echte ‘jazzpolizei’! In die tijd begreep ik nog niets van improvisatie, ik wist alleen: ‘Ik wil zingen zoals Ella.’ Maar ik begreep niet hoe ik dat moest leren.

Dus de leraar liet je horen hoe het zou kunnen klinken, maar je kon het nergens leren?

Precies! Hij legde alles uit ‘op gevoel’: hij zei dat het een beetje moest ‘swingen’, maar hij kon niet uitleggen hoe. Hij vertelde me wat iemand hem ooit had verteld, iets wat hij ergens had gehoord... Dus probeerden we samen iets te doen om het in ieder geval ongeveer zo te laten klinken als de opname. Op dat moment was ik volledig gefixeerd op het feit dat alles precies ‘als het origineel’ moest klinken. Ik had geen luidspreker of software om de opnames te vertragen, dus leunde ik tegen mijn laptop en luisterde ik, waarbij ik na elke frase pauzeerde. Zo studeerde ik voordat ik naar Odessa verhuisde.

Toen begon ik lessen te volgen bij een leraar en zong ik in een ensemble, een vocaal kwartet met drie andere meisjes. Het was erg interessant. En toen besefte ik: dat is het, ik wil jazzmuzikant worden, leren improviseren, mijn eigen band hebben en op het podium staan! Toen begonnen de wedstrijden.

Mijn eerste was de Rostyslav Kobanchenko Memorial Competition aan het Odesa Music College. Ik zong ‘Air Mail Special’ en ‘Mr. Paganini’. Ik was 13 jaar oud. Daarna werd ik uitgenodigd om op te treden met de Mykola Goloshchapov Big Band – mijn eerste optreden met live muzikanten. Daarvoor had ik alleen met playbacks gezongen – niemand op school wist hoe ze me moesten begeleiden. En hier, in de Odesa Philharmonic, zong ik twee nummers, waaronder ‘Every Day I Have The Blues’ van Diana Schuur. Op dat moment begreep ik helemaal niet hoe ik het moest zingen, maar ik wilde het zo graag dat mijn verlangen alle technische moeilijkheden overwon. Het was mijn eerste ervaring met mijn eigen interpretatie – omdat ik de versie van Diane Schuur niet mooi vond, omdat die niet ‘zoals die van Ella’ was (lacht).


Hoe analyseerde je de liedjes toen? Bestudeerde je de melodie, de tekst, vertaalde je ze?

Ik luisterde er gewoon steeds weer naar. Daarna probeerde ik alles heel gedetailleerd te herhalen. Maar mijn Engels was toen nog slecht, dus ik leerde het liedje eerst op het gehoor. Toen ik de songtekst opende, zag ik dat de helft ervan niet klopte. Maar ik vertrouwde nog steeds meer op de opname dan op de geschreven tekst.

Daardoor klonk mijn uitspraak grappig: een Canadese leraar Engels zei eens dat het ‘niet gepast’ was voor mij, een Europees meisje, om zo te zingen, omdat er overal Afro-Amerikaanse straattaal in zat – het was alsof ik plotseling in het Transkarpatische dialect was gaan spreken in plaats van in literair Oekraïens (lacht).

Op dat moment begreep ik niet waar ik over zong. De leraar kon me ook niet helpen. Ik vertaalde de woorden zodat ik tenminste de betekenis kon begrijpen, maar ik zong nog steeds een mix van wat ik hoorde en wat er geschreven leek te staan. Ik schaam me nog steeds een beetje voor die voorbereiding.

Ik denk dat we dat allemaal hebben meegemaakt. In de post-Sovjetruimte was Engels moeilijk te leren. En in Duitsland kende zeker ook niet iedereen het perfect?

Ja, het zou interessant zijn om dat van de Duitsers zelf te horen, maar ik denk dat ik ze geïdealiseerd heb – het leek alsof iedereen daar goed Engels sprak. Hoewel ik zeker weet dat er ook moeilijkheden zijn. Ik zat deze zomer in de jury van een wedstrijd voor kinderen – Jugend Musiziert. Dat is een zeer bekende Duitse wedstrijd. En ik realiseerde me dat alles nu veranderd is: het internet, YouTube – kinderen hebben zoveel meer mogelijkheden.

Toen ik studeerde, was er niets: alleen YouTube, waar je filmpjes van drie minuten kon vinden met lezingen van Berklee [College of Music in Boston — red.], en die filmpjes bekeek je dan honderd keer om de ‘verborgen betekenis’ te begrijpen. Nu is dat grappig, maar toen — slechts 10-15 jaar geleden — was dat de enige manier om te leren.

Ja, we herinneren ons die tijden allemaal nog. Dus deze wedstrijden zijn echt een belangrijk podium voor je geworden?

Zeker. Vooral dat eerste optreden met de bigband – dat was echt een ‘wow’-moment. En dan was er nog de wedstrijd in Skadovsk. We gingen daar elk jaar heen met de meisjes. Ik trad op als soliste en dat was een heel warme ervaring voor mij. Skadovsk was een klein maar heel jazzy stadje – ik wilde daar graag terugkomen.

Ik herinner me ook mijn optredens met het orkest van Viktor Basiuk – ik ben ook met hen naar Skadovsk gereisd! We zijn elkaar waarschijnlijk zelfs op het podium tegengekomen…

Echt waar! Dat kan ik me niet herinneren. Ik herinner me alleen de Jazz Kolo-wedstrijd in Lviv, waar we samen waren. Dus je hebt besloten om je in te schrijven aan de universiteit. Hoe is dat zo gekomen?

Ja. Op dat moment wist ik al dat ik zangeres en muzikante wilde worden en wilde leren improviseren. Er waren niet veel opties. De meest realistische optie was om me in te schrijven bij het Odessa Music College, omdat ik in die regio woonde en mijn moeder me niet verder weg wilde laten gaan. Het was dus Odessa of nergens. Ik schreef me in en ik herinner me die jaren als volgt: het beste aan het conservatorium was mijn samenwerking met Oleksii Petukhov. Want wat er op de afdeling popzang gebeurde, was echt heel zwaar. Daar heb ik niet veel goede herinneringen aan. Maar het werken met Petukhov was anders. Hij opende nieuwe horizonten voor mij en ik begon meer piano te spelen. Ik had klassieke piano gestudeerd op school, maar op het conservatorium begon ik begeleiding serieuzer te nemen en zelfs improvisaties te schrijven. Je hebt waarschijnlijk hetzelfde meegemaakt.

Natuurlijk…

Het leek de enige manier om te leren improviseren, want onze improvisatielessen verliepen als volgt: ‘Meisjes, luister naar de muziek en doe iets.’ De leraar vond dat je het gewoon moest voelen.

En we schreven improvisaties met de hand, leerden ze uit ons hoofd, zonder zelfs maar te begrijpen hoe een frase of harmonie tot stand kwam. Maar met Petukhov was alles anders. Hij was ongelooflijk. Zelfs nu nog lijkt hij voor mij iemand uit een andere wereld. Ik kan me niet voorstellen hoe hij alles heeft geleerd wat hij wist. Hij had ook een Sovjet opleiding genoten, met bandrecorders, spoelen en transcripties op gehoor. Hij leerde me de basis, hoe je een eenvoudige begeleiding maakt, de eerste ‘voicings’. Het was een waardevolle basis om muziek te begrijpen.


En toen begonnen de nieuwe wedstrijden en optredens, neem ik aan?

Ja, dat was in die jaren. Maar er is nog een ander verhaal dat ik nooit heb verteld, omdat ik het lange tijd wilde vergeten. In mijn eerste jaar op de universiteit deed ik mee aan The Voice. Kids.

Het was een zeer traumatische ervaring, want na mijn deelname aan de show werd ik letterlijk gepest op de universiteit. De zangdocenten vernederden en bespotten me en zeiden: ‘Waarom ben je daarheen gegaan? Waarom heb je zoiets frivools gedaan?’ Ik was toen pas 13 of 14 en studeerde nog niet eens aan de school. Ik was gewoon een kind uit een klein stadje, en The Voice. Kids leek iets bijna magisch – zoals de Amerikaanse droom: iedereen zou me kennen en mijn leven zou veranderen.

Ik zong ‘Air Mail Special’ met Ella Fitzgeralds scat. En het is interessant dat veel mensen me nog steeds herkennen vanwege dat optreden. Zelfs een van mijn vrienden van het conservatorium zei dat ze me als kind op ‘The Voice’ had gezien en dat dat het moment was waarop ze jazz ontdekte. Dus misschien heeft iemand, net als ik destijds, daardoor voor het eerst deze wereld ontdekt.

Hoewel de ervaring pijnlijk was, had ze toch positieve gevolgen?

Weet je, hoewel het destijds op school negatief werd bekeken. Ze zeiden: ‘Waarom? Het is commercieel, het is niet serieus.’ Ze zeiden dat je meteen in een andere categorie terechtkwam.

Maar voor mij was het een kinderdroom die uitkwam. En nu kan ik er eindelijk rustig over praten, zonder schaamte. Vroeger wilde ik dit allemaal uit mijn biografie wissen. Daarnaast was er een familiegeschiedenis: mijn moeder wilde heel graag dat ik meedeed, maar ik wilde dat niet echt – dus er was ook een innerlijk conflict. En daarbovenop waren er de verhalen van het Sovjet onderwijssysteem, dat je vertelde: ‘Je bent nog niet klaar, je moet je stem nog tien jaar bijschaven voordat je zelfs maar het podium op mag; en zing niet, sta daar gewoon!’ (lacht).

Maar je bent erin geslaagd om eruit te komen...

En het was Petukhov die me daarbij hielp. Hij vertelde me toen iets heel belangrijks: dat ik moest overwegen om in het buitenland te gaan studeren. Dat leek me fantastisch, want ik wist dat studeren in het buitenland duur was, hoewel ik natuurlijk droomde van Berklee College Of Music. Toen ik hoorde dat het 60.000 dollar per jaar kostte, verdween mijn verlangen snel.

Hoe is het studeren in het buitenland dan verlopen?

Viktoria Leleka heeft enorm geholpen bij mijn oriëntatie. Ik ontmoette haar toen ze al in Dresden, Duitsland studeerde. Victoria was op dat moment met haar band Leleka op tournee in Oekraïne en ik woonde toevallig hun concert bij in de Peron 7 club in Odessa. Na de show raakten we aan de praat en ze zei: “Als je geïnteresseerd bent, kom dan eens langs. Er is een geweldige docent, ik zal je helpen.” En ze heeft me echt geholpen – ze vertelde me waar ik mijn documenten moest indienen en hoe de toelatingsexamens in hun werk gingen. Voor mij was dat de doorslaggevende factor. Ze werd een soort gids. Want helaas verdwenen andere muzikanten die beloofden te helpen gewoon. Maar Viktoria deed echt alles wat ze beloofde. Dus begon ik Duits te leren. Een van de belangrijkste factoren was dat onderwijs in Duitsland gratis is en ik er maar één keer was geweest.


Twijfelde je eraan of het realistisch was?

Neen, al mijn beslissingen in die tijd waren uitsluitend gebaseerd op emoties. Zo was ik toen: als iemand zei dat het daar goed was, dan ging ik daarheen. Ik leerde de taal, bereidde me voor op de toelatingsexamens en stuurde mijn documenten naar vier Duitse conservatoria tegelijk. En ik werd toegelaten in Dresden. Dat was in 2018. Toen ik aankwam, had ik hoge verwachtingen – ik dacht dat het niveau veel hoger zou zijn, dat de opleiding spannend, intensief en creatief zou zijn. Maar in werkelijkheid waren mijn verwachtingen te hooggespannen.

In Oekraïne had ik, ondanks alle moeilijkheden, het gevoel dat mijn docenten leefden voor muziek. Petukhov en enkele andere musici – zij zijn geïnspireerd, zij houden van wat ze doen. Maar in Dresden merkte ik dat veel docenten formeel te werk gingen. Sommigen waren al in de tijd van de DDR benoemd en waren niet meer verder gegroeid. Soms werden in de les heel basale dingen besproken die ik al wist uit Odessa, wat me verbaasde.

Maar er waren toch zeker ook positieve aspecten?

Absoluut. Ze hebben fantastische faciliteiten. Elk klaslokaal heeft een vleugelpiano en alle apparatuur is in uitstekende staat. Je kunt een microfoon aansluiten, het geluid werkt, alles werkt. Voor mij was dat, na onze ‘realiteit’, gewoon ongelooflijk. Het gaf je het gevoel dat je in een professionele omgeving was, ook al was niet alles perfect op het gebied van onderwijs.

Mijn zanglerares, Celine Rudolph, was degene die me steunde. Zij was de eerste die zei: ‘Kateryna, je moet je eigen band beginnen, muziek schrijven, optreden.’ En dat verraste me, want na Odessa was ik ervan overtuigd dat ‘je nog niet klaar bent’, tien jaar lang je vaardigheden aanscherpen, enzovoort. Maar hier was het tegenovergestelde: ‘Probeer het, doe het.’

En je bent je eigen band begonnen?

Ja. In het begin wist ik niet eens waar ik moest beginnen. In Oekraïne hadden we geen ervaring met het selecteren van muzikanten voor een band. Het was simpel: als je piano speelde, speelde je piano. Maar in Duitsland voelde ik voor het eerst dat ik kon kiezen met wie ik wilde spelen, wie geïnteresseerd was in dit soort muziek. Zo ontstond mijn eerste band – dankzij de steun van Celine. We maakten een paar eerste arrangementen en ik had zelfs een eigen compositie. En deze band won meteen de ensemblewedstrijd van het conservatorium. Na drie maanden oefenen! Dat was voor mij een belangrijk teken: ‘Ja, ik moet blijven schrijven.’

Tegelijkertijd werd ik lid van het Duitse Nationale Jazzorkest – BundesJazzOrchester, of kortweg BuJazzO. Het is een zeer prestigieus ensemble dat jonge muzikanten onder de 24 jaar voor slechts twee jaar accepteert. Ze toeren over de hele wereld – de Verenigde Staten, China, India, zelfs Oekraïne stond op hun reisplan. Ik solliciteerde als zangeres en werd aangenomen. Ik zou met hen op tournee gaan naar China...

Het moment waarop de pandemie begon...

Oh... Het was begin 2020, we hadden onze paspoorten opgehaald voor visa – en toen ging alles dicht. Ook het conservatorium – lessen werden stopgezet, concerten werden afgelast en ik had het gevoel dat ik alleen maar mijn tijd verspilde. Het was een deprimerende periode: er was niemand om mee te spelen, het was zelfs moeilijk om een ruimte te huren voor lessen. De eerste twee jaar waren erg moeilijk voor mij.

Dus na de pandemie begon de situatie geleidelijk te verbeteren?

Ja, maar langzaam. We hebben een paar concerten kunnen geven in Dresden en hebben op verschillende festivals gespeeld. We zijn derde geworden in de Blue Note Competition in Poznań. Onze bezetting was internationaal: de pianist was Pools, de drummer was Braziliaans en de bassist was Duits. Het was een ongelooflijke ervaring: verschillende mentaliteiten, verschillende muzikale denkwijzen – ik heb veel geleerd. Daarna ging de band uit elkaar, maar ik heb er geen spijt van. Toen verscheen Short Collection of Tales. We speelden zonder tekst, ik had alleen een melodielijn. De naam werd afgekort tot SCOT band – ik vond het vreselijk, maar zo kwam het woordspel tot stand.

En mijn eerste album heette Stories. Dat was ook symbolisch – zoals verhalen die ik via muziek vertelde. De naam kwam simpelweg omdat ik op de een of andere manier alles wat op dat moment in mij zat wilde samenvatten: emoties, herinneringen, ervaringen. Elk nummer was als een weerspiegeling van innerlijke momenten – niet altijd gelukkig, maar wel eerlijk.


Aanzag je Stories al als een compleet project?

Neen, in het begin begreep ik helemaal niet wat een album was. Ik was gewend om naar muziek te luisteren op YouTube in afzonderlijke video's, je weet wel, die video's van een uur met muziek en dezelfde hoes. Ik had thuis geen cd's of vinylplaten, omdat mijn familie niet zo van die cultuur hield. Dus het idee van een album als iets samenhangends kwam bij me op terwijl ik eraan werkte. Het was een geval van ‘al doende leren’.

Ik realiseerde me dat het niet alleen om muziek gaat – je moet ook nadenken over het visuele beeld, het concept, de structuur en de volgorde van de nummers. Destijds dacht ik: je maakt gewoon een foto, brengt die uit, en dat is het. Maar het bleek dat je ook promotie, communicatie en presentaties nodig hebt. Destijds dacht ik nog steeds dat als je talent hebt, je wel ontdekt zou worden.

Dat klassieke geloof dat er op een dag een producer bij je aanklopt en zegt: ‘Kateryna, maak je klaar, we gaan op tournee’?

Dat klopt, ik was er zeker van! Maar nadat het album was uitgebracht, vooral tijdens COVID-19, realiseerde ik me dat het allemaal een illusie was. De wereld is groot, en om gehoord te worden, moet je je eigen identiteit creëren, je eigen richting. Toen kwam er een kleine crisis: ik dacht veel na over wie ik ben, wat ik deed, waarom. Tot dan toe was alles vanzelf gegaan: wedstrijden, successen, evenementen. En toen moest ik plotseling zelf betekenis creëren – dat leerden ze me niet op het conservatorium.

Deze crisis ging op de een of andere manier soepel over in een periode van volledige invasie. Mijn moeder kwam naar mijn concert kijken en bleef omdat de oorlog was begonnen. Ik begreep niet meteen wat er gebeurde, omdat alles wat eerder was gebeurd niet meer van belang was. Ik moest mezelf, mijn identiteit, mijn taal heroverwegen.

Dat moet moeilijk zijn geweest, vooral omdat er nog steeds heel wat russen in Dresden wonen?

Vreselijk. Er zaten nogal wat mensen uit rusland in mijn vriendenkring – studenten, muzikanten. Er waren niet veel Oekraïners, en het was heel gemakkelijk om de mythe in stand te houden dat ‘we allemaal hetzelfde zijn en dat de Duitsers ons als één volk zien’. We hadden een gemeenschappelijke vriendenkring: het leek alsof er geen problemen waren, dat kunst buiten de politiek stond. Maar na 24 februari viel alles op zijn plaats.

Een van mijn goede vrienden, een zeer getalenteerde zanger, keerde gewoon terug naar rusland en begon tijdens de oorlog concerten te geven. Hetzelfde gebeurde met veel van mijn muzikale vrienden. Sommigen steunden aanvankelijk Oekraïne en namen zelfs deel aan benefietconcerten, maar daarna werd het stil. Sommigen meldden zich gewoon af of stopten met communiceren.

Maar tegelijkertijd kristalliseren zulke momenten identiteit uit…

Precies. Toen realiseerde ik me voor het eerst duidelijk wie ik was. Ik begon na te denken over mijn cultuur, over Oekraïense muziek. En toen bleek dat ik er maar heel weinig van wist. Ik heb de Oekraïense taal altijd leuk gevonden, ik hield van Oekraïense literatuur, maar op school werd het formeel behandeld – je moest één liedje in het Oekraïens zingen tijdens het staatsexamen, en dat was het dan. Niemand had het over de Oekraïense identiteit, omdat zelfs de lokale bevolking goede herinneringen had aan de Sovjet-Unie en de mythe van ‘broederlijke volkeren’ en de hoge russische cultuur.

Ik leerde meer over Oekraïense muziek van Viktoria Leleka. Zelfs toen al bracht ze Oekraïens repertoire ten gehore en schreef ze haar eigen liedjes. Na de Maidan werd het voor haar duidelijk dat de Oekraïense cultuur op zichzelf compleet en krachtig is. Ik begreep dat toen nog niet echt, ik was een tiener. Hoewel ik geen teksten in het russisch kon schrijven – ze klonken niet goed. Het eerste liedje dat ik ooit schreef, ‘Tam, de ty’ (‘Waar je bent’), was echter in het Oekraïens. Dat was voordat ik naar Duitsland verhuisde om te studeren. Ik zong het tijdens mijn toelatingsexamen.


Hoe ging je ontdekkingstocht naar Oekraïense muziek verder?

Ik begon met het beluisteren van opnames van het Polyphony-project, dat volksliederen verzamelt. Daarna nam ik deel aan een project met Mariana Golovchenko, die volksliederen meebracht en me liet zien hoe ik ze moest zingen. Ik was meteen verkocht. Sommige liederen zing ik nog steeds. Nu heb ik een duet met een Franse bassist – we spelen alleen Oekraïense liederen. En als we hiermee in Duitsland optreden, klinkt de Oekraïense taal in de jazzclub – en dat is geweldig. Het publiek was enthousiast. Na het concert komen mensen naar ons toe en zeggen dat ze niet wisten hoe mooi onze muziek is.

Je hebt je in een van je projecten beziggehouden met Maria Prymachenko, namelijk in de suite. Hoe is dat zo gekomen?

Het begon allemaal in Zweden. Het was eind 2022 – begin 2023. Ik studeerde daar in het kader van het Erasmus+-programma en kreeg de kans om mijn eigen project te maken voor het New Sound Made-festival in Stockholm.

Het was altijd al mijn droom geweest om een compositie te schrijven voor een groot ensemble, niet alleen voor zang en een trio, maar voor een echt ensemble. Nu kreeg ik de kans om dat te doen, ook al wist ik nog niet waar de muziek over zou gaan. Tijdens de kerstvakantie kwam ik thuis en las ik het nieuws over het Maria Prymachenko Museum, dat aan het begin van de grootschalige invasie was verwoest. Ik was diep geschokt. Het leek alsof iets heel moois en majestueus was vernietigd – ik zat gewoon te huilen omdat ik me voorstelde hoe de schilderijen werden vernietigd. Maar toen kwam ik thuis voor de feestdagen en ontdekte ik dat haar dorpsgenoten haar werken hadden gered door ze onder beschietingen in hun huizen te verstoppen, waarbij ze hun leven riskeerden. Ik was getroffen door de symboliek: ooit begrepen haar dorpsgenoten haar niet, ze schuwden haar zelfs een beetje, en nu redden hun nakomelingen haar nalatenschap.

Hier schuilt een enorme kracht in – menselijkheid, waardigheid, want de wereld om ons heen valt uit elkaar en misschien is het de moeite waard om na te denken over hoe je je kapitaal of iets dergelijks kunt behouden... Maar jij redt kunst. Dus besloot ik een project op te zetten gewijd aan Maria Prymachenko, haar schilderijen en dit verhaal. En het beschreef meer dan alleen haar werk; het was bedoeld om het idee over te brengen dat cultuur niet losstaat van het leven. Het is belangrijk voor het behoud van de identiteit waarvoor we vechten.

De eerste versie van de suite werd uitgevoerd in Stockholm, op het festival. Op dat moment was het ensemble groot – veel groter dan in de versie die we later speelden en opnamen. De reactie was buitengewoon – mensen huilden en bedankten ons na het concert. Ik voelde dat dit echt iets belangrijk was.

Daarna voerden we dit programma uit in Oekraïne – in het Odesa Philharmonic in het najaar van 2023. Tijdens het eerste stuk klonk een luchtalarmsirene. We gingen naar de kelder van het Philharmonic, waar een oude vleugelpiano stond. De muzikanten begonnen te jammen en zetten het concert daar in de schuilkelder voort. Het was de meest indrukwekkende ervaring van mijn leven. Het was een ware daad van verzet, die liet zien dat het leven doorgaat, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn. Toen ik weer boven kwam, besefte ik dat dit de betekenis is van ons beroep: er zijn voor de mensen, zelfs in het donker.

Dat is een heel krachtig verhaal. En toen was er een concert in Dresden, toch?

Inderdaad. De derde uitvoering van de suite vond plaats in Dresden in 2024. We hebben een benefietconcert gegeven. We hebben lang nagedacht over waar we het geld naartoe zouden sturen. In Duitsland mag je niet openlijk geld inzamelen voor militaire doeleinden, dus hebben we besloten om de organisatie Save Ukraine te steunen, die zich inzet voor de terugkeer van gedeporteerde kinderen uit rusland. Het is moeilijk, titanisch werk: het kind vinden, de ouders vinden, een route door verschillende landen organiseren. We wilden dat meer mensen hiervan op de hoogte waren.

Het concert bleek bijzonder te zijn – oprecht en diepgaand. We hebben meer dan 4.000 euro opgehaald. De organisator was zo ontroerd dat hij de zaalhuur en de geluidsapparatuur uit eigen zak betaalde, zodat het volledige opgehaalde bedrag naar het goede doel kon gaan.

Het lijkt erop dat dit project voor jou veel meer betekende dan alleen muziek...

Ja, heel erg zelfs. Het ging niet alleen over Maria Prymachenko, maar over ons allemaal. Het ging over waarom we cultuur redden, zelfs als de wereld instort. Het ging over hoe cultuur deel uitmaakt van wie we zijn. Voor mij was het ook een moment van verzoening met mezelf: na vele jaren zoeken naar wie ik ben in de wereld, werd de suite het antwoord – ik ben een Oekraïense muzikante en dit is mijn verhaal.

Hoe voelde u zich in die tijd? In de eerste jaren van de oorlog moet het moeilijk zijn geweest om betekenis te vinden in creativiteit…

Heel moeilijk. Aan het begin van de grootschalige invasie vroeg ik mezelf af: “Wat heeft al die muziek voor zin? Wie heeft dat nu nodig?” Mensen zitten in de frontlinie en jij zit in een warme kamer jazz standards te leren – het lijkt zinloos. Maar toen besefte ik dat dit mijn rol en mijn voorrecht is. Wij muzikanten kunnen anderen steunen. En als je het podium opgaat, zelfs in een schuilkelder, is dat een vorm van verzet. Soms is het onze muziek die mensen de kracht geeft om te leven, die voor hen ademt.



Je hebt Arthur Clees al genoemd, hij begeleidt je al een tijdje muzikaal. Hoe is jullie samenwerking begonnen?

We ontmoetten elkaar in 2021, vóór de grootschalige invasie, toen ik in Dresden woonde. Arthur Clees komt uit Luxemburg en was toen erg geïnteresseerd in Sjostakovitsj, klassieke muziek en misschien zelfs tot op zekere hoogte in de russische school. Dit houdt ook verband met zijn verre roots, die teruggaan naar die regio's. Maar we werden vrienden – ik denk dat ik hem een beetje heb ‘geoekraïniseerd’, en daar ben ik trots op (lacht). Ik begon hem boeken van Oksana Zabuzhko te geven om te lezen, liet hem Oekraïense muziek horen en vertelde hem over ons verleden. En geleidelijk raakte hij diep geïnteresseerd in Oekraïne en onze folklore.

Na verloop van tijd werd dit mijn manier van communiceren; telkens als ik het gevoel had dat iemand me niet helemaal begreep en begeleiding nodig had, gaf ik Zabuzhko's boek The Longest Journey.

Arthur en ik hebben veel over muziek en waarden gesproken. In compositielessen moesten we bijvoorbeeld naar Sjostakovitsj of Stravinski luisteren, en ik voelde me daar fysiek ongemakkelijk bij. Ik kon mezelf niet abstraheren en het gewoon als muziek beschouwen – zonder de context van oorlog, imperium, alles wat erachter zat. Ze vroegen: ‘Wat is er aan de hand, wat is er gebeurd?’ Ik vroeg alleen maar terug: ‘Begrijpen jullie niet wat er op dit moment gaande is?’ Arthur zag mijn reactie en maakte zich ook zorgen over waarom dit het geval was – en het werd een belangrijk gesprek voor ons. Hij raakte oprecht geïnteresseerd in Oekraïense muziek en mijn vriendenkring begon geleidelijk te veranderen. Die werd steeds Oekraïenser, omdat iedereen erin geïnteresseerd was. Arthur en ik ontdekten samen volksmelodieën, songteksten en verhalen. Hij werd onderdeel van deze reis, niet alleen als collega, maar ook als deelnemer.

Na onze concerten overlaadden mensen ons met complimenten en zeiden ze: ‘Het is zo rijk, we zouden ook graag zoiets willen hebben.’ Ik daarentegen heb altijd geloofd dat zulke dingen luisteraars zouden moeten inspireren om net zo enthousiast te zijn over hun eigen Duitse volksmuziek, zodat die door mensen van over de hele wereld zou worden beluisterd en gewaardeerd – zonder vergelijking met iets anders. Dat zou geweldig zijn, nietwaar?

Natuurlijk. Het is een zeer aantrekkelijk idee, ondanks het feit dat mensen gewend zijn dingen te vergelijken met wat ze al kennen. Ik had bijvoorbeeld onlangs een repetitie op een nogal extravagante plek: een oud huis met drie verdiepingen in Den Haag, eigendom van een adellijke dame uit een oude Franse hugenotenfamilie, dat al sinds de tijd van haar overgrootvader bestaat. Het is een totaal andere realiteit waarin sommige beschermheren van cultuur uit voormalige landen leven – voor hen is het een genoegen om zulke ‘culturele’ gasten te ontvangen. We speelden veel Hutsul-volksmuziek en de gastvrouw zei tegen ons: ‘O, jullie Oekraïense muziek is zo mooi – jullie hebben zulke magische islamitische gezangen!’. Maar het is gewoon de Hutsul-modus…

Oh, dat is interessant! We hebben er daar echt veel van, zoveel mensen uit het oosten en zuiden zijn hierheen gemigreerd, dat het onmogelijk is om dat lineair te beoordelen. Ik heb mijn geboortestreek vaak beschouwd als een voormalige stad van het Krim-Khanaat van het Ottomaanse Rijk. Mijn stad, Balta, was een Turkse grenspost [aan het einde van de 17e eeuw wordt er melding gemaakt van een fort dat werd gebouwd om de grensgebieden te controleren door het Ottomaanse leger, terwijl de bevolking van Balta tegelijkertijd internationaal was, met mensen uit het hele russische en Ottomaanse Rijk en het Pools-Litouwse Gemenebest die daar woonden — NVDR]. Hoe dan ook, dit komt tot uiting in de latere geschiedenis.

Toen ik in Zweden studeerde, wilde ik heel graag de zogenaamde Noordse volksliederen leren. De academie had een afdeling volksmuziek, dus ik schreef me daarvoor in. Ik ontmoette de lerares en zij zei: "O, kom je uit Oekraïne? Wist je dat er een Zweeds dorp is in de regio Cherson? Het heet Gammalsvenskby, of Staroshvedske in het Oekraïens [nu onderdeel van het dorp Zmiivka in de regio Cherson — NVDR]. Ze hebben daar zulke liederen! Ze verschillen qua melodie sterk van Zweedse liederen, hoewel ze in het Zweeds worden gezongen". We hebben het bestudeerd en het is echt heel exotisch.


Laten we teruggaan naar je projecten. Een van je meest actieve projecten is het Kravchenko/Clees Duo. Hoe is dat allemaal begonnen?

We zijn in 2023 als duo begonnen. In eerste instantie hadden we een concert gepland als duo en slechts een paar weken om het programma voor te bereiden – dat was de eerste impuls. Daarna hebben we het voortdurend verfijnd, veranderd en aangevuld. Het duo is heel organisch: een combinatie van vibrafoon en zang, beknopt maar met veel ruimte voor improvisatie. Soms betrekken we andere muzikanten erbij, bijvoorbeeld een basklarinettist, of zoals in het project met Mariana Golovchenko, of beeldende kunstenaars.

Daarvoor hielp Arthur me met het werken aan de suite – hij hielp met het herschikken van de stukken en speelde mee tijdens de repetities. Je kunt hem horen op de opname. Ons duo is al een compleet project, maar het is heel flexibel. We kunnen er absoluut alles mee doen wat we willen.

En eigenlijk is het nieuwe album ook uit dit duo voortgekomen, toch?

Ja, het is onze logische voortzetting! We hebben het opgenomen onder leiding van Wanja Slavin, een saxofonist en producer uit Berlijn. Hij heeft met veel sterke artiesten gewerkt, waaronder Lucia Cadotsch en Mirna Bogdanović. Haar laatste album, dat Wanja heeft geproduceerd, heeft zelfs de Duitse Jazzprijs gewonnen.

Het was super interessant om met hem te werken. Dankzij Wanja is ons geluid anders geworden: complexer en voller. We hebben onverwachte instrumenten gebruikt, zoals een kerkorgel. Als je ernaar luistert op de opname, klinkt het als elektronische muziek, maar het is een echt orgel, met live lucht, registers en trillingen. Het geluid voegde diepte toe, alsof het een nieuw universum creëerde binnen de muziek. Zoals de Duitsers zeggen, hebben we veel eieren, of verrassingen, verstopt in dit album. (lacht)

Hoe zou je de sfeer van dit album omschrijven?

Het is heel persoonlijk. De nummers bevatten Oekraïense, Duitse, Amerikaanse en Spaanse poëzie. Er is een nummer genaamd ‘Bury Me Living’ – je hebt het tijdens het concert gehoord, maar de albumversie is compleet nieuw: met andere harmonieën, klankkleuren en instrumenten. Wanja heeft ons geholpen om de balans te vinden tussen jazz, elektronica en atmosferische intimiteit waar we naar streefden.

De single komt op 10 maart 2026 uit en het volledige album op 10 april. We zijn momenteel bezig met de voorbereidingen voor een foto shoot voor de pers en leggen de laatste hand aan het ontwerp. Het is een heel spannend moment – ik heb twee jaar aan dit album gewerkt. Nu kan ik niet wachten tot het eindelijk uitkomt.

Tekst © Katherine Zyabluk, Meloport (vrije vertaling: Jos Demol)  -  foto’s © Annie Boedt


Dit artikel wordt gelijktijdig gepubliceerd in de volgende Europese tijdschriften, ter gelegenheid van “Milestones”, een initiatief om jonge jazzmuzikantes in de schijnwerpers te zetten: Citizen Jazz (Frankrijk), JazzMania (België), Jazz'halo (België), Jazz-Fun.de (Duitsland), Donos Kulturalny (Polen), In&Out Jazz (Spanje), UK Jazz News (Verenigd Koninkrijk) en Meloport (Oekraïne).


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications





Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst