“Mijn serpent klinkt weemoedig, karaktervol en heel donker”

Berlinde Deman is de enige vrouwelijke jazztubiste en tegelijk een unieke serpentspeelster in België. Je kent haar misschien als tubiste bij Flat Earth Society Orchestra. Haar fascinatie voor de serpent, een S-vormig blaasinstrument dat rond 1590 in Auxerre werd ontwikkeld, ontstond vijftien jaar geleden. Zes jaar geleden begon ze, via zelfstudie, aan een intens en persoonlijk onderzoek naar dit zeldzame en grillige instrument. Eind vorig jaar verscheen haar eerste solo-serpentalbum Plank 9 bij het New Yorkse label Relative Pitch Records.
Berlinde Deman: Ik groeide op in een muzikale familie. Mijn oma speelde jazzpiano, mijn moeder contrabas in de harmonie van Sint-Kwintens-Lennik. Op een dag kocht mijn moeder een aandoenlijk verroeste en geblutste tuba in een antiekwinkel. Ik was acht en meteen geboeid door dat indrukwekkende instrument. Ik moest en zou het spelen. Muziekschool dus. Daar in Gooik werd even vreemd opgekeken toen ik als jong meisje voor zo’n zwaar instrument koos, bijna even groot als ikzelf. Ik hield voet bij stuk: het was tuba of niets. De directeur maakte uiteindelijk een statief zodat ik het kon vasthouden. Tegen mijn twaalfde ging het al vlot.
Op mijn zestiende speelde ik al met Bart Maris in het straattheater Excelsior. Tijdens mijn conservatoriumjaren werkte ik mee aan een productie met Dimitri Leue in een bigband onder leiding van Benjamin Boutreur. Niet veel later belde Peter Vermeersch van Flat Earth Society, en zo ben ik in de jazz gerold. Ik wilde al eerder jazz studeren, maar het conservatorium had een docent contrabas, geen jazztuba. Men verwees me dan weer door naar trompet, wat ook niet klopte. Om de tuba toch op hoog niveau te blijven spelen, behaalde ik uiteindelijk mijn master in de klassieke muziek.

Naar wie heb je geluisterd en wie heeft je wat bijgebracht?
Berlinde Deman: Aanvankelijk luisterde ik naar Howard Johnson en Michel Godard, er waren toen weinig jazztubisten om naar op te kijken. Tegelijk luisterde ik heel breed. Ik ben altijd een muzikale omnivoor geweest: Tom Waits, Anouar Brahem, Yusef Lateef, Lhasa, Jeff Buckley, Moloko, Jill Scott, en later meer drone/experimenteel: Mazen Kerbaj, Etienne Nillesen, Susana Santos Silva, Maria Bertel, Martin Taxt,....
Na mijn master klassieke muziek volgde ik improvisatielessen in Luik bij Michel Massot en Garrett List. Voor de rest heb ik veel zelf ontdekt en aangeleerd, al spelend, dankzij de veelzijdigheid van de tuba, van klezmer, Balkan, klassiek en hedendaags werk tot theater en jazz.
Ik probeer me intussen al bijna twintig jaar los te maken van de klassieke muziek. Het strikt naspelen van de partituur voelt voor mij beklemmend. Spelen met Flat Earth Society was daarin een keerpunt: het werken met het moment, de humor, het risico. In de klassieke wereld is alles vaak erg ernstig. Met de jaren lukt het me steeds beter om los te laten en te improviseren, zeker met de serpent, op zich al een onvoorspelbaar instrument.
Hoe ontdekte je de serpent?
Berlinde Deman: Ongeveer vijftien jaar geleden hoorde ik bij het beluisteren van oed-speler Rabih Abou-Khalil voor het eerst Michel Godard op serpent. Ik wist niet wat ik hoorde: die melancholie, die stoffige, mysterieuze klank. Ik was meteen betoverd en wilde ook serpent leren spelen. Alleen bleek dat niet zo eenvoudig. In mijn omgeving speelde niemand serpent, en er een vinden was allesbehalve evident. Online las ik bovendien dat het instrument onbespeelbaar zou zijn, inherent vals. Godards serpent bleek gebouwd door de Zwitser Stephan Berger. In Engeland vond ik wel een betaalbaar alternatief in koolstofvezel, maar dat risico wilde ik niet nemen, het materiaal van een instrument is bepalend voor de klank. Een paar jaar later hoorde ik over Pierre Ribo, een nieuwe serpentbouwer, en dan nog in Brussel. Zo vond ik uiteindelijk mijn instrument.

Hoe heb je de serpent leren bespelen en hoe zou je jouw geluid omschrijven?
Berlinde Deman: Omdat er geen jazzopleiding bestond voor tuba, volgde ik een klassieke opleiding. Daar begon mijn zoektocht. Bij de serpent werd die zoektocht nog radicaler: er was geen opleiding en nauwelijks referenties. In België zijn Christophe Morisset en ik de enige professionele serpentspelers.
In Frankrijk zijn Michel Godard en Patrick Wibart belangrijke referenties. Bij Michel is de toon stoffig en uiterst wendbaar. Bij Patrick, in de oude muziek, is die heel concreet en helder. Mijn toon zit daar ergens tussenin. Mijn serpentgeluid is weemoedig, karaktervol en heel donker. De serpent heeft van nature een warme klank. Men associeert het geluid soms met een baarmoeder of met diepe wortels.
Weemoed is tegelijk een valkuil, het is makkelijk dat gevoel op te roepen met serpent. Drie noten en iedereen is ontroerd. De uitdaging zit voor mij in het gevaarlijk maken van de klank. Dat doe ik met effectpedalen. In de kerk waar het instrument oorspronkelijk klonk, bloeit de klank helemaal open. In zalen waar die akoestiek ontbreekt, moet ik mijn verbeelding gebruiken door het aanwenden van effectpedalen en klanken zoals extended techniques en kwarttonen. Zo wil ik de serpent laten klinken als een levend en onstabiel instrument.
Waar haal je de inspiratie?
Berlinde Deman: In de eerste plaats bij mijn dochter Lonne, aan wie ik ook de titel Plank 9 te danken heb. Twee jaar geleden oefende ze elke dag haar handstand. Telkens wilde ze een plank verder van de kast waartegen ze leunde. Elke dag hoorde ik: “plank 9 mama!” Dat was haar doel tegen het einde van de zomer. Ik was op dat moment plannen aan het maken voor een solo-album en besefte dat dit mijn eigen plank 9 was. Ze kan nog altijd nauwelijks geloven dat ik het album zo heb genoemd.
Op Plank 9 staat ook het nummer Hum of Bees. Dat ontstond in de tuin van Michel Mast, waar elk jaar een week lang bijen neerstrijken in zijn pergola. Ik ontdekte dat je met de stofferige serpentklank heel makkelijk het zoemen van bijen kan imiteren, dromerig maar tegelijk ook dreigend.
Verder vind ik overal inspiratie. Ik lees veel. Een boek dat bleef hangen is 'Zes maanden in de Siberische wouden' van Sylvain Tesson. Zijn vrijwillige afzondering in een blokhut raakte me. Die stilte en concentratie hoor je terug in mijn muziek. Niet als een directe verwijzing naar één stuk, maar als een geheel van indrukken.
Ik voel ook heel wat poëzie in de klanken…
Berlinde Deman: Fijn dat je dat opmerkt. Ik schrijf graag en ben altijd met taal bezig. Poëzie is voor mij niet meer dan een wereld in één zin. Dat is sterk verbonden met mijn muziek. Ik gebruik weinig noten. Met vier of vijf noten wil ik alles zeggen.

Je overstijgt alle muzikale grenzen…
Berlinde Deman: Het begin van mijn serpentverhaal is mijn duo hum. met Mirko Banovic. Hij wilde mijn serpent manipuleren met electronica. Zelf ben ik uiteindelijk ook effectpedalen gaan gebruiken. Ik hou van het vuile en onvoorspelbare ervan.
Met geluidskunstenaar Rutger Zuydervelt ging ik verder op dat elan, wat resulteerde in de albums Luchtwezen en Stuutjes.
Ook Graindelavoix kwam bij mij terecht, gespecialiseerd in oude muziek. Stem en serpent: klankkleuren die voor elkaar geboren zijn.
Binnen de geïmproviseerde muziek kwam Nederlandse saxofonist en klarinettist Ab Baars op mijn pad. Samen met Joost Buis namen we in 2024 het album Cecil’s Dance op.
Andere projecten waarin ik meespeelde: It’s Gone van Jef Neve, Secular Psalms van Dave Douglas, en samenwerkingen met Spinvis, B.O.X/Dez Mona, MikMâäk en La Floresta.
Hoe klinkt jouw muzikale toekomst?
Berlinde Deman: Ik ben gefascineerd door stilte. Door wat er gebeurt net vóór en net na een klank. Daarrond wil ik een project maken, met eigen teksten en muziek die leunt op stilte. Tegelijk luister ik steeds meer naar geluiden die normaal als storend worden ervaren. Verbouwingsgeluiden. Auto’s in de straat. De rochels van mijn kettingrokende buurman. Die geluiden wil ik als inspiratie gebruiken voor een meer ritmisch repertoire.
In veel projecten was ik uitvoerder. Nu wil ik met de serpent zelf creëren. Mijn ideeën laten groeien tot muziek. Iets eigens bouwen dat kan schuren en blijven hangen.
Interview © Bernard Lefèvre, Jazz'halo - foto’s © Cees van de Ven

Concertagenda 2026:
20 maart: trio met Adilia Yip en Hester Bolle, Le Senghor, Etterbeek
4 april: solo serpent: brdcst, AB Brussel
28 april: FES album release, HaConcerts Gent
9 mei: trio met Patricia Vanneste en Matthijs Bertel, Stormloop, Herentals
13 juni: solo serpent, Het Onument, Kortrijk
Dit artikel wordt gelijktijdig gepubliceerd in de volgende Europese tijdschriften, ter gelegenheid van “Milestones”, een initiatief om jonge jazzmuzikantes in de schijnwerpers te zetten: Citizen Jazz (Frankrijk), JazzMania (België), Jazz'halo (België), Jazz-Fun.de (Duitsland), Donos Kulturalny (Polen), In&Out Jazz (Spanje), UK Jazz News (Verenigd Koninkrijk) en Meloport (Oekraïne).
In case you LIKE us, please click here:





Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst