
© Igloo Records
Ter gelegenheid van de release van „Perception“ blikt Hélène Duret terug op het tot stand komen van dit nieuwe album, de ontwikkeling van Synestet, haar componeerwerk en haar projecten.
Is „Perception“ het derde of vierde album van Synestet, als we de live-opname meerekenen?
Hélène Duret : Als we het livealbum als een volwaardig album beschouwen, dan is „Perception“ het vierde. Eerst was er „Les Usures“, dat ik in eigen beheer had uitgebracht voordat ik bij Igloo tekende; het label was alleen betrokken bij de distributie. Daarna kwam „Rôles“, en vervolgens deze nieuwe plaat.
Is er een samenhang tussen „Les Usures”, „Rôles” en „Perception”? Is er een rode draad of een overkoepelend thema in elk van deze albums?
Hélène Duret : Niet echt. Mijn manier van componeren is heel instinctief: ik wil niet echt een specifiek verhaal vertellen. Voor mij spreekt de muziek voor zichzelf. Ik blijf echter altijd verbonden met het universum van Synestet, met dat idee van waarneming, sensatie en emotie. Wat mij interesseert, zijn niet zozeer de verhalen als wel de zintuiglijke processen: wat een bepaalde melodie, een bepaalde kleur of een bepaalde combinatie van klankkleuren bij de luisteraar teweeg kan brengen.
Hebben de muzikanten om je heen ook invloed op die zoektocht naar sensaties? De band is sinds het begin enigszins veranderd: hoe is dat evenwicht tot stand gekomen?
Hélène Duret : Aanvankelijk was Synestet een kwintet met trombonist Adrien Lambinet. Toen hij aankondigde dat hij het avontuur niet langer kon voortzetten, zocht ik in de eerste plaats naar een muzikale persoonlijkheid, meer dan naar een specifiek instrument. De keuze voor Sylvain Debaisieux lag voor de hand omdat zijn profiel aansloot bij de geest van de muziek die ik wilde ontwikkelen. Ik hechtte meer waarde aan muzikale gevoeligheid dan aan het per se behouden van de trombone.
Toch heb je op ‘Perception’ de trombonist Nils Wogram uitgenodigd. Was dat een manier om dit instrument weer in de wereld van de band te introduceren?
Hélène Duret : Ik heb verschillende gastmuzikanten overwogen, maar de keuze voor Nils Wogram drong zich uiteindelijk heel vanzelfsprekend op. Wat de instrumentatie betreft, sprak het idee om drie blazers met elkaar te laten dialogeren me enorm aan. Deze keer stond de klankkleur en de instrumentale kleur centraal: ik wilde onderzoeken welke klankruimte deze combinatie kon openen.

© Alice Khol
Heeft de aanwezigheid van Nils Wogram invloed gehad op de manier waarop je dit album hebt geschreven of vormgegeven?
Hélène Duret : Zijn aanwezigheid voegde natuurlijk een belangrijke dimensie toe, maar zonder dat dit een radicale breuk teweegbracht. Ik ben trouw gebleven aan mijn eigen schrijfstijl. Ik zag het daarentegen als het verschijnen van een nieuwe kleur op mijn palet. Schrijven voor drie blazers was een geweldige kans. De samenwerking met Nils verliep heel soepel: hij kwam naar de studio, we repeteerden een dag met hem en namen daarna vrijwel meteen op. Ik had het gevoel dat hij al heel lang deel uitmaakte van de band.
Had je zijn partijen al van tevoren geschreven, of heeft hij tijdens de opnamesessie meegewerkt aan de compositie?
Hélène Duret : We kwamen aan met de partituur die al gecomponeerd en gearrangeerd was, wat onontbeerlijk was gezien de beperkte tijd die we hadden. Vooraf hadden we het repertoire in Brussel gerepeteerd, afwisselend in de Jazz Station en het Maison de la Création, om ons voor te bereiden op de opnamesessie. Nils heeft niet meegewerkt aan de compositie zelf, maar hij heeft zich dit materiaal met veel directheid eigen gemaakt en er zijn spel, zijn solo’s en zijn muzikale intelligentie aan toegevoegd.
In hoeveel nummers is hij te horen?
Hélène Duret : Hij speelt mee op vijf nummers: „Sinueuse”, „Au milieu”, „De loin en loin”, „Enfermé dehors” en „Adieu”. Tijdens de concerten hebben we zijn aandeel nog verder uitgebreid: hij speelt nu mee op zeven nummers, waaronder „Abysses” en „Point commun”.
Sommigen hebben gezegd dat deze plaat een meer rock getint karakter heeft. Toch hoor je er ook iets heel intiems, heel subtiels in. Wat vind je van die interpretatie?
Hélène Duret : Ik denk dat dit soort beleving voor elke luisteraar anders is. Het klopt dat het eerste nummer meteen een meer rock getinte impuls geeft, wat de luisterervaring kan beïnvloeden. Maar het album begeeft zich daarna naar andere terreinen, die soms veel intiemer zijn. Voor mij beleeft iedereen de gevoelens op zijn eigen manier: sommigen horen er iets heel gestructureerds in, anderen iets directer, iets innerlijks of iets ruiger.

© Daniele Esposito
Wat inspireert je als je schrijft? Stilistische verwijzingen, een melodie, een gevoel, een motief?
Hélène Duret : Het is moeilijk voor mij om daar een eenduidig antwoord op te geven, omdat ik naar heel veel verschillende soorten muziek luister. Natuurlijk beïnvloedt dat alles mij, maar ik baseer me niet op een specifieke bron op het moment dat ik aan het schrijven ben. Meestal improviseer ik op de klarinet of de piano. Als een idee me goed lijkt – een loop, een riff, een melodie, een sfeer – pak ik het op en werk ik eraan totdat het een vorm heeft die me overtuigt. Ik denk nooit: ‘Ik ga een rocknummer schrijven’ of ‘Ik ga afro beat maken’. Ik probeer vooral zo dicht mogelijk bij de muziek te blijven die ik in mijn hoofd hoor, en daarbij zo vrij mogelijk te blijven ten opzichte van conventies en trends.
Dit onderzoek lijkt nauw verband te houden met het idee van oprechtheid, bijna van klankwaarheid...
Hélène Duret : Ja, ik probeer zo dicht mogelijk bij een vorm van oprechtheid te blijven. Als ik naar bepaalde bands luister die heel sterk in een bepaalde stijl verankerd zijn, is het ofwel prachtig uitgevoerd en geniet ik er enorm van, ofwel verveelt het me vrij snel omdat ik het gevoel heb dat ze me vooral vertellen wat er al vóór hen is gedaan. Dat is niet mijn aanpak: ik wil dat de muziek iets persoonlijker uitdrukt.
Op ‘Perception’ is ook duidelijk te merken dat er heel grondig is gewerkt aan het geluid, de texturen en de pauzes. Is dit iets dat van tevoren is uitgeschreven of eerder gezamenlijk is opgebouwd?
Hélène Duret : Dat hangt sterk af van de persoonlijkheid van elke muzikant. Bij het openingsnummer bijvoorbeeld is de gitaarsolo echt een idee van Benjamin. Tijdens de repetities zoeken we samen naar mogelijkheden, proberen we dingen uit en passen we dingen aan, maar ik wil niet te sturend zijn. Ik vind het fijn als iedereen het materiaal op zijn eigen manier benadert. Dat hoort bij de geest van de band en, in bredere zin, bij wat ik zo mooi vind aan jazz.
Sommige titels, zoals „Abysses”, „Adieu” of „Enfermé dehors”, lijken een zeer sterke symbolische lading te hebben. Spelen titels een belangrijke rol?
Hélène Duret : Ja, ook al verwijzen ze niet altijd naar een expliciet verhaal. ‘Abysses’ is bijvoorbeeld geïnspireerd op een baslijn die voortdurend naar de lage tonen daalt. Dat deed me denken aan de diepten van het water, vandaar de titel. Wat ‘Enfermé dehors’ betreft: dit is afkomstig van een zin die een dakloze uitsprak die ik op een nacht in Parijs tegenkwam. Hij herhaalde steeds: ‘Ik zit buiten opgesloten.’ Dat was een heel indrukwekkend moment, en die zin drong zich aan me op toen ik het nummer aan het schrijven was.
In ‘Colère contenue’ voel je een bijna onderhuidse spanning. Hoe is dit nummer tot stand gekomen?
Hélène Duret : Ik had eerst de slotmelodie en de gitaarriff geschreven. Ik wilde iets heel helders, maar waarbij je toch een beetje de draad kwijtraakt. Rondom dit materiaal hebben we wat ik ‘gestuurde improvisaties’ zou noemen, ontwikkeld. Ik wilde dat het nummer zou beginnen met ademhalingen, met een subtiele, bijna verontrustende spanning, zoals een woede die je nooit echt uit, maar die plotseling kan uitbarsten.

© Roger Vantilt
De plaat geeft ook de indruk heel gestructureerd te zijn, bijna in hoofdstukken verdeeld, met adempauzes, inleidingen en intermezzo’s. Was dat vanaf het begin zo bedoeld?
Hélène Duret : Sommige dingen zijn gezamenlijk bedacht. De solo met de titel „Intro”, bijvoorbeeld, fungeert als een inleiding op het volgende nummer. Wat „Coda” betreft: dat is een spontaan idee van Benjamin in de studio, voortkomend uit het nummer „De loin en loin”. Ik heb ervoor gekozen om dit op te nemen als een echo naar het begin van de plaat, alsof het album afsluit met een herinnering aan de opening. Er is ook een basklarinetsolo die ik later, tijdens het mixen, heb opgenomen, omdat ik het gevoel had dat er nog iets ontbrak aan het geheel.
Sinds de release van de plaat ben je deze op het podium gaan spelen. Heb je het gevoel dat deze muziek zich ontwikkelt door de live-ervaring?
Hélène Duret : Ja, enorm. Bij Synestet leggen we de volgorde van de solo’s nooit definitief vast: dat wordt vaak ter plekke beslist, op initiatief van de groep. De nummers blijven dus leven, veranderen en zitten vol verrassingen. Sommige intro’s die op de plaat staan, veranderen ook tijdens het optreden.
Je agenda lijkt behoorlijk vol te zitten. Wat staat er binnenkort op het programma voor Synestet?
Hélène Duret : We hebben al twee concerten gegeven ter gelegenheid van de albumrelease, en er was ook nog een concert in Berlijn op 3 juni 2026, in het kader van het Festival Jazz d’Or. Daarna begint de agenda pas echt vorm te krijgen vanaf 2027. Ik werk nu samen met een nieuwe agent, die de bands begeleidt waar ik als leider deel van uitmaak, waaronder Synestet. Dit alles is nog in ontwikkeling.
Je werkt ook aan andere projecten. Kun je daar iets over vertellen?
Hélène Duret : Ja, in de herfst ga ik o.a. weer aan de slag met een ander project: een ensemble van zes muzikanten, bestaande uit vijf blazers en een drummer. Dit is een idee dat ik al heel lang koester: ik wilde een formatie opzetten waarin de blazers en de drummer centraal staan, met een bredere opzet dan een trio of een kwartet. Om praktische redenen heb ik het bij zes muzikanten gehouden, maar mijn oorspronkelijke ambitie was nog veel groter. Deze groep heet het Brut Ensemble. De bezetting bestaat uit Delphine Joussein op fluit, Léa Ciechelski op altsaxofoon, Jessica Simon op trombone, Quentin Biardeau op tenorsaxofoon, Ariel Tessier op drums en ikzelf. Volgend najaar verschijnt er waarschijnlijk een live-opname.
Nog een laatste opmerking over hoe je je instrument bespeelt: houdt het spelen van klarinet en basklarinet in dat je dagelijks op zoek bent naar nieuwe klanken?
Hélène Duret : Ja, absoluut. Net als bij veel instrumenten vergt het veel en regelmatig oefenen. Mijn manier van oefenen is in de loop van de tournees en de verschillende projecten veranderd, maar ik blijf elke dag oefenen. Je mag het nooit opgeven: het is een beetje zoals fysieke training. Als je stopt met oefenen, raak je beetje bij beetje kwijt wat je hebt opgebouwd.
Interview © Jacques Prouvost (vrije vertaling : Jos Demol) - foto’s © Igloo/Daniele Esposito/Roger Vantilt/Alice Khol
In samenwerking met JazzMania

In case you LIKE us, please click here:




Luchthavenvervoer zonder stress
Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst