
Guy Verlinde kleurt de Belgische bluesscene al meer dan drie decennia. Tijd voor een retrospectieve, dacht hij. Het werd een vierdubbele cd onderverdeeld in vier hoofdstukken: ‘Blues’, ‘Acoustic’, ‘Blues Rock’ en ‘Song’. Een gesprek met de man in kwestie die dit jaar de kaap van de vijftig overschreed.
De afspraak heeft plaats bij Verlinde thuis in een nieuwe woonwijk van Ertvelde waar we ontvangen worden met een dampende kop koffie. De living weerspiegelt het leven van een gezin waar kinderen opgroeien. Een halve speelgoedwinkel ligt verspreid over de vloer. De blues van het vaderschap, blijkt tijdens het gesprek.
Nog voor we de eerste vraag stellen, steekt Verlinde al meteen van wal over blues en jazz en de grens tussen Vlaanderen en Wallonië. “Weet je dat ik vaker geboekt wordt op jazzfestivals in Wallonië dan in Vlaanderen? Als bluesman word je aan deze kant van de taalgrens nog altijd beschouwd als een soort neofiet omdat je niet studeerde aan een conservatorium.”

Geen midlifecrisis
Je hebt net de kaap van vijftig overschreden. Wat doet dat met Guy Verlinde?
Wel, eigenlijk ben ik uiterst blij. Ik had trouwens nooit een probleem met ouder worden. Nu zeker niet omdat ik voor de eerste keer sinds vorig jaar vader ben. Zo is die vijftig ook toch weer een beetje herontdekking van het leven. Het geeft enorm veel energie. Aan de andere kant is het ook goed om een keer terug te kijken naar het verleden. Dat doen we soms te weinig. Voor alle duidelijkheid, vijftig is geen midlifecrisis voor mij. Integendeel, het is een mooi moment.
Meer dan dertig jaar je kost verdienen in het blueswereldje. Kruipt dat niet in de kleren?
Wel, ik heb verschillende periodes meegemaakt. Eerst ben je amateur en blij dat je met je groepje “on the road” kan gaan. Van lokaal naar regionaal en vervolgens nationaal en internationaal. Het is eigenlijk sinds 2010 dat ik als zelfstandige professioneel bezig ben. Wat vooral zwaar doorweegt zijn de periodes waarvan je absoluut zeker bent dat het dan moet gebeuren. Die druk weegt door. Zo ben ik twee keer bijna volledig uit de bocht gegaan met een burn-out. Eén keer was na de coronacrisis in 2021. Mijn lichaam weigerde plots alles omdat ik altijd ja zei. Dat ene optreden kan er nog wel net bij, dacht ik. Neen dus.
Ben jij een ‘Hangover Man’, om een van je titels te citeren?
Het leven van een “hangover man” is al zeker tien jaar voorbij. Die beslissing kwam er net voor een nieuwe tournee toen ik de avond voordien weer was blijven doorzakken. Ik werd doodziek en kon nergens nog van genieten. Een kantelmoment. ‘Hangover Man’ blijf ik een heel mooi liedje vinden maar ja, ik kan het nu niet meer zingen (glimlacht).
Had je een meerjarenplan van bij de start?
Als je één iets kan zeggen bij de carrières van de meeste muzikanten is dat er geen masterplan was. Aanvankelijk dacht ik wat muziek te spelen aan de zijlijn van een “normale” job, ergens in het achterhoofd denkend ooit eens een cd op te nemen of zelfs op een festival te staan. Uiteindelijk zijn al mijn verwachtingen ingelost. Mocht ik vandaag stoppen, dan sta ik al veel verder dan ik ooit hoopte. Een masterplan was er dus niet.

De vloek van veelzijdigheid
Veelzijdigheid is een van je sterke troeven. Je zingt, speelt mondharmonica en je kan goed overweg met een gitaar om het zacht uit te drukken...
Een beetje raar want al mijn grote blueshelden waren vaak, om het oneerbiedig te zeggen, “one trick ponies”. Er is niemand wiens gitaar klinkt zoals die van Albert King. John Lee Hooker, dat is John Lee Hooker. De sound van Lightnin’ Hopkins, Jimmy Reed of Bo Didley herken je meteen. Ze puurden hun stijl zo uit dat het hun identiteit werd. Vandaag heb je super goede muzikanten die alles kunnen maar wat is van hen persoonlijk? Ik weet bijvoorbeeld niet hoe Joe Bonamassa klinkt, net omdat hij zo veelzijdig is. In mijn geval had ik snel door dat ik geen virtuoos ben, op geen enkel instrument. De mooiste stem heb ik evenmin maar ik kan goed overweg met woorden. Daarmee creëerde ik mijn universum. Door de gebreken zag ik de talenten die ik wel heb. Toegeven, in het begin is dat ergerlijk. Het is volharden of een gefrustreerd muzikant worden. Kijken waar je krachten liggen en zo een persoonlijke identiteit ontwikkelen. Dus veelzijdigheid maar ook beperkingen waardoor ik net ging beseffen wie ik echt ben. Sommigen blijven zeggen dat ik moet kiezen. Kijk dan eens naar Neil Young. Die heeft de meest intimistische, zachte en akoestische muziek gemaakt en daarnaast extreme harde “distortion” en “over-the-top” feedback-gitaar.

Streaming
De hele muziekwereld onderging een aantal ingrijpende evoluties, streaming voorop. Hoe hard kwam dit aan voor jou?
Streaming is een dubbel iets. Af en toe hoort iemand uit Australië, Canada of Japan je muziek via een playlist. Zo sta je daar dan tussen alle grote artiesten. Het nadeel is natuurlijk dat het verdienmodel huilen met de pet op is. Daarom zie ik streaming ook niet als een doel om geld te verdienen maar als een gratis promo-platform. Overal ter wereld kunnen ze mij beluisteren. Het grote nadeel is dat muziek veel korter geconsumeerd wordt. Nu kun je in een kwartier tijd door het hele oeuvre van een groep scrollen via de introotjes. Dat neemt de magie van de muziek weg. Je merkt dat ook in de “songwriting”. Intro's worden korter en veel “catchier” waardoor alles op elkaar gelijkt.
Platenfirma's investeren ook niet meer. Je moet een plaat kant-en-klaar afleveren. Ze zetten die in hun catalogus en sturen wat mails naar radio's en andere mediakanalen. Dat kan je zelf doen. Optreden blijft de “core business”. Daar verkoop ik cd's en platen. Al jaren zegt men dat de cd voorbij is. Dat klopt echter niet voor het bluespubliek. Ook voor vinyl is er nog een markt, gelukkig. Want laat ons eerlijk zijn, een cd heeft geen intrinsieke waarde. Dat is een aluminiumschijfje waarop we onze vakantiefoto’s bewaarden of cd’s kopieerden. Vinyl is een ander verhaal. Het gevoel toen ik voor de eerste keer een testpersing kreeg van mijn eigen plaat! Het droppen van de naald en dan jezelf horen. Wow, pure magie!
Een ander kantelmoment was het covid-spook...
Verschrikkelijk. Een psychologische “mindfuck”. Van een volle kalender naar alsmaar opschuiven van “gigs”. Dagen van de week bestonden niet meer. Je had enkel nog vandaag, gisteren en morgen. Je zat opgesloten en kon niets doen. Sinds mijn zestiende was ik zelden of nooit een volledig weekend thuis geweest. Ik zat midden de voorbereiding van een nieuw album, ‘Standing in the Light of a Brand New Day’. De financiering ontbrak echter omdat er geen optredens waren. Gelukkig was er een grote solidariteit door onder meer “crowdfunding”. Blues gaat veel over verlies maar dit werd mijn meest positieve plaat.

Gent
Je muzikale thuishaven is Gent. Wat maakt deze stad zo interessant voor de blues?
Gent stelde mij indertijd zwaar teleur op bluesvlak. Ik groeide op in Aartrijke, vlakbij Torhout, waar je een aantal bluescafés had. In Brugge idem net als in de rest van West-Vlaanderen. Toen ik in Gent ging studeren in 1994, was de stad een woestenij op vlak van blues. Alternatieve muziek genoeg, net als electro en jazz maar op blues werd neergekeken. De weinige jams verliepen bovendien niet echt volgens de spelregels. Ondertussen had ik de Mighty Gators opgericht en op Blues Peer gespeeld. Bluesjams organiseren in Gent bleef echter een probleem. Geen enkel was café bereid dat op de affiche te plaatsen. We zijn dan toch begonnen in een Surinaams restaurant. Geleidelijk aan groeide de reputatie van die avonden. Ik zorgde ervoor dat iedereen aan de bak kwam op de juiste manier. Vriendenclubjes die onder elkaar speelden werden vermeden. Zo ontstond een eerste generatie van bluesmuzikanten en kwam een hele beweging op gang die finaal uitmondde in het opstarten van de Missy Sippy Blues & Roots club en de Mississippi All Stars. Een unieke omgeving waar iedereen zonder ego welkom is.

Awards
Je sleepte het nodige aantal onderscheidingen in de wacht waaronder Belgian Blues Award solo/duo in 2024 en 2026 en beste bluesband in 2025. Leverde dat iets op?
In de ons omringende landen had je onder andere de Dutch Blues Awards en de British Blues Awards (nu UK Blues Awards, nvdr). In België bestond het niet. Je merkte in het buitenland dat wanneer een groep een dergelijke award won, interesse volgde voor concerten. Idem met de European Blues Challenge. Sinds een paar jaar is er gelukkig de Belgian Blues Federation annex awards. Wat mijn onderscheidingen voorstellen? Veel en niet veel. De trofee zelf is mooi meegenomen maar het is de herkenning die telt. Natuurlijk is er kritiek op de organisatie. Die komt dan meestal van diegenen die zich zelf nooit inzetten voor een initiatief.

Vijftig
Was het nu het gepaste moment voor een terugblik met een ‘Best Of -50 years/50 songs’?
Ik zat al heel lang met het idee om bepaalde nummers opnieuw op te nemen. Vijftig worden was daarbij een gedroomde kapstok. Toen rees echter het probleem van wat te kiezen omdat ik de afgelopen jaren zoveel uiteenlopende dingen heb gedaan. Van stevige bluesrock, traditionele blues en akoestische blues tot bluegrass en zelfs wat popgetinte muziek. Kortom, een enkele cd zou alle richtingen uitgaan. Zo werden het dan vier cd’s met als onderverdelingen ‘Blues’, ‘Acoustic’, ‘Blues Rock’ en ‘Song’. Restte nog de finale selectie. En ja, vijftig jaar werden dan ook vijftig tracks gevolgd door heel wat werk want een groot aantal werd opnieuw opgenomen, al dan niet met aangepaste arrangementen. Andere verschenen nooit eerder op cd. Omschrijf het gerust als liedjes een tweede kans geven. Zo hebben de fans van het eerste uur die de originele albums hebben, ook waar voor hun geld. ‘Blues’ en ‘Acoustic’ komen trouwens eveneens uit op vinyl.
Een cd de titel ‘Blues Rock’ meegeven, daar zal de bluespolitie niet zo blij mee zijn...
Ik heb zelf een haat-liefde verhouding met het genre, net wegens de connectie met heavy metal. Daarnaast is er nog het racistische randje dat geassocieerd wordt met southern rock en de “Confederate Flag”. Velen die weinig affiniteit hebben met de Afro-Amerikaanse cultuur gaan dan toch wat blues spelen omdat ze geen werk hebben in een metalband of in een covergroep. Zo beland je bij een negatieve connotatie van blues rock.
Blues is niet alleen kommer en kwel maar eveneens feesten, ‘Let’s Have A Party’ en een van je “signature songs”, het rockende ‘Gator Bop’ illustreren dit. Je legt trouwens ook de link naar rockabilly en boogie via ‘Do That Boogie’...
Het is een verjaardagsalbum, dan bouw je toch een feestje. Die tracks mochten niet ontbreken. ‘Gator Bob’ gaat gewoon over de muzikant die uit zijn repetitiekot komt, zijn materiaal in de auto steekt en vervolgens naar een plaats rijdt waar hij de hele boel opstelt, soundcheckt en dan het publiek laat feesten. Hoe fantastisch dat is hoor je hierin.
Je belicht tevens je akoestische kant op ‘Acoustic’...
De puur akoestische benadering, daar hou ik erg van omdat het minder gaat over een etaleren van technisch kunnen. Alles draait rond het verhaal en de inhoud.
In het verlengde hiervan is er de cd ‘Song’...
Ik hou gewoon van mooie liedjes, een aspect dat ik soms mis in de blues. Weer een “12-bar shuffle” in “old school” Chicago-stijl brengen met harmonica, dat is leuk maar heel veel van die nummers zijn inwisselbaar. Hoe komt het dat men ‘Just Your Fool’ van Little Walter herkent? Omdat het schema afwijkt. ‘My Babe’ van hem is ook zoiets. Andere voorbeelden zijn ‘The Thrill is Gone’ van B.B. King of Freddie King’s ‘Hideaway’. Die variatie probeer ik eveneens in te lassen.
Met ‘I’ll Be There’ waag je je zelfs aan een zomers deuntje...
Dat en ‘My Little Girl’ schreef ik voor mijn dochters. ‘I’ll Be There’ was bedoeld om op het geboortekaartje te plaatsen met een QR-code.
In compleet contrast hiermee is er ‘Yser’ over de loopgraven in de Westhoek tijdens de Eerste Wereldoorlog...
Ik ben geboren en getogen in Aartrijke. Niet helemaal de Westhoek maar je wordt daar toch geconfronteerd met die hele oorlogsgeschiedenis aan de IJzer. Het heeft mij altijd gefascineerd hoe gewone mensen in staat zijn tot uitzonderlijke daden zoals toen het openzetten van de sluizen bij hoog tij.

Schoolconcerten
Nog een laatste vraag over een project dat je nauw aan het hart ligt. Van waar het idee om schoolconcerten te verzorgen?
Daar zat evenmin een plan achter. Het zorgt meteen voor evenwicht en regelmaat in mijn drukke agenda. ’s Morgens vertrek ik en ’s avonds ben ik thuis. Belangrijk bij het hele concept is dat ik iets kan overdragen. Zelf had ik twee belangrijke mentors. Dat waren zanger en gitarist Marino Noppe en Nico Mertens van platenlabel Parsifal. Zij gaven mij raad en steunden mij op elke mogelijke manier. Ik ben een autodidact die geen noten kan lezen en toch ben ik bluesmuzikant. Aan de hand van die schoolconcerten wil ik jongeren bewijzen dat je met de nodige wilskracht kan bereiken wat je wil. Zo breng ik ze ook in contact met de bluesgeschiedenis. Tenslotte zou ik al blij zijn als ze even in Google “blues” intikken. Vinden ze het niet mooi, tot daar toe. Nu weten ze tenminste dat blues de wortels zijn van pop, rock-‘n-roll, soul, funk, disco en zelfs hiphop.
Tekst © Georges Tonla Briquet - foto’s © Jean-Marie Vandelannoitte

‘Best of Guy Verlinde – 50 years/50 songs’ is uitgebracht op Guy Verlinde zijn eigen label Bandr Music.
Het aangepaste “artwork” is van de Gentse kunstenaar Jan-Sebastiaan Degeyter die ook al hoezen ontwierp voor Laughing Bastards en Electric Barbarian.
In case you LIKE us, please click here:




Luchthavenvervoer zonder stress
Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst