Een gesprek met een veelzijdig musicus: Kristof Roseeuw




Tijdens concert Jakob Bro Trio op Jazz!Brugge 18 november 2018 © Annie Boedt


Kristof Roseeuw (° Torhout, 18.01.1967) speelde bij het Ictus Ensemble, het Hermes Ensemble, het Spectra Ensemble, het Orkest van de Muntschouwburg, Nationaal Orkest van België, Symfonieorkest van Vlaanderen, Vlaamse Opera, Arco Musicale en Il Novecento. Daarnaast was hij ook te horen bij Orquesta Tanguedia, Brisky, Payday in March, Olla Vogola, Les Pilliers de Cabaret, Fukkeduk, Arno & Fanfare, Kamikaze, El Tattoo del Tigre, Orteké, La Noche Anterior, Kommil Foo, Simpletones, Moker en Das Kammerorchestra.

In 2006 was Kristof actief bij Karanova (coproductie IJsland-België met Mauro Pavlovski, Teun Verbruggen, Peter Vermeersch, Johan Johansson, Hilmar Jensson, Kira Kira - een Vooruit productie met cd en tournee in mei 2007), in duo met accordeonist Philippe Thuriot, de Amerikaanse saxofonist Ellery Eskelin, Strings, Flat Earth Society, radioKUKAorkest (eigen ensemble opgericht op vraag van Klara om het programma “De kunstkaravaan” muzikaal in te vullen (na 10 live uitzendingen op de radio, de cd “Songs for broadcast” op W.E.R.F. Records) en Too Noisy Fish (met pianist Peter Vandenberghe en drummer Teun Verbruggen). 

Kristof componeerde (en speelde) voor dansensembles, theater en televisie, o.a. ‘Trage kogels’ (coproductie Nieuwpoort- & Zuidpooltheater), ‘Patatboum’ (Laika), ‘Olie op duke’ (Het paleis), 'Le Pas Perdu (I smell roses in the underground)', 'Anton' en ‘Brutalis’ (LOD), de VRT-serie 'Recht op Recht', 'Tante Euthanasie gaat achteruit' (NTG-Kamagurka), Karin Vyncke Dance Company (TAR), Teater Teater, Village Goes Global: Hamdallaye (een project dat de rijke Senegalese en Vlaamse muziekcultuur in één programma samenbracht).

Hij werkte met de Italiaanse zangeres Lucilla Galleazi (veel te horen met Marco Baisley), Teresa Salgueiro (zangeres Madredeus), Luciano Pavarotti, Andrea Bocelli, Uri Caine, Mike Patton (Faith No More, Phantomas), en John Watts (Fischer-Z).

In april 2013 haalde hij de Deense gitarist Jakob Bro naar België om in Flagey met Frantz Loriot, Steven Delannoye, Seraphine Stragier en Yannick Peeters "22 strings and a piece of wood" op te voeren.

Met auteur Harry Vaandrager bracht hij in 2011 het project “Aan barrels”. In 2015 stond hij op de planken met Wouter Deprez in het programma “Slijk”.


Het werd dus meer dan tijd om Kristof zelf aan het woord te laten over zijn muzikale avonturen. Naast een enthousiast musicus en gedreven programmator blijkt hij ook een uitbundig en aangenaam causeur te zijn.  Het interview werd in twee delen afgenomen: op 1 maart 2018 in de Foyer van de Bijloke Gent en op 19 september 2019 bij Kristof Roseeuw en Yannick Peeters thuis op wandelafstand van het Sint-Pietersstation te Gent.


Vrijstaat O Oostende, 3 maart 2018 © Annie Boedt


Gent, donderdag 1 maart 2018


Je groeide op in Torhout, nu niet meteen het meest jazzy nest van West-Vlaanderen. Met welke muziek kwam je het eerst in contact? Was dit toen al jazz? En hoe ben je in de jazzwereld terechtgekomen?

Bij ons thuis was er altijd en véél muziek, klassieke muziek in de eerste plaats. Net zoals zo vele kinderen werd ik verplicht naar de muziekschool te gaan, waar mij toonladders werden geleerd maar geen passie werd bijgebracht voor mijn instrument.

Dat instrument had ik dan nog niet eens zelfs gekozen: de directeur van de muziekschool besliste dat ik klarinet zou leren, “omdat dit paste bij dwarsfluit”, het instrument dat mijn  broer bespeelde. Maar klarinet lag mij niet en heb ik dan zelf ingeruild voor viool. Echt studeren in die muziekschool heb ik niet gedaan, ik heb het volgehouden tot het eerste openbaar examen waar ik trouwens ben beginnen verzinnen want ik geraakte mijn tekst kwijt…

Thuis deed ik dat al een tijdje, volop improviseren, zij het op een simpele manier. En dat is mij dus op dat examen van pas gekomen: ik werd aangemoedigd verder te gaan. Maar intussen zong ik in punkgroepen en speelde ik heimelijk viool in de Pimm’s, een new wave café.

Daarna ben ik met mijn broer Nic, die twee jaar ouder is dan ik, beginnen spelen; hij heeft mij heel veel muziek aangereikt, o.a. Frank Zappa, Stevie Ray Vaughan, John Coltrane, …


Hoe ben je in de jazzwereld terechtgekomen: een plotse openbaring zoals Paulus in Damascus, of een geleidelijke ontdekkingstocht?

Met jazz ben ik eigenlijk heel laat in contact gekomen. Na studies ‘Gezinswetenschappen’ in Brussel ben ik in Brugge gaan werken en heb daar na het zien van een jazzoptreden een contrabas gekocht bij Rombaux. Dat instrument – dat nota bene van Japan kwam! - heb ik op eigen houtje uitgetest, stemde ik zelfs als een viool…

En toen kocht ik in de platenwinkel van Geert Vandeweghe op het Sint-Amandsplein ‘Peg Leg’ van Ron Carter; daarna heb ik de muziek van Mingus leren kennen… en ineens had ik beet wat jazz was. Maar eigenlijk ben ik als jazzmuzikant volledig autodidact en nog steeds benader ik jazz vrij organisch. Ik ben een van de laatste jazzmuzikanten die niet schools is opgevoed.

Na mijn verhuis naar Gent heb ik met mijn broer Fukkeduk (cd ‘Ornithozozy’) opgericht. In die tijd luisterde ik o.a. naar The Lounge Lizards. Maar eigenlijk wou ik de bas toch ernstiger leren bespelen en heb ik aan de Academie les gevolgd bij Frank Pieters die toen een van de grote boegbeelden was. Die man was echt een goeroe voor mij: ik geraakte zeer gebeten en studeerde wel 7 à 8 uren per dag. Pieters wou mij in het Conservatorium krijgen en dat is gelukt, hoewel dat eigenlijk niet kon omdat ik geen diploma hoger middelbaar had.

Op het Conservatorium echter werd ik geconfronteerd met het feit dat ik plots heel veel theorie kreeg; bovendien ging het mij allemaal te veel de klassieke richting uit. Mijn broer had intussen een saxofoon gekocht en met hem en Tom Dewulf hebben we dan Trio et Demi opgericht en dat was het echte begin van mijn entree in de jazz. Maar ik speelde intussen ook freelance bij het Symfonieorkest Vlaanderen, waarmee ik 7 jaar in De Munt heb opgetreden en o.a. Martha Argerich en Luciano Pavarotti heb begeleid. Ik was m.a.w. actief in twee parallelle circuits.

De volgende stap in mijn muzikale loopbaan was huismuzikant worden bij Vooruit dankzij Wim Wabbes. Ook belandde ik steeds meer in hedendaagse muziek via Spectra Ensemble: na twaalf jaren in klassieke middens heb ik gekozen voor creatieve muziek, omdat ik voelde dat ik vastzat en omdat het klankenidioom van hedendaagse muziek mij steeds heeft geboeid. En ik werd opgepikt door Peter Vermeersch om in Simpletones te spelen en ben op die manier daarna bij FES beland.

Graag vermeld ik ook mijn muzikale avonturen in Kamikaze met Bart Maris en mijn werk als freelance muzikant voor theater (o.a. ‘Tante Euthanasie gaat achteruit’ van Kamagurka)…

Zoals ik reeds benadrukte heb ik niet diep gegraven in de theorie van de jazz, ik benader dat genre op een organische, dus op een andere manier. En wie dat ook doet is Philippe Thuriot: eveneens iemand die uit de “klassieke wereld” komt en ook zijn eigen weg zoekt. We hadden al lang goesting om samen een eigen band op te richten en dat heeft geresulteerd in RadioKUKAorkest. Een zeer belangrijk project, en uitdagend ook want we moesten steeds nieuwe muziek schrijven (voor het Klara-programma De Kunstkaravaan, PG). Met Philippe heb ik in RadioKUKAorkest intens samengespeeld. Hij is een uitzonderlijk muzikant: door zijn aanwezigheid en zijn manier van spelen tilt hij het niveau omhoog. Hij blijft de dingen benaderen met de ogen van een kind, zeer ontwapenend, als in een soort “onbewustzijn”, fragiel, heel gevoelsmatig. En ook als mens is hij zeer bijzonder.



Côté Jardin © Geert Vandepoele


Gent, donderdag 19 september 2019.


Je hebt net een overeenkomst afgesloten met Inside Jazz Management om de praktische kant van je projecten in goede banen te leiden.

Sinds kort behartigt Jens Tytgat van Inside Jazz Management mijn verschillende projecten. Geen overbodige luxe want ik heb voor het eerst een dubbele boeking voorgehad met Too Noisy Fish en FES. Met een beetje schuiven en een relatief dure taxirit is het toch in orde gekomen, maar in de toekomst wil ik dit zeker vermijden.

Inside Jazz Management zorgt ook voor Bram De Looze en Stéphane Galland. Het leuke is dat Jens werkt rond figuren en hun diverse projecten. Vandaar dat ik het interessant vond om bij hem aan te haken. Hij start nu met Too Noisy Fish maar ook met het project “Charms of the Night Sky” dat goed loopt.


De kwaliteiten van je compagnon de route in verschillende projecten, Philippe Thuriot, werden blijkbaar niet alleen binnen de landsgrenzen opgemerkt (o.a. de Amerikaanse componiste Maria Schneider vroeg hem te gast met orkesten zoals Denada, the Brussels Jazz Orchestra en de WDR big band voor concerten op grote evenementen in Wenen, Keulen en San Sebastian). Vertel eens wat meer over jullie nieuwste kwartet met Bram De Looze en Mark Feldman.

Philippe en ik hebben beiden voor een stuk een klassiek verleden. Voor jazz en geïmproviseerde muziek ben ik autodidact. Ik kreeg twee à drie lessen van Bart De Nolf en de rest heb ik zelf ontdekt en zo mijn eigen parcours beetje bij beetje uitgestippeld. Philippe volgde een jaar een klassieke opleiding aan het Koninklijk Conservatorium van  Kopenhagen bij de toen wereldvermaarde accordeonist Mogens Ellegaard. Maar op gebied van improvisatie is ook hij autodidactisch. Hij speelt trouwens ook fantastisch piano en mondharmonica. Het is een waar fenomeen!

Destijds toen KLARA mij vroeg om RadioKUKA (een ensemble met een kamermuzikale insteek zonder drums of percussie) in het leven te roepen, liet ik al de pulsen en ritmiek vanuit de instrumenten komen. Het is ook een diepere manier van componeren dan in jazz waar je soms genoeg hebt aan een melodietje waarrond er dan geïmproviseerd wordt.

Met 3Men in a Boat waren we aanvankelijk van plan om de bezetting uit te breiden. Ik had vroeger al gesprekken gehad met Joachim Badenhorst en de Frans-Japanse altviolist Frantz Loriot waarmee ik al gewerkt had bij Jakob Bro. Met die twee erbij zou dit resulteren in de 3Men in a Boat extended version. Bij hun talent om te improviseren konden we daar dan het kamermuzikale aspect aan toevoegen.

Ondertussen hadden we in 2018 via het Festival van Vlaanderen het aanbod gekregen om “Charms of the Night Sky” uit te voeren. Op deze manier leerden we de Amerikaanse violist Mark Feldman kennen. Het was een super toffe samenwerking met een kwalitatief echt hoog artistiek resultaat en het was Mark zelf die vragende partij was om in de toekomst verder samen te werken.

Door al die informatie beslisten we om een volledig nieuwe band te vormen naast 3Men in a Boat. Mark was hier met de “John Zorn Bagatelles dag” op Gent Jazz en Northsea Jazz festival. Samen met Philippe en Mark hebben we dan in Gent afgesproken en hij was zeer enthousiast om een volgende stap te zetten. Vervolgens hebben we gebrainstormd rond dat kamermuzikale idee. Mark is een al wat oudere muzikant die minder zin heeft om in luidruchtige toestanden te werken. Hij zoekt meer naar klankkwaliteit en het kamermuzikale sprak hem heel sterk aan. Dat betekent echter niet dat we niet versterkt spelen. Het is een andere, gedetailleerder manier van spelen.

Dan hebben we gezocht naar nog een vierde muzikant. Mark stelde o.a. een Parijse fagottist voor en wij hadden een aantal klarinettisten, basklarinettisten in gedachten. Mark had ook nog een hoornist in gedachten. Maar dan gingen we in een te klassiek idioom belanden en dat vonden we te beperkend.

Het was Jens Tytgat van Inside Jazz die het idee opperde om er Bram De Looze bij te betrekken. Bram is een musicus die mij enorm boeit en al een erg mooi parcours heeft afgelegd. Het is iemand die net als bv. Kris Defoort ook graag buiten de lijntjes kleurt. Ik programmeerde ooit eens een project van Bram in de Bijloke waarbij hij met de New Yorkse scene (met o.a. Gebhard Ullmann) aantrad. Dit was ook dieper gravende muziek. Het is iemand die heel sterk in de jazz gegroeid is en de goesting om daarrond te musiceren is zeer sterk aanwezig.

Mark had het volste vertrouwen Philippe en mezelf. Hij kende ons inmiddels, maar hij had geen zin om nog te moeten leuteren over justesse als we iemand toevoegden. Bram paste perfect in het plaatje omdat hij - wars van zijn fantastische smaak en zijn zeer mooie manier van spelen – zeer accuraat is.

Qua bezetting klopt de combinatie uitstekend en ze biedt heel veel mogelijkheden. Met een piano kan ik ook weg uit mijn basfunctie en kan met Mark bijna cello en viool spelen terwijl Bram de bassen voor zijn rekening neemt. We hebben eigenlijk drie instrumenten die bassen hanteren want ook de accordeon kan dat. Je kunt dus super vette baslijnen spelen. Je kan enorm gaan kleuren qua akkoorden omdat er twee brede akkoordinstrumenten zijn. Philippe kan terugvallen op een pure solistenrol. Er is dus een heel arsenaal aan mogelijkheden. Aanvankelijk hadden we nooit gedacht aan piano maar de puzzel was opgelost. Het management had al eens gepolst bij Bram en hij zag dit wel zitten. Recent speelde hij op Jazz in ’t Park (Gent) en hadden we een leuke babbel en voilà a new band is born.


Zijn er al concrete plannen voor optredens?

We gaan niet eerst optreden maar we kregen van Cees van de Ven (van Jazzcase) het aanbod voor een residentie in Dommelhof (Neerpelt). Dit leek ons een goed plan om compositorisch naartoe te werken. Met het nieuwe kwartet is het een beetje zoals bij het RadioKUKAorkest met Lode Vercampt (cello), Tom Wouters (basklarinet en drums) en Philippe en ikzelf. Iedereen schrijft en bij een heel specifieke bezetting met zo’n eigen kleur boeit het mij enorm dat er vanuit de verschillende hoofden ideeën worden aangereikt. Dit resulteert in een heel mooie diversiteit. Dat bewezen we met RadioKUKAorkest waar we een breed gamma van nummers hadden en dit klopte door de aard van de bezetting.

Vandaar dat ik dit nu terug wil doen en ook Mark was onmiddellijk zeer enthousiast om te schrijven. We plannen om er een jaar aan te werken, want iedereen zit ook met zijn andere projecten, en de residentie van een week gaat wellicht door in maart 2020. Er zullen daar o.a. een deel prille opnames vastgelegd worden alsook een paar eerste concerten aan gekoppeld worden en verder zien we wel, let’s keep on dreaming. Ik ga een visje uitgooien naar het Festival van Vlaanderen en verder is het management nu bezig. We zien het tweeledig want er is blijkbaar ook veel interesse voor “Charms of the Night Sky”. Het kwartet zouden we dan volgend jaar plannen.



Charms of the Night Sky © Kay Lacombe


Je “Charms of the night sky (Dave Douglas)”-project met Philippe Thuriot, Bart Maris en Mark Feldman ging op 21 april 2018 in première bij Het Wilde Westen in Kortrijk. Hoe kwam dit project tot stand en plannen jullie nog concerten?

Dit was een dermate tof project om te doen dat we er zeker willen mee doorgaan. Het was een stille droom van Joost Fonteyne en van Philippe Thuriot, waarmee Joost een heel goede band heeft, om nog eens terug te koppelen naar “Charms of the Night Sky”, Dave Douglas’ fantastische plaat uit 1998 op Winter & Winter (met Greg Cohen, Mark Feldman en Guy Klucevsek). Dan zijn ze mensen gaan zoeken waarmee zij dit wilden opstarten en ze kwamen uit bij trompettist Bart Maris en ook mij. Hiervoor was ik zeer verheugd. Ik heb dan met Greg Cohen gecommuniceerd en hij bezorgde mij zijn partituren van vroeger.

We waren dan nog op zoek naar een violist maar het bleek een complex verhaal. We waren ook in gesprek met Dave Douglas en ze vroegen ook aan mij naar ideeën. Ik stelde voor om Mark Feldman op te bellen. Hij staat op de plaat, wat een extra troef is want hij kent de muziek, hij was erbij, … en ze hebben hem gebeld en hij was enthousiast. Zo was het plaatje uiteindelijk rond, met super veel dank aan Joost.

Het werd een heel toffe ervaring. Het voelde direct als een hechte band aan. Dat concert in Kortrijk was echt, en het is niet gemakkelijk om dat als muzikant van je eigen te zeggen, zo goed dat ik er uiterst trots op was. Het klikte zo goed dat Mark nadien zei “Guys, let’s do something with that, why shouldn’t we continue”. Dat viel niet in dovemansoren natuurlijk want we hadden er tenslotte vier dagen aan gewerkt en het zou jammer geweest zijn er niet mee door te gaan. Iedereen werd gepolst en had er duidelijk zin in.

Het fantastische is dat er volgens Jens (Inside Jazz) zeer veel interesse is, o.a. van Northsea Jazz Festival, Bozar, een festival in Zweden, een in Tsjechië waar de ‘fiddle’ centraal staat. Viool is natuurlijk een sterke opponent in jazz en festivals die iets rond viool doen gaan daarnaar op zoek. Er is ook in de nabije toekomst een festival in Nederland dat ons wenst te boeken. In elk geval ziet het er rooskleurig uit. Omwille van de interesse gaan we het proberen te bundelen want Mark moet uiteraard uit New York komen.

Het voordeel van Mark is zijn fenomenale muzikaliteit. Hij heeft al zo’n lange carrière achter de rug en het is zo’n fijne mens om mee samen te werken. Hij is ook enorm genereus naar ons toe omdat hij het wil doen lukken.


Je plant ook een samenwerking met de Iraakse Qanûn-speler Osama Abdulrasol, de sopraan Helena Schoeters en gitarist Hendrik Braeckman. Welke richting zal die muziek uitgaan?

Helena Schoeters is de vrouw van Osama Abdulrasol. Ze maakte ook deel uit van een kwartet met Lode Vercampt, Philippe Thuriot en Osama Abdulrasol. Ze heeft een klassieke opleiding en deed veel projecten waar ze haar klassieke stem gebruikte, o.a. voornoemd kwartet.


Het is echter een zoektocht van haar om klassieke werken die haar enorm boeien uit elkaar te rafelen. Bij de interpretatie laat ze haar klassieke stem achterwege. Ze kwam tot de ontdekking dat haar gewone stem een zeer mooie klank heeft. Het is een vrijere manier van zingen. Ze laat alles los zodat er allerlei impulsen op haar kunnen inwerken wat heel bevrijdend werkt. Het repertoire zal echter niet volledig uit klassiek werk bestaan.

Al voor deze zomer hebben we veel gerepeteerd. Gisteren namen we een eerste promotievideo op omdat we begin volgend jaar al een aantal concerten willen doen.

Met Hendrik Braeckman speelde ik al geregeld, o.a. in Athene tijdens de opening van de Olympische Spelen in 2004. Ook Philippe en Osama waren er toen bij. Hendrik heeft ook een opnamestudio en hij heeft me in het verleden al verschillende keren als studiomuzikant gevraagd o.a. met musici uit het Midden Oosten.

Hendrik heeft ook een kwintet met Lode Vercampt en Helena Schoeters. Het kreeg een nieuwe vorm met Tuur Florizoone op accordeon en mezelf op de contrabas. We hebben daarmee o.a. in Spanje op grote podia gestaan.

Maar Osama vroeg mij nu voor dit kwartet en ik vond het fantastisch omdat ook Hendrik erbij was. Met hem heb ik in 2002 de opening van de Handelsbeurs gedaan met een maffe bezetting met o.a. pianist Erik Vermeulen, Steve Houben (sax/fluit), drummer Eric Thielemans, een Griekse muzikant die ney speelde en ook nog een strijkkwartet.

Hendrik is iemand die amper naar buiten komt maar hij is zo’n fantastisch muzikant. Bij sommige jazzmusici voel ik persoonlijk soms een beperking in het avontuurlijke en Hendrik is iemand die de muziek op een zeer toffe manier benadert. Het is een zoeker naar hetgeen het best werkt en hij gaat daar best heel ver in en dat vind ik juist zo schitterend.

Ook Osama is ‘une grande étoile’ die o.m. concerteerde met het Vlaams Radio Orkest, Nederlandse Metropole Orkest, Goran Bregovic, Claron McFadden, Roby Lakatos, Tom Robinson, BJ Scott, Wannes Van de Velde, Luc de Vos, Dick Van der Harst, Les ballets C de la B, e.v.a. Er gaat volgend jaar een productie in première in de Handelsbeurs waarbij hij als solist samenwerkt met het Brussels Jazz Orchestra.

Ik ben dus zeer blij en vereerd om deel uit te maken van dit kwartet. Het leuke is dat ze de partituren aanreiken en na het pril arrangement van Osama is het de bedoeling dat we er echt iets van maken. We zijn in feite een eigen taal aan het vinden. De sfeer is momenteel nogal donker. Helena’s stem komt over als die van een singer-songwriter. Maar we zijn nog zoekende.



Fundament 2017 © Geert Vandepoele


Na het schitterende “Fundament” van Peter Jacquemyn, een project dat een viering is van de diepe klanken, is er binnenkort een voorstelling met drie contrabassen, Drawing BAxx’s, waarbij het publiek de partituur maakt. Kan je dat wat toelichten?

Het wordt eigenlijk als Drawing Basses uitgesproken maar als spielerei verving ik de dubbele s door een dubbele x.

Binnen mijn hoedanigheid als programmator van de Bijloke kreeg ik de vraag om iets te doen met “Drawing Days”. Dit is eigenlijk een stadsfestival dat in Antwerpen startte en nadien naar Gent overwaaide. Het festival geeft aan de grote cultuurhuizen de opdracht om hun publiek aan het tekenen te zetten. De mensen volgen een parcours en maken hun keuze en worden geconfronteerd met het gegeven dat ze moeten tekenen.

Om het doel te bereiken werkte ik een heel simpel concept uit. Ik speelde in het verleden veel hedendaagse muziek bij o.a. Spectra en Ictus en kwam geregeld in contact met grafische partituren, o.a. met Thomas Smetryns, een Gents hedendaags componist, heb ik producties gedaan rond de grafische partituur. Het was een beweging in de jaren ’60 die op een andere manier dan met noten muziek wilde doen klinken. Ook Anthony Braxton en Eugene Chadbourne werkten daar mee. Die laatste was een van de grote voorbeelden van John Zorn en ook ik raakte zeer geboeid door zijn werkwijze.

Met een aantal van die ervaringen in gedachten, koppelde ik het gegeven aan het contrabaskwintet BASSSSS met Peter Jacquemyn, Pieter Lenaerts, Yannick Peeters, Lode Leire en mezelf. De klankkleur en manier van spelen van dit kwintet wilde ik laten sturen door het publiek. Het is eigenlijk een tekenconcert waarbij ik een korte uitleg geef over de grafische partituur, voor alle niveaus en alle leeftijden. Ik toon ook een aantal voorbeelden. Het is eigenlijk het uitdrukken van een emotie d.m.v. een tekening. Het is de bedoeling dat de musici dan die emoties verklanken.

Wanneer de mensen hun tekeningen klaar hebben zamelen wij die in en leggen ze allemaal voor ons. Het is dan heel simpel. Het concert start met een muzikant die een partituur kiest en ze aan het publiek toont waarna hij ze vertolkt. Het mooie daaraan is dat degene die de tekening maakte rechtstreeks aangesproken wordt. Tijdens het spelen mag een musicus een andere partituur nemen, ze tonen en vertolken, en zo gaat het verder tot alles gespeeld is.

Tijdens het spelen krijgen de mensen een tweede tekenopdracht. Ze moeten de sfeer op papier overbrengen, schetsen maken van handen of ze interpreteren iets. Beide tekeningen krijgen ze na de uitvoering mee naar huis. Dat bleek zo goed te werken voor zowel publiek én musici dat we nu aan het bekijken zijn om het via Inside Jazz Management in verkoop te zetten.

Tijdens het Festival voor hedendaagse muziekbeleving Ear to the Ground in de Bijloke hebben we dit voor een tweede keer gezet met terug een massa lovende reacties van het publiek. Ik had de Amerikaanse pedal steelspeelster Susan Alcorn, iemand die uit de folkscene komt maar ook met o.a. Pauline Oliveros, Chris Cutler, the London Improvisors Orchestra, Joe McPhee, Ken Vandermark, Nate Wooley, Ingrid Laubrock, Michael Formanek, Mary Halverson, en Evan Parker speelt. Wij deelden met haar het Kraakhuis (zaal in de Bijloke) en ze vond het project “amazing”.

Het is zo simpel en het is een evenement dat je eigenlijk overal kan doen, het hoeft niet per sé in een concertzaal. We zijn nu gevraagd door de kunstacademie van Sint-Niklaas voor een aantal concerten.

Voor een van de volgende concerten heb ik contrabassist/componist Tim Vandenbergh aangesproken. Tim studeerde architectuur maar zit heel sterk in de muziek. Met SunSunSun, een eigentijds strijkkwintet, speelt hij pop en aanverwanten tot hedendaags klassieke muziek en filmmuziek (samenwerkingen met o.m. Het Zesde Metaal en Roosbeef). Met het percussie ensemble The Colorist Orchestra werkte hij met o.a. Emiliana Torrini, Lisa Hannigan en Howe Geld. Naast strijkarrangementen voor Tamino, Bony King of Nowhere, Roosbeef, Sukilove, Minzkov e.a. componeerde hij voor verschillende theaterproducties en luisterspelen (Bronks, Het Paleis, Dimitri Leue, Annelies Van Hullebos, Katharina Desmet).
Ik ga er ook een soort digitalisering aan verbinden met in eerste instantie heel low profile met een overheadprojector die de tekening achter ons projecteert als een soort decor. In de toekomst wil ik echter verder gaan met bv. het connecteren via een smart phone zodat het publiek kan tekenen terwijl we spelen.



© Annie Boedt


Sága is een productie die Dez Mona en B.O.X.  samenbrengt. B.O.X. is een Antwerps ensemble dat met instrumentatie uit de oude muziek nieuwe muziekgenres aanpakt. Wat is jouw inbreng bij dit collectief?

Zoals je merkt zit ik in een heel breed spectrum van muziek. De reden hiervoor is dat het een periode verslapte in de muziek, voor iedereen maar vooral voor de jongere muzikanten. En ook door mijn programmeren belandde ik als muzikant wat aan de zijlijn. Ik ben eigenlijk ook nooit echt in de jazz verankerd geweest.

Ik heb dan een tandje bij gegeven en ben terug gaan studeren. Maar plots kwamen er dingen op me af, zoals Sága. En van toen begon het weer op gang te komen. Je komt meer in de media en van het een komt het ander. Ik maakte geen deel uit van de originele versie van Sága. Op een bepaald moment viel Dez Mona een beetje uiteen en contrabassist Nicolas Rombouts stapte eruit en zo kwamen ze bij mij. We hebben samen nog een hele reeks mooie en succesvolle concerten kunnen geven. Dit is eigenlijk een andere kant van mij, maar toch is het weer dat kamermuziekachtig samenspel. B.O.X. is eigenlijk een ensemble met oude instrumenten (theorbe, barokharp, clavecimbel en viola da gamba). Het is een fantastische viola da gambaspeler die ooit met Ton Koopman samenwerkte. B.O.X. is momenteel op wereldtournee met een IJslandse zanger.

Voor de première van het nieuwe programma van Sága gaan we in de Elbphilharmonie in Hamburg - een schitterende cultuurtempel met een fenomenale architectuur - optreden. Met FES zijn we er trouwens ook uitgenodigd om er Boggamasta uit te voeren. De originele Sága had een live cd in New York opgenomen en bijna twee jaar geleden ben ik met hen op tournee geweest in de States.

Nu komt er een vervolg onder de naam LUCIE. Volgende week zit ik in het repetitieproces met een iets uitgebreidere bezetting. Voor de zang zoeken ze naast Gregory Frateur van Dez Mona nog een operastem. De rest van de groep bestaat uit 8 instrumentalisten (accordeon, gitaar, barokharp, serpent, contrabas, viola da gamba, theorbe, cornetto). Het is een productie die deSingel Antwerpen en de Bijloke Gent produceren.

Centrale vraag is de 'Zoektocht naar een thuis', uitgebreid van een meer autobiografische dimensie (bij Sága) naar een bredere reflectie op een (post-religieuze) maatschappij (LUCIE). Als leidraad voor de vorm denken we na over een 'wereldlijk oratorium', wat dus aanleiding geeft tot verschillende muzikale vormen, in de zin van breder dan een pure opvolging van songs zoals bij Sága. Er komt dus meer ruimte voor muzikaal experiment. Wel blijven we nadrukkelijk mikken op een concertante vorm, en dus niet op muziektheater of iets dergelijks. Zoals steeds bij projecten van B.O.X staat creatie centraal; er zal dus niet teruggevallen worden op bestaand (historisch) materiaal, en er wordt vertrokken van een spreekwoordelijk wit blad.

Het is een zeer boeiende band met een zekere vorm van romantiek die me direct aansprak. 



FES 2017 © Geert Vandepoele


En dan zijn er uiteraard nog Flat Earth Society en Too Noisy Fish. Zijn er hiervoor concrete plannen?

Flat Earth Society zit momenteel in een zeer goede vibe. Met FES hebben we in het verleden al veel films van muziek voorzien. Binnen zes weken vertrekken we voor een grote tournee door Canada en de States met drie programma’s filmmuziek.

We zijn al twee en een half jaar bezig met de voorbereiding. Vorige week moesten we allemaal naar de ambassade. Iedereen zijn visa was goedgekeurd. Maar Trump heeft een nieuw beleid waarbij hij zogezegd de mensen uit Afrikaanse en Arabische landen wil treffen. Maar blijkbaar beperkt dit zich niet alleen tot die landen.

Teun Verbruggen en Michel Mast kregen onlangs een brief waarin van hen geëist werd om in detail toelichting te geven van elke buitenlandse actie die ze in de laatste 15 jaar ondernamen. Vooral in Teuns geval was dit bijna onbegonnen werk, tenzij er iemand aangeworven werd om alles in kaart te brengen en op de correcte manier op het formulier in te vullen. Voor de Canadese concerten is er geen probleem en gaan Teun en Michel mee.

Bij contact met de ambassade werd echter vermeld dat een eventuele goedkeuring minstens zes maanden kon in beslag nam. We zijn nu twee gasten aan het opleiden om hen in de VS te vervangen. Dit is geen sinecure want ze moeten drie programma’s instuderen. Vluchten en dergelijke worden geregeld met de kans dat we bericht van de ambassade krijgen dat het toch O.K. is. Dit is werkelijk Kafkaiaans.

Ik ga de grote Amerikaanse booking agents hierover inlichten en aandringen dat ze gezamenlijk protest aantekenen tegen deze gang van zaken. De Amerikaanse musici komen hier taxfree (als ze minder dan 25.000 euro per jaar in Europa verdienen) en kunnen van een massa voordelen genieten terwijl de Amerikaanse autoriteiten het ons in omgekeerde richting zo moeilijk maken. Alle Amerikaanse muzikanten zijn gewoon beschaamd voor wat er de Europese musici wordt aangedaan. Dit nieuwe reglement komt er nu nog eens bovenop. Het is echt onvoorstelbaar, om woest van te worden.

We gaan ook een gooi doen om in het zuiden van Europa (Italië, zuiden van Frankrijk, Spanje) een productie uit te bouwen met iemand die al lang met film bezig is en o.a. bij het KASK (op de Bijlokesite) werkt. Die kerel heeft een vrachtwagen ontworpen met een opplooibaar scherm en P.A.-systeem. Zondagavond 22 september 2019 gaan we het uittesten in Oostende om te zien hoe comfortabel we zitten en hoe het werkt bij duisternis. Het is een romantisch idee om van dorp naar dorp te reizen en op het dorpsplein het scherm open te plooien met het orkest ervoor, en spelen.



3Men in a Boat © Thomas Geuens


Met “3Men in a Boat” ben je op 1 oktober e.k. te gast in The Black Cat Torhout. Zijn er al plannen voor een vervolg op jullie schitterende debuut-cd op het W.E.R.F.-label?

De JazzLab tournee was eigenlijk de aanleiding om nadien een cd op te nemen. Momenteel staat er zo veel op stapel (ook met het nieuw kwartet) dat er voorlopig geen concrete ideeën zijn. Wellicht komt er wel een vervolg. Maar dat zal moeten groeien.

Wel is Steven Kamperman, een fantastische Nederlandse saxofonist/klarinettist en componist, in the picture om het trio te vervoegen. Hij maakt deel uit van de free scène en speelt veel met Bart Maris. Ik leerde hem kennen toen ik met Philippe Thuriot en de Portugese zangeres Maria Mendes een double bill speelde. Maria had ik als tweede aanwinst voor 3Men in a Boat gezet.

Na de pauze hoorde ik Steven een solo op klarinet spelen waarvan ik achterover viel. Ik heb dan met hem gepraat en het bleek een heel boeiende gast te zijn die ook veel componeerde. Op een bepaald moment schrijft hij mij dat hij 3Men in a Boat gehoord had via facebook en dat hij het fantastisch vond.

In dezelfde periode had ik met Philippe gepraat over een eventuele uitbreiding van het trio. We hadden ook al een vis gegooid naar Louis Sclavis. Ik had hem materiaal doorgestuurd en ook verzocht om te schrijven. Hij was zeer enthousiast. Maar sommige ideeën vallen stil en er is niet verder op gewerkt.

Maar Steven is iemand die met ons het podium zou kunnen delen en het kan er soms vlugger van komen dan je aanvankelijk denkt. Eigenlijk plande ik een try-out concert in onze zomerbar in de Bijloke. Steven had wel zin om voor een paar nummers te komen meespelen maar logistiek kreeg ik het niet klaar. Maar we hebben elkaar beloofd het binnenkort te organiseren en dan komt het wellicht in een stroomversnelling. De goesting is er zeker, de idee ook maar we moeten nu zien met die tweede band hoe beiden naast elkaar kunnen bestaan. Maar het loopt wel los. Zo kunnen we bv. voor een groot festival met Steven werken. We zien wel.


Klopt het dat de beslissing om Lionel Beuvens bij “3Men in a Boat” te laten drummen, genomen werd na het concert van Too Noisy Fish in The Black Cat toen hij Teun Verbruggen verving?

Dat klopt inderdaad. Teun kon toen niet. Ik had, als pril programmator van de Bijloke, voor de eerste editie van Ear to the Ground een productie met Bent Van Looy en een kamermuziekensemble. Ik wilde daar een drummer aan toevoegen. Ik kende Lionel via Yannick omdat ze beiden veel samenspeelden. Ik vind vooral zijn breedheid van denken uitzonderlijk en vond hem de geschikte persoon om in dit project te musiceren.

Ik leerde hem beter kennen door die concerten van Yannick en toen Teun niet vrij was voor het concert in Torhout stelde ik aan Peter Vandenberghe voor om Lionel erbij te halen. Dat bleek een tof verhaal, maar het is niet iemand die zou kunnen doorgroeien in het verhaal van Too Noisy Fish. Een trio is als het ware een familietje, je kent elkaar door en door, en plots komt er iemand anders bij en de gevoeligheden liggen op een ander vlak. Maar voor dit concert was dat fantastisch.

In mijn zoektocht als improviserend muzikant heeft het me altijd geboeid hoe bv. een Ernst Reijseger of Misha Mengelberg werken. Maar in feite doen ze grosso modo altijd bijna hetzelfde. Maar het is natuurlijk wel zo dat, als je bv. Archie Shepp twee noten hoort spelen, je onmiddellijk weet dat het Shepp is.

Het is ook zo dat mensen ook in een vrij jargon een taal gaan ontwikkelen en dat is ook improviseren natuurlijk. Dat merkte ik toen ik bij Kamikaze (met Bart Maris, Tom Wouters en Filip Wauters) speelde. We hadden in feite doorheen al die jaren een soort taal gecreëerd die eigenlijk bijna een reeks nummers werd. We voelden elkaar zo goed aan dat zelfs een kleine wijziging van beweging genoeg was om reactie te genereren bij de andere musici.

Als jonge muzikant zat ik daar wel een beetje mee in de knoei omdat ik me afvroeg of improvisatie wel bestond. Tenslotte kwam ik tot de conclusie dat het ook maar zijn beperkingen had. Zo ontmoette ik in Antwerpen tijdens een W.I.M.-concert de Nederlandse pianist Guus Jansen en die vertelde mij dat hij altijd zijn briefjes - zijn kapstokken noemde hij ze - bij had om eventuele black outs op te vangen. Die ‘kapstokken’ zou je eigenlijk een nummer kunnen noemen. Ze bestaan uit een thema maar ook een sfeer die gekoppeld is aan kleur en progressie die je hanteert. Ik vroeg me dus als groen muzikant af waar improvisatie begint en waar ze eindigt. Ondertussen kan ik dat al beter invullen.


Je partner, Yannick Peeters, is ook muzikante, bovendien speelt zij ook contrabas: oefenen jullie soms/regelmatig samen, stimuleren jullie elkaar, is er sprake van gezonde “competitie”?

Er is zeker geen sprake van competitie. Wel is er wederzijdse bewondering omdat we alle twee een andere soort muzikant zijn. Yannick zit ook in een zeer boeiend parcours als muzikante. De kindjes zijn ietsje ouder nu, maar in de periode dat ze meer zorg nodig hadden kwam ze minder aan spelen toe. Maar de schaarse momenten dat ze musiceerde hoorde ik haar evolueren. Ze is nu een van de poulains van zangeres Claron McFadden.

Er staat een interview van ons over Fundament op Gent Jazz 2018 en we spelen daar een stuk samen. In ’t verleden is er altijd de goesting geweest om in duo te spelen en dat hebben we o.a. op een aantal vernissages voor beeldende kunst kunnen waar maken. Dus met het idee voor een duo zijn we wel degelijk bezig.


We zijn nu muziek aan het verzamelen en het project aan het concretiseren. Soms i.p.v. ’s avonds uitgeput in de zetel te vallen voor de TV, nemen we ons instrument en komen we op gang.

De reden dat het zo goed klikt is dat we heel andere musici zijn en we elkaar door en door kennen. We leren trouwens enorm veel van elkaar. Yannick is heel onderlegd in jazz terwijl ik een autodidact ben op dat vlak. Ik ontwikkelde een eigen systeem en als ik vastzit of inspiratie nodig heb dan kom ik bij haar terecht.

We luisteren ook veel naar elkaar. Het is zeer boeiend om mekaar te horen studeren. Er is een heel natuurlijke wisselwerking van ideeën. We luisteren trouwens veel samen naar muziek en daarin hebben we voor een groot deel dezelfde smaak. We benaderen het instrument echter op een totaal andere manier.

We zijn het op een serieuze mooie manier wat aan het uitdiepen. Twee bassen samen is een heel boeiend iets omdat je heel behoedzaam moet omgaan met mekaar. Je moet ruimte geven en ervoor zorgen dat je elkaar klankmatig niet opeet. Het is een heel delicate oefening want je moet zeer goed naar het andere instrument luisteren.


Een mooi voorbeeld daarvan zijn de Marks Brothers die op het W.E.R.F.-label een briljante cd uitbrachten. Ik zag ook hun optreden op 11 februari 1997 in Gasthof Heidelberg in Loppem.

Inderdaad, twee van mijn ‘heroes’, Mark Dresser en Mark Helias. Oh, ik ben zo spijtig dat ik pas heel laat ontdekte dat er in Loppem een jazzclub was. Die concerten zijn aan mijn neus voorbij gegaan. Als tiener zat ik in een heel ander genre. Ik was toen new waver/punker.

Ik ben eigenlijk pas op mijn twintigste in contact gekomen met jazz. Mijn oudere broer Nic had een sax gekocht en had cassettes mee. Bij ons thuis lag jazz nogal delicaat en moest ik de cassettes onder mijn hoofdkussen beluisteren. Ik luisterde dan naar o.a. Lee Konitz en naar jazz ballads. Het was echt een wereld die voor mij open ging. Het was een muziektaal die ik niet kende want ik ben vanuit de klassieke muziek opgevoed. Het was echt een openbaring.



Too Noisy Fish, Feest! 10 jaar Bijloke © Geert Vandepoele


Je bent ook muziekprogrammator van De Bijloke en had het tijdens ons vorig gesprek – project rond Monk, met Marc Van den Hoof en Eve Beuvens – dat je graag intieme jazzconcerten zou organiseren in het café. Is dat al concreet?

Ik heb het er al efkens met Marc Van den Hoof over gehad maar soms leg je een ei en duurt het een tijd voor het uitgebroed is. Met de verbouwing van de Bijloke hadden we het restaurant in een klein café omgetoverd. Ik had er dan ook wat concertjes laten in doorgaan en o.a. ook het project van Marc en Eve.

Ik voelde dat er honger was naar dergelijke evenementen bij het publiek. De combinatie literatuur, poëzie en muziek heeft mij altijd sterk geboeid. Dit gaat eigenlijk terug naar de jaren ’60 in Nederland en Engeland met o.a. de Beat Poets. Ben Sluijs heeft ook veel gedaan met tekst en jazz.

Dan ben ik met Marc gaan praten en hij wilde in de toekomst jazzmuzikanten belichten in een uur. Ik vond dit een uitermate boeiend idee en het Monk-project vond ik een super toffe ervaring. Ik ben dan ook van plan, als we ons nieuw café zullen hebben, om daarin jazz en literatuur te brengen, o.a. een reeks met Marc Van den Hoof. We hebben daar prille gesprekken over gehad maar we zitten nu nog in wachtmodus tot de verbouwingen gefinaliseerd zijn. Vanaf mei 2020 zou het moeten klaar zijn.

Ik ben nu ook in bespreking met de Bijloke omdat er nu een nieuwe richting is in de jazz – zoals indertijd de NU jazz en Acid jazz - waarbij de elektronica een grote rol speelt. Het is een genre dat niet alleen jongeren maar ook de middenmoot kan aanspreken. Ik zag het o.a. op het Northsea Jazz Festival: de Chicago scene, de nieuwe UK scene, … Er wordt meer geconcentreerd op de groove waardoor je als publiek iets meer bewegingsruimte nodig hebt. Het beperkt zich niet tot een danspasje maar het moet ook mogelijk zijn om tussendoor een pint te gaan halen enz. …

Ik ben dus aan het kijken waar we het kunnen onderbrengen. Er zijn twee klassieke concertzalen, het Kraakhuis en de grote zaal, waar je geen drank mag binnenbrengen omdat het om een beschermd historisch gebouw gaat. We zijn nu aan het overwegen om in het Kraakhuis de tribunes aan de kant te schuiven zodat we met een staand publiek de capaciteit kunnen verhogen.

We willen heel sterk inzetten op sfeer, licht, en binnen de vernieuwde infrastructuur een directe verbinding met het café voorzien. We zouden ook werken met dj’s, maar deze die een beetje gericht zijn op de London style. Het is een heel nieuwe beweging. Een beetje zoals de muziek die Stéphane Galland met Adriaan Van de Velde (Pomrad) op Gent Jazz 2019 bracht. Een heel groovy programma. Zoiets wil ik brengen en dat kan alleen als je niet statisch op een stoel zit. 



2013 © Geert Vandepoele


Ik hoorde ook dat je een verhuurbedrijfje van contrabassen bent opgestart. Tegenwoordig zijn vliegreizen met een groot instrument als de contrabas een soms akelige onderneming. Verschillende contrabassisten reizen echter met een bas waarvan ze de nek kunnen losmaken zodat het geheel wat compacter wordt. Heb jij ervaring met zo’n instrument of verkies je toch je eigen bas?

Gestart niet echt, wij zijn er eigenlijk in gesukkeld. Vroeger had ik ook een flight case vanuit de tijd met het klassiek orkest. Je was dan met 50 à 60 kg op stap. Bij sommige luchtvaartmaatschappijen betaalde je je blauw (600,00 à 650,00 euro overgewicht was geen uitzondering) en anderen waren dan weer flexibeler. Maar tegenwoordig wordt het zelfs niet meer toegelaten. Ik kreeg dan ook geregeld de vraag van musici, o.a. Greg Cohen, om mijn contrabas uit te lenen.

Op een gegeven moment begon het zich uit te breiden. Zo belde b.v. Bozar veel. Aangezien Yannick en ik een bedrijfje opgericht hebben voor al onze muzikale activiteiten wilden we dit daar ook in onderbrengen. We beslisten om het een stuk te professionaliseren. Erg veel musici zijn gefrustreerd van de backline firma’s. Ik weet het, ze gaan het me niet graag horen zeggen, maar de kwaliteit van de instrumenten die zij aanbieden zijn dikwijls minderwaardig. Heel dikwijls nemen toerende artiesten de melding “no backline instruments” op in hun rider. Het moet een instrument zijn van een professionele muzikant.

Het is wel zo dat backline firma’s nu voor een stuk een inhaalbeweging aan het maken zijn, maar voor een stuk hebben ze nooit de financiële draagkracht om 2 à 3 verschillende soorten instrumenten (aankoopprijs 20.000 à 25.000 euro) te kunnen aanbieden. In een twintigtal jaren kunnen ze dit bedrag onmogelijk terug verdienen.

Vandaar dat velen regelmatig bij ons terecht kwamen. Ik heb dan een document gemaakt met alle specificaties, heel gedetailleerd, van de verschillende instrumenten. Yannick en ik zijn ook bezig met een website waar alle gegevens van ons, concertagenda, etc. te vinden zullen zijn. Daarop zullen de bassisten ook de gegevens van de verschillende instrumenten kunnen raadplegen zodat ze er onmiddellijk voeling mee kunnen krijgen. Ik doe echter ook onderzoek naar de muzikanten: wie is hij, hoe speelt hij, … Wij hebben verschillende instrumenten en ondertussen hebben alle groten der aarde al op een van onze contrabassen gespeeld. Het is dus aan het groeien.

Maar het heeft ook een voordeel voor mij. Na tien jaar toeren met FES en gefrustreerd zijn omwille van de slechte kwaliteit van de aangeboden contrabassen, ben ik zelf een zoektocht gestart naar een goede oplossing. Ik ben begonnen met een beperkt budget met zo’n stick. Maar al snel voelde ik de beperking van dit instrument. En nu schafte ik mij een Czech-Ease bass aan waar ook Dave Holland op speelt. In New York huurde ik dat toen voor Amerikaanse tournees bij David Gates.

Probleem is echter dat het ook een trunk is met overgewicht. De norm is meer en meer 20 kg en erboven betaal je tegenwoordig soms tot 43,00 euro per extra kg. Op een bepaald moment ben ik dan met mijn oude contrabas naar de befaamde luthier Jean Auray in Lyon gestapt. Mensen als Charlie Haden, Barre Phillips, Franco Petracchi en Renaud Garcia-Fons waren/zijn er klant. Ik wilde mijn oude bas laten fine tunen bij hem.

Jean Aurey was de eerste die het concept ontwikkelde - voor grote spelers – om de nek eruit te draaien. Hij had een flightcase ontwikkeld waar alles in paste en 28 kg woog. Hij had echter de nek in een kist gestopt die op de body klikte waardoor de bodykist beperkt bleef tot 20 kg en je de nek bij je handbagage kon meenemen. Dit was een super vondst. Mensen als Michael Formanek en Charlie Haden speelden op zo’n instrument.

Toen kwam de vraag van Renaud Garcia-Fons om een bas te maken die – alles inbegrepen – niet boven de 20 kg uitkomt. In dit filmpje op youtube zie je hem zijn five string bas inspelen:


Jean Auray maakt op jaarbasis drie full basses - het is mijn droom ooit zo’n instrument van zijn hand te kunnen bezitten – en parallel heeft hij een lijn ontwikkeld waarbij hij hand made drie reeksen van drie modellen “Fly Auray” aflevert. Op alles spaarde hij uit om het gewicht naar beneden te krijgen maar het zijn fantastisch klinkende instrumenten. Ik heb er een gekocht en speel er bijna al mijn concerten mee tegenwoordig. Het is zo’n comfort. Je komt ergens aan en in slechts drie minuten is de bas ineengezet. Het is het allerbeste dat bestaat van travel basses.

Wij hebben momenteel vier zeer diverse contrabassen waaruit de musici kunnen kiezen, en we leveren ook de full package met ook een strijkstok van uitstekende kwaliteit. Het is de bedoeling het spelcomfort voor de musici te verhogen. In de toekomst gaan we wellicht nog een instrument bijkopen want wij spelen uiteraard ook nog.


Je broer Nic is actief (technische coördinatie) bij Muziektheater LOD. Zijn er nog plannen om in de toekomst samen te werken of is jullie agenda daarvoor te vol?

Welnu, ik zag die vraag blinken en ik moest lachen. Mijn broer en ik blijven zeer goede maten en dat zijn we al vele jaren lang en voor de rest van ’t leven wellicht. Ondanks de drukte blijven we elkaar regelmatig vinden.

Hij nodigde mij onlangs uit om iets te komen eten en legde muziek op van een bassist. Het overkomt mij zelden maar ik kon hem niet thuiswijzen. Toen hij mij naar mijn mening vroeg moest ik toegeven dat het iets was dat me enorm boeide, een super toffe solo en de speelwijze lag mij nauw aan ’t hart en kwam een beetje overeen met mijn zoektocht.

Toen bleek dat het een opname was van onze band die Nic na Fukkeduk vormde: Orteke! (genoemd naar een nummer op de Fukkeduk cd Ornithozozy). Orteke! was een band met o.m. ons beiden, Jan Kuijken (cello) en Tom Wouters (klarinet/basklarinet). Het was een kwintet met een veelal wisselende bezetting.

De opname kwam van een concert dat in Venetië opgenomen werd. Dit was t.g.v. een uitwisseling tussen Vooruit en de Universiteit van Venetië van een viertal Gentse culturele entiteiten waaronder ook Les Ballets C de la B van Alain Platel, Dit was mijn eerste internationale reis en ik had toen een grote flightcase mee. We waren precies op wandel met een grafkist door Venetië, een hilarisch zicht. Aangekomen in het hotel stonden er een vijftal personeelsleden op zijn Italiaans druk te gesticuleren dat die kist niet in de kamer zou binnen geraken. Terwijl zij verder discussieerden hebben wij de kist via de trap naar de kamer op het eerste verdiep gebracht.

Maar soit, met Orteke! speelden we daar Nics muziek. Heel toffe nummers! Door die herinneringen weer op te rakelen vroegen we ons af of het geen tijd werd om weer eens iets samen op poten te zetten. We hebben er altijd wel blijven zin in hebben maar door zijn full time job is Nic iets minder bezig met de muziek dan vroeger. Hij blijft wel muzikaal actief maar nu meer in een andere richting, o.a. bij de Piepkes met Pieter-Jan De Smet. Hij heeft ook een duo met Steven Slingeneyer (HAKA) en blijft natuurlijk vrij actief als bassaxofonist. Hij blijft wel heel sterk bezig.

Maar inderdaad, die dag vroegen we ons af of het geen tijd werd om weer eens iets samen te ondernemen en nieuwe muziek te schrijven. De prille ideeën zijn er dus want Nic schrijft goed. Ik herinner me nog dat hij uitgenodigd werd in Bologna voor een residentie van vier maanden waarbij hij kon samenwerken met een hedendaags muziekensemble en er een repertoire mocht voor schrijven. Hij is als autodidactisch componist eigenlijk wel behoorlijk aan de slag geweest.

Dus het zal er ooit wel weer eens van komen.

Interview © Paul Godderis en Jos Demol



© Kristof Roseeuw


our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée

 

Special thanks to our photographers:

Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst