De Amerikaanse pianist Denman Maroney heeft zich gespecialiseerd in een techniek die hij zelf heeft ontwikkeld en die hij ‘hyperpiano’ noemt.

© Peter Gannushkin
Denman Maroney begon zich al tijdens zijn studie aan CalArts te verdiepen in de techniek van de "hyperpiano". Hij koos voor deze term omdat hij zich wilde onderscheiden van de geprepareerde piano: zijn idee was om stukjes hout of koper tegen de snaren van de piano te wrijven om zo het bending-effect te verkrijgen dat onder andere met een saxofoon of een gitaar kan worden geproduceerd.
Denman Fowler Maroney (° New Jersey, 1949) bleef in de voorsteden wonen tot hij naar de universiteit ging. Hij begon zijn studie aan het Williams College in Massachusetts, waar hij voor het eerst overwoog om van muziek zijn beroep te maken. Tot zijn docenten behoorden de trompettist Bill Dixon en vooral de contrabassist Jimmy Garrison, die een grote invloed op hem zou hebben.
„Hij zei me meteen dat ik een buitensporig ego had en dat ik wat rustiger aan moest doen”, herinnert de pianist zich. „Hij benadrukte vaak hoe belangrijk het is om te luisteren en de melodie altijd in gedachten te houden.“
Vervolgens vertrok hij naar Californië om zijn universitaire opleiding voort te zetten aan het California Institute for the Arts, oftewel CalArts. Daar ontmoette hij James Tenney, bij wie hij compositie studeerde, maar vooral piano.
„Jim heeft me ervan overtuigd dat ik een goede componist kon worden”, zegt hij. „Hij moedigde me aan om meer muziek te schrijven, iets waar ik me sindsdien voor inzet.”
Tenney leerde hem ook de Three-Page Sonata van Charles Ives spelen, wat hem ertoe bracht te werken aan een concept dat hij ‘temporele harmonie’ (temporal harmony) noemt.
Al in 1974 werkte hij mee aan zijn eerste opname: een uitvoering van „Kurtwellen”, een grafische partituur van Karl-Heinz Stockhausen, samen met saxofonist Earl Howard, synthesizerspeler Joseph Paul Taylor en percussionist David Simons. De plaat verscheen op het inmiddels ter ziele gegane label Finnadar Records, onder leiding van componist Ilhan Mimaroglu. Daarna verdwijnt hij uit de belangstelling en maakt hij heel wat ups en downs mee.
Nadat hij datzelfde jaar zijn diploma aan CalArts had behaald, ging hij lesgeven aan het Thomas Jefferson College in Allendale, Michigan. Na een jaar kreeg hij het aanbod om te blijven, maar dan tegen een aanzienlijke salarisverlaging. Hij wees het aanbod af en verhuisde naar Stamford in Connecticut, omdat zijn toenmalige vrouw doodsbang was om in New York te gaan wonen. Hij begeleidde danslessen aan het Purchase College, dat deel uitmaakt van het netwerk van de State University of New York (SUNY).
„Het was een interessante baan”, geeft Maroney toe. „Maar ik raakte mijn baan kwijt na ernstige meningsverschillen met dansdocente Kazuko Hirobayashi, die de Graham-techniek onderwees.”

© Peter Gannushkin
Hij vertrekt vervolgens naar New York en vestigt zich in de wijk Washington Market, die tegenwoordig bekendstaat als Tribeca. Hij vindt een eerste baan bij het Big Apple Circus, een gezelschap waar de koorddanser Philippe Petit korte tijd bij betrokken was.
„Het salaris was niet geweldig“, zegt hij. „Maar ik had twee kinderen en had het geld hard nodig.”
Om rond te komen werkte hij daarnaast ook als taxichauffeur – daar is overigens niets schandelijks aan, Philip Glass heeft het trouwens ook gedaan. Naar eigen zeggen was dit de ergste periode van zijn leven, waarin hij van 4 uur ’s ochtends tot 16 uur door de straten van New York reed. Zijn huwelijk zou dit niet overleven. Hij stopte toen met het circus en het taxivervoer om als uitzendkracht te gaan werken, onder meer bij een reclamebureau, Benton & Bowles, waar hij onderzoek deed naar de media. Toch slaagde hij erin een vast contract bij deze werkgever te bemachtigen. Uiteindelijk keerde hij terug naar het onderwijs als docent literatuur aan de Fairleigh Dickinson University in Teaneck, New Jersey. Ondanks het magere salaris blijft hij deze functie tien jaar bekleden, voordat hij definitief met pensioen gaat.
Dit traject verklaart de late erkenning van Denman Maroney. Wanneer hij in New York aankomt, komt zijn carrière als muzikant weer op gang, met ups en downs. Hij gaf enkele concerten en ontmoette onder meer de trombonist Garrett List, die aan het hoofd stond van The Kitchen, een organisatie en concertzaal, waar de pianist in contact kwam met talrijke muzikanten.
„In die tijd had List een band met de contrabassist Jon Deak, die uiteindelijk bij het New York Philharmonic zou gaan spelen, en de gitarist Rhys Chatham, die tegenwoordig ook in Frankrijk woont”, legt de pianist uit.
Pas begin jaren ’90 zou zijn lot plotseling veranderen, toen hij Mark Dresser leerde kennen na afloop van een concert dat de contrabassist samen met Anthony Braxton gaf in de Knitting Factory.
„Ik stelde mezelf aan hem voor en gaf hem een cassette, waarbij ik zei dat ik graag met hem zou willen spelen”, herinnert de pianist zich.
Uiteindelijk belde Dresser hem op voor een duo-optreden. Er was chemie en de contrabassist, die verschillende projecten tegelijkertijd had lopen, nodigde hem uit om daar deel van uit te maken.
„Dat was met name de tijd waarin muzikanten begonnen met het componeren van muziek ter begeleiding van stomme films”, zegt hij. „Ik geloof dat het Bill Frisell was die dit idee lanceerde.”

Dresser besluit op zijn beurt muziek te componeren voor ‘Das Cabinet des Dr. Caligari’ van Robert Wiene, die als trio met trompettist Dave Douglas wordt opgenomen. Het is 1994 en de discografische carrière van Denman Maroney krijgt een nieuwe impuls.
De pianist maakt ook deel uit van Force Green, een kwintet met zanger Theo Bleckmann en drummer Phil Haynes, naast Mark Dresser en Dave Douglas. De Europese tournees beginnen met deze bezetting en met een trio samen met de Zwitserse fluitist Matthias Ziegler.
Tegelijkertijd werken Dresser en Maroney regelmatig samen in een duo of als co-leaders van een groep: het beluisteren van hun album ‘Time Changes’ (Cryptogramophone) is een echte aanrader. Deze nieuw verworven bekendheid stelt de pianist ook in staat om zijn eigen projecten te realiseren. Hij begint in 1998 met een solo-opname getiteld ‘Hyperpiano’ (Mon$ey Music), zoals te verwachten valt. Er volgen nogal wat duo-albums, stuk voor stuk de moeite waard, maar zijn talenten als componist komen pas echt tot bloei wanneer in 2008 ‘Gaga’ (Nuscope) verschijnt, een prachtig album waarop hij een kwartet leidt met blazer Ned Rothenberg, contrabassist Reuben Radding en drummer Michael Sarin.
Later valt hij op in een ander kwartet, een collectief met contrabassist James Ilgenfritz, saxofoniste Angelika Niescier en drummer Andrew Drury, dat twee uitstekende platen uitbrengt.
Zijn loopbaan kent echter nog een belangrijke wending. In 2001 begint Maroney regelmatig op vakantie naar Frankrijk te gaan. Een vriend die architect is en in Sauve woont – een gemeente die bekend is geworden sinds de tekenaar Robert Crumb er woont – probeert hem over te halen om een van de huizen te kopen die hij in bezit heeft. Het moment is voor de pianist nog niet geschikt. Toch ontstaat toen het idee om een huis te kopen en zich misschien definitief in Frankrijk te vestigen. Uiteindelijk koopt hij een huis in Durfort in de Gard, waar hij sinds 2020 woont.
Tijdens zijn vakanties in Frankrijk leert hij via Ned Rothenberg onder andere de contrabassist Barre Philips kennen. In 2007 nemen ze samen een album op dat pas in 2020 in eigen beheer verschijnt: ‘Bleu Bœuf with Barre’ (eigen productie). Maar pas sinds hij zich definitief in Frankrijk heeft gevestigd, knoopt hij banden aan met lokale artiesten om projecten op te zetten. Jeff Gauthier, de violist die het label Cryptogramophone heeft opgericht, vertelt hem dat contrabassist Scott Walton zich ook in Frankrijk heeft gevestigd en niet ver van zijn huis woont, in Millau.

Scott Walton, Denman Maroney, Samuel Silvant en Robin Fincker © met dank aan Denman Maroney
De twee laatste albums van Denman Maroney getuigen van zijn samenwerking met zijn nieuwe partners. ‘The Air-Conditioned Nightmare’ (Neuma), een dubbel-cd uit 2024, is opgenomen in samenwerking met blazer Robin Fincker, drummer Samuel Silvant en contrabassist Scott Walton. Het kwartetwerk op het tweede album ligt in de lijn van ‘Gaga’.
„Ja, het is een echte jazzband met kortere composities”, zegt hij. „Na Gaga ben ik begonnen met het schrijven van extreem lange stukken met behoorlijk wat ruimte voor improvisatie. Nu wil ik terug naar het componeren en afstand nemen van geïmproviseerde muziek, die me niet meer zo aanspreekt als vroeger.“
De eerste cd duidt ook op een terugkeer naar zijn interesse in de literatuur. Hij heeft al eerder literaire teksten op muziek gezet met de zangers Shelley Hirsch en Theo Bleckmann. Het album, waarvan de titel is ontleend aan een werk van Henry Miller, maakt ook gebruik van teksten van T.S. Eliot, W.B. Yeats en Maroney. Zangeres Emilie Lesbros, die na een lang verblijf in New York weer naar Frankrijk is teruggekeerd, voegt zich voor deze gelegenheid bij het kwartet.
Met ‘Umwelt’ (Neuma), uitgebracht in 2025, blijft Denman Maroney hetzelfde terrein verkennen, ditmaal aan het hoofd van een kwintet waarin de blazer Guillaume Orti Lesbros vervangt. De plaat laat zien dat de zeventiger het nog steeds in zich heeft. Hij zet zijn verkenning voort van de temporele harmonie, waarbij ritmes over elkaar heen worden gelegd terwijl hij speelt met de toonhoogte – een zeer wiskundig concept. Het resultaat is complexe muziek die niet afstotelijk is en vaak blijk geeft van grote expressiviteit.

© Peter Gannushkin
Jarenlang joeg de hyperpiano-techniek de eigenaren van de piano’s waarop hij zijn kunst moest beoefenen de schrik aan. Om hen gerust te stellen, nam Maroney een brief van Steinway mee waarin werd verzekerd dat zijn techniek de piano geen schade toebrengt.
„Dat hoef ik nu niet meer te doen, want de techniek wordt tegenwoordig algemeen geaccepteerd“, zegt hij. „En mocht iemand toevallig bang zijn voor zijn piano, dan dring ik niet aan en beperk ik me tot het toetsenbord.”
Dat gezegd hebbende, is er toch één piano het slachtoffer geworden van zijn aanpak: een arme Kimball die eigendom was van CalArts. Dat was in de tijd dat hij, toen nog student, zijn techniek aan het perfectioneren was.
„Ik heb geluk gehad, ik hoefde de reparatiekosten niet te betalen”, zegt hij met een glimlach.
Tekst © Alain Drouot, 2026 (vrije vertaling : Jos Demol) - foto’s © Peter Gannushkin
In samenwerking met Citizen Jazz
Lees HIER het origineel artikel (FR)

© Peter Gannushkin
In case you LIKE us, please click here:




Luchthavenvervoer zonder stress
Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst