De twee gezichten van Karl Jannuska





© Jason Gardner




Drummer, componist, liedjesschrijver : Karl Jannuska draagt dit alles samen in zich. Denis Desassis ontmoette de Franse Canadees wiens carrière Citizen Jazz al zo’n vijftien jaar lang volgt.

Het laatste interview dat drummer Karl Jannuska aan Citizen Jazz gaf dateert al van 2005. Een eeuwigheid of toch bijna... Dankzij het uitbrengen van een nieuwe plaat als leider, "Duality", werd het tijd om hem opnieuw aan de tand te voelen. De man leidt een dubbel muzikaal leven waarin de schepper van mooie melodieën en het componeren gaandeweg voorrang hebben gekregen op zijn taak als drummer, ook al blijft deze zeer aanwezig in zijn creatieve proces.




© Michel Laborde



We leerden je in 2005 kennen door een interview dat je toestond aan onze vriend Laurent Poiget (Citizen Jazz). Je was toen 29 jaar oud en nu heb je de drempel van de veertig overschreden. Waarin verschilt de muzikant van nu met die van toen ?

Er is veel veranderd in 17 jaar! Ik weet niet eens zeker of ik toen een mobiele telefoon had. Ik kan me die tijd dat we niet permanent "verbonden" waren nog moeilijk herinneren ! Ik zou gewoon meer energie kunnen besteden in het maken van muziek, zonder na te denken over mijn imago op sociale netwerken, het aantal views van mijn laatste clip op Youtube, het aantal "volgers" of likes op mijn berichten, enz... Tegenwoordig hebben we zeer krachtige communicatiemiddelen, wat natuurlijk erg belangrijk is als we een album uitbrengen, maar er wordt veel gezapt en we verliezen ons concentratievermogen. Ik wordt er zelf door getroffen.

Wat mijn muziek betreft, is het duidelijk dat mijn platen niet hetzelfde klinken als 17 jaar geleden, ook al zijn er overeenkomsten. En des te beter! Miles Davis is een grote inspiratiebron voor mij. Zijn muziek is tijdens zijn carrière blijven evolueren, omdat hij zich liet beïnvloeden door de muziek van zijn tijd.


Je bevindt je in het hart van een "kern van vriendschappen" die tot uiting komt in het indie-jazz kollektief "Shed Music" en de band Watershed, met in het bijzonder Pierre Perchaud, Tony Paeleman en Christophe Panzani, die ook aanwezig zijn op deze nieuwe schijf. Vertel ons over dit team, hoe je elkaar hebt ontmoet, hoe je samenwerkt...

Het zijn inderdaad alle drie muzikanten met wie ik een hechte band heb. We hebben veel muzikale momenten samen gedeeld, met onze groep The Watershed (opgericht in 2015), en ook als lid van de groepen van onze vrienden: Nicolas Moreaux, Olivier Bogé, Matthis Pascaud, om er maar een paar te noemen.

Ik ken Pierre Perchaud sinds 2005. Hij speelt op al mijn platen behalve de allereerste. Zodra ik hem een partituur geef, begrijpt hij meteen de bedoeling zonder dat ik het hem uitleg. Hij kan zich uitzonderlijk goed inleven in mijn denkwereld.

Ik ontmoette Tony Paeleman kort voor mijn opname van "The Halfway Tree" waarop hij meespeelde. Een schitterende muzikant, hij is ook erg sterk als geluidstechnicus en hij is degene die mijn laatste drie albums heeft opgenomen en gemixt.

Christophe Panzani speelde op een nummer van mijn laatste album "On The Brighter Side" en zijn rol op "Duality" is nog belangrijker, op sax maar ook op fluit, klarinet en basklarinet. Hij heeft een van de mooiste tenorgeluiden die ik ken en hij had veel ideeën voor arrangementen toen we in de studio zaten. Meestal doen we met The Watershed volledig geïmproviseerde concerten, maar hier was het een andere vorm van creativiteit door te werken met 'song'-formats. Dat is wat ik zo leuk vind aan deze muzikanten, hun veelzijdigheid, die volgens mij overeenkomt met de mijne (glimlacht).


Dualiteit staat in zekere zin centraal in je leven: door je afkomst (geboren op het Amerikaanse continent, je woont al lange tijd in Frankrijk) maar ook de manier waarop je je muzikale reis opbouwt (er is enerzijds de jazzdrummer en aan de andere kant de componist van popliedjes). Is dit het verhaal dat "Duality" ons vertelt, dat deel uitmaakt van een zekere continuïteit na je vorige album, "On The Brighter Side" ?

Ja behoorlijk! Sinds verschillende albums verken ik dit gevoel van dualiteit: "The Halfway Tree", "Midseason" en "On the Brighter Side"... Het lijkt al enkele jaren alsof ik een dubbelleven leidt, tussen mijn roots in Noord-Amerika en mijn huidige leven in Frankrijk, plus mijn carrière als sideman en leider van mijn eigen groep.

Onlangs ontdekte ik dat Janus (oorsprong van mijn achternaam) een Romeinse god met twee gezichten was, die tegelijkertijd achteruit en vooruit kijkt. Dat past perfect bij mij! Mijn track "Duality", waaraan het album zijn titel ontleent, spreekt over hem. Zonder muziek rond dit thema te willen schrijven, ontdekte ik toen ik mijn composities voor dit album verzamelde dat dit thema in bijna al mijn liedjes aanwezig was. Alleen al de titel van het eerste nummer "I Almost Died of Politeness" is een goed voorbeeld!



© Michel Laborde



Je muziek klinkt heel melodisch, wat bevorderlijk is om het te zingen. Je vertrouwt deze missie toe aan Cynthia Abraham. Waarom deze keuze ?

Een paar jaar geleden zocht ik in Parijs een zanger voor mijn project. Op de eerste opnames met stem werkte ik samen met Sienna Dahlen, een uitstekende Canadese zangeres, maar de afstand was duidelijk een probleem.

Ik vroeg mijn vrienden om aanbevelingen en een aantal van hen vertelde me over Cynthia Abraham. Ik herinner me de allereerste repetitie samen: het klikte meteen – wat ik haar al na vijf minuten liet weten ! Ze heeft een geweldige stemkwaliteit en een ongelooflijke techniek. Vaak zijn mijn liedjes moeilijker te zingen dan je denkt en zij slaagt erin om ze te zingen alsof ze makkelijk zijn... Je moet gewoon naar dit nieuwe album luisteren om te begrijpen waarom ik haar voor mijn band heb gekozen !


Laat je je niet verleiden om zelf te zingen ?

Degenen die mij hebben horen zingen weten dat het antwoord ‘nee’ is ! Haha, ik heb er helemaal geen talent voor ! Zelfs de slaapliedjes voor mijn dochter bezorgden haar nachtmerries...

Ik had de nummers gezongen op een demo voor Cynthia, om haar de uitspraak van de woorden te laten horen en om haar te laten begrijpen wat mijn bedoeling was. Maar ik vroeg haar wel om na beluistering, die bestanden van haar computer te verwijderen. Ze moet goed gelachen hebben !


2020-2022: twee jaar onder Covid-19 en alles wat de pandemie heeft veroorzaakt, zeker voor kunstenaars. Hoe heb je die lange periode ervaren ? Heeft het je in staat gesteld om een stapje terug te zetten en na te denken over je werk ? Heeft het je relatie met muziek en compositie veranderd ?

Eerlijk gezegd ben ik die periode goed doorgekomen. Ik heb het geluk een redelijk comfortabele woon- en gezinssituatie te hebben. Met mijn vrouw Cécile hebben we een dochter die twee jaar geleden op de universiteit zat en die erg vindingrijk is, dus het was gemakkelijker dan het managen van jonge kinderen !

Dankzij de onderbreking bij de entertainmentsector werd ik in deze periode goed beschermd (en mijn vrouw kon blijven werken). Ik heb geluk gehad comfortabel te kunnen leven, wat me in staat stelde om creatief bezig te zijn en me hielp om gemotiveerd te blijven.

Het wegvallen van concerten maakte me wel treurig, maar ik was tegelijkertijd blij met de vele vrije tijd, een luxe die mij zelden overkomt. Meestal is het racen, en deze rustpauze heeft me zeer goed gedaan. Deze plaat is het product van het werk dat ik deed tijdens de lockdown. Ik schreef een paar nummers, maakte de songteksten af, deed onderzoek naar geluiden en arrangementen, en nam zelfs drums en percussiepartijen op in mijn huiskamer.

Ik heb de neiging om alles te accepteren en mijn agenda te overbelasten, maar deze periode herinnerde me eraan dat het belangrijk is om tijd voor jezelf te nemen. Maar ik was natuurlijk erg blij om mijn vrienden muzikanten terug te kunnen ontmoeten en samen met hen voor een echt publiek op het podium te staan !


In het interview uit 2005 noemde je al het belang van de melodie en de harmonische dimensie van je muziek en citeerde je ook een aantal groten van de jazz: Ornette Coleman, Bill Evans, Thelonious Monk. Hoe (en waar) zijn ze aanwezig in je huidige werk ?

Ik weet dat naarmate mijn platen evolueren, het steeds moeilijker wordt om mijn jazzinvloeden terug te vinden omdat het geluid meer pop is geworden. De connectie is misschien duidelijker tussen mijn muziek en nummers van Ornette Coleman zoals "All My Life" of "What Reason Could I Give", met de popstem van Asha Puthli.

Voor de rest is de melodie die herhaaldelijk gespeeld wordt door Thelonious Monk een element dat ik heb overgenomen. Ik denk aan "Ruby My Dear" op de plaat van "Thelonious Monk With John Coltrane" of "Crepuscule With Nellie" van "Monk's Music". Dit is precies wat ik doe in mijn track "Time Will Tell" met improvisaties van Christophe Panzani en Pierre Perchaud rond de melodie.



© Michel Laborde



Je muziek heeft een popdimensie. Hoe zou je die definiëren ? Waar vind je jazz in je composities ? Vooral omdat je af en toe ("Smoke And Mirrors") helemaal naar de rock neigt !

Ik ben het met je eens dat mijn muziek een popdimensie heeft, geen probleem. Ik luister thuis naar alle muziekstijlen en wat mij het meest interesseert is de combinatie van verschillende genres, daar vind je de meest originele muziek en dat is denk ik een van de kwaliteiten van mijn eigen muziek.

Een van mijn eerste drumleraren liet me meespelen met albums van Count Basie, Stevie Wonder, Bob Marley, The Yellowjackets, Aretha Franklin, Thelonious Monk… Zijn openheid werkte echt aanstekelijk ! Ik geef zelfs toe dat ik het moeilijk vind om mijn eigen muziek te definiëren, tijdens het maken ervan houdt dat me trouwens niet bezig.

Er zit m.i. meer improvisatie in mijn liedjes dan je zou denken: de akoestische gitaarsolo van Pierre in "Rabbit Hole", de collectieve improvisatie in "Good Things Come To These Who Wait", de vocale solo ter afsluiting van "The Elephant", enz... Er is ook maar één stuk zonder geïmproviseerde partij. Mijn medemuzikanten, die tot de meest gevraagde in de jazzwereld behoren, weten zich aan alle stijlen aan te passen, dus ja, sommige nummers klinken misschien meer "rock" en andere meer "pop", maar over het algemeen geloof ik dat er een eenheid is in de stijl van het album.


Je muziek heeft een pakkende, ietwat hypnotiserende kant (bijvoorbeeld een nummer als "Help Is On Its Way"). Is het een manier om je twee werelden, die van de drummer en die van de liedjesschrijver, in één muziek samen te brengen ?

Voor mij is een van de sleutelwoorden in mijn muziek "herhaling". Ze bevat repetitieve grooves – helemaal anders dan in de jazz dus, waar het ritme vaak verandert en je zelden twee maten achter elkaar hetzelfde speelt. De melodieën zijn ook repetitief: "Help Is On Its Way", "Understated", "I Almost Died of Politeness" zijn hier voorbeelden van. De combinatie van de twee geeft deze bedwelmende en hypnotiserende kant.


Je schrijft zelf de teksten van je liedjes. Wat zijn je inspiratiebronnen ? Welke boodschap wil je overbrengen ?

Al heb ik de tekst van ongeveer vijftig van mijn composities zelf geschreven, toch voel ik me nog steeds geen echte tekstschrijver. Er zijn er die het veel beter doen dan ik, maar het amuseert me wel. Het is grappig, want vaak moet ik een nummer meerdere keren beluisteren voordat ik me op de tekst concentreer. Veelal baseer ik de titel op een sleutelzin in de muziek. Zodra ik het hoofdidee heb gevonden, voltooi ik de zinnen en rijmpjes zoals het invullen van een sudoku-raster! Ik heb een notitieboekje waarin ik veel ideeën voor teksten opschrijf - een brainstorm. De realiteit is dat alles en nog wat het onderwerp van een nummer kan zijn en misschien is het dat wat ik wil overbrengen. Een goed voorbeeld is mijn nummer "Firloupe" van mijn album "The Halfway Tree", dat bij ons thuis de naam is van een gesmolten kaas!

Wat betreft deze plaat: "I Almost Died Of Politeness" is geïnspireerd op een anekdote die actrice Geena Davis tijdens een interview vertelde; "Rabbit Hole" gaat over verdwalen in een compositie; "Some of Us" is een stuk over de diversiteit van mensen in een metro; en op het eerste gezicht is "Smoke And Mirrors" een lied over magie, maar in mijn hoofd staat het voor motivatie die komt en gaat.


Vertel ons wat meer over het album "Featherweight" van Sofie Sörman, waarvoor jij de muziek componeerde en de tekst schreef...

Ik werk al bijna twintig jaar samen met Sofie Sörman. Een paar jaar geleden componeerde ik twee stukken voor haar. Het was toen we een plaat met Scandinavische muziek ("Vindarna") opnamen en als gevolg daarvan werden mijn liedjes aan de kant gezet. Begin 2020 besloot ik het heft in eigen handen te nemen en hebben we twee dagen in de studio gezeten om een EP op te nemen met mijn muziek (deze twee tracks plus drie oudere). Sofie heeft een uitzonderlijke stem, heel anders dan die van Cynthia. Ik ben erg trots op dit project dat midden in de pandemie uitkwam en daarom maar één keer tijdens een concert werd uitgevoerd.


Je lijkt veel belang te hechten aan de opnamekwaliteit, we kunnen wel raden dat je op het kleinste detail let. Hoe ontwikkelt je muziek zich ? Slaag je erin om precies te bereiken wat je aanvankelijk voor ogen had ? En wat is de rol, op dit niveau, van je medemusici ?

Het is waar dat ik voor mijn muziek erg veeleisend ben op het gebied van geluid. Meestal heb ik vanaf het begin heel specifieke ideeën over het resultaat dat ik zou willen bereiken, en soms wordt het gaandeweg duidelijker.

De muzikanten om me heen kennen me heel goed en ik heb voor hen gekozen omdat ze niet veel uitleg nodig hebben om het resultaat te bereiken dat ik voor ogen heb - ze begrijpen natuurlijk de muzikale richting. Soms suggereren ze ideeën die ik accepteer, maar vaak geef ik de bevelen (het is meer een dictatuur dan een democratie !).

Aan de andere kant is er tijdens concerten meer openheid en is het niet de bedoeling om het album te reproduceren. Bij deze plaat kwam er veel montage aan te pas (het is meer een collage dan een schilderij) en voor het grootste deel hebben de muzikanten individueel opgenomen. Toen ik eenmaal genoeg nummers had, verwijderde ik de geluiden die overbodig waren of die niet essentieel waren, een beetje zoals een beeldhouwer. Het is een manier van doen die veel langer duurt dan bijvoorbeeld een jazzopname, waarbij de muzikanten allemaal tegelijk spelen. Zo had ik iets om voor te zorgen tijdens de lockdown !



© Michel Laborde



Onder de jazzformaties waaraan je deelneemt of hebt deelgenomen, bevinden zich het Medium Ensemble van Pierre de Bethmann en de Big Band van Christophe Dal Sasso. Kun je ons iets meer vertellen over deze ervaringen, en in het bijzonder over de prachtige heruitvoering van de complete "Africa Brass" ?

Al heeft mijn persoonlijk project een meer poppy geluid, toch beleef ik nog altijd veel plezier aan het spelen van swingende muziek of het deel uitmaken van akoestische groepen. Ik heb veel respect voor Pierre de Bethmann en Christophe Dal Sasso, voor hun kwaliteiten als musici, componisten en arrangeurs, maar ook voor het werk dat ze doen om "grote ensembles" te dirigeren, wat buitengewoon moeilijk is.

Het "Africa Brass" concert, dat onlangs op cd verscheen, was het eerste optreden met dit repertoire en ik denk dat het een succes was. Het concert kwam er toen de theaters na maandenlange annuleringen weer opengingen en alle muzikanten hadden weer zin om te spelen - zelfs meer dan normaal, en dat is te horen op dit album!


Naar welke muziek, oud of hedendaags, luister je en wat zijn je laatste aangename ontdekkingen ?

Daar moet ik niet al te veel over na te denken. Hier zijn enkele albums die ik de laatste tijd leuk vond: “Star Rover” van de band Star Rover; "Actually, You Can" van Deerhoof (al vijftien jaar een van mijn favoriete bands); "Notes With Attachments" van Pino Palladino en Blake Mills; "The Smile" van Thom Yorke en Johnny Greenwood; "My Sunshine" van Darryl Kissick; "BWA" van Laurent Coq en Ralph Lavital; "The Fuse" van Tony Paeleman; "Unisson" van Cynthia Abraham; "A Moon Shaped Pool" van Radiohead; de albums van Dr. John die ik ontdekte dankzij het nieuwe “Night Trippin”-project van Matthis Pascaud en Hugh Coltman waarvan ik deel uitmaak.

Verder is het voor mij altijd een plezier om naar "Symphony No. 3" van Gorecki Symphony, The Meters, "Nefertiti" van Miles Davis, "Surprise" van Paul Simon of "Music For Airports" van Brian Eno te luisteren.


In het interview uit 2005 zei je als drummer te 'worstelen met de techniek'. Is dit nog steeds het geval ? Hoe en in welk tempo werk je aan je instrument ?

Haha, misschien neem ik vandaag meer vrede met het niveau van mijn techniek dan in 2005 ! Ik neem aan dat ik nooit de gouden medaille van de drum Olympics zal winnen. Ik heb ongeveer genoeg techniek om de muziek te spelen die ik wil maken en waar ik naar wil luisteren.

Tegenwoordig zijn er andere muziekelementen waar ik meer aan zou willen werken dan de techniek van het drummen: de ProTools-software leren om bijvoorbeeld ooit zelf een plaat te kunnen mixen. Of het maken van een video. Ik maakte zelf verschillende clips ("Featherweight" met Sofie Sörman bijvoorbeeld).

Ik volg een AFDAS-stage (dit is al mijn vierde) bij een uitstekende leraar, Philippe Kadosch, met wie ik heb gewerkt aan ProTools, Final Cut Pro en Photoshop-software. Dat is wat mij op dit moment interesseert.

Als ik momenteel op de drums werk, is het meer om de stukken van de repertoires die ik ga spelen in te studeren dan om de pure en harde techniek onder de knie te krijgen.

© Denis Desassis (3 april 2022 - vrije vertaling : Jos Demol)
Foto’s © Michel Laborde / Jason Gardner

Een samenwerking Citizen Jazz / Jazz’halo


pour la texte originale cliquez ici :



Shed Music

Musici :

Karl Jannuska (dms, perc, prog)
Cynthia Abraham (voc)
Tony Paeleman (p, kb)
Christophe Panzani (ts, fl, kl)
Pierre Perchaud (g)

+ Guilaume Latil (cello)
Meta (voc)
Sofie Sörman (voc)
Nicolas Martynciow (vib).

pour la chronique du CD « Duality »
cliquez ici :



Discografie van Karl Jannuska

als leader :

•    “Duality” (Shed Music / Inouïe Distribution, 2022), met Cynthia Abraham (zang)
•    “On The Brighter Side” (Shed Music, 2018), met Cynthia Abraham (zang)
•    “Midseason” (Shed Music, 2016)
•    “The Halfway Tree” (Paris Jazz Underground Records, 2012), met Sienna Dahlen (zang)
•    “Streaming” (Paris Jazz Underground Records, 2012), met Sienna Dahlen (zang)
•    “Thinking In Colours” (Cristal / Effendi Records, 2009)
•    “Liberating Vines” (Effendi Records, 2004)

selectie van projecten als sideman :

•    Sofie Sörman : “Featherweight, Sofie Sörman Sings The Music of Karl Jannuska”, EP 5 nummers (Lab Records, 2021).
•    The Watershed : “Inhale / Exhale” (Shed Music, 2016) en “Time Stretch” (Shed Music, 2019).
•    Big Band de Christophe Dal Sasso : “The Palmer Suite” (Jazz & People, 2019) en “Africa / Brass Revisited” (Jazz & People, 2021).
•    Pierre de Bethmann Medium Ensemble : “Exo” (Alea, 2016) en “Todhe Todhe” (Alea, 2019)


In case you LIKE us, please click here:



our partners:

Clemens Communications

 


 


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Erik Carrette
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst