Antoine Pierre op Leuven Jazz: Let there be drums ...

Leuven Jazz , 16-25 maart 2018

Let there be drums

Met namen als Zara McFarlane, Philip Catherine, Melanie De Biasio, Nasheet Waits, Sons Of Kemet en Mark Guiliana op de affiche en een vijftiental concerthubs, mag Leuven zich tien dagen lang jazzhoofdstad van België noemen. Een van de topavonden wordt deze van Antoine Pierre die Lander Gyselinck en Mark Schilders uitnodigt. Drie jonge drummers op één podium die een hommage brengen aan de legendarische Elvin Jones. Als dat maar goed afloopt.


Drums staan centraal tijdens Leuven Jazz. Dus vonden ze er niet beter op dan Antoine Pierre een carte blanche te geven. De vijfentwintigjarige drummer die zich de laatste jaren in de kijker speelde bij onder meer Philip Catherine, TaxiWars, LG Jazz Collective en zijn eigen Urbex, maakte het zichzelf niet makkelijk. Hij nodigde meteen twee andere collega’s uit: wonderboy Lander Gyselinck (STUFF., LABtrio) en de Nederlandse Mark Schilders (Ernst Reijseger, Anton Goudsmit, Jasper Blom).


Wie er een persoonlijke showcase van maakt, zit totaal fout


Geen schrik van “overkill” ?

Antoine Pierre: Door te kiezen voor Lander en Mark wordt dat gevaar echt zo goed als uitgesloten. Ze zijn beiden uiterst muzikaal en hebben totaal geen ego. Ellenlange solo’s zijn hen dan ook totaal vreemd.

Kende je hen al voordien?

Antoine Pierre: Lander ontmoette ik de eerste keer aan het conservatorium. Toen ik begon, had hij net zijn studies afgerond. Doordat hij nog les volgde bij Stéphane Galland zagen we elkaar regelmatig. Nadien kruisten we elkaar op festivals waar hij optrad met STUFF. en ik met TaxiWars. Mark ken ik niet zo goed, althans persoonlijk. Ik ben wel vertrouwd met zijn opnamen. Ons eerste echt contact had plaats tijdens Jazzahead (het jaarlijkse internationale jazzcongres in Bremen, nvdr). Meteen voelde ik aan dat we ooit zouden samenwerken. Deze carte blanche is daar de ideale gelegenheid voor.


Jij bent de spelleider. Voor welk repertoire ga je kiezen?

Antoine Pierre: Ik was de laatste weken druk bezig met de opnamen en mixing van de nieuwe Urbex en had nog niet veel tijd om daarover na te denken. Er zijn verschillende mogelijkheden en ik heb wel een aantal kleine ideeën maar ik wil in de eerste plaats dat de creativiteit primeert. Het heeft totaal geen zin ons op te sluiten binnen een kader waar we onszelf niet kunnen zijn. Daarom zal ik mij vooral beperken tot het aangeven van een richting. Het moet wel klinken alsof alles uitgeschreven is maar dat zal het dus niet zijn. Geen partituren maar eerder een beperkt aantal ritmische structuren die we samen uitwerken. Daarnaast vroeg ik hen om eveneens wat materiaal aan te brengen. Aangezien Mark een zwak heeft voor effecten zullen die er zeker in zitten. Lander heeft natuurlijk zijn heel eigen drumvocabularium, daar maken we dan eveneens gebruik van.

In hoeverre verschilt jullie drumstel?

Antoine Pierre: De opstelling is bijna helemaal gelijklopend want we zijn wel degelijk drie jazzdrummers om het zo te noemen. Bij Lander zijn basdrums wel wat groter dan gebruikelijk is in jazz. Daarnaast stemt hij zijn kleine tom-tom heel hoog, wat een percussief geluid geeft. En natuurlijk is er zijn collectie speelgoed en objecten plus nog bongo’s en een hele reeks sticks.
Mark is meer gericht op een vintage geluid. Hij heeft materiaal uit de 60’s en 70’s, wat voor een warmere en rondere klank zorgt. Zelf heb ik een meer traditionele jazzkit met grote cimbalen.

Je vertelde onlangs dat een van je beste drumherinneringen een concert in New York was waar je vlak naast Roy Haynes zat.

Antoine Pierre: Dat blijft een van de mooiste belevenissen uit mijn leven. Ik stond eigenlijk op de “roll call” maar kon op het laatste moment toch naar binnen. De enige vrije plaats die overbleef, was naast de drummer! Hij was toen al ver in de tachtig maar “he was still rockin’ the house”. Nu nog trouwens. Je hoort de hele jazzgeschiedenis in zijn spel, inclusief de juiste grooves. En wat een energie die man heeft. Roy Haynes bleef ook altijd modern en hedendaags klinken door de jaren heen en boven alle nieuwe trends.


Voor Leuven Jazz wordt Elvin Jones naar voor geschoven als illuster drumicoon. Heeft hij jou beïnvloed op een of andere manier?

Antoine Pierre: Hij is niet meteen de drummer die ik voortdurend beluisterde. Dan moet ik Roy Haynes en Tony Williams citeren. Zij trokken mij het meest aan. Natuurlijk kan je niet omheen Coltrane’s ‘A Love Supreme’ waarop Elvin een bepalende rol speelde. Er is ook ‘Inception’ van McCoy Tyner, een plaat die een referentiepunt bleef gedurende mijn hele jeugd. Ik oefende er bijna dagelijks mee. Voor het overige is er nog ‘A Night At The Village Vanguard’ van Sonny Rollins met Elvin, eveneens een klassieker.

Op de affiche in Leuven staan ook onder meer Nasheet Waits en Mark Guiliana. Zou je hen uitnodigen?

Antoine Pierre: (lacht) Nasheet is die avond in elk geval aanwezig en ik weet dat hij openstaat voor experiment. Voor mij is hij momenteel een van de belangrijkste drummers. Guiliana zal er nog niet zijn, denk ik, maar ook hij is ontegensprekelijk een van de huidige smaakmakers. Wie weet?

Wat mag een goede drummer nooit doen?

Antoine Pierre: Dat is een moeilijke. Er zijn “do’s and don’ts” voor elk instrument maar iets specifieks voor drummers kan ik je niet meteen meegeven. Elkeen speelt trouwens op zijn manier. De gouden regel is nog steeds in dienst te staan van de groep en de muziek. En zolang alles oprecht is, zit je goed. Wie daarentegen alles doet in het teken van zichzelf en er een persoonlijke showcase van maakt, zit totaal fout.

Welke platen moeten we beluisteren vooraleer naar een concert met drie drummers te gaan?

Antoine Pierre: Ik ken geen enkele formatie met dergelijke opstelling maar de platen van Miles en zijn tweede kwintet met Tony Williams waar de drums echt centraal staan, vormen een goede start om in te zien in hoeverre deze de muziek echt kunnen leiden. Daarnaast kan ik ‘Sabar’ aanraden van Doudou N’Diaye Rose met zijn hele familie. Hij blijft de Senegalese drum- en percussiegod. Zijn spel met ritmisch contrapunt is fenomenaal. Ook al klinkt het heel technisch, toch voel je dat het buikgevoel primeert.


Extra luistertips

Wie als voorbereiding het vocabularium en de grammatica van de drums dieper wil doorgronden, raden we ‘Alchemia Garden’ (Intakt) aan, de gloednieuwe solo-cd van de Zwitserse drummer en percussionist Lucas Niggli. Ga tevens op zoek naar de soloplaten van zijn grote voorbeeld Pierre Favre (‘Drum Conversation’-1970, ‘Abanaba’-1972, ‘Mountain Wind’-1978).



Wie helemaal terug in de tijd wil gaan, luistert naar “Baby” Dodds die in 1946 de eerste officiële drumsoloplaat opnam.


Tekst © Georges Tonla Briquet - foto's © Arnaud Ghys

www.leuvenjazz.be


our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée

VKH Torhout

 

Special thanks to our photographers:

Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Jos L. Knaepen
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke

Jan Vernieuwe

and to our writers:

Robin Arends
Marleen Arnouts
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen