Alexander Beets, een gesprek






De in Amersfoort wonende tenorsaxofonist Alexander Beets (1968) is 23 jaar geleden als vrijwilliger begonnen bij het jazzfestival in zijn woonplaats. Hij is inmiddels 22 jaar directeur van het evenement dat tegenwoordig bekend staat als het Amersfoort World Jazz Festival, dit jaar het enige Nederlandse jazzevenement van deze omvang. Ruim veertig concerten in 11 dagen en 4000 bezoekers. Daarnaast is hij (onder andere) een van de initiatiefnemers van het World Jazz Network, docent Music Management aan de Fontys Rockacademie in Tilburg, beoordelaar bij het Sena Muziek Productiefonds en het Fonds Podiumkunsten.

Jazz’halo benaderde hem op het terras van stadscafé de Observant voor een interview.


Je brengt in oktober het album “Big Sounds” uit, zou je me daar meer over willen vertellen?

Alexander Beets: Heel veel mensen kennen mij van Amersfoort Jazz. Ik ben daarnaast ook erg betrokken bij internationale jazzexpedities, rechtenorganisaties als Sena en BUMA, maar ik ben primair gewoon saxofonist. Als ik niet meer op het podium kan staan, houdt het op. Ik heb vroeger veel met mijn broers gespeeld, Peter en Marius, de Beets Brothers. We hebben samen albums uitgebracht en op een gegeven moment was het klaar en stelde ik me de vraag: “wat vind ik nou leuk om te spelen?” En zo kwam ik terecht bij mijn helden, zoals Gene Ammons, Ike Quebec, Stanley Turrentine, Houston Person. Niet de scheurijzers, maar die gasten die goed ballads kunnen spelen. Er zit geen gecompliceerde onzin in. Als je die gasten beluistert, dan kun je dat vergelijken met een oude Amerikaan. Zet daar zo’n Japans ding tegenover en er blijft geen spaan meer van heel. Ik heb een rijtje opgesteld van mijn helden en de songs die ik wilde opnemen. Een ballad-album dat geschikt is voor mensen die eigenlijk helemaal niet van jazz houden.

Begin dit jaar nodigde (de Poolse saxofonist en directeur van het Sczezin Jazz Festival, JH) Sylwester Ostroswki me uit voor een optreden in Polen. Ik nam mijn broer Marius mee, de Spaanse pianist Miquel Rodrigez, drummer Tim Hennekes, en trompettiste Ellister van der Molen, die ook een hele grote liefde heeft voor bebop, met name de combinatie tenor-trompet. Wij hebben het concert gedaan en toen we het terug hoorden, wisten we dat we er de studio mee in moesten gaan.  We besloten een dubbelvinyl te maken. Een vinyl met ballades en een met echte swing. Maar helaas, alle vinylperserijen in Europa hebben een wachttijd van vier of vijf maanden op dit moment.


Dus het werd een cd?

Alexander Beets: We namen de boel samen, en zo ontstond “Big Sounds”, een cd van 55 minuten. Die muziek, dat ben ik. Ook qua interpretatie.



Muziek is je lust en je leven. Waar komt jouw drive vandaan om zowel je persoonlijke muziek aan de man te brengen en ook die vernieuwing te omarmen?

Alexander Beets: Er bestaat een verschil tussen de muziek waar ik van houd, oftewel de muziek waarmee ik ben opgegroeid, en mijn visie op de ontwikkeling van de jazz. Bij het grote publiek is de jazz geen populaire muzieksoort. Op hetzelfde moment is het ontzettend rijke muziek. Er zijn allemaal jonge gasten die young en eager zijn en wat ga je daarmee doen? Ik ben me in dat vraagstuk gaan verdiepen en wilde eerst gaan kijken naar de definitie. Jazz is improvisatiemuziek met verschillende verschijningsvormen. Ik heb het World Jazz genoemd. Het wordt namelijk over de hele wereld gemaakt. Het klinkt overal anders, maar toch is het herleidbaar tot dezelfde basis. Ik wil het niet meer hebben over jazzmuziek, maar over World Jazz. Vervolgens heb ik naar het model gekeken. De traditionele festivals zetten een paar bands neer, een paar grote namen, geld van de gemeente en de horeca erbij en klaar is Kees. Amersfoort jazz is 43 jaar oud en wij zaten vroeger ook in dat model. Dat is een eindig model.


Het was dus tijd om het over een andere boeg te gooien?

Alexander Beets: Ja, omdat de muziek bestaansrecht heeft. Dat bestaansrecht zit hem enerzijds in de omarming van de traditie en anderzijds in het zichtbaar maken van alle verschijningsvormen die daarin zitten. Vanuit Amersfoort Jazz hielden we ons bezig met vragen zoals: “Wat is het speelklimaat? Wat is het carrièreperspectief van de artiest? Hoe kunnen we daar internationaal gezien een bijdrage aan leveren?"

Het is wel frappant dat heel veel conservatoria zich deze vragen niet hebben gesteld. Je kent vast Jazzahead! wel. Een van de vorige edities trof ik een dame uit Noorwegen en die vroeg me of ik de “de beste saxofoonspeler van Noorwegen” wilde boeken. Waarom zou ik als Nederlands jazzfestival de beste saxofonist uit Noorwegen willen presenteren? De man heeft in Nederland een beperkte naamsbekendheid. Boek ik hem uit liefdadigheid of zit daar een ander idee achter? Zou Noorwegen geïnteresseerd zijn in de beste saxofonist van Nederland? Dan helpen we elkaar! Ik ben een exportbureau. Leuk dat we jaarlijks naar Jazzahead! gaan, maar wat is er nu werkelijk uit voortgekomen?

Ik stelde mezelf en mijn collega’s vervolgens de vraag: “Wat gebeurt er als festivals nu eens gaan samenwerken?” Een festival is een zeker momentum, is gefinancierd en vindt plaats op verschillende plekken. Niet elke act hoeft een headliner te zijn en je kunt er nieuwe dingen presenteren. Als we nou een model maken op basis van wederkerigheid? Een horizontale relatie, oftewel: ik nodig twee artiesten van jou uit, die presenteer ik hier. Ik zorg er voor dat er goede pers is, ze krijgen nette gage, hospitality, alles erop en eraan… zou jij dan bereid zijn om datzelfde onder die voorwaarden aan te bieden aan mijn festival of mijn partners?

Ik ga niet over de inhoud, daar gaat het festival over. Dat hebben we uiteindelijk gedaan en zo is het World Jazz Network (WJN) ontstaan. De deelnemers bestaan uit de organisatoren van jazzfestivals en daaromheen talenten, copyright societies en media. We zijn samengekomen om te praten over mondiale samenwerking in een model waarin niet de ene belangrijker is dan de andere. Daarom heet het ook het WJN en niet het Amersfoort Network. Je kunt brengen en halen. We brengen dus een ander model dan die showcase-onzin, speeddates van twintig minuten waarin je je in de picture kunt spelen. Wij organiseren geen competitie. Dat doet iedereen al. En allemaal hebben ze hetzelfde probleem: wat doe je in hemelsnaam met de winnaar? Het WJN zegt: die winnaar is welkom als hij gepresenteerd wordt door een festival uit dat land. Dan heb ik én dat festival dat hier wordt gepresenteerd en dan zit ook de afnameverplichting erin.



Het gaat je dus om het bij elkaar brengen en niet om de invloed die je wil uitoefenen op het wereldwijde muziekprogramma?

Alexander Beets: Wij zijn de hoeders van dat netwerk, spin in het web. Ik probeer een bijdrage te leveren aan het in stand houden van de mondiale jazz door het creëren van een mainframe voor talentontwikkeling. Stel je nu voor dat de volgende Miles Davis uit de sloppenwijken uit Pretoria komt. Wie heeft er dan welke verantwoordelijkheid? De University van South-Africa, een partner van ons, heeft een Outreach programma. Dat betekent dat talentvolle mensen muziekles krijgen. Dan komt deze persoon het conservatorium binnen, vervolgens wint hij een prijs. Dan wordt hij door het festival meegenomen naar internationale festivals en dan ziet ook de rest van de wereld hem. Dat werkt. Gelijktijdig verbaas ik me er over dat mensen blijven hangen in dat oude exportmodelbureau, terwijl dat helemaal geen effect heeft. Het World Jazz Festival heeft Nederland dit jaar aantoonbaar 78 geboekte concerten opgeleverd.


Dat is behoorlijk veel onder de huidige strenge restricties. Hoe heb je het voor elkaar gekregen anno 2021 toch een meerdaags festival op poten te zetten?

Alexander Beets: Er zitten momenteel drieduizend jazzmuzikanten thuis. Niks doen was voor ons geen optie. We hebben besloten om het festival door te laten gaan. We hebben ervoor gekozen het in 11 dagen te doen, anderhalve meter, gezondheidschecks erbij. Wij hebben normaal 85.000 bezoekers. Ik kan er nu in totaal 4.000 kwijt. Maar: als Amersfoort valt, valt er heel veel in Nederland. We zijn de last man standing op dit moment. Ik heb hier gasten gezien die tranen in hun ogen hadden omdat ze voor het eerst in acht maanden weer op het podium konden staan.


Met een minder internationale programmering dan in de vorige edities vanwege de reisbeperkingen.

Alexander Beets: Het is nu een internationaal festival waar we veel Nederlanders presenteren. Om met Johan Cruijff te spreken: ieder nadeel heb zijn voordeel. Er waren heel veel Nederlanders die een album wilden presenteren. Daar hebben we een thema van gemaakt. De grootste album releaseparty van Europa.

In oktober gaan we een driedaags hybride festival doen. We beginnen in Amersfoort en schakelen dan door naar het Lincoln Centre in New York, waar we welkom worden geheten door Wynton Marsalis. Dan gaan we naar Ronnie Scott’s in Londen, Capetown Jazz in Zuid-Afrika, Sczezin in Polen, Moskou, Mumbai, Bangkok en tenslotte naar Melbourne. Onze partners presenteren in dit hybride verhaal hun talenten en festival. Zo hebben we ook live gasten. In Amersfoort zijn dat living legend John Clayton en Igor Butman, een fanstastische Russische blazer. Nederland presenteert Tim Hennekes. Gelijktijdig organiseren we een conferentie met de vraag: hoe gaan we de internationale talentontwikkeling vormgeven?



Een ambitieus programma! Hoe blijf je gemotiveerd?

Alexander Beets: Ik sta nu al 35 jaar op het podium. In het begin was ik nog young en eager en dan was ik blij met een goede recensie in Downbeat, want ik wilde de wereld veroveren. Maar hoe kun je de wereld veroveren als er geen plek is om te spelen? Daarom heb ik uiteindelijk besloten die plek zelf te bouwen, zodat de generatie na mij en ik zelf daar gebruik van kunnen maken.

Ik ben 1000 uur per jaar kwijt aan deze onzin, maar ik heb me gerealiseerd dat die hele jazzmuziek mijn missie in het leven is, maar dan wel zo dat ik ook kan spelen. Weet je wat ik moet doen om op het hoofdpodium te mogen spelen? Iedereen denkt altijd dat ik het leuk vind om festivals te organiseren. Dat is helemaal niet zo. Dat is namelijk 360 dagen een enorme bak gezeik.


Maar je mag wel optreden in je eigen stad.

Alexander Beets: Ik heb nog steeds heel veel plezier om te spelen. Het is heerlijk om deel uit te maken van een fantastisch concert. Dat geeft je ook een drive om te kijken naar wat je zelf leuk vindt. Ik speel zo’n 70 keer per jaar. Ik heb een eigen theatertournee, ik speel veel met (de Thaise saxofonist, JH) Koh Mr. Saxman in Thailand, Servië, Zuid-Afrika. Dat zijn leuke dingen.

Tekst © Robin Arends  -  Foto’s © Cees Wouda / Peter Putters


In case you LIKE us, please click here:


Check out Jazz'halo radio: click on this logo please



our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

 

Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst