Edinburgh was 3 dagen Brusselse jazzhub




De sterkste link tussen Brussel en Edinburgh? Jazz! Althans dat was het geval van 7 tot 9 februari naar aanleiding van het Thrill Festival in de Schotse hoofdstad. Elf groepen uit de Brusselse scene kregen de rol van ambassadeur ad hoc toegewezen. Dit alles onder goedkeurend oog en oor van Minister van Promotie van Brussel Rachid Madrane die het initiatief nam van deze zending.

Internet, sociale media, Jazzahead, internationale contacten op conservatoria, …. Mogelijkheden in overvloed om internationaal door te breken. Dat is de theorie. De realiteit is anders. Het is al een sisyfusarbeid om Vlaamse jazzcats in Wallonië te laten toeren en omgekeerd. De schuchtere gezamenlijke pogingen van JazzLab en Les Lundis D’Hortense brachten tot nu toe geen aardverschuiving teweeg. Wie in het buitenland aan de bak wil komen, kan een extra voorzet goed gebruiken.

Als een politieker dan zijn nek uitsteekt, is dat mooi meegenomen. Rachid Madrane, Franse Gemeenschapsminister van Promotie van Brussel deed het. Nadat hij de vorige jaren reeds eenzelfde stap ondernam voor circus, hedendaagse kunst en dans opteerde hij nu voor jazz. Dat hij zelf jazzliefhebber en drummer is, hielp waarschijnlijk. Visit.brussels werd ingeschakeld voor de praktische organisatie die vlekkeloos verliep over heel de lijn.

Een eerste aanzet had reeds een maand geleden plaats in Flagey. Drie Schotse en drie Belgische muzikanten kregen een week de tijd om een programma op te bouwen en live voor te stellen. Opdracht met verve volbracht (https://www.jazzhalo.be/reviews/concert-reviews/thrill-sextet-flagey-13012019/).


De concerten

Gedurende drie dagen mochten Brusselse groepen bewijzen hoe veelzijdig de jazz van bij ons momenteel wel is. Elke avond had een apart thema. Donderdag stond de muziek van Django Reinhardt centraal, vrijdag werd de focus gericht op de “new wave” van de Belgische jazz en zaterdag kwam de saxofoon aan de beurt (remember Adolphe Sax). Telkens was er een dubbelprogramma met een Schotse afvaardiging.


Les Violons de Bruxelles & Rose Room


De groep rond violist Tcha Limberger mocht de spits afbijten. Met een perfect uitgebalanceerde mengeling van swing en harmonie, gekoppeld aan een presentatie boordevol humor zat de sfeer er vlug in. Het repertoire reikte van W.C. Handy-blues via invloeden uit Venezuela en Patagonië recht naar het beloofde land van ‘Avalon’. Limberger liet horen dat hij niet alleen een meester violist is maar tevens een volleerd zanger en scatter. Hun voorraad cd’s was na het concert bliksemsnel uitverkocht. Verdere commentaar overbodig.

Nadien stond het Schotse kwintet Rose Room voor de haast onmogelijke taak om eveneens de zaal te overtuigen. Violiste en zangeres Seonaid Aitken stak haar bewondering voor Les Violons de Bruxelles niet onder stoelen of banken. Zo extreem zelfs dat ze toegaf zich niet te wagen aan hun versie van ‘Avalon’ na de set van Les Violons de Bruxelles, ook al verschilde hun aanpak. Bij hen een instrumentarium van twee gitaren, viool en contrabas (bij Tcha was dat drie violen, een contrabas en een akoestische gitaar). Aitken trok telkens alles op gang en kreeg de perfecte muzikale omlijsting van haar begeleiders. Perfect maar ook met de nadruk op academisch. Wat hier ontbrak en net van Les Violons een topper maakte, was dat lichte “je-m’en-foutisme”. Zij klonken minder afgeborsteld maar wel pakkender, waarmee de toon gezet was voor wat volgde.


STRATA & Antoine Pierre URBEX

Dat ze in Schotland ook al eens buiten de traditionele jazzkaders durven treden, bewees STRATA, het sextet rond drummer en componist Graham Costello. Hun debuutschijf ‘Obelisk’ was net uit. Live opteerden ze voor een lange ononderbroken trip. Een toboganrit boordevol tempowissels voortgedreven door een rock vibe en afgewisseld met langere uitgesponnen stukken ingekleurd met spacy interludiums en repetitieve elementen. Een gezonde mix van Pink Floyd en Mike Oldfield zijn ‘Tubular Bells’ gepimpt met de nodige invloeden van GoGo Penguin en Slowly Rolling Camera. Of om het in Belgische termen uit te drukken, ergens tussen Steiger en Lorenzo DiMaio. Nu nog een meer gedurfde en gedetailleerde uitwerking.


Het verschil met Antoine Pierre Urbex was enorm. Dat deze jongens reeds de nodige podiumervaring hebben, werd van bij de introductie duidelijk dankzij Antoine Pierre zijn humoristische presentatie in vlekkeloos Engels. Maar het was natuurlijk de muziek die voor zich sprak. Een compact geheel waarbij de muzikanten zeer dicht aan elkaar klitten maar telkens met de nodige ademruimte voor elkeen. Gitarist Reinier Baas was in bloedvorm, de uithalen van Jean-Paul Estiévenart waren zoals steeds en overal uiterst geïnspireerd en Antoine kent ondertussen ondubbelzinnig goed de knepen van het vak om op de juiste momenten de spanning op te drijven of even te laten wegzinken om dan weer met volle kracht toe te slaan. Bram De Looze en Felix Zurstrassen stonden hier wat minder in de kijker maar vervulden scrupuleus de rol van de onontbeerlijke neutronen van deze ritmische splinterbom. Urbex weet de jazztraditie in te bedden in de hedendaagse moderne stromingen en dat zonder elektronische hulpmiddelen. Zij staan klaar voor de grote festivals en liefst bovenaan de affiche.


Colin Steel Quintet & Toine Thys Trio feat. Hervé Samb + Aka Moon & Echoes of Zoo

Op zaterdagavond mocht het iets meer zijn, vandaar zes optredens op twee verschillende locaties. Kiezen verplicht dus.


De Schotse trompettist Colin Steele eerde met zijn kwintet de traditie van de classic jazz met de nodige verve en panache. De heren verwerkten de roots van swing en bop in een vloeiende set met heel wat energie. Alles was mooi en strak afgemeten, net als hun maatpakken. De solo’s werden ingelast op de juiste momenten, net wanneer je het verwacht. Echte verrassingen bleven echter achterwege. Een beetje verwonderlijk was dat ze ervoor kozen hun akoestische opstelling toch te versterken terwijl dat in het St Bride’s Centre (een vroegere kerk met houten zoldering omgebouwd tot concertzaal) overbodig was.



Voor Toine Thys lag de druk zeer hoog. Hij was de “posterboy” van het festival. Niet alleen prijkte zijn foto vooraan op het programmaboekje, diezelfde afbeelding was ook overal terug te vinden op reclamepanelen doorheen de ganse stad (net als deze van Ensinam trouwens). Geen nood, Thys hoef je al jaren niet meer te leren dat jazz en humor perfect bij elkaar passen. Zijn zelf relativerende presentatie was een schot in de roos. Voeg daar dan een ijzersterke set bij en je hebt een winnaar. Samen met Hammond-virtuoos Arno Krijger, drummer Karl Jannuska en gitarist Hervé Samb trakteerde Thys de zaal op een multiculturele kijk op jazz. Soul, funk en rock werden samengesmolten tot een stomend geheel, gelardeerd met diverse Afrikaanse invloeden dankzij Hervé Samb. Manu Dibango en zijn ‘Soul Makossa’ waardig. De ideale promotie voor zijn nieuwe cd ‘The Optimist’. Met de achtervolgingsscène van ‘Warthog’ en de “after party” blues van ‘Masks And Feathers’ als gedroomde afsluiters.


Aka Moon & Echoes of Zoo


Wat valt er nog te vertellen over een topact als Aka Moon? Bij elke cd en elk optreden overtreffen ze zichzelf. Een paar weken geleden zorgden ze voor een hoogtepunt van het River Jazz Festival in theater Marni. In Edinburgh stonden ze er weer. Hun polyritmiek, technische superioriteit en doorgedreven mix van assertiviteit en melodische details blijft telkens verrassen. Hoofdtroef is de chemie van een jarenlange vriendschap. De drie kennen elkaar door en door. Ze houden elkaar ook voortdurend in het vizier. Zo overkomen ze ook elke onverwachte kink in de kabel. Zoals hier waar een cimbaal van Stéphane Galland door een technisch defect wegviel. Niet alleen hijzelf maar ook Fabrizio Cassol en Michel Hatzigeorgiou reageerden ogenblikkelijk accuraat alsof er niets aan de hand was. Dat kunnen alleen klassemuzikanten. Meteen ook de ideale weerspiegeling van de Brusselse smeltkroes. Charlie Gillett schreef indertijd met ‘The Sound Of The City’ het referentiewerk over het ontstaan en de evolutie van de rock-‘n-roll. Aka Moon doet dit al meer dan vijfentwintig jaar voor de jazz. Hun twintigdelige ‘Constellations Box’ is daar een overweldigend bewijs van.



De continue en noodzakelijke evolutie van jazz leidt de laatste jaren tot heel wat boeiende muziek, zeker bij ons. Sinds korte tijd behoort Echoes of Zoo tot een van de toonaangevende baanbrekers. Met de onlangs verschenen debuut-ep ‘First Provocations’ hebben ze een intrigerend visitekaartje in handen. In de Jazzbar van Edinburgh kwam hun caleidoscopische mengvorm van ritmen, grooves en Ethiopische invloeden volledig tot zijn recht. Saxofonist (en af en toe ook percussionist) Nathan Daems porde zijn posse (Bart Vervaeck, Lieven Van Pée, Falk Schrauwen) moeiteloos aan om de clubbers op te zwepen. Belgen die in Edinburgh voor een “saturday night fever” zorgen, het werd merkelijk geapprecieerd. Als bonus volgde een korte gastinterventie van saxofonist Soweto Kinch, een van de vaandeldragers van de Britse new wave in jazz.


We misten de passages van Mâäk Quintet, het Oriental Jazz Project van Marie Fikry, Martin Salemi Trio (zeer sterk nog in Flagey vorige maand tijdens Brussels Jazz Festival), Ensinam en Brandhaard maar deze lieten volgens collega’s allemaal een even verpletterende indruk na. Onder de naam Thrill the City zorgden saxofonist Luc Mishalle (Met-X) en vijf Brusselse gnawa-muzikanten samen met een lokaal blazersgezelschap voor het nodige animo in de binnenstad zaterdagnamiddag. Daarmee werd het multiculturele beeld van Brussel als draaischijf van de hedendaagse jazz extra in de kijker geplaatst.



Creative Scotland

Schotland heeft door zijn ligging niet de meest gedroomde uitvalsbasis om zich internationaal op de voorgrond te plaatsen. Creative Scotland is een openbare organisatie die de kunstensector (in de brede zin van het woord) een sterk duwtje in de rug geeft op dat gebied. Hun fondsen zijn afkomstig van de Schotse overheid en de nationale loterij.

Om een betere kijk te krijgen op de problemen van de jazzsector werd de Belgische delegatie uitgenodigd voor een panelgesprek. Een boeiend debat waaruit bleek dat er heel wat parallellen zijn met de situatie in België. We noteerden een aantal interessante aandachtspunten die de Schotse vertegenwoordigers naar voor schoven:

  • Festivals vormen hun meest efficiënte uithangborden (en er zijn er heel wat het hele jaar door);
  • Net als in België, waar Vlaanderen en Wallonië soms twee aparte landen lijken, is er een fictieve muur tussen Schotland en de rest van Groot-Brittannië en net als er in België onderlinge verschillen zijn tussen de grotere steden, bestaat er een tweestrijd tussen Edinburgh en Glasgow;
  • Het belang van een creatieve plek als The Jazzbar waar elke dag van de week drie concerten plaatshebben;
  • Het ontbreken van gerichte subsidies om te kunnen doorbreken in het buitenland;
  • Het probleem van de verloning voor jazzmuzikanten en een (syndicale) vereniging ter ondersteuning met aansluitend een gereglementeerd statuut;
  • De exclusiviteitsregel van organisators die op die manier aan broodroof doen tegenover muzikanten.

Het Thrill Festival is in deze context een gedroomd initiatief. Alhoewel het initieel als een “one-shot” opgevat is, bestaat bij beide partijen de intentie om hierop een vervolg uit te bouwen.

www.creativescotland.com


Edinburgh Jazz and Blues Festival

“We presenteren gewoon het beste wat er in de wereld te vinden is”

Edinburgh is een stad van festivals. Een van de bekendste is waarschijnlijk de Royal Edinburgh Military Tattoo. Wie ter plaatse gratis magazines als The List, What’s On of The Skinny oppikt, beseft snel dat het aanbod het hele jaar door overweldigend is. Op gebied van jazz (en blues) steekt het Edinburgh Jazz and Blues Festival hier met kop en schouder boven uit. Onder de namen die vorig jaar op de affiche stonden voor de veertigste editie bevonden zich onder meer Marquise Knox, Kurt Elling, Bettye LaVette, Vijay Iyer, Zara McFarlane, Soweto Kinch, Dave Holland en Average White Band samen met een sterke Schotse vertegenwoordiging.

Een indrukwekkende lijst maar we vroegen aan Fiona Alexander, een van de hoofdverantwoordelijken, welke de extra redenen zijn om deze zomer af te zakken naar ginder. “We presenteren gewoon het beste wat er in de wereld te vinden is (lacht). En na de voorbije dagen, gaan we zeker Belgische acts in het programma opnemen.”

Over de manier waarop ze de affiche samenstellen, hebben ze in Edinburgh een heel eigen visie. “We zijn met een viertal vaste leden wat dat betreft. Daarnaast hebben we nog een kleine ploeg die continu op zoek gaat naar wat het publiek apprecieert en wil horen. In die optiek werken we ook rond een vijftal thema’s. Er is een luik met de traditionele jazz die reikt tot de origine uit de jaren twintig van vorige eeuw. Daarin zijn we toch wel uniek. Andere festivals verliezen dat segment meestal uit het oog. Verder krijgt de blues een belangrijk aandeel. Dan zijn er nog de vocalisten, de mainstream strekking en de meer moderne richtingen met invloeden uit dance en andere actuele stromingen. Hierbij wordt traditie steeds gekoppeld aan de hedendaagse evoluties. We zoeken ook toenadering met andere buitenlandse festivals die op dezelfde golflengte zitten. Vorig jaar was dat met het Oslo Jazzfestival. Zo breng je een uitwisselingsbeweging op gang, liefst op lange termijn. Idem nu met Brussel naar aanleiding van het Thrill Festival.”

Dit alles vraagt een specifieke uitwerkingsstrategie. “Om het hele pakket te kunnen aanbieden, zijn er tien tot veertien evenementen per dag zodat iedereen kan kiezen waar zijn of haar voorkeur naar toe gaat. We houden er rekening mee dat er geen overlappingen zijn van hetzelfde genre. Hartverscheurende keuzes hoef je hier niet te maken. We letten er tevens op dat grote buitenlands hoofdacts niet optreden net op hetzelfde moment als lokale artiesten. Dat zou onrechtvaardig zijn. Vandaar ook dat je voor elk concert apart tickets moet aankopen. Je betaalt enkel voor wat je zelf honderd procent wil zien. We zijn dus geen megafestival waar duizenden samentroepen op een centrale plek of weide. Infrastructureel maken we het ons wel moeilijk. We gebruiken slechts enkele vaste zalen, een spiegeltent voor de duur van het festival en een paar andere bestaande plekken. Al de overige podia die verspreid zijn over de stad, moeten we zelf rechtzetten en inrichten.”

Heel wat voorstellingen zijn gratis toegankelijk en dat zijn zeker niet enkel deze van minder bekende namen. In de marge van het hele gebeuren hebben er bovendien heel wat aanverwante activiteiten plaats. Zo zijn er een Mardi Grass en een Carnival happening, inclusief straatparades met acrobaten, circusacts en dansgroepen allerhande. Nieuw dit jaar is de live streaming. Einde februari worden de eerste namen bekendgemaakt. Hou de website in het oog.

www.edinburghjazzfestival.com

Tekst © Georges Tonla Briquet  -  foto's © courtesy Thrill


our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée

 

Special thanks to our photographers:

Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Robin Arends
Marleen Arnouts
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen
Olivier Verhelst