I’m Not Done Cooking - Tome I: Beauty And The Queen
I
Mokuhi Sonorities
Na het uiterst positieve onthaal van haar debuutalbum ‘Pinède’ ging de Franse pianiste Lara Humbert op zoek naar aanvullende uitdagingen. Een en ander mondde uit in ‘Tome I: Beauty And The Queen’. Ze omringde zich hiervoor met een septet en bedacht de opvallende groepsnaam I’m Not Done Cooking.
Op ‘Pinède’ overheersten sombere en melancholische tinten. Daarnaast uitte haar liefde voor de natuur zich door sterk filmische klankbeelden die parallellen oproepen met de soundtracks van Eleni Karaindrou. Niet echt verwonderlijk met iemand als Benjamin Sauzereau in het kwartet. Hij is er niet meer bij, wel opnieuw drummer Gaspard Sicx en violiste Amèle Metlini. En omdat Humbert het allemaal wat grootser zag, nodigde ze tevens fluitiste Lúcia Pires (Stéphane Galland’s KANDA), trombonist Adrien Lambinet (Munsch, The Brums), saxofoniste Alejandra Borzyk (Bodies), bassist Matteo Mazù (Guillaume Vierset EDGES) en gitarist Raphaël Desmarets (Robbing Millions) uit. Een bezetting met muzikanten die elkaar regelmatig kruisen in een Brusselse scene waar jazz een van de vele aanknopingspunten vormt.
Nagebootste natuurgeluiden, geritsel, tintelend pianogetokkel, licht fonkelende gitaarnoten en rustige blazers scheppen aanvankelijk een bucolisch karakter dat aansluit bij het debuut. Tot kleine oprispingen met gitaar en fluit laten vermoeden dat er toch meer aan de hand is. Alles verschuift eventjes naar een rock getint geluidsdecor dat al even snel ontmanteld wordt en uiteindelijk eindigt zoals het begon. Een sterke verhaallijn uitgewerkt in zeven minuten en meteen de perfecte introductie voor wat allemaal volgt.
‘Crépuscule’ is een korte aaneenschakeling van bizarre geluidsexperimenten. Er broeit duidelijk iets. Wat precies, horen we in de volgende composities, stuk voor stuk geschreven door Humbert. Het hele instrumentarium wordt op uiteenlopende manieren benut om heterogene schakeringen te creëren. Drummer Sicx is daarbij af en toe te horen op vibrafoon. Regelmatig ingelaste breekpunten en tempowissels verscheuren nooit radicaal de sfeer. ‘Da Zone’ is een voorbeeld bij uitstek van dit scenario, net als afsluiter ‘Jouvenet’.
Ideaal instapmoment is het bijna tien minutenlange epos ‘Dreamland’ waarin alle mogelijke contrasten aan bod komen als een hinkstapspel. Zelfs een snuifje blues ontbreekt niet. Met ‘La Fusée’ stuurt het gezelschap de luisteraar richting kosmische nevelen.
Net als voor ‘Pinède’ leverde Humbert deels de hoestekening. Opname en mixing waren in handen van Tom Bourgeois. Verschenen bij het label van Nicolas Rombouts dat ook al werk van Mobilhome en Bodem uitbracht.
© Georges Tonla Briquet
Live
24/05/26 Grote Markt, Brussel (Lotto Brussels Jazz Weekend)
30/09/26 Nova Express, Mechelen
31/11/26 De Kern, Antwerpen















