DOUBLE BILL: SEED ENSEMBLE + NUBIYA GARCIA

Brussels Jazz Festival, Flagey, 18 januari 2020




Wie tot voor enkele jaren in Europa de beste jazzscene wilde ontdekken dacht geen seconde over Londen. De kennis over jazz in de Britse hoofdstad bleef beperkt tot de Ronnie Scott Jazz Club voor optredens en voor geluidsdragers was er Ray’s Jazz Café, een pub annex platenzaak die uiteindelijk vlakbij in het gebouw van Foyles was geïntegreerd. The London jazz explosion, zoals The Guardian hun overzichtsartikel van bijna twee jaar terug titelde, maakte komaf met de derderangsrol van London in de jazz (en omgekeerd).



Nubiya Garcia
is samen met Shabaka Hutchings, Moses Boyd en Theon Cross zowat het belangrijkste uithangbord van deze new wave, voldoende om op de affiches van Flagey te prijken en grote verwachtingen te genereren. Het begon alvast veelbelovend met ‘Source’ uit haar debuut-ep, dat in het thema voor de gelegenheid een reggaetapijt mee kreeg van toetsenman Joe Armon-Jones, wat een mooie afwisseling vormde met het solistische deel. Het geheel was echter veel te lang uitgesponnen doordat Armon-Jones ook nog een lange solo toevoegde die weinig meerwaarde had vergeleken met wat Nubiya Garcia hem had voorgedaan. Het daaropvolgende ‘Hold’ bracht heel wat drive, ook al lijkt het een beetje op Theon Cross zijn ‘Candace of Meroe’ maal ‘Spain’ van Chick Corea. Het kwartet, met Barrell Jones als waardige vervanger voor drummer Femi Koleoso, leek op dreef, tot Joe Armon-Jones in het slot opnieuw een reggaeritme inlaste.

Garcia sprak vervolgens het publiek toe. ‘We don’t have long’ (en toch ‘Source’ meer dan 12 minuten lang rekken), en verder dat ze zes weken vakantie had genomen, dit hun eerste optreden van 2020 was en dat haar releases helaas voor ons uitverkocht waren. In die zes weken had ze ‘Pace’ geschreven, dat gebracht werd met een ijzersterke bassolo van Daniel Casimir, de efficiëntste muzikant van het gezelschap. Joe Armon-Jones gaf hier zijn beste en meest passende solo van de avond, vermoedelijk omdat hij het nog niet aandurfde deze mooie compositie hyperactief te bulldozeren. En dan sprak Garcia alweer het publiek toe. Dat ze nog niet wist of ze nog één of twee songs zou spelen, laat staan welke.


Dat ze van een deel van het publiek een staande ovatie kreeg op het einde, heeft hopelijk alles te maken met haar talent als toondichter en muzikante. Van een bandleider mag je echter verwachten dat die gedecideerd te werk gaat, maar in die rol werd ze rechts ingehaald door haar toetsenman. De vele YouTubefilmpjes bewijzen dat ondergetekende zijn ontgoocheling achteraf vrij logisch is, al klonk het allemaal nog stukken beter dan de ravemuziek die wat later op het perron van Brussel-Zuid door enkele tieners aan alle wachtenden bij spoor 16 werd opgedrongen.



Het eerste deel van de double bill, SEED Ensemble, loste de verwachtingen meer dan een beetje in. Het tentet bestaande uit twee trompettisten, altsax, tenorsax, trombone, bastuba en de ritmesectie (gitaar, piano, bas en drum), leek een klein uitgevallen bigband waarin elke blazer uitvoerig mocht soleren. Het sociaal geëngageerde afrofuturisme werd tussen de nummers uitvoerig toegelicht door Cassie Kinoshi, frontvrouw en altsax.

‘Neptune’, dat al meteen het contrast toonde tussen de zachtere trompetsound van Sheila Maurice-Gray en de agressievere highblower, die Miguel Gorodi verving, leek nog een opwarmertje maar met het antiracistische ‘The Darkies’, waarbij ze duidelijk de link legde tussen jazz en politieke overtuiging, schoot het gezelschap pas goed uit de startblokken met een intro van contrabassist Rio Kai. De mellow sound van bastubiste Hannah Mbuya contrasteerde met de trompetsoli.


In ‘Afronaut’, opgedragen aan sciencefictionschrijver Samuel L. Delany, viel een heerlijke solo op Fender Rhodes op. Hoogtepunt was echter de gospel van ‘WAKE (for Grenfell)’, dat doet denken aan ‘Freedom’ van Mingus door de intro van koor en de racismeaanklacht. De stevige solo van trombonist Joe Bristow kreeg ineens gezelschap van het koor, maar dat bleef uiteindelijk op de achtergrond om dan weer weg te deemsteren. Gitarist Shirley Tetteh (jammer dat deze steengoede begeleider op zo’n momenten niet naar voor mocht komen en quasi onzichtbaar bleef achter de zes blazers en hun pupiters) nam over en werd afgelost door Maurice-Gray die even in duet ging met alweer Bristow.

Het luchtigste, bijna vrolijk klinkende ‘Interplanetary Migration’ met salsa-invloeden was een waardige afsluiter van een hier amper gekend orkest. Oh, we vergaten nog de sobere tenorsax Chelsea Carmichael (die tegenwoordig de toch veel extravertere Nubiya Garcia vervangt in het trio van Theon Cross).

Het bijna onconventioneel samengestelde SEED Ensemble stond geprogrammeerd als deel van de double bill met Nubiya Garcia, maar werd in de bio duidelijk als minder van belang behandeld: een schamele paragraaf tegenover een heel artikel. De underdog echter kwam, zag en overwon. Garcia zien we graag eens terug, vermoedelijk op een zomerfestival, voor een revanche.

Tekst © Olivier Verhelst  -  foto's © Cindy De Kuyper


Musici:

NUBIYA GARCIA QUARTET

Nubya Garcia, saxofoon
Joe Armon-Jones, toetsen
Barrell Jones, drums
Daniel Casimir, contrabas

SEED Ensemble

Cassie Kinoshi, altsaxofoon
Jack Courtney, trompet
Sheila Maurice-Gray, trompet
Chelsea Carmichael, tenorsaxofoon
Joe Bristow, trombone
Hanna Mbuya, tuba
Rio Kai, bas
Shirley Tetteh, gitaar
Deschanel Gordon, piano
Patrick Boyle, drums


our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée

 

Special thanks to our photographers:

Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst