ECM x 5 - 2026
Various
ECM
Judith Berkson/Trevor Dunn/Gerald Cleaver - Marilyn Crispell/Anders Jormin - Craig Taborn - Mark Turner - Miroslav Vitous

Judith Berkson/Trevor Dunn/Gerald Cleaver –
TheeTheyThy
Mezzosopraan Judith Berkson heeft een verleden als cantor en is op die manier vertrouwd met het Hebreeuwse erfgoed. Daarnaast verdiepte ze zich in de werelden van Arnold Schönberg, Franz Schubert, Alban Berg en Erik Satie. Al deze stijlelementen duiken op in ‘TheeTheyThy’, al dan niet gemuteerd. Enigszins te omschrijven als passionele kamermuziek met hoofdzakelijk donkere tinten en de nodige stemverbuigingen. Instapmoment bij uitstek is het meer dan acht minutenlange ‘Torque’.
Een wel heel apart album in de ECM-catalogus, ook al bracht Berkson reeds in 2010 haar solo-cd ‘Oylam’ uit bij Manfred Eicher.

Marilyn Crispell/Anders Jormin – Memento
Pianiste Marilyn Crispell en contrabassist Anders Jormin vergasten de luisteraar gedurende zowat veertig minuten op poëtische mijmeringen. Muzieknoten dwarrelen rond als licht glinsterende sneeuwvlokken. De melancholie van labelgenoot Eleni Karaindrou is niet ver. Urgentie stond duidelijk niet in het scenario, wel de dynamiek van traagheid en verstilling.
Meesterlijk vooral hoe ze de combinatie van stilte en hun minimalistisch spel ombuigen tot pure emotie.

Craig Taborn – Dream Archives
Pianist Craig Taborn blijft een enigma. Of hij nu met vertrouwde metgezellen de studio instapt of andere vrijdenkers uitnodigt om een nieuwe groep te vormen, verrassingen zijn er steeds. Cellist Tomeka Reid en drummer Ches Smith behoren tot de tweede categorie.
Het trio zet de cd-titel om in een flow van dromerige tableaus afgewisseld met complexe en vinnige uitwisselingen die alle richtingen uit kunnen en zo ook effectief uitgewerkt worden. Alsof ze een doos vulden met puzzelstukjes, die laten vallen en nadien alles terug samen in elkaar pasten. Ze nemen hiervoor telkens de tijd. De nummers variëren in lengte tussen vijf en twaalf minuten. Taborn componeerde vier van de zes stukken waaronder ‘Coordinates For The Absent’ dat een ode is aan Geri Allen wiens ‘When Kabuya Dances’ ze hernemen. Van Paul Motian bewerken ze ‘Mumbo Jumbo’.
Intrigerend van de eerste tot de laatste noot.

Mark Turner – Patternmaster
Met twee blazers in de frontlinie en een geoliede ritmesectie kan het er al eens hard aan toe gaan. Dat is in elk geval zo met Mark Turner op tenorsaxofoon en trompettist Jason Palmer die hier geflankeerd zijn door contrabassist Joe Martin en drummer Jonathan Pinson. Dezelfde groep dus als op ‘Return From The Stars’.
In de openingstrack staan de vier alvast onder hoogspanning. De passages waarin ze overschakelen naar laagspanning zijn ingelast als aanloop naar een volgende uitbarsting waar de gensters in het rond vliegen. Het net geen tien minutenlange ‘Trece Ocho’ is daar een voorbeeld van. De gedreven dialogen tussen Turner en Palmer zorgen telkens voor opwindende momenten mede dankzij de aangepaste omkadering van Martin en Pinson. Telepathie als het ware die deze benadert van de personages in het gelijknamige sciencefiction boek ‘Patternmaster van Octavia E. Butler.
Ook te beschouwen als een update van een hoofdstuk uit de bopgeschiedenis.

Miroslav Vitous – Mountain Call
In de periode 2003-2010 maakte contrabassist Miroslav Vitous een aantal afzonderlijke opnamen in zijn thuisstudio met bevriende collega’s zoals Michel Portal, Jack DeJohnette, Esperanza Spalding (in de rol van vocaliste), Bob Mintzer, Gary Campbell en Gerald Cleaver.
Tweemaal deed hij beroep op leden van het Czech National Symphony Orchestra. Al deze gastmuzikanten zijn nooit samen te horen. Meestal gaat het om het duo Vitous-Portal die in alle vrijheid improviseerden. Rustige bespiegelingen en reflecties wisselen af met meer gedetailleerde en dieper uitgewerkte ideeën. Enkele keren is er sprake van georchestreerde impressies getekend door een semi-epische grandeur. Hiervoor ging Vitous in etappes te werk, maakte gebruik van samples en voegde verschillende sessies bij elkaar.
Toch behoudt de hele cd een zekere homogeniteit. Meteen een bewijs van Vitous zijn eclecticisme.
© Georges Tonla Briquet















