Marlowe Morris, een vergeten architect uit de Swingperiode

° Bronx, NY, 16 mei 1915 - + Brooklyn, NY, 28 mei 1978



Het is boeiend om een vergeten jazzman van onder het stof te halen. Onder jazzkenners is Marlowe Morris een cultfiguur, veel gespeeld, weinig van bewaard.

 

De invloedrijke Amerikaanse jazzhistoricus Frank Driggs (1930-2011), medeschrijver van ‘Black Beauty, White Heat’ en bekend om zijn enorm archief jazzfoto’s en opnamen, noteerde eens veertig jaar geleden een lijstje van zijn favoriete pianisten: Jay McShann, Thelonious Monk, Herman Chittison en Marlowe Morris.

Marlowe’s bevestigde opnamen zijn in aantal beperkt: de film, een live sessie, een studioplaat onder eigen naam en te horen op veel verspreide sessies als sideman. Hij begon als danser, werd pianist en eindigde als Hammond-orgelist.


JAMMIN’ THE BLUES

In de nacht van 2 augustus 1942 werd de jonge Mexicaan Jose Diaz (1919-1942) dood aangetroffen aan een picknickplaats met waterplas waar Mexicaanse Amerikanen bijeenkwamen. Zijn mysterieuze dood is gekend als de ‘Sleepy Lagoon Murder’ in Los Angeles. De vindplaats werd genoemd naar een nummer gespeeld door trompettist Harry James, ‘Sleepy Lagoon’ van 24 februari 1942 voor Columbia. Toots Thielemans vertolkte het nummer in najaar 1955.

In juni 1943 braken de ‘Zoot Suit Riots’ uit. Jongeren met opvallende wijde pakken waren een gevaar voor de samenleving. Tijdens de rechtszaak in 1944 werd zelfs gesteld dat Mexicanen geboren zijn om te stelen en te moorden. Dat er nu nog veel Mexicanen wonen in Californië is niet te verwonderen. Pas in 1848 werd Californië Amerikaans, de grenzen verschoven wel, de mensen bleven waar ze woonden.

In 1944 werden jonge Chicano’s aangehouden tijdens rellen in Los Angeles. Norman Granz besloot een concert te organiseren voor het ‘Sleepy Lagoon Defense Fund’. Hij huurde het Philharmonic Auditorium af. Op 2 juli 1944 bracht hij jazzmuzikanten samen voor een concert: Nat King Cole, Illinois Jacquet, J.J. Johnson, Jack McVea, Les Paul, Red Callender, Shorty Sherock en de broer van Lester, drummer Lee Young. Dat leidde tot de latere JATP-formule ‘Jazz At The Philharmonic’. Het bracht Lee Young en Granz op gedachten om een informele jazzsessie te filmen. Vandaar de Amerikaanse korte film “Jammin' the Blues” uit 1944.


De verfilming was in handen van de in Albanië geboren fotograaf Gjon Mili (1904-1984) samen met producer en jazzpromotor Norman Granz (1918-2001). De camera werd bediend door Robert Burks (1909-1968), een medewerker van Alfred Hitchcock. Hoe die film tot stand kwam lees je in ‘Norman Granz – The Man Who Used Jazz for Justice’, schrijver is Tad Hershorn, 470 pagina’s.


Gedurende vier dagen in augustus 1944 werd een groep Afro-Amerikaanse All Stars muzikanten verzameld in de Warner Bros studio’s in Hollywood, met één blanke: Barney Kessel, handen zwart gemaakt, gefilmd in de schaduw. Tijdens een jamsessie van tien minuten komen aan bod: trompettist Harry Edison, tenorsaxofonisten Lester Young en Illinois Jacquet, bassisten Red Callender en John Simmons, drummers Sid Catlett en Jo Jones, gitarist Barney Kessel, zangeres Marie Bryant en een koppel dansers. Marlowe Morris speelt piano op de drie nummers: ‘Midnight Symphony’, ‘On the Sunnyside Side of the Street’ met de schitterende zangeres Marie Bryant (1917-1978) en op het titelnummer ‘Jammin' the Blues’.

Jazz wordt hier als kunst gefilmd met de beste jazzmusici van toen. Tijdens de 17e Academy Awards in 1945 werd de film genomineerd als ‘Best Short Subject’. Hij veroverde echter geen enkele prijs. Pas in 1995 was ‘Jammin’ the Blues’ winnaar bij The National Film Preservation Board en bekroond als een soort cultureel erfgoed.



Nog even over Lester ‘Willis’ Young. Twee maand na de film moet hij in september 1944 voor veertien maanden in militaire dienst, waarover Lester zegt ‘a nightmare, man, one mad nightmare’. Hij was getrouwd met Miss Mary Daleo en tewerkgesteld bij Count Basie. Gekazerneerd in Fort McCellan, Alabama wordt hij in februari 1945 door de krijgsraad veroordeeld wegens bezit van marihuana. Hij werd opgesloten in de ‘Detention Barracks’ in Fort Gordon, Georgia. Vandaar zijn compositie ‘D.B. Blues’ die hij in december 1945 in Los Angeles opnam voor Aladdin.




MARLOWE MORRIS

De vergeten jazzman in het genoemde gezelschap is de Amerikaan Marlowe Morris.

Hij werd geboren op 16 mei 1915 in de Bronx. Hij was de neef van kornettist en orkestleider Thomas Morris en bovendien een verre verwant van pianist Fats Waller (1904-1943) van wie hij piano leerde spelen.

Sommige pianisten hebben van Joe Turner het opvallend linkerhandgebruik geleerd: ‘I thought both Marlowe Morris and Teddy Wilson how to use their left hand !’. Als Marlowe Morris ontkende dat hij les kreeg van Joe Turner kwam dat voort uit een ‘drinking situation’.

Tom Tilghman hield de Hollywood Bar open aan 7th Avenue in Harlem met op maandagavond pianosessies: ‘Marlowe Morris was one of the closest in terms of style to Art Tatum in those days’.

In de jaren dertig was Fats Waller een echte radioster en in 1932 was hij in Parijs. Hij bezocht nog eens Europa in de herfst van 1938. Op 11 september 1938 reisde hij van Harwick naar Vlissingen met een bewapende trein naar Hamburg en Kopenhagen. De oorlog was al aan het broeden. Wegens de anti-jazzsfeer werden geplande concerten in België en Nederland geannuleerd. Zo ook een concert in Antwerpen met het Dutch Dance Orchestra The Ramblers. Maar dit vereist een apart onderzoek inzake juiste plaats en datum.

In zijn jeugd trad Morris op als danser. Later leerde hij piano, drums, harmonica en ukelele. Zijn beroepsloopbaan begon van 1935 tot 1937 bij trompettist June Clark (1900-1963). Morris speelde waar werk was en wisselde vaak van clubs en orkestleiders. In 1939 werd Clark wegens tuberculose opgenomen in het Otisville Sanatorium. Clark besefte dat hij niet kon wedijveren met Louis Armstrong, hij werd zijn toermanager en later rechterhand van bokslegende Sugar Ray Robinson.

In 1939 is Marlowe losse medewerker bij de ‘Spirits of Rhythm’, met op het voorplan figuren als Teddy Bunn en Leo Watson, in de Flamingo Club in Boston, in de Herock Club in New York. Niet te verwarren met de vrouwelijke bigband ‘The Sweethearts of Rhythm’.


Nog in vredestijd werd Morris op 16 oktober 1940 uitgeloot voor militaire dienst. Die begon op 10 maart 1941 tot 10 februari 1942. Hij woonde toen 236 West 130th Street, NY. Hij had werk in de 721 Club, Lucky’s Rendezvous, later als Nick’s Club aan de St. Nicholas Avenue, NY.

 




(1) 21 augustus 1940 - ‘Lionel Hampton Chronogical 1940-1941’ (Classics 624). Het album heeft vier nummers met vibrafonist Lionel Hampton met een Spirits-samenstelling rond Teddy Bunn, Douglas Daniels, Hayes Alvis, Kaiser Marshall en Marlowe Morris. Het zijn studio-opnamen voor Victor in New York: ‘Charlie Was A Sailor’ en ‘Martin On Every Block’ (Victor 26739), ‘Pig Foot Sonata’ en ‘Just For Laffs’ (Victor 26793). Twijfelaars beweren dat de pianist Milt Buckner zou kunnen zijn.

John Chilton in zijn boek ‘Who’s Who of Jazz’ vermeldt Morris in 1940 bij pianist-slagwerker Eric Henry. Henry was wellicht een lokale orkestleider zonder archiefspoor.

Morris krijgt stilaan faam als begeleider van saxofonisten.

Uit diezelfde jaren bestaat een foto van Marlowe Morris in Kelly’s Stables, genoemd naar banjospeler en clubeigenaar Bert Kelly (1882-1968). In het najaar van 1939 leidde saxofonist Coleman Hawkins een formatie in Kelly’s Stables aan de 52nd Street. Hawkins was in 1934 naar Parijs en Nederland gekomen. In de zomer van 1939 keerde hij terug naar de VS. Op 11 oktober 1939 nam Hawkins voor RCA Victor zijn wereldberoemde ‘Body And Soul’ op. Morris werkte in de flexibele bezettingen van Coleman Hawkins en bleef bij hem tot in 1941. Helaas zijn de Hawkins’ sessies uit die periode niet volledig gecrediteerd per pianist.

Na zijn legerdienst wordt Morris veel gevraagd bij anderen maar hij behoudt zijn een eigen trio.

In 1942 werkt hij bij klarinettist en saxofonist Scoville 'Toby' Browne (1909-1994). Hierna bij tenorsaxofonist Al Sears (1910-1990) in de New Yorkse Renaissance Ballroom.

Zomer 1943 is hij op U.S.O. tournee voor de Amerikaanse soldaten. De ‘United Service Organisations’ zorgden voor het moreel van Amerikaanse troepen tijdens Wereldoorlog II.


   

(2) 18 maart 1944 – ‘Big Sid Catlett featuring Ben Webster’

Vier nummers worden opgenomen in New York: Ben Webster, Marlowe Morris, John Simmons en drummer Sid Catlett. (Atlantic SD1617, Classics 974 als ‘Sid Catlett 1944-1946’, Properbox 37).

(3) 25 maart 1944 – Big Sid Catlett featuring Ben Webster

Zelfde musici voor enkele nummers op Classics 974. Ook als ‘Ben Webster Quartet’ op Classics 1017. Met ‘Perdido’ en ‘I Surrender Dear’.



(4) 16 mei 1944 – Sonny Greer and his Rextet

Rex Stewart (kornet), Lawrence Brown (trombone), Jimmy Hamilton (klarinet, tenorsax), Harry Carney (baritonsax), Marlowe Morris (piano), Teddy Walters (gitaar), Oscar Pettiford (bas), Sonny Greer (drums), Brick Fleagle (arrangeur)



Tot oktober 1944 speelt Morris met Big Sid Catlett (1910-1951). Tijdens de zomer 1945 met trombonist Doc Wheeler (1910-2005), dan met violist Eddie South (1904-1962) .


(5) augustus 1944 – JAMMIN’ THE BLUES (zie inleiding)

Begin 1946 gaat Morris spelen bij gitarist Tiny Grimes (1916-1989).

   


(6) 14 augustus 1946 – Tiny Grimes Swingtet featuring Trummy Young & John Hardee

Opname van vier nummers in de WOR studios met Trummy Young (trombone), John Hardee (tenorsax), Marlowe Morris (piano), Tiny Grimes, Jimmy Butts (bas) en Eddie Nicholson (drums). (Classics 5048, Blue Moon 6005, JazzArchives 159372).

Van 1947 tot 1948 kiest Morris voor een vast inkomen bij de Amerikaanse posterijen.

In 1949 wordt hij opnieuw voltijds muzikant, nu meer als solist op Hammond-orgel.

In de jaren veertig, vijftig en zestig resideert Marlowe in de bekende Harlem clubs: Minton's, Basie's, Small's. Het Marlowe Morris Trio met als frontman tenorsaxofonist Julian Dash (1916-1974) had een vaste stek in de Shalimar, Harlem. Dash is met Erskine Hawkins co-componist van 'Tuxedo Junction', populair gespeeld door Glenn Miller


(7) januari 1953 – Paul Quinichette Quintet – New York, Fine Studio: Paul Quinichette (tenorsax), Marlowe Morris (orgel), Jerome Darr, Freddie Green (gitaar), Gene Ramey (bas) en Les Erskine (drums) - (Vier nummers op Mercury 70138/70086, Fresh Sound 1150)


(8) 18 februari 1953 – Buck Clayton and the Marlowe Morris Trio – Jammin’ With Buck (Classics 1362)

Buck Clayton (trompet), Marlowe Morris (orgel), Jerome Darr (gitaar), Les Erskine (drums)


(9) 25 september 1953 – Paul Quinichette Quartet

Paul Quinichette (tenorsax), Marlowe Morris (orgel), Jerome Darr (gitaar), Jo Jones (drums)
Op Decca met nummers als ‘The Heat’s Off’ en ‘The Very Thought of You’ (Fresh Sound 1150)


(10) 18 maart 1954 – ‘The Du-Droppers – Can't Do Sixty No More’

Junor Caleb Ginyard, Willie Ray, Harvey Ray, Bob Kornegay, Prentice Moreland (zang), met begeleiders Sam ‘The Man’ Taylor (tenorsax), Marlowe Morris (orgel), Robert Berry (piano), N. ‘Riff’ Ruffin (gitaar), Johnny Williams (bas), Marty Wilson (drums), Leroy Kirkland (leider)
(Dr. Horse 805, Westside WESA 831)



(11) 6 mei 1954 – Bertice Reading – Leroy Kirkland Orchestra

Bertice Reading (zang), Sam ‘The Man’ Taylor (tenorsax), Pinky Williams (baritonsax), Marlowe Morris (orgel), Al Williams (piano), Mickey Baker (gitaar), Lloyd Trotman (bas), Panama Francis (drums), Leroy Kirkland (leider) - (Official 6003, WESA 831)

Bertice Reading (Chester, PE, 22 juli 1933 – Londen, 8 juni 1991) was op 7 en 8 februari 1974 in de New Orleans Jazzclub in Scheveningen met de jazzband van drummer Ted Easton (1932-1990). Opnamen zijn uitgebracht op Riff, het platenlabel van Easton (Riff 659.018 en 659.028, op cd Audiophile ACD 80).

Bertice Reading trad op met de Bobby Setter Band - ‘Live at the Salons The Lord’ (Schepdaal), (Arcade LP 215, 1976, wie vindt de juiste datum ?) – Producer was Louis van Rijmenant (1930-1992). Zijn naam blijft verbonden aan de ‘Vogeltjesdans’, waarmee hij een wereldhit scoorde.

In zijn autobiografie ‘Hamp’ vertelt Lionel Hampton dat hij met zijn gebruikelijke bezetting in 1953 voor zeven weken naar Europa kwam, toegevoegd was zangeres Bertice Reading. Was ze erbij in 1953 en 1954 in Brussel en Amsterdam ? In Zwitserland had ze een rijke man aan de haak geslagen.

Op 26 januari 1975 is Bertice Reading in ‘Binnen en Buiten’ voor de Belgische TV, vier dagen later in het programma ‘Slalom’. Ze was toen een CBS-ster. In maart 1976 is ze bij radioman Jos Ghysen in ‘Het zal je plaat maar wezen’. Op 16 mei 1978 geeft ze een concert in het Amerikaans Theater in Brussel. Uit 1980 zijn van Reading een dozijn optredens te vinden, van Antwerpen tot de Casino in Middelkerke. Op 29 maart 1980 zong ze tijdens een benefiet voor een Stichting voor Hartonderzoek in Rotterdam.

Orkestleider Bobby Setter alias voor Bob Verhelst (°1939), ereburger van New Orleans en bekend door zijn Europese tournees met Fats Domino in 1982, 1983 en 1987: “Bertice woonde in Asper bij Gent. Een grote artieste maar een onbetrouwbare dame op financieel gebied. Het feit dat ze samenwoonde met een zekere Fred (Ploeg), een soort pooier, deed daar niet veel goed aan. Wegens schulden stond de deurwaarder aan de deur en ’s nachts vertrok ze naar Zwitserland, de eigenaar van de woning bleef achter met schade en onbetaalde huishuur. Ze kreeg eens een contract voor zes maand in de Folies Bergère in Parijs en na enkele weken vertrok ze met de noorderzon. Haar succesnummer ‘Sunday Morning’ uit 1974 is een productie van Adrien van Landschoot”.


   


In november 1954 wordt Marlowe Morris genoemd in de kringen van gospelzangeres Sister Rosetta Tharpe met de Sy Oliver Singers en het Sammy Price trio. Op Decca 48328 zingt ze ‘In Bethlehem’ en ‘When Was Jesus Born’. Behalve piano speelt er iemand orgel, Marlowe Morris ?



(12) 22 oktober 1956 – A Night At Count Basie’s Lounge – Harlem, New York

Emmett Berry (trompet), Vic Dickenson (trombone), Marlowe Morris (orgel), Bobby Henderson (piano), pianist Count Basie op één nummer, Aaron Bell (bas), Bobby Donaldson (drums), Joe Williams (zang) - (Op 2-cd ‘Joe Williams: Four Classic Albums’, Avid 1389)





Tussen 1954 en 1957 speelt Marlowe Morris orgel op sessies met Jimmy Rushing, uitgebracht op de verzameling “His Complete Vanguard Recordings”.



(13) 5 maart 1957 - Jimmy Rushing, ‘If this ain't the Blues’, ook ‘Listen to the Blues’

Jimmy Rushing (zang), Emmett Berry (trompet), Vic Dickenson (trombone), Buddy Tate (tenorsax), Clarence Johnson (piano), Marlowe Morris (orgel), Roy Gaines (gitaar), Aaron Bell (bas), Jo Jones (drums) (Vanguard 662093)


   


(14) 18 juni 1959 – Big Joe Turner

Big Joe Turner (zang), Leon Cohen (altsax, tenorsax), King Curtis (tenorsax), Marlowe Morris (piano, orgel), Bill Suyker (gitaar), Abie Baker (bas), Stick Evans (drums), plus een achtergrondkoor (Atlantic 2034)


   


Hoewel Marlowe Morris in de luwte musiceerde, kreeg hij toch erkenning door zijn plaat ‘Play The Thing’, waarmee hij in 1962 de ‘Prix du Disque de Jazz du Hot Club de France’ won !

(15) 29 juni 1961 - Marlowe Morris Quintet - Play The Thing – zijn enige opname als leider !

Matthew Gee (trombone), Buddy Tate (tenorsax), Marlowe Morris (orgel), Jo Jones (drums), Ray Barretto (bongo), met zanger John 'Mr.Soul' McArthur op 'Bad Business Baby', een favoriet voor bluesfans – de opnamen bestaan alleen op elpee Columbia CL 1819, niet op cd !

Het is niet aantoonbaar dat Julian Dash opnam met Marlowe Morris. Waarschijnlijk wilde Columbia voor de drie sessies het liefst beroep doen op hun vaste studio-saxofonist Buddy Tate (1913-2001).


(16) 31 januari 1962 - Marlowe Morris Quintet

Zelfde als hiervoor, maar Gus Johnson (drums) vervangt Jo Jones


(17) 8 februari 1962 - Marlowe Morris Sextet

Buck Clayton (trompet), Edmond Hall (klarinet), Buddy Tate (tenorsax), Marlowe Morris (orgel), Jo Jones (drums), Ray Barretto (bongo) - (Columbia 1819, CBS 62397)



In 2002 publiceerde Mosaic Records de ‘Columbia Small Group Swing Sessions 1953-1962’ met de Marlowe Morris sessies van 18 februari 1953, 29 juni 1961 en 8 februari 1962.



(18) 16 augustus 1962 – Jingle Bell Jazz – Marlowe Morris Trio (Columbia CS 8693)

Marlowe Morris (orgel), Jo Jones (drums), Ray Barretto (percussie)

Eén nummer: ‘Rockin’ Around the Christmas Tree’, jaarlijks op kerstplaten-verzamelingen !

In 1971 is Marlowe opnieuw bij de New York Post Office. Al zijn werk tussen 1962 en 1971 is waarschijnlijk gedeeltelijk verloren, verspreid en zonder vermelding credits.



Op 28 mei 1978 sterft Marlowe Morris. Een reden van zijn overlijden of de omstandigheden waarin zijn weinig of niet gedocumenteerd. Hij werd begraven op het Long Island National Cemetery, 2040 Wellwood Avenue, Farmingdale, NY 11735-1211, Plot Section Q Site 4242.

Tekst © Erik Carrette (erik.carrette@skynet.be)
Met dank aan Alan Westby, Rancho Cucamonga


In case you LIKE us, please click here:



Foto © Leentje Arnouts
"WAGON JAZZ"
cycle d’interviews réalisées
par Georges Tonla Briquet




our partners:

Clemens Communications





Hotel-Brasserie
Markt 2 -
8820 TORHOUT


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée


Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant


Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon


Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage


Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage


Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage



Special thanks to our photographers:

Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein

Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner


and to our writers:

Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst