
In Leipzig, nu zowat 600.000 inwoners, vind je sinds 2011 de Jutta-Hipp-Weg. Maar wie was die Judith Jutta Hipp ?
Op 12 oktober 2025 ging tijdens de 49e Leipziger Jazztage een nieuwe documentaire in première: “Being Hipp: First Lady of European Jazz”, gemaakt door Anna Schmidt (Leipzig). Op zondag 25 januari 2026 om 23.50 uur werd de film vertoond op Arte TV.
Katja von Stuttenbach schreef in 2006 een eindwerk voor de Rutgers University, New Jersey over Hipp. Zij maakte over haar ook een filmdocumentaire.

Gerhard Evertz schreef “Jutta Hipp – Ihr Leben & Wirken” (www.jazzbuch-hannover.de).
Aaron Gilbreath: “The Brief Career and Self-Imposed Exile of Jutta Hipp, Jazzpianist” (2017).
Ilona Haberkamp publiceerde “Plötzlich Hip(p) – Das Leben der Jutta Hipp zwischen Jazz und Kunst”, mei 2023, 224 pagina’s.
Jutta Hipp werd geboren in Leipzig op 4 februari 1925, nooit kwam ze terug naar Duitsland. Ze stierf op 7 april 2003 in Sunnyside, Queens, NY.
Ze is acht jaar in 1933 als Hitler aan het bewind komt, veertien jaar als Duitsland Polen binnenvalt. In 1946 wordt Leipzig gebombardeerd. Jutta slaat op de vlucht uit vrees maar ook door ondervoeding. Toen de Russen de Academie voor Schone Kunsten lieten sluiten verhuisde de familie naar München.
Katja von Stuttenbach las driehonderd brieven van Hipp en had 35 interviews met mensen die Jutta hadden gekend. Ze schrijft over haar zwangerschap in 1948. Ze kreeg een zoon, Lionel, naar Lionel Hampton, (ze was niet gehuwd met de vader, een Amerikaanse G.I.), die ze moest afstaan uit armoede en wegens de kleur van de vader. In het geniep – omwille van de nazi’s – werd geluisterd naar de BBC en naar jazz: Count Basie, Jimmie Lunceford, Fats Waller. Stiekem werd gejamd in de Leipzig Hot Club, de drummer had veel platen van Duke Ellington en van Belgische bands.
In 1946 vluchtte Hipp naar de zones van de geallieerde troepen. Via de Tegernsee in de Alpen, maakte ze de oversteek naar West-Duitsland. Uit noodzaak wordt ze professioneel muzikant, hoewel ze liever kunstschilder was geworden. Als pianiste speelt Jutta in een circusorkest, in nachtclubs voor veel Amerikaanse soldaten en in de Bongo Bar in München met rond haar levende dieren.
Drummer Fritz "Freddie" Brocksieper (Istanboel, 24.08.1912 – 17.01.1990) is in die tijd een vaste waarde in de Münchener jazzscene. In 1942 en 1943 zijn opnamen van hem bekend met de Belgische muzikanten trombonist Josse Breyre (Malmédy, 25.11.1902 - Brussel, 20.11.1995) en saxofonist Jean Robert (Brussel, 25.06.1908 - Hilversum, 28.02.1981)
Na in de late jaren 40 en vroege jaren 50 in bands van anderen te hebben gespeeld, richtte ze in 1953 haar eigen kwintet op (met o.a. saxofonisten Emil Mangelsdorff en Joki Freund) en nam ze als leider drie albums op voor Duitse platenlabels. In datzelfde jaar toerde ze door Duitsland met Dizzy Gillespie. Een Amerikaanse soldaat stuurde opnamen van Hipp naar de Britse jazzcriticus Leonard Feather (Londen, 13.09.1914 – Encino, 22.09.1994). Hij was in januari 1954 met zijn Jazz Club USA-tour in Europa met onder meer Billie Holiday (op 23 januari is Billie in Amsterdam, op 24 januari in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, op 31 januari in Den Haag).
Feather vond Hipp op aanwijzen van Horst Lippmann in een club in Duisburg. Gecharmeerd door haar elegante verschijning en pianokunsten kon hij de 'First Lady Of German Jazz' overtuigen naar Amerika te reizen. In het verwoeste Duitsland had ze niets te winnen of te verliezen.

Op 24 april 1954 neemt het Jutta Hipp Quintet in Frankfurt enkele nummers op, "New Faces – New Sounds from Germany", in 1956 in de USA uitgebracht op Blue Note, het platenlabel van de Duitse immigranten Alfred Lion en Francis Wolff. Het kwintet bestond uit Emil Mangelsdorff (altsax), Joki Freund (tenorsax), Jutta Hipp (piano), Hans Kresse (bas) en Karl Sanner (drums).

Op 31 januari 1955 is het Jutta Hipp Trio with Lars Gullin in Stockholm. Opnamen zijn gemaakt met de Zweedse baritonsaxofonist Lars Gullin (Sanda, Gotland, 04.05.1928 - Vissefjärda, 17.05.1976), Jutta Hipp (piano), Simon Brehm (bas) en Bosse Stoor (drums) (Dragon 244).
Op 18 november 1955 arriveert Hipp in de haven van Manhattan, NY. Ze had reeds enige reputatie. Op 23 november spoedt Hipp zich naar Cafe Bohemia in Greenwich Village voor het legendarisch concert van Art Blakey & The Jazzmessengers met Kenny Dorham (trompet), Hank Mobley (tenorsax), Horace Silver (piano), Doug Watkins (bas) en Art Blakey (drums).
Op 5 juli 1956 is Jutta Hipp te horen op het Newport Jazz Festival. Ze treedt op met Peter Ind (bas) en Ed Thigpen (drums). Dezelfde dag staan ook Charles Mingus, Count Basie, zangeres Sarah Vaughan, het Modern Jazz Quartet en pianiste Toshiko Akiyoshi op de affiche.

Op 28 juli 1956 is Hipp in de Rudy van Gelder Studio, Hackensack, NJ, met Zoot Sims (tenorsax), Jerry Lloyd (trompet), Ahmed Abdul-Malik (bas) en Ed Thigpen (drums). Dit wordt haar laatste plaat in Amerika.

Intussen had Hipp een contract getekend voor zes maanden als huispianist van de Hickory House in Manhattan. Op 5 april 1956 is Blue Note aanwezig voor de registratie van het schitterende trio-optreden van Hipp met Peter Ind en Ed Thigpen. Twintig nummers werden uitgebracht in twee volumes. Hipp was hierdoor officieel de eerste Europese jazzmuzikante op Blue Note.
Een bevriende advocaat bezorgde Hipp een job. Overdag werkte ze als naaister in een textielfabriek in Queens, 's avonds was ze pianiste in diverse clubs. In 1956 volgt een niet amicale split tussen Hipp en Feather. Ze wilde niet ingaan op de avances van de getrouwde Feather. Ze weigerde bovendien nog composities van Feather te spelen. Hipp liet dat weten aan haar vriend gitarist Attila Zoller (Visegrád, 13.06.1927 - Townshend (Vermont), 25.01.1998). Vanaf dan gaat Feather geringschattend schrijven over Hipp.
In 1960, vier jaar na de Hickory opnamen, stopt ze met optreden. In Amerika haalden haar platen geen grote verkoopcijfers, wel in Japan. Hipp was daar een obscure cultfiguur. Ze had de relaties met haar platenlabel verbroken. Blue Note wist zelfs niet waar haar cheques naartoe gestuurd moesten worden. Tot in 2001 Blue Note's general manager Tom Evered via Gundula Konitz, de vrouw van Lee Konitz, Hipp kon opsporen voor het goede nieuws: een cheque van 35.000 dollar aan royalties. Met van verbazing: “Mein Gott”. Hipp was toen 76.
Tijdens haar leven kampte Jutta Hipp met drankproblemen en was ze een zware sigarettenrookster. Als artiest was ze ontmoedigd, zichzelf relativerend. Ze had 35 jaar om den brode bij kledingbedrijf Wallachs Clothiers gewerkt. Ze was al eens uitgedreven uit een huurappartement. In haar laatste jaren leefde Hipp in een sociale woning, zonder familie in Sunnyside, Queens,NY.
Hipp heeft de ‘sunny side’ van een artiestenloopbaan niet gekend, behalve met wat dollars op het einde van haar dagen.
DISCOGRAFISCHE NOTITIES

* De 6 cd-box “Hipp Is Cool – The Life and Art of Jutta Hipp”, op BE! Jazz 6103-09:
cd1: Hans Koller New Jazz Stars – 1953 – From Hamburg to Baden-Baden, 22 nummers
cd2: Jutta Hipp and her German Jazzmen, Jutta Hipp Combo & Hugo Strasser - 1954, Frankfurt & Keulen, 24 nummers
cd3: From Stockholm to Stuttgart - 1955, vier nummers met Lars Gullin, totaal vijftien nummers
cd4: Jutta Hipp Trio - 1956, New York, Newport & Final Recordings, 19 nummers
cd5: New York, Newport & Final Recordings, vijf nummers Jutta Hipp Trio , acht nummers met Zoot Sims
cd6: Historical Recordings from Leipzig to Munich - 1945-1952, vijftien nummers met Hans Koller Quartet uit 1952, zes nummers uit 1945-1946 met het Lindenstadt Swing Quintett in Leipzig
In die box is een dvd bijgevoegd, Hans Koller New Jazz Stars, TV Show “Jazz Gestern und Heute”, mei 1953, plus een boek van 208 bladzijden met Hipp’s tekeningen, schilderijen en cartoons.

* Real Gone Jazz 498 is een 2-cd “Jutta Hipp, Three Classic Albums”: “At the Hickory House, volume 1 & 2” van 5 april 1956, plus “Jutta Hipp with Zoot Sims” van 28 juli 1956.

* Real Gone Jazz 377 is een 4-cd “Peter Ind, 8 Classic Albums” met opnamen van Lee Konitz, Paul Bley, Buddy Rich, plus de Hickory House-opnamen van Jutta Hipp, Peter Ind en Ed Thigpen.
* “Jutta Hipp at the Hickory House, Vol. 1 & 2” en “Jutta Hipp with Zoot Sims” op Blue Note is doorgaans gemakkelijk te vinden op andere platenmerken of compilaties

* Jutta Hipp Quintet, "Cool Dogs & Two Oranges", opnamen uit 1954 met Emil Mangelsdorff, Joki Freund, Hans Kresse, Karl Sanner (L + R CDLR 710429) (Solid Records Japan 47703)

* “Dizzy Gillespie & Hans Koller – Live 9 March 1953” in de NDR Studio, Hamburg. Het zijn opnamen met Hans Koller, Jutta Hipp en Albert Mangelsdorff. En apart het Dizzy Gillespie Quintet. Jutta ging niet op tournee met Gillespie, ze waren alleen dezelfde dag uitgenodigd in de studio.

* ”Jutta Hipp – The German Recordings 1952-1955”, radio-opnamen in Koblenz, Baden-Baden, Stuttgart, tussen 30 november 1952 en 28 juni 1955 (JazzHaus 423)

* ”Jutta Hipp Quintet 1954 – Frankfurt Special”, uit Frankfurt en Keulen (Fresh Sound 421)
© Erik Carrette, 2026
erik.carrette@skynet.be

In case you LIKE us, please click here:





Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst