Grassella Oliphant werd geboren op 1 september 1929, Aliquippa, industriestad ten noordwesten van Pittsburgh. Hij is overleden op 16 december 2017, Summit, East Orange, New Jersey
‘Grass’ voor zijn familie en vrienden. Grassella is een Afro-Amerikaanse drummer die veel gespeeld heeft, zelden werd geïnterviewd of gedocumenteerd. Zijn werkterrein was vooral Pittsburgh, New York en Washington, DC. Hij was een van die jazzmuzikanten die muzikaal veel betekend heeft. Grassella als voornaam komt alleen voor bij Oliphant. De oorspronkelijke betekenis is onbekend.
Oliphant geniet een cultstatus bij liefhebbers van souljazz en zijn muziek is door een select groepje hiphopgrootheden gebruikt. Niettegenstaande twee uitstekende Atlantic-platen bestaat er maar verrassend weinig diepgaande biografische informatie over Oliphant. Vandaar een poging tot invulling van deze leemte in de jazzhistoriografie, met af en toe een uitstapje naar andere jazzwetenswaardigheden.
Oliphant groeide op in Pittsburgh, na Philadelphia de grootste stad in de staat Pennsylvania.
Hier een tiental jazzmuzikanten van de oudere generatie, geboren in Pittsburgh:

De Pittsburgh Sun-Telegraph (14 maart 1929) publiceert de ‘Marriage License’ van Luther Oliphant met Hattie Williams, beiden uit Aliquippa. Luther Grassella Oliphant was zijn biologische vader, hij overleed echter twee jaar na de geboorte van Grassella.
Grassella groeide op in Aliquippa en liep er school. Als klein kind trad hij op met zijn broer als tapdans duo in amateurtoneelstukken en nachtclubs.
De roem van filmacteur Mickey Rooney (1920-2014) bereikte een hoogtepunt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op zijn negentiende was Rooney als drummer de ster in de film ‘Strike Up The Band’ uit 1940. Vandaar de droom van kleine Grassella om drummer te worden.
Zijn stiefvader wiens naam nergens vermeld werd, was eveneens drummer en leidde een bigband waarbij trompettist Tommy Turrentine en pianist Fritz Jones. Grassella mocht soms meespelen, ‘eerst leren swingen met brushes, pas later met drumstokken’.
Hoewel Oliphant nog maar vijftien was meldde hij zich voor militaire dienst bij de US Navy. Hij kwam terecht in een militaire marine band in het Bainbridge Naval Training Center in Port Deposit, Maryland. De marine was nog gesegregeerd, maar die matrozenorkesten boden zwarte muzikanten een kans om hun vak uit te oefenen. Zijn moeder schreef naar President Franklin Roosevelt dat haar zoon gelogen had over zijn leeftijd. Uit vrees dat hij naar een overzees gebied zou worden gestuurd werd hij teruggeroepen naar het thuisfront in Aliquippa.
Zijn eerste optredens waren in rhythm-and-bluesgroepen. In jazzcombo’s speelde hij met lokale musici als Ahmad Jamal, Ray Crawford, Tommy Turrentine en met violist Joe Kennedy Jr., toen bij het Richmond Symphony en professor aan het Virginia Union College.
Door te weinig jobs in de jaren veertig komt Grassella naar Washington, DC en studeert er boekhouden. In 1949 werkt hij voor de federale overheid als IBM-programmeur, een job die hij bijna twee jaar uitoefende in Okinawa, Japan, een eiland waar Amerikaanse troepen waren gevestigd.
In 1951 is Oliphant terug in de VS en ging op zoek naar vrienden Ahmad Jamal en Ray Crawford.

The San Francisco Call Bulletin (7 mei 1952) publiceert de ‘Marriage License’ van Grassella Oliphant – toen 22 – met Frances Geary, beiden uit Washington, DC. Indien ze daadwerkelijk getrouwd zijn moest dit huwelijk juridisch beëindigd zijn, ofwel door echtscheiding ofwel door het overlijden van Geary tussen 1952 en 1965 want in 1965 trouwde Grassella met Valerie Terrell.

AHMAD JAMAL (1930-2023)
Op 14 november 1952 vond in Carnegie Hall een concert plaats ter ere van Duke Ellington 25 jaar in de muziek. Direct na zijn optreden bij Duke vloog drummer Louie Bellson (1924-2009) naar Londen om daar op 19 november te trouwen met zangeres Pearl Bailey (1918-1990). In 1966 was het nog ‘Louis’. Met een foto op GettyImages.
‘Ahmad Jamal and His Three Strings’ met Oliphant waren ook in Carnegie Hall. Jamal had in 1950 zijn naam Frederick Russell ‘Fritz’ Jones veranderd. Hij had de islam tot zich genomen. Moslim zijn gaf hem het gevoel van universele waardigheid en bescherming tegen racisme. Enkele prominente jazzmusici die zich bekeerden tot de islam behielden hun artiestennaam zoals Art Blakey, Kenny Dorham en Pharoah Sanders.
Naast Duke Ellington stonden op de affiche: Charlie Parker with Strings, Dizzy Gillespie, Stan Getz en Billie Holiday, heroïneverslaafd. Was het in Carnegie Hall dat Oliphant Billie in de kleedkamer aantrof met een naald in de arm ?
Jamal vertelt aan de Franse jazzjournalisten Philippe Carles en Henri Renaud (Jazz Magazine nummer 228, december 1974) dat Grassella zijn eerste drummer was. Van die samenwerking zijn geen opnamen bekend of bewaard gebleven. Voor de duidelijkheid: Oliphant is niet aanwezig op ‘Ahmad Jamal’s Three Strings – The Complete Okeh, Parrot & Epic Sessions, 1951-1955’ (2-cd Fresh Sound 1118).

The Pittsburgh Courier (17 november 1956) adverteert het ‘Cleveland Lyons Trio featuring Grassella Oliphant’ in de Hurricane Club op Central Avenue. Charles ‘Teenie’ Harris (1908-1998) fotografeerde dit trio tijdens een concert aldaar, foto in het Carnegie Museum for Art in Pittsburgh. Cleveland Lyons speelt orgel, met saxofonist Al Dobbins. Oliphant had voordien al bij pianist-orgelist Milt Buckner (1915-1977) gespeeld en Al Dobbins bij orkestleider Tiny Bradshaw (1907-1958). Dankzij het succes werd het engagement een week verlengd. Het trio tekende een contract voor RCA Victor. Wat daarvan het resultaat was is niet duidelijk vastgesteld. Lyons (1921-1962) werkte in Atlanta als begrafenisondernemer, ‘a mortician by day and musician by night’. Na een schietpartij en een liefdesaffaire benam hij zichzelf van het leven.
Oliphant was in 1955-1956 muzikaal directeur in Abart’s Internationale, Washington, DC. Hij leidt het huisorkest en begeleidt zijn gasten: Art Farmer, Charlie Rouse, Gene Ammons, Buck Clayton, Keeter Betts, Tony Scott, Lucky Thompson, Hampton Hawes, Red Garland, Horace Parlan, Edgar Willis, Kenny Burrell, Oscar Pettiford.

The Washington Daily News (7 maart 1957) kondigt het Grassella Oliphant Trio aan ‘featuring Keter Betts & Sam Grady’. Op dezelfde affiche saxofonist Charlie Rouse en kornettist Julius Watkins.
Down Beat (16 mei 1957) vertelde dat Lou Donaldson optrad in Abart’s begeleid door het huistrio ‘fronted by Grassella Oliphant’, met William Keeter Botts en Charles Dolo Coker (sic).
In 1957 wordt Oliphant genoemd in The 2011 Club in het Dunbar Hotel in Washington, DC. Hij was betrokken bij de exploitatie van de club.

TONY SCOTT (1921-2007)
Down Beat (23 januari 1958) heeft nieuws uit december 1957 of begin januari 1958: ‘Tony Scott returned to Minton’s with guitarist Ray Crawford, bassist Lee Grimes and drummer Grassella Oliphant’. Oliphant werd als veelbelovend begeleider ingehaald door Tony Scott.
Morris Henry Minton (1885-1970) opende in 1938 zijn Minton’s Playhouse. Hij was tenorsaxofonist en de eerste zwarte afgevaardigde van de AFM, Local 802, de American Federation of Musicians. Door zijn vakbondspositie konden muzikanten in Minton’s relatief veilig deelnemen aan jamsessies zonder de gebruikelijke vakbondsboetes. Minton’s was historisch een belangrijke plaats voor het ontstaan van de bebop, met Charlie Parker, Dizzy Gillespie, Thelonious Monk, Kenny Clarke. Kranten uit New York uit 1957-1960 bevatten wellicht nog korte berichten over Tony Scott’s optreden waarbij Oliphant werd genoemd.

(1) 27 februari en 10 maart 1958 – Tony Scott Quartet – South Pacific Jazz
Tony Scott-bars, cl, Dick Hyman-org, George Duvivier-b, Grassella Oliphant-d (in New York voor ABC Records-Paramount 235)
Dit is een van de eerste gedocumenteerde opnamen van Oliphant als sideman. Voor de derde sessie op 13 maart werd beroep gedaan op een andere topspeler: drummer Osie Johnson (1923-1966).
SARAH VAUGHAN (1924-1990)
Door zijn faam werd Oliphant in 1958-1960 gevraagd door Sarah Vaughan. Hij had reputatie verworven om zangers en zangeressen te begeleiden.
Sarah, ‘who said I had such a nice touch with brushes’. Vrij genoteerd zei Sarah ook: ‘he was nice and easy on the brushes which allowed me the time and space to explore my song’.
De vroegste aanwijzing naar Sarah en Grassella is een advertentie in Down Beat (11 december 1958). Oliphant werd door Rogers Drum Company uit Cleveland, Ohio gevraagd om drumtoestellen van dat merk aan te bevelen. Arm in arm poseren Grassella en Sarah op een postkaartfoto ‘Three Great Names In Jazz’, mooi afgebeeld in Down Beat (5 maart 1959).
Haar aanwezigheid leverde hem prestige op. Voor Oliphant was dat een grote professionele stap en een absolute leerschool. Sarah Vaughan reisde veel, trad op in de belangrijkste concertzalen en werkte met topmuzikanten. Misschien bestaan ze wel, maar ik vond geen eigentijdse concertadvertenties die deze samenwerking nauwkeurig dateren, geen concrete bron, alleen ‘played with Sarah Vaughan’. Nergens werd vermeld waar en wanneer hij bij de groep kwam, wie hij opvolgde, hoelang hij bleef. Voor studiosessies was het gebruikelijk dat anderen werden ingezet.
Concertadvertenties in The Record Mirror (19 juli 1958) noteerden alleen ‘Sarah Vaughan Trio’ zonder namen van bassist of drummer op te noemen. Het is goed mogelijk dat Oliphant in 1958 bij Sarah Vaughan speelde, maar hij kwam niet mee op tournee. Bij Europese tournees werden begeleiders doorgaans vervangen. Bijvoorbeeld op 7 juni 1958: Amsterdam, Sarah Vaughan met het trio van pianist Ronnell Bright, bassist Richard Davis en de Engelse drummer Art Morgan. Bert Vuijsje schreef de hoestekst voor de plaat ‘Jazz at the Concertgebouw’, ‘If This Isn’t Love’, uitgave Nederlands Jazz Archief.

EXPO 58
Van 17 april tot 19 oktober 1958 ging ‘Brussel Expo 58’ door, in en rond het Atomium. Jazz speelde een grote rol, gedreven vooral door het Amerikaans Theater. Benny Goodman trad op van 25 tot 31 mei met zijn bigband (het album ‘Live at the World's Fair Brussels, Belgium 1958’). Het concert ‘Sidney Bechet/Buck Clayton Sextet Brussels Fair 1958’ is uitgebracht op Lone Hill Jazz 10323. Ook Sarah Vaughan maakte deel uit van de Amerikaanse jazzdelegatie, evenals Teddy Wilson.
Op 4 mei 1958 was het ‘Belgian Jazz Day’ met het Benoit Quersin Septet. Nog Belgen tijdens Expo 58: Toots Thielemans, Jacques Pelzer, Francis Bay & zijn bigband en Jean-Pierre Gebler.
Ook in 1958: Sarah Vaughan tijdens het ‘Festival Mondial du Jazz’ in Knokke-le-Zoute op 12 en 13 juli 1958, dan in Brussel in het kader van de ‘America Days’ van 29 juli tot 3 augustus, in Oostende van 8 tot 14 augustus 1958 aldus Melody Maker. Op 15 augustus vertrok Vaughan naar de VS.
Nog in Knokke: 12 juli Jack Sels & The Belgian All Stars, Willy Albimoor, Milou Struvay, Jack Pelzer, Benoit Quersin, Daniel Humair. En op 13 juli 1958: Donald Byrd, Bobby Jaspar, Modern Jazz Quartet, Zoot Sims, Bobby Timmons Trio.
Er bestaan filmopnamen van Sarah Vaughan in Zaal Marni aan het Flageyplein in Elsene, met Carl Schroeder-p, John Gianelli-b en Jimmy Cobb-d. De enig juiste datum is 17 november 1973 (niet 1974) in het pakket ‘Jazz From Newport'. Met op 16 november Duke Ellington, ook in Marni. Het was een van de laatste Europese concerten van Ellington, toen 74. In maart 1974 stopte hij met optreden en werd opgenomen in een ziekenhuis. Hij overleed op 24 mei 1974.
Ook in 1974 stierven enkele Ellington-getrouwen: op 26 januari bassist Joe Benjamin, op 14 mei in Londen saxofonist Paul Gonsalves en op 8 oktober baritonsaxofonist Harry Carney.
Zangeressen als Dakota Staton, Irene Reid, Shirley Scott deden beroep op Oliphant, evenals Gloria Lynne.
GLORIA LYNNE (1931-2013)

(2) najaar 1960 – Gloria Lynne – I’m Glad There Is You – Earl May Trio
Gloria Lynne-voc, Herman Foster-p, Earl May-b, Grassella Oliphant-d (Everest LPBR 5126, in NYC – ook Fresh Sound FSR 223 – hoesnotities Leonard Feather)
In 1958 nam Lynne op met Harry Sweets Edison, Sam Taylor, Eddie Costa, Wild Bill Davis, Kenny Burrell, Jo Jones. Lynne had in 1958-1960 een vast trio voor haar optredens: pianist Ronnie Mathews (1935-2008), bassist George Joyner (Jamil Nasser) en Albert Tootie Heath op drums.
Voor haar eerste platen schakelde haar platenlabel studiomuzikanten in.
Rond 1960-1963 koos Lynne als vaste begeleiders Earl May, Herman Foster en Grassella Oliphant. In een plaatbespreking van juli 1961 werd vermeld dat Oliphant al achttien maanden bij Gloria Lynne werkte. Teruggerekend komen we uit op januari 1960.
Vanaf 26 oktober 1960 begon Lynne met het Earl May Trio voor twee weken in Chicago’s Lake Meadows (The Cash Box van 5 november 1960). Down Beat (8 december 1960) citeert Gloria Lynne en het Earl May Trio voor twee weken in de Birdland. ‘Jazz Corner of the World’. De club opende op 15 december 1949. Leonard Feather schreef ‘Lynne, perhaps the most important and influential singer since Sarah Vaughan’.
Haar echte naam was Gloria Mai Wilson, geboren op 23 november 1931 (1929?) in Harlem. Ze overleed aan een hartaanval op 8 oktober 2013 in een hospitaal in Newark, NJ. Ze was getrouwd van 1948 tot 1968 met haar eerste echtgenoot Richard Alleyne (1929-1993) en had een zoon Richard Alleyne (1950-2014).
Als klein meisje zong ze in het kerkkoor van de ‘Mother African Methodist Episcopal Zion Church’. Rond 1951 won Gloria de ‘Amateur Night’ in New York’s Apollo Theater.
In 1958 tekende ze een contract met Everest Records, waarvoor ze minstens twee dozijn singeltjes opnam. ‘I Wish You Love’ uit 1963 was haar bekendste nummer, de Engelstalige bewerking van Charles Trenets ‘Que reste-t-il de nos amours’ uit 1942. Daarna liep ze over naar Fontana.
In de jaren 1960-1970 bloeide de muziekindustrie aan de Westkust. Los Angeles was het epicentrum van grote jazzclubs, platenlabels en televisieoptredens. Na haar monsterhit ‘I Wish You Love’ in 1964 wilde Lynne’s management haar dichter bij Hollywood. Ze werd goed opgevangen door de jazzelite. Pianist David Benoit (°1953) was pas 21 toen hij Gloria Lynne mocht begeleiden in de Parisian Room in Los Angeles. Soms was hij de enige blanke in die club, muzikaal geleid door saxofonist Red Holloway (1927-2012). Hij bleef met tussenpozen zowat vijf jaar lang haar pianist. Toen haar populariteit in de jaren tachtig tijdelijk afnam ging ze werken als typiste bij de Bank of America in Los Angeles. Ze woonde toen in West Hollywood met haar zoon.
Eind jaren tachtig hernam Lynne succesvol haar zangloopbaan aan de Oostkust. ‘She lost her confidence, but she never lost her voice’, aldus haar zoon. Vandaar dat ze terugkeerde naar de muziekwereld.

In 2000 verscheen het boek ‘I Wish You Love: Gloria Lynne’, door Karen Chilton.
DAKOTA STATON (1930?-2007)
Oliphant werkte wel een enkele keer met Dakota. Op 29 april 1961 zong Dakota Staton in de Storyville in Boston in het Bradford Hotel. Het concert staat op Capitol Records 1649, met het Norman Simmons Quartet. Een bron gaf Oliphant als drummer, de juiste bezetting lijkt een raadsel. De hoesnotities vermelden alleen Simmons. Yusef Lateef wordt verondersteld de tenorsaxofonist. Een concertverslag kan voor opheldering zorgen. De suggestie om het aan Simmons te vragen kwam te laat, want hij stierf in 2021. Hij werd 92.
‘In The Night’ is een album van pianist George Shearing met Dakota Staton. Toots Thielemans speelde mee tijdens deze opnamen van juli 1957.
HERMAN FOSTER (1928-1999)

(3) 9 mei 1961 – Herman Foster – The Explosive Piano of Herman Foster
Herman Foster-p, Earl May-b, Grassella Oliphant-d (Epic LA 16016, in NYC)
Hij werd geboren op 26 april 1928 in Philadelphia. Door een medische fout werd Foster blind direct na zijn geboorte. Sinds 1953 werkte hij veel samen met saxofonist Lou Donaldson (1926-2024). Als leider maakte Foster maar enkele platen, als begeleider is hij aanwezig op een reeks Blue Note’s.
Rond 1963-1964 trad zangeres Joan Shaw (°1930) (in Europa herdoopt tot Salena Jones) op met Herman Foster en veelal met Grassella Oliphant. Op haar website een foto met Toots Thielemans.
Foster was de vaste pianist bij Lou Donaldson tijdens Europese tournees. Zo ook op 26 april 1980 voor Hnita Jazz Club in het Torengebouw in Heist-op-den-Berg.
Lou wilde een boek schrijven met ervaringen over zijn jazzleven. Na zijn dood werd het script door Lou’s dochter aan Wim en Ria Wigt van Timeless Records geschonken. Ze werken aan een publicatie.
‘The One And Only’ werd in Monster bij Max Bolleman opgenomen op 27 februari 1984, Foster met bassist Jeff Fuller en drummer Victor Jones, uitgebracht op Timeless SJP 201.

GLORIA LYNNE
Op zaterdag 1 juli 1961 trad Gloria Lynne met het Earl May trio op tijdens ‘Music At Newport Festival’ dat liep van 30 juni tot 3 juli. Stonden op het podium: Chico Hamilton, John Coltrane, Horace Silver, Count Basie, Slide Hampton. Festivalverslagen bevestigen haar optreden, maar citeren geen individuele musici. Haar optreden met Oliphant wordt nochtans expliciet vermeld in Claghorn’s Biographical Dictionary of American Music uit 1973.
Op 28 juli 1961 is Gloria Lynne en het Earl May Trio geboekt voor het Buffalo Jazz Festival, NY.

(4) december 1961 – Gloria Lynne At Basin Street East – Earl May Trio
Gloria Lynne-voc, Herman Foster-p, Earl May-b, Grassella Oliphant-d (Everest LPBR 5137)
Het trio werd aangevuld met ‘added attractions’, gastmusici gitarist Kenny Burrell en Ray Barretto op percussie. Werden die gasten aangetrokken op de dagen waarop Duke afwezig was ?
Van 4 tot 20 december 1961 was Lynne geboekt als voorprogramma van Duke Ellington. De Duke Ellington Chronicle noteert dat hij er optrad van maandag 4 december tot woensdag 20 december. Duke had er een engagement van 17 nachten. De club lag aan de East 48th Street in NYC. Everest Records stuurde één of meer avonden een mobiele opname-set uit voor live-opnamen.
Cash Box (16 december 1961) noteerde dat Lynne zojuist een liveplaat opnam in Basin Street East, groot vermoeden dat opnamen gemaakt werden tussen 4 en 14 december 1961.

The New Pittsburgh Courier (6 augustus 1962) noteert het Grassella Oliphant Quartet met vibrafonist Freddie Mcoy in New York’s Birdland van Oscar Goodstein. Een engagement van twee weken werd verlengd naar zes weken. De club haalt zijn naam ter ere van Charlie ‘Bird’ Parker. Denk aan ‘Lullaby of Birdland’, in 1952 geschreven door pianist George Shearing.
In 1962 zong Gloria Lynne in Casino Royal, een bekende jazzclub in Washington, DC in nummer 806 aan de 14th Street NW. Vocalisten als Ella Fitzgerald, Nat King Cole en Dinah Washington traden er ook op. Exacte data vond ik niet in advertenties in Billboard of Cash Box.
JOE KENNEDY JR. (1923-2004)

(5) 1962 – Joe Kennedy Jr. – Accentuate The Positive
Joe Kennedy Jr.-viool, Toots Thielemans-g, Richard Davis-b, Art Davis-b, Joe Kennedy III-d, Grassella Oliphant-d (CAP 923, Consolidated Artists Productions)
Dit album is een postume uitgave in 1998, met opnamen die 36 jaar in de laden bleven. Kennedy was violist bij de Four Strings met Ahmad Jamal, Ray Crawford en bassist Edgar Ellis. In 1949 schreef Down Beat ‘the cleanest violin we’ve ever heard’.
Benny Carter en Joe Kennedy maakten deel uit van een rondreizend internationaal All Star-circuit waarbij de bezetting per festival kon verschillen. Carter en Kennedy speelden op 11 juli 1980 tijdens het North Sea Jazz Festival in Den Haag, ook op 12 en 19 juli 1980 tijdens de Grande Parade du Jazz in Nice. Ook in België ?
Gelukkig heb ik die bijzondere cd. In de hoesnotities: ‘When Toots Thielemans came upon the scene, the harmonica had virtually no weight in jazzcircles’. Hij toerde in Europa in 1950 met Benny Goodman’s Sextet. In 1952 ging hij in de VS wonen als lid van het George Shearing Quintet.
‘Accentuate The Positive’ was in juli 2026 de titel van enkele jazzconcerten in Pittsburgh en New York ter ere van Amerika’s 250e verjaardag.
SHIRLEY SCOTT (1934-2002)

(6) 10 januari 1963 - Shirley Scott – The Soul Is Willing with Stanley Turrentine
Stanley Turrentine-ts, Shirley Scott-org, Major Holley-b, Grassella Oliphant-d (Prestige PRLP 7267, Englewood Cliffs, NJ, studio Rudy Van Gelder, producer Ozzie Cadena)
Tot 1963 was Oliphant de vaste drummer bij Gloria Lynne. Dat Oliphant bij Shirley Scott de drumstoel kreeg zegt veel over zijn reputatie. Na haar breuk met saxofonist Eddie Lockjaw Davis (1922-1986) trouwde Scott in 1961 met Stanley Turrentine. Er kwam in 1971 een echtscheiding.
Nog een bijzonder verhaal. Rond 1995 begon Scott met de vermageringsmedicatie Fen-Phen. Shirley ontwikkelde ernstige hart- en longproblemen waardoor ze moeilijker kon optreden. In februari 2000 kende een jury in een rechtbank van Philadelphia haar een vergoeding toe van 8 miljoen dollar voor medische kosten, gederfde inkomsten en pijn en smarten. De betrokken partijen waren de producent van het product en de arts die het voorschreef. Scott leefde amper nog twee jaar na de uitspraak, want ze overleed op 10 maart 2002.

(7) 15 oktober 1963 – Shirley Scott – Soul Shoutin’
Stanley Turrentine-ts, Shirley Scott-org, Earl May-b, Grassella Oliphant-d (Prestige PRLP 7312, Englewood Cliffs, NJ, studio Rudy Van Gelder, producer Ozzie Cadena)
Soul jazz van de bovenste plank.
GRASSELLA OLIPHANT (1929-2017)

Hij maakte twee uitstekende souljazzplaten die in 2005 samen werden heruitgebracht op Collectables 7657. Oliphant was hiervan niet op de hoogte. Hij zocht zijn rechten op bij de platenfirma, gelukkig kwam hij terecht bij kennissen van de golfclub. Hij was een van de weinige jazzmuzikanten die royalties kregen voor opnamen van 40 jaar geleden. In 2013 zijn beide platen heruitgebracht in Japan door Warner Music (WPCR 27340 en WPCR 27387).

(8) 19 en 20 januari 1965 - Grassella Oliphant Quartet – The Grass Roots
Harold Ousley-ts, Bobby Hutcherson-vib, Ray McKinney-b, Grassella Oliphant-d (Atlantic LP 1438, in NY – supervisie Nesuhi Ertegun)
Deze combo werd gevormd in de herfst van 1964.
(9) 1 maart 1965 – Grassella Oliphant – The Grass Is Greener
Clark Terry-tp, Harold Ousley-ts, Big John Patton-org, Grant Green-g, Major Holley-b, Grassella Oliphant-d (niet alle muzikanten zijn op alle nummers aanwezig) (Atlantic SD 1494)
Met ‘Peaches Are Better Down The Road’ van Clark Terry. ‘Cantaloupe Woman’ is met ‘Cantaloupe Island’ van Herbie Hancock in het achterhoofd. Hancock nam het op voor zijn ‘Empyrean Isles’ van 17 juni 1964, Blue Note. ‘Get Out Of My Life, Woman’ van Allen Toussaint is nummer één van de A-kant. Enkele nummers van dit album zijn gesampled door hip hop producers.

Bij het uitbrengen van ‘The Grass Roots’ titelt The Indianapolis News (1 juli 1965) ‘Oliphant’s Jazz Has The Essence of Steel City’. Een verwijzing naar Pittsburgh vanwege zijn historische staalindustrie.
Down Beat (3 november 1966) vertelt over het concert van 20 augustus 1966 in het Carter Barron Amphiteatre in Washington, DC, Gloria Lynne’s trio met pianist Roland Hanna, Earl May en Grassella Oliphant.
In mei 1967 vonden maandagavondsessies plaats in de Blue Morocco in de Bronx, soms met Frank Foster, Houston Person met Grassella Oliphant. Zangeres Sylvia Vanderpool (1936-2011) opende die hotspot in 1956. Ze was een tijd getrouwd met gitarist Mickey Baker (1925-2012).
In 1967 werd ‘The Grass Is Greener’ uitgebracht, aldus The New York City Jazz Record (mei 2012, nummer 121). Kort hierna verhuist Oliphant van Manhattan naar East Orange, NJ.
Vanaf 1980 verdween hij enkele jaren van de jazzscene. Hij wilde er zijn voor vrouw en kinderen ‘because I’d learned that just doesn’t work with a wife and a family’. Zodra zijn kinderen groot waren ging hij vanaf 2000 weer optreden in het New Jersey gebied.
In de vroege jaren zeventig werkte Grassella in en rond New York als jazzpromotor, boekingsagent en manager. Zijn eerste klant was Ahmad Jamal. Ze waren samen opgegroeid in Pittsburgh. Later waren zijn klanten vooral die met wie hij ooit samenspeelde en uit de entourage van het Thad Jones-Mel Lewis Jazz Orchestra, Clark Terry’s Big Band, Duke Ellington.
Hij regelde een concert voor Duke Ellington’s orkest samen met het New Jersey Symphony.
Oliphant was de eerste jazzpromotor die vanaf juli 1971 jazzartiesten bracht naar het Wolf Trap Farm Park for the Performing Arts in Vienna, Virginia. Dat waren Ahmad Jamal, Billy Taylor, Stanley Turrentine, Irene Reid en Clark Terry.
Tijdelijk runde hij club La Sala in East Orange met het huistrio pianist Hugh Lawson (1935-1997) en bassist Andy McCloud (1948-2010). Oliphant herinnert zich een passage van zangeres Cassandra Wilson (geboren in 1955, overleden op 1 september 2026). Ze was in 1982 verhuisd naar East Orange, omdat haar toenmalige echtgenoot Anthony Wilson werk vond in de administratie van zijn oom Thomas H. Cooke Jr., burgemeester van East Orange. Cassandra Marie Fowlkes trouwde in 1981 met Anthony Wilson en nam ‘Wilson’ aan als artiestennaam. Dat Cassandra in 1981 zou getrouwd zijn met saxofonist Kidd Jordan (1935-2023) blijkt historisch onjuist.
Oliphant ging twintig jaar werken voor de stad Orange. De laatste tien jaar tot 2008 was hij manager van de East Orange Golf Club in Short Hills NJ.
Hij nam de draad weer op toen jazzdrummer Cecil Brooks III hem vroeg om in Cecil’s Jazz Club in West Orange zaterdagnamiddagsessies te leiden. Oliphant trad er op met David Fathead Newman.
Op 10 juni 2007 geeft Oliphant een video-interview voor de NAMM (National Association of Music Merchants) waarin hij vertelt over zijn jeugd en zijn vroege jaren in de jazz. Twee uur lang is hij aan het woord met allerlei anekdoten.
In juli 2009 leidde Oliphant een sextet in Skipper’s Plane Street Pub in Newark.
In 2012 had hij een sextet: ‘If you don’t swing, don’t play with me’ liet Oliphant zich ontvallen. In mei 2012 trad Oliphant op in Dizzy’s Club Coca Cola met Freddie Hendrix-tp, Willie Williams-ts, Bruce Williams-as, Brandon McCune-p, Tom DiCarlo-b.
In dezelfde club nog eens op 2 mei 2017 met een gelijkaardig kwintet.
Op 16 december 2017 overleed Grassella Oliphant in het Overlook Medical Center in Summit, NJ. Zijn vrouw Valerie Terrell uit East Orange overleefde hem, het koppel was getrouwd in 1965. Hij was een trouw stadsambtenaar en manager van het East Orange Golf Course. Zelf was hij een verwoed golfspeler op de velden van de Montclair Golf Club. Hij had drie zonen en een dochter, en elf kleinkinderen. Bijdragen ter vervanging van bloemen mochten gericht worden aan het St. Jude Children’s Research Hospital, Memphis, Tennessee. In een overlijdensbericht uit Bermuda uit 2019 wordt een Valerie Oliphant genoemd, ‘sister of (the) late Grassella’.
De Franse drummer met Algerijnse roots Mourad Benhammou (°1969, Parijs) vertelt dat hij in 2002 voor de eerste keer naar New York trok om vergeten bopdrummers te ontmoeten: Louis Hayes, Walter Perkins en Grassella Oliphant. Hij speelde in Duc des Lombards met Junior Mance (2010) en Cedar Walton (2013). Op 8 en 9 november komt Mourad naar de Brusselse Archiduc met Lew Tabackin en Philippe Aerts. Sinds 2012 begeleidt hij Tabackin voor zijn Europese concerten.
Tekst © Erik Carrette, 17.09.2026
erik.carrette@skynet.be
Speciale dank aan Alan Westby, voormalig bibliotheekmedewerker in Los Angeles die bijzondere informatie toestuurde. Westby schreef een bijzondere studie over Scott Joplin’s Threemonisha uit 1911. Joplin (1867-1917) componeerde in 1902 ‘The Entertainer’, een nummer gebruikt in de film ‘The Sting’, een misdaadkomedie uit 1973 met Paul Newman en Robert Redford in de hoofdrollen.
Ook dank aan Dan Del Fiorentino, ‘Music Historian, NAMM’ uit Carlsbad, CA. Hij zocht in Down Beat, Ruppli’s Capitol Discography, Boston Jazz Chronicles en zo veel meer.
In case you LIKE us, please click here:




Luchthavenvervoer zonder stress
Hotel-Brasserie
Markt 2 - 8820 TORHOUT

Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse

Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée
Philippe Schoonbrood
(24.5.1957-30.5.2020)
foto © Dominique Houcmant

Claude Loxhay
(18.2.1947 – 2.11.2023)
foto © Marie Gilon

Pedro Soler
(8.6.1938 – 3.8.2024)
foto © Jacky Lepage

Sheila Jordan
(18.11.1928 – 11.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Raúl Barboza
(22.5.1938 - 27.8.2025)
foto © Jacky Lepage
Special thanks to our photographers:
Petra Beckers
Ron Beenen
Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte
Serge Braem
Cedric Craps
Luca A. d'Agostino
Christian Deblanc
Philippe De Cleen
Paul De Cloedt
Cindy De Kuyper
Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Palma Fiacco
Anne Fishburn
Federico Garcia
Jeroen Goddemaer
Robert Hansenne
Serge Heimlich
Dominique Houcmant
Stefe Jiroflée
Herman Klaassen
Philippe Klein
Jos L. Knaepen
Tom Leentjes
Hugo Lefèvre
Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Simas Martinonis
Nina Contini Melis
Anne Panther
France Paquay
Francesca Patella
Quentin Perot
Jean-Jacques Pussiau
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten
Louise Stubbe
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Jean-Marie Vandelannoitte
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Maurits van Hout
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden
Jan Vernieuwe
Anders Vranken
Didier Wagner
and to our writers:
Mischa Andriessen
Robin Arends
Marleen Arnouts
Werner Barth
José Bedeur
Henning Bolte
Paul Braem
Erik Carrette
Danny De Bock
Denis Desassis
Jean-Pierre Devresse
Pierre Dulieu
Ferdinand Dupuis-Panther
Federico Garcia
Paul Godderis
Stephen Godsall
Jean-Pierre Goffin
Claudy Jalet
Chris Joris
Bernard Lefèvre
Mathilde Löffler
Claude Loxhay
Ieva Pakalniškytė
Anne Panther
Etienne Payen
Quentin Perot
Jacques Prouvost
Jempi Samyn
Renato Sclaunich
Yves « JB » Tassin
Herman te Loo
Eric Therer
Georges Tonla Briquet
Henri Vandenberghe
Jean-Jacques Vandenbroucke
Peter Van De Vijvere
Iwein Van Malderen
Jan Van Stichel
Olivier Verhelst