Nathalie Loriers: the interview!

Nathalie Loriers is a well-established Belgian pianist, composer and teacher. She has been the pianist in the Brussels Jazz Orchestra since 2002. In this interview she describes her emotional connection with music, her use of meditation, and how her current trio with bassist Philip Aerts and saxophonist Tineke Postma was formed. They were performing at the Belgian Jazz Meeting in Bruges (4-6 September 2015), where Mary James interviewed her:

http://www.londonjazznews.com/2015/09/interview-nathalie-loriers.html

Nederlandse vertaling van het interview:

Nathalie Loriers is als pianist, componist en lesgeefster een gevestigde waarde in België. Ze speelt piano in het Brussels Jazz Orchestra sedert 2002. In dit interview beschrijft ze haar emotionele band met muziek, haar gebruik van meditatie, en hoe haar huidig trio met bassist Philip Aerts en saxofonist Tineke Postma werd gevormd. Ze waren te horen op de Belgian Jazz Meeting in Brugge (4-6 september 2015), waar Mary James haar interviewde:

London Jazz News : Je genoot een klassieke piano opleiding. Wat motiveerde je om over te schakelen op jazz?

Nathalie Loriers : Ik speelde een klassiek werk en op de laatste bladzijde van dit stuk merkte ik enkele maten van Duke Ellington – dit was mijn eerste contact met jazz harmonieën. De harmonische wereld van de jazz sprak me onmiddellijk aan. Als 16 jarige woonde ik een concert bij van Steve Houben en zijn strijkerensemble, en daar werd ik enorm door getroffen. Eens op het Brussels Conservatorium gekomen volgde ik een aantal jazzlessen en leerde ik er improviseren. Jazz was iets dat meer te maken had met mijn eigenheid terwijl je in klassieke muziek meer op je eigen bent. Ik wilde het direct contact met andere musici.

LJN : Hoe omschrijf jij je muziek?

NL : Ik maak melodische, ritmische en lyrische muziek. Harmonie is erg belangrijk voor mij. Ik hou ervan te ontsnappen – ik hou ervan om vrijheid in mijn muziek te vinden, zelfs bij het interpreteren van standards. Mijn muziek is uiteraard het resultaat van mijn emoties.

LJN : Je zegt “uiteraard”, maar er is een theorie dat hedendaagse muziek uit het hoofd komt en minder uit het hart.

NL : Voor mij is het de belangrijkste reden van musiceren. Jazz is intellectueel zeer moeilijke muziek zelfs al is het gemakkelijk om aan te leren. Maar ik raakte er verliefd op. Als ik muziek beluister waarvan ik hou krijg ik een tastbaar gevoel vanbinnen. Het is dezelfde emotie dat ik wil ervaren als ik speel en het is dit gevoel dat ik wil overbrengen op het pubIiek. Ik stop daar natuurlijk veel werk in. Je gebruikt je intellectuele machine maar die wordt op een gegeven moment organisch en vrij, en het is die totale vrijheid waar ik naar streef.

LJN : Wat motiveert je om te componeren?

NL : Compositie en improvisatie zijn voor mij hetzelfde – ze betekenen hetzelfde – het moet mij aangrijpen. Als ik naar om het even welk hedendaags werk luister kan ik zeggen: "Oh die gasten spleen erg goed en ze genieten volledig mijn respect", maar ik zoek naar hetgeen mijn hart beroert en dit is zeldzaam.

LJN : Een van je vroege opnames, uit 1993, was met Lee Konitz. Hoe ging dit?

NL : Ik was zeer jong en ik ontmoette hem nog eens 15 jaar later met het Brussels Jazz Orchestra. Een journalist suggereerde om samen werken – natuurlijk was ik wat bang, maar ik leerde enorm veel bij en zelfs heden denk ik nog veel aan aan deze ontmoeting – hij vertelde een bevriende muzikant dat hij van mijn speelwijze hield en wat graag weer wilde samenspelen. Ik denk dat het mooi zou zijn om deze opname over te doen, nu dat ik meer ervaring heb. Ik zou de muziek op een heel andere manier benaderen.

LJN : Je trio (met Tineke Postma op saxofoon en Philippe Aerts op contrabas) is een niet zo voor de hand liggende combinatie. Wat inspireert je aan deze combinatie?

NL : Het is vooral de sound. Ik hou er natuurlijk van om met een drummer te werken maar zonder drums is er meer ruimte. Ik kan mezelf heel goed horen. Ritmisch bouwen we de groove samen op, zonder de drummer te missen. De sound is verfrissend. In sommige situaties is het moeilijker zonder drums te spelen. Het publiek zegt alles te horen. Zo kan het lage register van de piano niet gehoord worden boven de drums. Maar zonder hoor je alles. De muziek is subtiel. Je moet behoedzaam zijn en terzelfdertijd je laten gaan.

LJN : Was het Gaume Jazz Festival in 2013 de eerste keer dat je met Tineke Postma speelde?

NL : Inderdaad, het was de eerste keer dat we elkaar ontmoetten. De festivaldirecteur Jean-Pierre Bissot lichtte mij in dat het concert op de radio uitgezonden zou worden en ik vroeg hem om het niet uit te zenden indien ik niet tevreden zou zijn met het resultaat. Maar zoals later bleek, was het magisch. Ik beluisterde het en het was prachtig en het resultaat was de cd “Le Peuple Des Silencieux” – het was een ware jazz ervaring – het gebeurde spontaan.

LJN : Een van je albums is "Silent Spring" en je laatste, "Le Peuple des Silencieux", kreeg eveneens het woord “silent” of “silence”. Dat kan toch geen toeval zijn. Wat gebeurde er?

NL : Stilte is belangrijk voor een musicus. Deze albumtitels verwijzen naar de natuur. Mijn laatste, “The Silent People”, gaat over alle levende wezens (dieren, bloemen) die niet kunnen spreken, en zeggen "Stop met wat jullie ons aandoen". Het is een ecologisch statement. En het gaat ook over mensen die stil zijn – mensen die niets kunnen zeggen over wat recent gebeurde – zaken die beslist worden door mensen met geld – maar iedereen ziet wat er aan het gebeuren is.

LJN : Je vermelt oefenen al seen vorm van meditatie – wat bedoel je daarmee?

NL : Ik probeer te mediteren – Enkele jaren geleden beoefende ik yoga. Eerst was ik sceptisch of het wel zou werken, maar uiteindelijk vond ik het interessant. Nu vind ik dat ik door dagelijks te oefenen een staat van ‘non-ego’ bereik – als ik uit mezelf treed – ik concentreer me heel diep, tijd speelt geen rol meer en ik ontspan volledig. Ik kan deze status bereiken telkens ik speel of optreed. Natuurlijk werkt het brein, de controletoren, maar het is precies een knop in mijn hoofd die ik kan uitzetten. En het gebeurt – maar ik weet niet wat er aan de hand is – mijn handen spelen en ik denk “wat is dat?”. Soms is het helemaal niet goed maar ik hou van dit gevoel en hou ervan om het meer en meer te exploreren.

LJN : Waar luister je naar?

NL : Op weg naar hier beluisterde ik “Herbie Hancock Live in New York”. Die muziek is zo vrij en uitzinnig. Hij geeft zijn musici vrijheid. Ik probeer dit eveneens. Ik heb helden die mijn speelwijze beïnvloeden – niet de keuze van de noten – mijn innerlijk zijn. Het is mijn hommage aan hen.

LJN : Wie zijn je helden?

NL : Sommige pianisten spreken me niet aan, ze zijn te technisch. Maar Bill Evans wel, evenals Keith Jarrett, Bobo Stenson, John Taylor en Chick Corea. Ik voel me verbonden met die generatie. Ik luister niet zo heel veel naar de jongere generaties – natuurlijk wel om te weten wat er heden omgaat – maar ik grijp terug naar het verleden voor mijn lesgeven.

LJN : Welke plaat neem je mee naar een onbewoond eiland?

NL : Bill Evans’ “Never Let Me Go” uit het album Alone. Het brengt me aan het wenen. En ik hou ervan om mensen aan het wenen te brengen met mijn muziek. Misschien dat ik morgen een blijere song kies.

Tekst: Mary James - Vertaling: Jos Demol - Foto's: Ferdinand Dupuis-Panther


 Jazz'halo radio by
DJ Ferdinand Dupuis-Panther:

 

Facebook  

Clemens Communications

Jazz Rules Radio

De Werf

VKH Torhout

 

Special thanks to our photographers:

Annie Boedt
Henning Bolte

Cedric Craps
Christian Deblanc

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Jos L. Knaepen
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Geert Vanoverschelde
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke

Jan Vernieuwe

and to our writers:

Robin Arends
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen