John Scofield en Joe Lovano: interview over heden en verleden.

John Scofield en Joe Lovano in Heist-Op-Den-Berg! Beiden vergaten niet om eer te brengen aan Juul (“Djool” zoals John het uitsprak) en zijn club “Hnita Hoeve”, die lang een van de beste van België was. John hierover: “Ik herinner me dat ik de avond doorbracht met het beluisteren van platen, het was na een concert met Dave Liebman!

Dag John, ik denk dat je een laatste keer het podium deelde met Joe bij de toegift van je concert tijdens het Dinant Jazzfestival.

John Scofield: “Inderdaad, Ik was er toen met Mulgrew Miller, Bill Stewart en Scott Colley. Ik speel erg graag met Joe, hij geeft mij een massa energie en ideeën. Ik neem graag op met hem, maar we hebben natuurlijk elk onze eigen carrière.”

Joe Lovano: “Dinant! Hoe zou ik het kunnen vergeten! Ik was zo trots de peetvader te zijn van zo’n fantastisch festival. Ja, John speelde er en ik sloot mij bij hem aan. We werkten diverse keren samen: ik speelde in zijn quartet van 1989 tot 1993 en we namen samen verschillende cd’s op. Sedertdien hadden we onze eigen projecten tot we elkaar in 1999 terug ontmoetten voor het “Scolohofo” project met Al Foster en Dave Holland. Het zou twee jaar duren, maar tussenin had iedereen zijn eigen gigs, want Dave en John hadden hun eigen band en ik had de mijne. Maar toch toerden we heel veel. Ik herinner me een concert tijdens het North Sea Jazz Festival dat écht vonken gaf. Daarna hadden we een lange tournee door Azië. John, Matt Penman, Matt Wilson en mezelf speelden in Singapour, Nieuw Zeeland, Bangkok, Korea, Manilla, een wonderbaarlijke tournee, we kwamen in plaatsen waar voordien nooit geweest waren, het was in 2003 of 2004. En toen ontmoetten we elkaar terug in Dinant.”

Bespeel je de aulochrome vanavond?

Joe Lovano: “François Louis brengt me de aulochrome voor het concert van deze avond. Vorig jaar vierden we Adolphe Sax zijn 200ste verjaardag en ik bracht het instrument deze zomer voor een voorstelling in het MIM (Muziekinstrumentenmuseum) te Brussel. We gingen ook samen naar Parijs om het te tonen aan Selmer. Daarna gaf ik het terug aan François en ik denk dat het sindsdien uitgestald staat in het MIM. Ik had het instrument vijf of zes jaar in mijn bezit en nam er voor het eerst mee op met mijn nonet. Gunther Schuller schreef er de arrangementen voor. Dan nam ik op met “Us Five” en andere groepen, en ik hoop het instrument terug te krijgen om er verder mee te studeren want het heeft enorm veel mogelijkheden: “Itis the first saxophone you can harmonize with.” Iedereen zou het moeten leren kennen. De eerste keer dat ik de aulochrome bespeelde met John was tijdens onze terne in Azië. Iets gebeurde spontaan, ik leerde verschillende zaken te spelen terwijl John’s gitaar de lead had. Ik gebruikte het ook in combinatie met een trio of piano, maar het was heel anders in combinatie met de gitaar. We konden op een prachtige wijze communiceren met de aulochrome.”

Voel je geen frustratie om het instrument terug te moeten geven?

“Dit is inderdaad zo, maar het is het enige exemplaar. François moet het kunnen demonstreren en een geïnteresseerd bedrijf vinden, want het moet niet uitgestald staan in een museum, het moet bespeeld worden! Het moet verder vibreren … Ik heb veel vrienden die het willen ontdekken. James Carter wil erop spelen, maar hij is niet de enige. Ook Dave Liebman en Steve Coleman raakten geïnteresseerd toen ze erop speelden. Iedereen kan zijn eigen speelwijze ontwikkelen want er zijn geen regels vastgelegd. Als je het verstand en de tijd hebt om de aulochrome te exploreren dan ontwikkelt het zich naar ieders ingesteldheid. Ik ben uiterst gelukkig te kunnen bijdragen tot de bekendheid van dit instrument. We zien wel hoe het verder evolueert maar François Louis is een waar genie en de manier waarop hij dit rietblaasinstrument ontwierp is prachtig en het is zeer makkelijk te bespelen. Het is niet zomaar een gadget. Het is waarlijk de nieuwe generatie saxofoon.”

Wanneer ontmoetten jullie elkaar voor de eerste keer? Hoe zien jullie de gezamenlijke evolutie sedertdien?

John Scofield: “We leerden elkaar kennen op Berklee, maar ik herinner me niet meer juist hoe. Ik denk dat ik met enkele vrienden een slecht betaald concertje gaf in een club in Cambridge, Massachusetts, en Joe zat in het publiek (met zijn sax) en vroeg om mee te spelen. Ik denk dat dit in 1972 was. In zekere zin speel ik nog altijd als toen, alleen veel beter! Ik heb veel gewerkt en ben enorm verbeterd. Er zijn natuurlijk veel zaken veranderd maar het is moeilijk uit te leggen; Ik denk dat mijn muziek breder geworden is. De meeste ideeën komen van muziek die je door de jaren heen beluisterde. Echt waar, ik ben alleen maar verbeterd. Het is moeilijk om te componeren maar voor deze groep lukt dit uitzonderlijk goed. Ik schrijf nu ook simpeler muziek in vergelijking met vroeger. Het overtollige wordt overboord gegooid en het enige wat overblijft is de essentie.”

Joe Lovano: “We ontmoetten elkaar inderdaad voor het eerst in Berklee in 1971 of 72, Bill Frisell was er ook, Joey Baron, Kenny Werner, Billy Pierce, … Je evollutie als muzikant en improvisator groeit nog elke dag, elke gig is een bouwsteen van je levensloop, en door hierop voort te bouwen gebeuren er dingen. Als je alle musici ziet waar ik mee samenwerkte, Jack McDuff, Woody Herman’s band, Mel Lewis and Thad Jones, Paul Motian (Bill Frisell speelde samen met mij bij Paul van 1981 tot hij overleed. Dertig jaar met Paul en we namen tenminste 20 verschillende cd’s op). Tegelijkertijd had ik mijn eigen bands en John speelde bij Miles Davis en zoveel andere schitterende ensembles … en het blijft zich verder ontwikkelen. Het duo met Hank Jones was ook speciaal, ik denk in 2003 of 2004. Ik was erbij met de viering van zijn 90ste verjaardag. Het was een zegen om met hem samen te concerteren en op te nemen en het is altijd een zegen om in een multiculturele en een generatie overschrijdende context te spelen. Mijn passie is altijd geweest met die musici te spelen waar ik vroeger al naar luisterde. Ik zat in hun publiek …”

John, schreef jij iets specials voor Joe op je nieuwe cd “Past Present”?

John Scofield: “Het is gek, ik schreef die tunes jaren geleden en ik wilde meer akoestische composities schrijven, andere zaken dan deze voor mijn andere groep Uberjam die meer elektrisch was. Ik wist niet zeker wat ik met die stukken zou aanvangen en op zekere dag dacht ik aan een hoorn waarachter ik akkoorden zou kunnen spelen. Ik dacht dat Joe daar de geknipte figuur voor was.”

Joe Lovano: “Na Dinant, bespraken we om samen iets te doen en John belde me voor zijn eerste Impulse album “Past Present” en we besloten samen te toeren onder de naam “Scofield and Lovano Quartet”, maar aangezien hij alle composities zelf schreef kwam alleen zijn naam erop. We zijn nu aan het toeren en zullen volgend jaar veel concerten geven in de States, o.a. in de Blue Note in New York, in Detroit …

Bill Stewart is eveneens een partner van lange tijd.

John Scofield: “Ten eerste is Bill een briljant musicus, niet alleen als drummer, hij speelt ook piano, hij verstaat muziek en harmonieën, hij weet waar we mee bezig zijn … Jack DeJohnette kan dit eveneens. Bill zit in dezelfde sfeer en hij is in staat te creëren, in harmonie te spelen, hij kan hetzelfde doen en verstaat de muziek. Bij momenten is hij zelfs de beste solist in de band. Ten tweede, hij swingt als gek en zijn timing is perfect. Ik heb de perfecte timing niet. Sommige drummers zitten soms verkeerd, maar nooit bij hem. Hij maakt het mij mogelijk om te spelen! Als we mijn composities spelen verstaat hij de songs onmiddellijk. Sommige drummers zeggen “Oh I have to find the beat”, maar Bill zit er meteen middenin. Soms vind ik niet de juiste manier om iets te spelen, maar Bill kent die wel … I think he is one of the greatest ever on drums.”

Heb speciale contacten met Belgische musici?

John Scofield: “Ik herinner me Jacques Pelzer nog, toen we met Dave Liebman – ik denk dat het in de seventies was - naar Luik kwamen. We hadden een paar dagen vrij en we speelden in Luik met Jacques. Hij kwam ook met ons spelen in een club in Aachen, neen het was Köln, denk ik. De plaats waar ik mijn eerste solo gig ooit had. Il was verschrikkelijk zenuwachtig, maar Jacques kwam en zegde me dat het super was en dat ik hem herinnerde aan René!”

Joe Lovano: ”Jawel, toen ik François Louis voor het eerst ontmoette, in 1991 tijdens een tournee met Bill en Paul. Ik gebruikte zijn mondstukken voor de eerste keer … en ik kwam in contact met veel Belgische musici, Eric Legnini die nu in Parijs woont, en Félix Simtaine, en vorige zomer speelde ik in het zuiden van Frankrijk met Dré Pallemaerts, er zijn zeer creatieve musici in België en ik heb contact met hen … Michel Herr ook: mijn eerste studio opname was met Michel, “Solid Steps” met Bert Joris, Hein Van De Geyn, Dré die toen pas negentien was, ik ben nog altijd trots op deze opname.”

John, wat is de betekenis van “Past Present”?

John Scofield: “Wel, jazz komt uit het verleden, alle goede muziek komt uit het verleden, maar het maakt ook deel uit van het heden, je bent in het heden door wat in het verleden gebeurde; je moet het verleden niet reciteren maar recreëren. Het begrip tijd is vreemd … plus dat ik deze plaat maakte toen mijn zoon ziek was, hij stierf aan kanker, en ik blijf denken, hoe kan hij weg zijn, hij is een deel van mij.”

Een aantal maanden geleden ontdekte ik een ander facet van je muziek “Sco’Mule”.

John Scofield: “Sco Mule is pure rock’ n roll, het is leuk om met “Govt Mule” te spelen, en ook ik stam uit de rock generatie! … Zelfs al ben ik een jazzmuzikant … maar deze werelden zijn niet zo verschillend, roch en jazz, zelfs als we harde rockers en intellectuele jazzfans in gedachten hebben, maar muziek is alleen maar muziek. Alle muziekgenres hebben iets gemeen, klassiek, jazz, rock, indie muziek … voor mij is het een geheel, zeker voor een snarenbespeler. Mijn volgende project is met Bill Stewart en Steve Swallow, een jazz versie van westerse folkmuziek … en volgend jaar toer ik met een project van Brad Mehldau …”

Je toert de hele wereld door, voel je een verschil in publiek van land naar land?

John Scofield: “In verschillende landen, jawel, Ik bedoel dat er verschillende karakters en personaliteiten zijn per nationaliteit. In sommige plaatsen gaat het publiek uit de bol terwijl het in andere clubs gewoon beleefd in de handen klapt, wat niet betekent dat ze de muziek niet kunnen smaken; Het Scandinavisch publiek bestaat uit ernstige mensen maar zij houden van de muziek. In België voelen we een grote respons, de mensen voelen de muziek aan. Respons krijgen maakt een mens immens gelukkig. Maar zoals ik me nu voel ben ik verheugd dat de mensen naar ons komen luisteren.”

Tekst : Jean-Pierre Goffin (vrije vertaling: Jos Demol) - Foto’s : Jos L. Knaepen
Dit interview wordt simultaan geplaatst door LondonJazzNews (UK), Citizen Jazz (Fr), Jazzaround (Be) en Jazz’halo (Be)


 Jazz'halo radio by
DJ Ferdinand Dupuis-Panther:

 

Facebook  

Clemens Communications

Jazz Rules Radio

De Werf

VKH Torhout

 

Special thanks to our photographers:

Henning Bolte
Cedric Craps
Christian Deblanc

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Jos L. Knaepen
Jacky Lepage
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Geert Vanoverschelde
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke

Jan Vernieuwe

and to our writers:

Robin Arends
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Iwein Van Malderen