Canada’s got jazztalent

Canada’s got jazztalent

Various

diversen

De Canadese promomachines zijn heel wat kleinschaliger dan deze van hun zuiderburen maar aan talent en originaliteit ontbreekt het ginder niet. Een kleine “tour d’horizon” in alfabetische volgorde van recente releases waarbij een aantal namen ondertussen hopelijk al wat vertrouwd in de oren klinken.

Ethan Ardelli – The Island Of Form
(Eigen beheer)

Op de hoes prijkt een collage van Michael Poulton, de perfecte weerspiegeling van het muzikale smörgåsbord dat drummer Ethan Ardelli voorschotelt op zijn debuut-cd onder eigen naam. In zijn composities zitten heel wat invloeden en inspiratiebronnen gepropt. Nu eens leidt dit tot kubistische taferelen dan weer tot uiterst gelaagde constructies. De urbanistische cocktail van een grootstad zeg maar. Zijn ervaringen bij onder meer David Virelles en Jane Bunnett heeft hij duidelijk mooi omgebogen in zijn voordeel. Pianist Chris Donnelly, bassist Devon Henderson en altsaxofonist Luis Deniz vormen de gedroomde sparring partners door de continue onderlinge bewegingen van toenaderen en afstoten.

Mocht dit uit New York komen, gingen overal knipperlichten aan.

(www.ethanardelli.com)


Ernesto Cervini’s Turboprop – Abundance
(Anzic)

In deze tijden van overheersend negativisme en neerwaartse spiralen is het een verademing nog eens positieve noten te horen. De Canadese drummer Ernesto Cervini (die naast zijn eigen groepen tevens deel uitmaakt van Myriad3) is dankbaar voor de vele goede dingen die hem omringen, vandaar de titel ‘Abundance’. Hij heeft in elk geval de juiste bevriende muzikanten en dat zijn sinds een tijd Tara Davidson (altsaxofoon, sopraansaxofoon, fluit), Joel Frahm (tenorsaxofoon), William Carn (trombone), Andrean Farrugia (piano) en Dan Loomis (bas).

Gezwind en met panache brengt dit sextet eigen composities van de groepsleden tot leven. Met daarnaast tevens bewerkingen van de standards ‘Smile’ (Charlie Chaplin) en ‘My Shining Hour’ (Harold Arlen). Een bruisende maalstroom van postbop en urgente swing propvol vinnige melodielijnen en kleurrijke arrangementen. Zelfs een vleugje latin ontbreekt niet. De blazerssectie gaat er helemaal voor, strak ondersteund door de drieledige ritmesectie, wat leidt tot de sound van een heuse mini bigband. Absoluut koninginnenstuk is ‘’The Ten Thousand Things’ met imponerende solo’s van bas, tenor en drums. “Époustouflant” zoals ze in Quebec zeggen.

(www.ernestocervini.comwww.anzicrecords.com)


Collective Order – Volume 3
(Eigen beheer)

Een cd opgevat als muziektheater met verschillende thema’s waaronder de wondere wereld die onze planeet herbergt. Er zit tevens een ode bij aan sterke vrouwen evenals een stukje mariachi-jazz en zelfs een link met de Ierse immigratiegolf uit het verre verleden. Parlando stukken wisselen daarbij af met “echte” songs en uiterst flamboyante mutaties van verschillende stijlen. De muzikale omkadering wordt verzorgd door een collectief van eenentwintig muzikanten die in groepen van verschillende bezettingsomvang aantreden. Een gedurfd project van net iets meer dan een uur dat op geen enkel moment vrijblijvend klinkt. Meteen ook een mooi klankbeeld van de muzikale “melting pot” die Toronto momenteel is.

(www.collectiveorderjazz.com)


Lawful Citizen – Internal Combustion
(Eigen beheer)

De groepsnaam is een gewilde referentie naar verboden motorraces en verdoken racetracks uit vervlogen tijden. Evan Shay (tenorsaxofoon), Aimé Duquet (gitaar), Antoine Pelegrin (bas) en Kyle Hutchins (drums) spelen dus open kaart. Dit is geen muziek voor een “afternoon tea”.

De tenorsaxofoon trekt zich in de openingstrack rustig op gang om in het volgende nummer stilaan een kleine stormbeweging te ontketenen helemaal à la Jon Irabagon. Shay & C° hebben duidelijk een voorkeur voor het zwaardere werk. In nummers als ‘Shatter’ en ‘Internal Combustion Suite II’ denken we onvermijdelijk aan Belgische groepen met een internationale bezetting zoals B.O.A.T. en Don Kapot. In schril contrast zijn er dan weer heel open stukken waarvoor het etiket soundscape kan gebruikt worden. Een intrigerend debuut.

(www.evanshay.com)


Jeremy Ledbetter Trio – Got A Light?
(Alma Records)

Een klassiek pianotrio dat op de debuut-cd een drive etaleert gelijk aan deze van de huidige Britse blanke scene, gekoppeld aan de nodige invloeden van E.S.T. maar gelukkig ook met eigen invulling. Zo duikt er al eens een Braziliaans kleurtje op (een gastrolletje is weggelegd voor Eliana Cuevas), ontwaren we een gelijkaardige opbouw als bij Jef Neve en is er een knipoog naar hun landgenoten van The Tragically Hip door deze hun ‘Gift Shop’ te coveren. Allemaal heel vitaal en boordevol adrenaline.

Dat pianist Jeremy Ledbetter (tevens actief bij het latin jazzensemble CaneFire) beroep kan doen op drummer Larnell Lewis (Snarky Puppy) en bassist Rich Brown (Steve Coleman) helpt natuurlijk. Opname en mixing waren in handen van John Bailey die ook al achter de knoppen zat bij het Toronto Jazz Orchestra.

(www.almarecords.comwww.jeremyledbetter.com)


John Pittman – Kinship
(Slammin Media)

Alhoewel dit het debuut is van trompettist John Pittman en zijn kwintet, klinkt het alsof de groep al jaren samenspeelt en opneemt. Niet toevallig luidt de titel van de openingstrack ‘Ties That Bind’. De vijf hebben hun klassiekers uit de jaren zestig goed onder de knie. De dynamiek van de gouden bopjaren sijpelt overal door. In het speelse ‘Homio-Stasis’ lijkt het dan weer of Woody Allen een remake maakte van de soundtrack uit een Jacques Tati-film terwijl in ‘Moray Crossing’ de vijf de boogaloo en souljazz toer op gaan. Met het swingende ‘As’ (Stevie Wonder) en het bluesy ‘Home’ reiken de referenties zelfs tot in New Orleans. Een meer hedendaagse link is de cover van ‘Where Is The Love?’ (Black Eyed Peas).

Kortom, een meeslepende kijk op een aantal hoofdstukken uit de jazzgeschiedenis.

(www.pittmanmusic.com)


Steven Taetz – Drink You In
(Eigen beheer)

Voor fans van crooners als Michael Bublé en Harry Connick jr die tevens nog steeds luisteren naar Fred Astaire en Gene Kelly, is er nu Steven Taetz. De juiste warme stemverbuigingen, een vintage muzikale omkadering, dat exotica-aroma en de geknipte dresscode, alles is er. De man schrijft bovendien zelf teksten met ironisch sensuele ondertoon die perfect passen in dit kader. Aanraders bij voorbaat: de titeltrack en ‘Meet In Montreal’ (gehuld in een fluwelen sfeer door inkleuring met bandoneon en strijkers).

Irrésistible!

(www.steventaetz.com)


Toronto Jazz Orchestra – 20
(TJ)

Twintig jaar bestaat deze bigband ondertussen en dit is de vierde cd. Daarnaast was er onder meer een samenwerking met Kurt Elling en hun ‘Radiohead Jazz Project’. Artistiek directeur Josh Grossman leverde de composities (op een na) en schreef de arrangementen. Alleen al het openingsnummer, waar alle bigband stijlelementen in verweven zitten, loont de moeite. Geen geforceerde of academische stijloefening maar een hecht organisch weefsel. Door de latin touch de ideale soundtrack om te cruisen langs de Malecón Boulevard in Havanna. Indrukwekkend is ook de vierdelige suite ‘4 PN, mvt. I-IV’ (een ode van Grossman aan zijn mentor Phil Nimmons) boordevol wendingen tussen blues, swing en funk. Verder nog een onweerstaanbare versie van ‘Dear Prudence’ (Lennon &McCartney) geënt op Brad Mehldau’s versie ‘Brad’s Prudence’.

(www.thetjo.com)


Harry Vetro – Northern Ranger
(T.Sound Records)

Naar aanleiding van 150 jaar Canada trok de drieëntwintigjarige drummer Harry Vetro door eigen land van oost naar west. Hij zocht daarbij contact met lokale muzikanten en artiesten. Zijn muzikale impressies, inclusief wat veldopnamen, zijn terug te vinden op deze ‘Northern Ranger’. Indrukken van weidse landschappen zijn legio. In dergelijke passages klinkt gitarist Dan Pitt als Bill Frisell die opduikt in een soundtrack van Dimitri Tiomkin. Pianist Noah Franche-Nolan levert een paar korte “études” met Randy Newman-inslag. Lina Allemano (die we ondertussen kennen van haar eigen releases) treedt hier in de voetsporen van Kenny Wheeler.

De titeltrack is dan weer een voorbeeld van epische grandeur. Canada in cinemascope.

(www.harryvetro.com)


Way North – Fearless And Kind
(Eigen beheer)

De cd wordt ingezet met een streepje second line. De muzikanten trekken vervolgens van de ene jazzclub naar de andere. ‘Jelly Roll Morton Medley’, met daarin onder meer ‘Buddy Bolden’s Blues’ en ‘King Porter Stomp’ verwerkt, laat er geen twijfel over bestaan. Rebecca Hennessy (trompet), Petr Cancura (tenorsaxofoon), Michael Herring (bas) en Richie Barshay (drums) hebben hun hart verpand aan New Orleans. Met ‘Fearless And Kind’ word je ondergedompeld in het hart van Bourbon Street en Frenchman Street.

Eindig de luisterbeurt met ‘Lagoon’ en je waant je aan de oevers van de Mississippi bij het ochtendgloren vlakbij de French Market.

(www.waynorthband.com)


© Georges Tonla Briquet


our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée

VKH Torhout

 

Special thanks to our photographers:

Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Jos L. Knaepen
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Jean Schoubs
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke
Karine Vergauwen
Frank Verlinden

Jan Vernieuwe
Anders Vranken


and to our writers:

Robin Arends
Marleen Arnouts
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Mathilde Loffler
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen
Olivier Verhelst