Jazzfestival Sudtirol Altoadige 2017

Het Jazzfestival Sudtirol/Altoadige, viert dit jaar haar 35e editie. De directeur van het festival, de huisarts Klaus Widman, heeft volgens de overlevering de jazz leren kennen tijdens een huisbezoek aan een jazzliefhebber met een enorme collectie lp’s. Het is hem gelukt om het festival uit te bouwen tot een jazzfeest van internationale orde, sinds 2004 is niet alleen de concertzaal, maar vooral het prachtige berglandschap van Zuidtirol zelf het podium. Kosten noch moeite worden gespaard om de artiesten te kunnen etaleren. Een internationaal gezelschap van journalisten wordt in shuttlebusjes rondgereden om de concerten in de verste en slechtst bereikbare uithoeken te kunnen bezoeken, recenseren en fotograferen.  
Waar menig festival zeventig concerten in drie dagen plant, heeft de organisatie in Zuidtirol hetzelfde aantal concerten over tien dagen verspreid. Er kan dus veel gezien en beluisterd worden.
De keuze wordt door de bezoeker niet alleen bepaald door de muziek, maar ook door de fantastische locaties waar de concerten plaatsvinden. Klaus Widman heeft dit jaar de Nederlandse gitarist Reinier Baas tot artist in Residence verkozen. En hij heeft gelijktijdig de Benelux-landen centraal gesteld in de programmering. Jazz’halo was er de eerste drie dagen bij (30 juni t/m 2 juli 2017).


Het festival gaat, in de Bolzano Messe, toepasselijk van start met een uitvoering van Baas’ belangrijkste werk tot nu toe, de North Sea Jazz-compositieopdracht 2015, de jazzopera  Reinier Baas vs Princess Discombobulatrix. Een XL-uitvoering deze keer, want er zijn drie strijkers uitgenodigd om het tragische epos extra luister bij te zetten.


Na het Lament volgt een voor de gelegenheid gecomponeerde toegift, een mini-opera. Het libretto is geschreven in Ladino, een retro-Romaanse bergtaal die in deze streek wordt gesproken. Tussen de instrumentale stukken door draagt de plaatselijke ober Philipp in het Duits en Italiaans, de twee hoofdtalen van de regio, het verhaal voor van prinses Dolasila van de Dolemiten. Sopraan Nora Fischer laat horen dat ze kan putten uit een weergaloos vocaal arsenaal. Gehuld in een sprookjesachtige gelaagde roze prinsessenjurk laat ze horen dat ze ook qua volume prima stand houdt tussen de slagwerksalvo’s van drummer Martijn Vink en de opzwepende blazerspartijen. Baas, die afwisselend de vleugel en de gitaar bespeelt, al of niet in blauwe tovenaarskledij, beweegt op het podium als een vis in het water. De volle zaal beloont de uitvoering met een daverend applaus en de artist in residence bewijst hiermee aan de directeur dat hij twee uur lang de aandacht van het kritische publiek kan vasthouden.


Rope Dance, Light-Footed Music for All and One, een ander compositorisch hoogtepunt uit de hedendaags Nederlandse Jazz wordt een dag later vertolkt door Joris Roelofs en zijn gelegenheidskwintet. De klassiek geschoolde fagottist Bram van Sambeek en contrabassist Clemens van der Feen leggen fijne lijnen onder de erupties van slagwerker Jamie Peet, de virtuoze Roelofs en de niet minder virtuoze Belgische pianist Bram de Looze. Roelofs en van der Feen hadden elkaar al gevonden in de opera van Baas, de samenwerking met Jamie Peet is echter vrij pril, maar blijkt een schot in de roos.  
De componist van het door Nietzsche geïnspireerde stuk is naast rietblazer ook filosoof en hij verwoordt zijn overdenkingen zowel mondeling als in de vorm van een op groot scherm geprojecteerde citaten van de auteur van Also Sprach Zarathustra. Deze elementen leiden echter geenszins de aandacht af van de muziek. Integendeel, ze versterken het begrip ervan. De toehoorders zijn getuige van een muzikale lezing over eenzaamheid, het menselijk tekort, een getoonzette tekening van het sociale wezen dat zich evolutionair gezien bevindt tussen het dier en de Übermensch.
Evenals de opera van Baas heeft het symfonische gedicht van Roelofs een fatale afloop en eindigt deze in mineur. Het publiek dwingt een toegift af, en na een tweede adagio verlaat het tevreden de zaal van het museum voor moderne kunst, op weg naar een van de concerten in het Zuid-Tiroler hoogland.

Het adaptief vermogen van Joris Roelofs blijkt overigens ook uitstekend tijdens het optreden van Francesco Diodati XL. Hij speelt prachtige lijnen synchroonspel met de bandleider en maakt als enige Nederlander in deze groep musici zijn internationale faam meer dan waar, zoals een dag later altsaxofonist Ben van Gelder zal doen in Diodati’s huisband Yellow Squeeds.


De gitarist, tevens lid van het vaste kwartet van trompettist Enrico Rava, houdt in zijn composities voldoende ruimte voor ieder lid van zijn ensemble. Of het nu om een drumpartij gaat van de Franse slagwerker Guilhem Flauzat of een onderonsje tussen trombonist Filippo Vignato en Roelofs, dan wel een expansieve solo van pianist Elias Stemeseder. Tussen de partijen door bewijst de ongekroonde gitaarprins van Italië met zijn overdachte, bijtijds vlijmscherpe, dan weer dromerige gitaarspel dat hij het hele jazzgitaaridioom beheerst, maar hij waakt ervoor in de valkuil van de imitatie te trappen. Diodati vertolkt voornamelijk zichzelf.

Het tweede en derde concert door Reinier Baas vindt plaats in de kloostertuin van Neustift, een van de vele idyllische plekken die de regio rijk is. Baas staat op het podium met trombonist Filippo Vignato, tubaist Glauco Benedetti, trompettist Natanael Ramos García en hoornist Romain Bly. Met deze twee Italianen, een Spanjaard en een Fransman heeft de gitarist topkoks gevonden voor een subliem gerecht. Maar aanwezigheid van topkoks garandeert nog geen haute cuisine. De kwaliteit van de ingrediënten is eveneens van belang. Het duurt Baas deze keer even voordat hij zijn draai weet te vinden. De iele gitaarklanken van Baas komen ternauwernood uit boven het blaasgeweld.


De gitarist komt beter tot zijn recht in de volgende setting met Nora Fischer en de hoornist uit voornoemde blaasensemble dat zich in verschillende bezettingen waagt aan werk van o.a. Monteverdi, Ravel en Messiaen. De stemkwaliteiten van Fischer worden nog eens fijntjes bewezen tijdens een van de twee toegiften waarin ze haar solo-chanson voorziet van een begeleidingslijn voor mezzosopraan.

Een dag later staan er bij de kenmerkende Tiroler Gasthöfe op ruim twee kilometer hoogte drie concerten gepland, waarvan er twee alleen met een landrover, mountainbike of te voet zijn te bereiken. Ook de artist in residence is weer present. Clemens van der Feen en Bram Sambeek bijten op het hoogste van de drie punten het spits af met een klassieke uitvoering voor fagot en contrabas. Van der Feen tracteert het Spritz, wijn en bier drinkende, apfelstrudel, brood met worst etende publiek op een solo-uitvoering van Colemans Lonely Woman en een bluesnummer van Mahalia Jackson, terwijl Sambeek zijn voorliefde voor klassieke muziek en metal combineert in een solopartita van Bach en Metallica. De kwaliteiten van het duo spreken ogenblikkelijk in het oog. Sambeek heeft pas onlangs zijn eerste schreden gezet op het pad van de jazz, maar weet zich hier moeiteloos te handhaven.


Een Gasthof, een plateau lager, staan Ben van Gelder en Reinier Baas klaar om onder een luifel een duo te doen. De twee zijn duidelijk aan elkaar gewaagd en Baas speelt hoorbaar meer op zijn gemak dan tijdens het optreden met het blaasensemble. Dat geldt ook voor het optreden bij het laagst gelegen Almgasthof Ütia de Börz, een gasthuis op 2006 meter hoogte, waar Van der Feen, van Gelder en Baas terzijde staat en bijdraagt aan een prachtig triogeluid. Helaas begint het op het hoogtepunt van het concert net te regenen en dat is funest voor een uitvoering in de open lucht. Baas grapt dat het voelt alsof hij zich bevindt op het zinkende schip de Titanic. Gelukkig brengen het trio en het publiek het er nu wel heelhuids van af.


Er is nog meer ruimte voor humor. Op de zaterdagavond staat een kwartet genaamd Kuhnfu op de Obstmarket, in het hart van het uitgaanscentrum van Bolzano, een plek die zich meer leent voor feest en dans dan voor al te serieuze muziek. Dat heeft de in Berlijn woonachtige gitarist Achim Kühn uitstekend begrepen. Met nummers als The Dark Side of James Last grijpt hij de aandacht van de passerende jongeren en krijgt het regelmatig voor elkaar ze een nummer of twee te laten toeluisteren en dansen. Tussen de bedrijven door strooit de Duitser lachwekkende anekdotes uit de mouw over Zwitserse horlogemakers, moeilijke relaties en het gebrek aan sex-appeal bij de bandleden. Het drumspel van de Servische drummer Lav Kovac is werkelijk explosief en zou bij een heavy metalband niet misstaan. De Israëlische basklarinettist Ziv Taubenfeld maakt met zijn brommende en soms piepende uithalen een fijne verbinding tussen de gitarist en de contrabassist, hetgeen leidt tot een hecht groepsgeluid.

Het festival duurt nog tot en met 9 juli. Wie graag een vakantie wil combineren met innovatieve muziek doet er goed aan nu snel het vliegtuig te pakken richting Bolzano. Onder andere saxofonist Manuel Hermia, toetsenist Jozef Dumoulin, slagwerker Teun Verbruggen, de Frans/ Italiaanse gitarist Federico Casagrande en de Belgische bands De Beren Gieren, Jazz Labs en Carate Urio staan de komende dagen nog op het programma.

http://www.suedtiroljazzfestival.com/

Tekst © Robin Arends


 Jazz'halo radio by
DJ Ferdinand Dupuis-Panther:

 

Facebook  

Clemens Communications

Jazz Rules Radio

De Werf

VKH Torhout

 

Special thanks to our photographers:

Henning Bolte
Cedric Craps
Christian Deblanc

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Jos L. Knaepen
Jacky Lepage
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Geert Vanoverschelde
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke

Jan Vernieuwe

and to our writers:

Robin Arends
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Iwein Van Malderen