Fundament verraste in haar beweeglijke uitwerking die uitmuntte in beheersing.

Fundament, Laureaat Jazzcoproductie JazzLab Series, gezien in Mechelen 6 mei 2017, i.s.m. NONA

Peter Jacquemyn, concept en contrabas; Eric Sleichim, tubax; Yannick Peeters, Kristof Roseeuw, Lode Leire, Pieter Lenaerts, contrabassen; Jan Pillaert, Carl-Ludwich Hübsch, bastuba’s; Gregoire Tirtiaux en Mathieu Lilin, baritonsaxen, Peter Verdonck, bassax; Matthias Muche, trombone

Natuurlijk kon dit project niet anders dan bijzonder worden. Met een arsenaal van 5 contrabassen, 2 bastuba’s, 2 baritonsaxen, een bassax, een tubax en een trombone zag het er naar uit dat de voorstelling van Fundament een overweldigend gebeuren zou worden, dat waarschijnlijk trillingen in de buik teweeg zou brengen. De productie verraste in haar beweeglijke uitwerking die uitmuntte in beheersing.

Om het verrassingseffect een maximale kans op impact te laten, was het voor de première nog makkelijk om er op voorhand weinig over te lezen of te zien. Na 4 voorstellingen werd dat voor de dagelijkse facebookgebruiker al moeilijk. Foto’s en filmpjes doken op met indrukwekkende en intrigerende beelden en geluiden. Beweging bleek een sleutelwoord.

Bassist, beeldhouwer, tekenaar en performer Peter Jacquemyn werkte met Fundament een heuse choreografie uit. In Mechelen was die te zien in de kerk van het Cultuurcentrum, voor de foto’s misschien niet de meest fotogenieke en voor de akoestiek misschien niet de meest dankbare, maar ontgoochelen deed de première allerminst.


We zagen een vloer met 12 instrumenten, waarachter de 12 muzikanten op een rij gingen staan. Uit die rij trad eerst Peter Jacquemyn die naar zijn contrabas stapte en die opnam. Hij haalde er alvast een eerste klank uit en begon met zijn instrument te wandelen. De ene na de andere muzikant deed dat, ging soms even ergens stilstaan en gaandeweg begon een soort van lange, hedendaagse suite – een uit het universum van Peter Jacquemyn. Ogen en oren van het publiek kregen flink de kost, want de losse elementen die eerst kriskras door elkaar liepen, gingen zich verenigen in uiteenlopende bewegingen. Zij zochten elkaar op om in verschillende formaties muzikale patronen uit te tekenen. Diepe klanken werden samengebracht en zowel met als tegenover elkaar uitgespeeld.


Zo kwamen de snaarinstrumenten letterlijk tegenover de blazers te staan, liepen muzikanten van het ene kamp over naar het andere en leken sociologische vormenanalyses samen te gaan met muzikale creativiteit. Er was plaats voor dyades die in samenstelling wisselden en een krachtige spiegelopstelling toen de 2 bastuba’s met de kelken tegenover elkaar kwamen te zitten, op een vingerdikte afstand. Omdat de instrumenten nooit lang op dezelfde positie vertoefden, speelde afstand ook een rol in het geheel van de klanken. Muzikanten zochten niet alleen elkaar of de hoeken van de speelruimte op, maar ook de voorste rij van het publiek. Jacquemyn leidde meestal de dans, maar in een fase mocht  trombonist Matthias Muche spelverdeler zijn.


Eenvoudige melodietjes kwamen er niet aan te pas, wel was er soms een harmonisch geheel en op andere momenten raakte alles uit balans. Het fundament van de bassen kon stevig zijn als verhard cement, maar in feite bleef de brei soepel en doken wisselende vormen op. De opeenvolgingen kwamen de een na de ander uitgedokterd over. Is de kunstenaar ook niet zijn eigen beste dokter en therapeut, als hij kan scheppen en de juiste mensen in zijn leven een plaats hebben? Hier zagen we alleszins een uitzonderlijk resultaat van een uniek scheppingsproces, dat heel goed gecast is met concerten in kerkgebouwen, tussen hemel en hel, aards en onaards, spiritueel en materieel. Zoals te verwachten was, kwam daar ook zang aan te pas. Heel vertrouwd moet je niet zijn met het werk van Jacquemyn om hem te associëren met bezwerende keelklanken die aan Tibetaanse monniken doen denken. Hier verwerkte hij dat element in een ronddraaiend ensemble, waarbij de hele band tegen elkaar aangeschikt meedraaide…

Bijna naar het slot toe kwam de chaotische en drukke wall of sound er van, die zoveel instrumenten samen kunnen opzetten. De liefde voor free jazz en improvisatie kwam in menige passage aan bod, maar vooral was er in de voorstelling sprake van afgemeten of weloverwogen sculpturen maken met beeld en klank, met een groep die aan eenzelfde zeel trok. Dit fundament van bassen was zo beheerst bruut en ongezien subtiel tegelijk dat ik wou dat ik het al opnieuw gaan zien was.


Tekst © Danny De Bock, 15/05/2017
Foto's © Geert Vandepoeklle

Deze recensie verschijnt ook op draaiomjeoren.com


 Jazz'halo radio by
DJ Ferdinand Dupuis-Panther:

 

Facebook  

Clemens Communications

Jazz Rules Radio

De Werf

VKH Torhout

 

Special thanks to our photographers:

Henning Bolte
Cedric Craps
Christian Deblanc

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Jos L. Knaepen
Jacky Lepage
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Geert Vanoverschelde
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke

Jan Vernieuwe

and to our writers:

Robin Arends
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen