Rembrandt Frerichs over zijn nieuwste trio-album The Contemporary Fortepiano


De Nederlandse componist/pianist Rembrandt Frerichs is anno 2018 niet weg te denken uit het muziekmilieu. Hij is actief in verschillende projecten en speelde dit jaar een showcase op de Bremense muziekbeurs Jazzahead, samen met Hermine Deurloo. De verslaggever van Jazz’halo liep hem tegen het lijf en greep deze gelegenheid aan om hem te spreken over zijn nieuwste trio-album The Contemporary Fortepiano.



© Mark Engelen



Vertel eens over de fortepiano waar je tegenwoordig op speelt.

Het instrument is door een Belg gebouwd (Chris Maene n.v.d.r.) naar een kopie van de piano die bij Mozart thuis stond. Het idee voor deze instrumenten is ontstaan bij mijn slagwerker Vinsent Planjer. We delen een gedegen jazzliefde, maar we hebben ook nauw samengewerkt met mensen uit het Midden-Oosten. De moderne vleugel, de Steinway, combineert niet goed met de Perzische Târ of de Kamancheh.

Wat me stoort op evenementen als Jazzahead! is de -zoals ik het noem- Starbucksifisering van de piano. We zitten nu in Duitsland, het land van een aantal fantastische pianobouwers en al die ondernemingen zijn, conform het Starbucksconcept, overgenomen door steeds grotere bedrijven. Waar je ook komt, je treft overal wel een Yamaha. En ze lijken allemaal op elkaar. Ik heb afgelopen jaar gespeeld in Taiwan, Japan,  Indonesië en Londen, en in elke zaal tref ik dezelfde soort Yamaha aan met datzelfde, spijkerige lelijke geluid!

En dan ga je verder kijken, en dan kom je bij de fortepiano uit?

Ja, het heeft wel even geduurd. Ik bespeel het instrument nu een jaar of zes. Het instrument kende ik van de historische uitvoeringspraktijk. Ik kende het eigenlijk alleen van naam. Ik heb het vervolgens beluisterd en toen ben ik enkele bevriende collega’s gaan bellen en op onderzoek uitgegaan: hoe klinken die instrumenten? Hoe bespeel je ze?

Een fortepiano klinkt heel anders dan een moderne vleugel. Er zitten geen hamertjes, maar leertjes in. De toetsen gaan mechanisch niet zo diep als op een moderne vleugel. Het speelt als een klavecimbel. Het is heel kort en percussief. Je moet gebruik maken van je vingertechniek. Je kunt dus niet - zoals op een moderne vleugel- met gewicht komen. Langgerekte arpeggio’s spelen gaat ook, voor mij, wat lastiger.

Voordeel is dat je relatief makkelijk kunt verstemmen in Arabische ladders.  Op mijn nieuwste album staat het nummer Maqam Bayati, dat in een Arabische ladder is gestemd. Als je het hoort kun je je nauwelijks voorstellen dat het op een piano is gespeeld. (Frerichs wijst op de foto op de cd-hoes naar de fortepiano): Zoals je ziet zit er geen gietijzeren frame in, dat is pas ongeveer vijftig jaar later uitgevonden. Het instrument heeft veel dunnere snaren dan de vleugel, dus ook die stempennen zijn dun en dat maakt het stemmen vrij eenvoudig.

Het spelen van standards op dit instrument is vrij lastig, maar Tristano-achtige dingen werken wel als een speer. Lennie Tristano speelt vaak onderin heel abstracte lijnen. Mensen in de historische uitvoeringspraktijk benutten juist dit register. Als je sommige passages van Beethoven speelt dan wordt dat op een Steinway een grote brij, maar op dit instrument hier hoor je iedere noot afzonderlijk.


Hoe is nu de interactie met je trioleden?

De eerste repetities vijf jaar geleden hebben we gedaan met fortepiano en normale jazzritmesectie totdat Tony Overwater zei: “ik vind nu mijn contrabas ook te hard worden.” Hij werd dus meegesleurd in die stroom. Hij is vervolgens op onderzoek uitgegaan en zo kwam hij uit op de violone, de basversie van de viola da gamba. Tony heeft nu zes snaren. Hij kan veel hoger nu en ook zijn laagste snaren zijn nog een octaaf hoger dan de contrabas. Hij is melodischer, dus veel wendbaarder dan de contrabas, ook in het strijken. En vervolgens was het Vinsent die te hard klonk met zijn drumkit. Hij is een nieuw drumstel gaan bouwen. Als we op tour waren, nam hij dingen mee, in India, Taiwan, uit China en Turkije, overal waar we geweest zijn heeft hij wel iets meegenomen voor zijn instrument.

En later hebben we een harmonium uit 1860 gevonden in een kringloopwinkeltje in Naarden.

De partijen die je op het album hoort zijn niet gedubt, maar speel ik gelijktijdig op het harmonium en de pianoforte. Je krijgt bijna een analoog synthesizergevoel.

Je hebt het instrument pas 5 jaar geleden voor het eerst bespeeld. De composities, die zijn deels van jou, deels van Tony, een nummer van Herbie Hancock. Hoe componeer je voor deze samenstelling?

Ik componeer al een tijdje ook voor wat grotere groepen: Holland Baroque, Het Nederlands kamerorkest. Ben nu in gesprek voor het orkest van de achttiende eeuw, voor de cellobiennale en  YoYo Ma, het residentieorkest. In juni gaat er in het Amsterdamse Concertgebouw een stuk van mij in première dat ik schreef voor Liza Ferschtman en Mahan Estfahani, een Amerikaans-Perziche klavecinist.

Met mijn huidige project is het comfortabel dat ik zelf kan spelen. Het leuke is dat ik daardoor direct weet wie het gaat doen en dat ik zelf ook de performer ben. Ik kan dan dingen open laten en tijdens het spelen verzinnen we er wel wat op.

En daar ga je dan de podia mee op.

Ja, dat hebben we afgelopen jaren al vaker gedaan. Het is voor ons eigenlijk ook de afsluiting van een langdurige researchperiode omdat we hier toch al zes jaar mee bezig zijn.

We hebben best wel lang gewacht met dit op te nemen omdat we ook de tijd nodig hadden. Dat instrument bespelen is zo anders. Je kunt geen vijfstemmige jazzharmonieën spelen en die dan laten liggen, ruimte creëren lukt ook niet.

Technisch gezien was het een echte uitdaging. Ik schrok heel erg dat ik in een interview met Ronald Brautigam, een van onze beste pianisten, las dat hij een week de tijd neemt tussen een Steinwayconcert en een fortepianoconcert. Hij is technisch gezien een ongelooflijke pianist.


© Rolf Schoelkopf


Maar jij gunt jezelf minder tijd tussen die twee instrumenten. En hoe voelt het nu?

Na die vijf jaar oefening voelt het prettiger. Ik heb thuis een mooie Steinway staan. Als ik daar op componeer weet ik wel of ik iets ook op fortepiano kan spelen.

Maar het is wel een flinke struggle geweest. Het is ook niet voor niets dat mensen uit de historische uitvoeringspraktijk zich specialiseren. Sommige pianisten voeren alleen maar Mozart uit of Haydn of Beethoven op de Walter. Het origineel van mijn instrument dateert uit 1790.

Alle artiesten hebben unieke sounds, maar binnen de jazzsector zie je dat een aantal dingen toch ook erg orthodox zijn. Dat heeft ook een reden. Bepaalde instrumenten werken gewoon lekker voor jazz.

Het is nu de tweede keer dat ik een showcase op Jazzahead! doe. De eerste keer was met mijn groep Levantasy met Israelische hoboïst Yoram Lachish in 2012. Er is een reden voor dat Charlie Parker geen hobo speelde. We zijn sectorbreed erg conservatief in onze instrumentkeuze. Saxofoon, trompet, piano, eventueel trombone en ritmesectie.

Wij doen met ons project een appèl aan zalen en podia. De fortepiano is cultureel erfgoed en biedt een mooie mogelijkheid om ook met andere klanken te experimenteren.


Ja, en zo kent de Amerikaanse uitvoeringspraktijk weer andere instrumenten.

Er staan weinig fortepiano’s in de VS. Ik moet ook zeggen dat ik er erg veel mazzel heb gehad dat Nederland een van de drie landen is met een nationaal muziekinstrumentenfonds. Die hebben hem voor mij laten bouwen à 40.000 euro.

De fortepianobouwers zitten in een bepaalde emancipatiegolf. Dit had dertig jaar geleden niet gekund. Toen had je kleinere ateliers die ongeveer een piano per jaar maakten die nog veel duurder was. Deze Vlaamse bouwer, Chris Maene, heeft dit instrument eigenhandig voor mij gebouwd. Hij bouwt er momenteel drie per jaar.

Mijn instrument is een kopie van een Anton Walterinstrument. Het is identiek aan het instrument dat Mozart ook thuis geleverd kreeg. Mozarts instrument hebben ze door de scanner gehaald met een infraroodscanner en die hebben ze vervolgens nauwkeurig nagebouwd. In 1777 werd er in Wenen aan de deur geklopt van: “Hier is uw piano” en hetzelfde gebeurde in 2014 in Den Haag. Precies hetzelfde instrument. Een directe link met zo’n gigant uit de muziekwereld.

Dat klinkt geweldig. Hoe ga je er mee op tournee?

Op onze concertagenda tref je ongeveer 25 % aan optredens met dit instrument. We hebben mijn fortepiano wel eens naar Londen laten vervoeren door onze transporteur. Maar als we in Iran spelen of andere verre buitenlanden, dan moeten we op zoek naar een aanwezige fortepiano, of naar een standaardinstrument. In China staat er geen. In Japan staan er een paar.

Ik ben niet anti-Steinway natuurlijk, verre van, maar ik ben wel voorstander van een bepaalde pianodiversiteit.

Wat betreft de Benelux: we hebben een transporteur, die ook voor het Festival voor de Oude Muziek rijdt en de Bachvereniging, voor Ton Koopman. Ik zou het ook zelf kunnen doen, maar dat is een enorm gedoe. Het ding optillen, kantelen, op een hondje, steeds weer opnieuw stemmen. Soms twee keer voor een optreden. Bij het Concertgebouw wordt dat voor mij gedaan, maar in jazzclubs is de infrastructuur niet zoals in de klassieke podia, dan moet ik hem soms zelf bijstemmen. Het is maar goed dat ik dat van tevoren niet wist.

Interview © Robin Arends


our partners:

Clemens Communications


Silvère Mansis
(10.9.1944 - 22.4.2018)
foto © Dirck Brysse


Rik Bevernage
(19.4.1954 - 6.3.2018)
foto © Stefe Jiroflée

VKH Torhout

 

Special thanks to our photographers:

Annie Boedt
Klaas Boelen
Henning Bolte

Serge Braem
Cedric Craps
Christian Deblanc
Cindy De Kuyper

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Jos L. Knaepen
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Olivier Lestoquoit
Eric Malfait
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Jef Vandebroek
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Donata van de Ven
Harry van Kesteren
Geert Vanoverschelde
Roger Vantilt
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke

Jan Vernieuwe

and to our writers:

Robin Arends
Marleen Arnouts
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen