Airelle Besson, Grande dame van de jazztrompet in Frankrijk

Trompettist/bandleader/dirigent/componiste Airelle Besson werd pas gelauwerd als “Franse musicienne van 2014” en ontving tevens de Django Reinhardt-Prijs.

Vrouwelijke trompettisten zijn zeldzaam in de jazzwereld. Het Noord-Amerikaanse continent telt er enkele: Ingrid Jensen, Ellen Seeling, Leala Cyr (dé ontdekking aan de zijde van Esperanza Spalding), de “voorouder” Valaida Snow of ook nog de betreurde Laurie Frink (“trompet moeder” van o.a. Dave Douglas, Takuya Kuroda, Ambrose Akinmusire). Spanje heeft de piepjonge Andrea Motis … Airelle Besson is de Franse uitzondering.

Genereus met haar tijd, stond zij Sandie Safont (citizenjazz) een lang onderhoud toe op 18 februari 2015.

- Als vrouwelijk trompettist in Frankrijk lijk je een “rariteit”. Hoe verklaar je dit?

Het is erg moeilijk deze vraag te beantwoorden want ook ik begrijp niet waarom er niet meer jonge vrouwen geïnteresseerd zijn in de trompet of andere blaasinstrumenten die dikwijls als meer “mannelijk” omschreven worden. Persoonlijk zie ik die instrumenten uiteraard niet zo.

- Zou dit mannelijk imago te wijten kunnen zijn aan de lange traditie van militaire fanfares in Frankrijk?

Ja, zeker … maar slechts gedeeltelijk.

- Of zou het kunnen zijn dat de trompet gewoon een instrument is dat moeilijker te bespelen is door vrouwen?

Tot op een zeker punt klopt dit. De trompet vereist een perfecte beheersing, een extreme regelmaat van oefenen en een fysieke conditie zoals bij operazangers. Deze zeer bindende parameters maken deel uit van ons dagelijks leven. De eerste jaren van studie zijn uiterst moeilijk. Het vraagt tijd voor je een mooie sound krijgt. Dus, voor het plezant slaat bij velen de ontmoediging toe.

- Was de trompet 'liefde op het eerste gehoor' of kwam de goesting er maar met de tijd? Werd je anders bekeken door je leeftijdsgenoten in de muziekschool? Stelde dit je in de gelegenheid om je zelf van hen te onderscheiden?

Al sedert mijn vier jaar wilde ik trompet spelen. Ik weet niet juist waarom. Hoe en vanwaar die drang kwam is mij onbekend. Ik was altijd het enige meisje in de lessen klassieke trompet, en hetzelfde deed zich voor toen ik als elf- of twaalfjarige met jazz begon. De enige andere meisjes waren de zangeressen. Toch voelde ik me nooit anders. Geslacht maakte voor mij niets uit bij het musiceren, trouwens nog altijd niet.

- In juni 2014 werd je de eerste vrouwelijke artieste die met het festival Jazz sous les Pommiers (Coutances) samenwerkt voor een periode van twee jaar. Is dit de kans om het jonge vrouwelijk publiek te sensibiliseren voor de blaasinstrumenten tijdens je pedagogisch werk?

Inderdaad, daar doe ik alles voor. Het is al het geval in een van de klassen in ‘L’orchestre des Ecoles’. Het was zo hartverwarmend deze meisjes bezig te zien op trombone!

- L’Académie du Jazz kende je zopas de prestigieuze Django Reinhardt-Prijs toe en honoreerde je als "musicienne van het jaar 2014". Voel je dat je een rol moet spelen als "vrouwelijke ambassadeur" van de Franse jazz?

Het was een complete verrassing (ik kon het niet meteen vatten) en een zeer emotioneel moment. De prijs leverde me al veel extra boekingen op. Dit jaar ben ik tevens de rode draad tussen het Pestacles Festival, Paris Jazz Festival en ‘Classique au Vert’. Het zou een extra druk creëren maar ik hou beide voeten op de grond en blijf gefocust. Ik ben het beroep zeer dankbaar en deze erkenning is een stimulans om mijn ingeslagen pad verder te volgen.

- Vorig jaar debuteerde je als dirigent bij l’Orchestre des Gardiens de la Paix. Ook hier weer : vrouwelijke dirigenten zijn zeer zeldzaam. We kennen Carla Bley en Maria Schneider, maar in Frankrijk kunnen we niet zo vlug iemand opnoemen?

Vrouwelijke koorleiders zijn talrijker maar ook voor de orkesten verbetert het beetje bij beetje. Ik ken de muziek van Maria Schneider erg goed. Ik bestudeerde ze en maakte er transcripties van. Ik hou erg veel van haar werk. Haar muziek en orkestleiding bevat een zekere zachtheid, zeer etherisch, maar niet altijd. Ze schrijft ook harde en aangrijpende stukken.

Ik had het grote geluk om enkele jaren geleden aan de zijde van Carla Bley te spelen als lid van Charlie Hadens Liberation Music Orchestra. Er was een mooie uitwisseling van ideeën tussen ons en in 2013 ontmoetten we elkaar terug in Londen t.g.v. het programma “Take Five Europe”.
Als muzikant wil ik me echter met niemand identificeren. Ik bewonder Carla en Maria voor hun bijdrage aan de muziek. Het is echter niet zo dat zij hun vrouw-zijn laten gelden en daar hou ik juist van. Een aantal jaren geleden waren vrouwelijke instrumentalisten een nieuw fenomeen, vooral in Frankrijk, en men wilde dit wat als verkoopsargument gebruiken. Hier ben ik nooit in meegegaan. Of het nu een mannelijke of een vrouwelijke muzikant is, het is de muziek die mij interesseert.
De opleiding voor dirigent die ik de laatste vier jaren heb gevolgd had vooral tot doel om mijn muzikale kennis en opvoeding te verruimen. Ik heb niet het gekke verlangen om een klassiek werk te dirigeren.
Dat vereist een beheersing van het vak die ik nog niet heb, ook al slaagde ik erin om in de eerste zes maanden van mijn vorming Haydn’s Londense symfonieën zonder partituur te dirigeren. Daarna dirigeerde ik de eerste twee symfonieën van Beethoven … een ervaring van een enorme rijkdom die me in staat stelde om Loulou van Pabst te dirigeren met l’Orchestre National de Lyon. Denis Lebas, mijn mentor in Coutances, zou mij zeer graag in die richting zien evolueren. Ik ook, maar we zien wel.

- Zou je in Frankrijk een festival willen naar het model van het Mary Lou Williams Women in Jazz Festival (Washington, DC)?

Leuk dat je dit aanhaalt. Ik nam er nog aan deel toen ik tijdens mijn studies aan het conservatorium van Parijs lid was van Sisters in Jazz, een hulpprogramma van de International Association of Jazz Education (IAJE) in 2000/2001. Ik werd geselecteerd voor dit sextet waarin o.a. drummer Kimberly Thomson (die nu bij Beyoncé speelt) en we traden op in New York, Washington en op tal van belangrijke Europese festivals. Ik hou er de beste herinneringen aan over: een uitzonderlijk avontuur. Toch denk ik niet dat het een goed idee is om een gelijkaardig festival te organiseren in Frankrijk. Zoals ik je al eerder zegde hou ik niet van classificaties. Het belangrijkste is de muziek. Het feit dat ik een van de weinige vrouwelijke trompettisten ben is uiteraard wel een extra aantrekkingspunt voor sommige organisatoren. Het is goed ervoor open te staan maar het mag nooit het enige criterium zijn waarop de keuze gemaakt wordt.

- Onlangs vormde je het Airelle Besson Quartet met de Zweedse (zeer etherisch zingende) vocaliste Isabel Sörling. Is dit voor jou een manier om een evenwicht te vinden tussen zekere sonore texturen?

Er is niets aangrijpender en diepgaander dan de menselijke stem ! Ik had dit project nooit kunnen ontwikkelen zonder vocale aanwezigheid en ik deed er twee jaar over om de geschikte zangeres te vinden. Ik wilde iemand die zowel kon improviseren als teksten vertolken op een eerder ‘pop’ manier en dat beheerst Isabel perfect. Ze heeft een eerder luchtige sound die uitstekend matcht met mijn geluid. Ze heeft een uitgebreid bereik en een zeer rijk en expressief palet dat wat aanleunt bij de hedendaagse muziek.

Dit interview wordt simultaan geplaatst door LondonJazzNews (UK), Citizen Jazz (Fr), Jazzaround (Be) en Jazz’halo (Be)

Tekst: Sandie Safont - vrije vertaling: Jos Demol
Foto’s © Jos L. Knaepen


 Jazz'halo radio by
DJ Ferdinand Dupuis-Panther:

 

Facebook  

Clemens Communications

Jazz Rules Radio

De Werf

VKH Torhout

 

Special thanks to our photographers:

Annie Boedt
Henning Bolte

Cedric Craps
Christian Deblanc

Koen Deleu
Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn
Robert Hansenne
Stefe Jiroflée
Jos L. Knaepen
Hugo Lefèvre

Jacky Lepage
Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Willy Schuyten

Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Tom Vanbesien
Geert Vandepoele
Guy Van de Poel
Cees van de Ven
Geert Vanoverschelde
Patrick Van Vlerken
Marie-Anne Ver Eecke

Jan Vernieuwe

and to our writers:

Robin Arends
Henning Bolte
Danny De Bock
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Bernard Lefèvre
Claude Loxhay
Etienne Payen
Herman te Loo
Georges Tonla Briquet
Iwein Van Malderen